RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummers : 03.124562.24 en 03.233248.24 (ttz.gev.)
Verstek
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 februari 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 1989,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
De verdachte wordt bijgestaan door mr. R. Engwegen, advocaat, kantoorhoudende te Echt.
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 januari 2026. De verdachte is niet verschenen. De raadsman heeft verklaard niet door de verdachte uitdrukkelijk te zijn gemachtigd hem ter terechtzitting te verdedigen. Tegen de verdachte is vervolgens verstek verleend. De officier van justitie heeft zijn standpunt kenbaar gemaakt.
[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij is niet op zitting verschenen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.
Deze zaak is gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [naam medeverdachte] met het parketnummer 03.064207.24.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
In de zaak met parketnummer 03.124562.24
Feit 1: samen met anderen heeft geprobeerd in te breken in de woning aan de [adres 1] in de gemeente Venlo;
Feit 2: samen met anderen een inbraak heeft gepleegd in de woning aan de [adres 2] in de gemeente Weert, dan wel (subsidiair) dat verdachte daaraan medeplichtig is geweest;
In de zaak met parketnummer 03.233347.24
Feit 1: samen met anderen een inbraak heeft gepleegd in de woning aan de [adres 3] te Nuth;
Feit 2: samen met anderen een inbraak heeft gepleegd in de woning aan de [adres 4] te Herten;
Feit 3: samen met anderen een inbraak heeft gepleegd in de woning aan de [adres 5] te Herten;
Feit 4: samen met anderen een inbraak heeft gepleegd in de woning aan de [adres 6] te Haelen;
Feit 5: samen met anderen een inbraak heeft gepleegd in de woning aan de [adres 7] te Steyl;
Feit 6: samen met anderen een inbraak heeft gepleegd in de woning aan de [adres 8] te Maarheeze;
Feit 7: samen met anderen heeft geprobeerd in te breken in de woning aan de [adres 9] te Leende.
3. De beoordeling van het bewijs
Inleiding
In de maanden januari tot en met april 2024 vonden een groot aantal woninginbraken plaats in de regio Noord- en Midden-Limburg en Oost-Brabant. Daarbij viel het de politie op dat de inbraken steeds op dezelfde manier plaatsvonden: vaak overdag of in de vroege avond werd zich toegang tot een woning verschaft door ramen of deuren open te wrikken, doorgaans nadat geverifieerd was of er niemand thuis was door aan te bellen. De buit bestond vervolgens steeds veelal uit sieraden. Er werd een dadergroep herkend door de politie die de inbraken in wisselende samenstellingen zou hebben gepleegd.
Dit leidde tot het onderzoek genaamd ‘Patagon’. In het omvangrijke onderzoek werden diverse camerabeelden bekeken, verschillende getuigen gehoord en forensische sporen ingezet, die uiteindelijk een aantal DNA-matches opleverden. De verdachte en zijn medeverdachten, drie met de Roemeense nationaliteit en een met de Servische nationaliteit, werden uiteindelijk aangehouden door de politie.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle feiten, met uitzondering van feit 5 (in de zaak 03.233347.24). De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte van feit 5 vrij te spreken, nu zich in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevindt voor betrokkenheid van de verdachte bij deze woninginbraak.
Bij de woninginbraak in Nuth acht de officier van justitie het in vereniging plegen daarvan niet wettig en overtuigend bewezen (feit 1 in de zaak 03.233347.24 ).
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal eerst achtereenvolgens de feiten 1, 2, 3, 4 en 5 (in de zaak 03.233347.24) bespreken. Daarna zal de rechtbank de feiten 1, 2 (in de zaak 03.124562.24) en de feiten 6 en 7 (in de zaak 03.233347.24) gezamenlijk bespreken.
De woninginbraken in de periode van 24 december 2023 tot en met 6 april 2024
Bewijsmiddelen
Feit 1 in de zaak met parketnummer 03.233347.24: woninginbraak in Nuth
Op 8 januari 2024 deed [slachtoffer 2] aangifte van inbraak in zijn woning gelegen aan de [adres 3] in Nuth, gemeente Beekdaelen, en verklaarde onder meer het volgende:
Ik wens aangifte te doen van een inbraak in mijn woning. Op zondag 24 december 2023 omstreeks 10.00 uur, vertrok ik vanuit mijn woning aan de [adres 3] in Nuth. Ik liet mijn woning achter zonder schade aan de deuren en kozijnen. Op maandag 1 januari 2024 omstreeks 16.30 uur, werd ik door mijn zoon gebeld. Er was ingebroken in mijn woning. De volgende spullen zijn weggenomen tijdens deze inbraak:
- Zegelring 14 karaat;
- Twee trouwringen;
- Gouden vijfje met ketting
- 3 ringen met steentje
- Zilveren ketting met ring en hart in het midden + zilveren armband;
- Seiko titanium 100 meter waterdicht;
- Samsung galaxy s6 ab a8 tablet + lader;
- Sony spiegelreflex camera a290;
- Extra cameralens 70x300;
- Kleingeld: 2 euro muntstukken;
- 60 stuks 0,50 euro.
Omdat ik alles klaar had gelegd voor mijn kinderen, had ik twee zakjes gemaakt met bovenstaande artikelen. Dit betroffen zwarte sieradenzakjes met een touwtje eraan. Een sieradenzakje hiervan is achtergebleven. Deze sieradenzakjes lagen in de kast op mijn slaapkamer. In de woonkamer lag mijn tablet en het kleingeld.
De dader heeft schade gemaakt aan de volgende eigendommen: deur balkon en kozijn, kozijn en twee vleugels, dekbed bevuild en gescheurd, een hoofdeind gebroken. Deze is gebruikt om op te staan om zo boven in de kast te komen. Ik zag dat mijn dekbed bevuild was met modder. Ik zag in mijn woning moddersporen vanuit de woonkamer richting de slaapkamer.
Op dinsdag 2 januari 2024 werd een forensisch onderzoek verricht in het voornoemde appartement. Tijdens dit onderzoek werd onder meer een verstoring op het inklimraam (handschoenspoor, met SIN-nummer AAQX2461NL) bemonsterd op eventueel aanwezig DNA-materiaal.
Uit het vergelijkend DNA-onderzoek door TMFI is het volgende resultaat naar voren gekomen:
AAQX2461NL Verstoring op inklimraam
DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man. Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man. De frequentie van het DNA- hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard. Mogelijke donor: [verdachte] (DNA-hoofdprofiel).
Bewijsoverwegingen
Op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte in de periode tussen 24 december 2023 en 1 januari 2024 in de woning aan de [adres 3] te Nuth heeft ingebroken, waarbij sieraden, een tablet, een camera en kleingeld werden weggenomen. Het handschoenspoor op het inklimraam beschouwt de rechtbank als een evident daderspoor. Uit de bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat de verdachte de donor is geweest van het aangetroffen DNA-materiaal op het inklimraam. Hierdoor staat voor de rechtbank vast dat de verdachte in aanraking is geweest met het inklimraam en via dit raam de woning binnen is gegaan. De verdachte heeft bij de politie geen redelijke verklaring gegeven voor het aantreffen van zijn DNA in het handschoenspoor op het inklimraam. De rechtbank acht de ten laste gelegde woninginbraak daarom wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank zal de verdachte partieel vrijspreken van het medeplegen van deze woninginbraak, nu wettig en overtuigend bewijs voor betrokkenheid van een tweede persoon bij deze inbraak ontbreekt.
Feit 2 in de zaak met parketnummer 03.233347.24: woninginbraak in Herten
Op 18 januari 2024 te Herten deed [slachtoffer 3] aangifte van inbraak in zijn woning gelegen aan de [adres 4] te Herten, in de gemeente Roermond, en verklaarde onder meer het volgende:
Ik doe aangifte van diefstal door middel van braak. Op donderdag 18 januari 2024 omstreeks 10.30 uur ging ik met mijn vrouw naar het Laurentius ziekenhuis voor een afspraak. Op donderdag 18 januari 2024 omstreeks 12.35 uur kwamen mijn vrouw en ik terug thuis. Ik deed de voordeur open en liep de woning in. Ik hoorde dat mijn vrouw zei dat er iets aan de hand was. Ik liep de woonkamer in en zag dat het raam kapot was. Ik zag dat er glasscherven op de vensterbank lagen. Ik zag dat er glas in de woning voor het raam op de grond lag. Ik zag dat de buitenkant van mijn buitendeur beschadigd was. Ik liep terug de woning in naar de bovenverdieping. Ik zag dat onze slaapkamer overhoop gehaald was. Ik zag dat mijn zwart toilettasje overhoop was gehaald. Hier zaten mijn gouden spullen in. Ik zag dat er een gouden horloge, gelegen in een blauw doosje weg was. Ik zag verder dat er drie gouden armbanden weg waren. Ik zag dat mijn diamanten ketting met een hangertje weg was. Ook de bijpassende gouden oorbellen waren weg. Ik zag dat mijn goudkleurige broche met een gedruppelde parel weg was. Ik zag dat mijn herdenkingsmunten van Prins Willem Alexander weg waren. Ik zag dat een gouden hangertje met diamantjes weg was. Ik zag dat mijn gouden communie kruisje weg was. Ik zag dat er een wit-gouden setje van saffieren diamantjes weg was. Dit is een hangertje met ronde en peervormige steentjes, een ring en er zaten twee wit-gouden diamanten oorbellen in.
De volgende goederen zijn bij de inbraak weggenomen:
tas Tommy Hilfiger ter waarde van 130 euro;
zonnebril ter waarde van 50 euro;
wit/zwart/grijze parelketting;
14k parel ketting kort;
parel armband;
parels geknoopt ter waarde van 50 euro;
antieke zegelring;
broche wit/geel/goud;
broche gourmet rond met druppel parel;
armband gourmet ter waarde van 1200 euro;
14 karaats gouden horloge;
2 diamanten witgouden oorbellen;
wit/gouden 14k ketting met hanger;
wit/gouden 14k ring met briljanten en saffieren;
zwarte toilettas;
14 karaats gouden ketting met diamanten hartje;
camee hanger goud;
camee hanger/broche antiek goud;
camee ring ovaal;
14k ring munt goud;
zilveren ketting plus hanger ter waarde van 200 euro;
zilveren hanger bol + ketting;
14k munthanger geboorte + ketting ter waarde van 500 euro;
paar 14 karaats gouden oorbellen met parel en briljant;
paar witgouden oorbellen met parel;
dameshandtas gobelin;
14 karaats pinkring met briljant;
zwart sieraden opbergkist;
paar oorbellen met diamant en saffier ter waarde van 64,95 euro;
ovale hanger + ketting en bijpassende oorbellen;
18 karaats gouden ring + 0,25 karaats briljant + 5 kleinere briljantjes apart model;
zilveren slangenketting;
zilveren schakelketting;
juwelen sieraden bestaande uit drie sets hangers, bollen maansteen, tijgeroog en
oranjebol;
Otazu oorbellen in diverse kleuren.
Op woensdag 10 april 2024 werden [medeverdachte] en [verdachte] aangehouden in een grijze Audi A4, voorzien van het Franse kenteken: [kentekennummer 1].
Naar aanleiding van een buurtonderzoek ontving de politie van de bewoners aan de [adres 10] te Herten beelden die werden opgenomen door een ringdeurbel. De beelden dateren van 18 januari 2024. Verbalisant [naam verbalisant 1] bekeek de camerabeelden en relateerde het volgende:
Ik, verbalisant [naam verbalisant 1] , ben samen met collega [naam verbalisant 2] betrokken bij een onderzoek waarbij inmiddels drie verdachten zijn aangehouden. Die verdachten worden verdacht van het plegen van diverse woninginbraken en/of pogingen daartoe. Het is mij eveneens bekend dat betreffende verdachten veelal gebruik hebben gemaakt van twee verschillende personenauto's voorzien van Franse kentekenplaten:
- [kentekennummer 2] Frans kenteken blauwkleurige Audi A6, - [kentekennummer 1] Frans kenteken Audi A4, kleur grijs.
Op zaterdag 20 april 2024 bekeek ik, [naam verbalisant 1] , de beelden Ring8.htm. Ik, [naam verbalisant 1] , zag dat betreffende auto qua merk, type, kleur en velgen overeenkwam met de inbeslaggenomen Audi A4 voorzien van het kenteken [kentekennummer 1] . Ik, [naam verbalisant 1] , zag op de beelden eveneens dat het voertuig ook was voorzien van witkleurige kentekenplaten met zwarte letters/cijfers. (…) Ik, [naam verbalisant 1] , zag op foto 4 (p. 451) dat de linker koplamp van de inbeslaggenomen Audi A4 veel donkerder van kleur was dan de linker koplamp. Bij het onderzoeken van de beelden van betreffende ringdeurbel zag ik, [naam verbalisant 1] , dat de linker koplamp van de Audi op de beelden eveneens opvallend donkerder van kleur was dan de linker koplamp van die auto. (zie still foto 5) Ik, [naam verbalisant 1] , kan gezien bovenstaande verklaren dat de auto op de beelden met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de inbeslaggenomen Audi A4 voorzien van het kenteken [kentekennummer 1] betreft.
Op vrijdag 7 juni 2024 bekeek verbalisant [naam verbalisant 8] eveneens de camerabeelden van deze woninginbraak en relateerde het volgende
De camera betreft een ringdeurbel, dat bevestigd is aan de woning op de [adres 10] te Herten.
BESCHRIJVING 1: bestandsnaam: [naam 2] (1)
Datum: 18 januari 2024.
Kort samengevat:
Tussen 10:49:11 en 10:50:21 uur wordt gezien dat een grijsgekleurde Audi A 4, ouder model (rechter koplamp donkerder dan linker) met snelheid afneemt als hij huisnummer 9 passeert. De bestuurder heeft een witgekleurd T-shirt/trui. De auto parkeert ter hoogte van huisnummer. 4. Een persoon met slank postuur, geheel donker gekleed met donkere muts stapt uit het voertuig. Hij loopt in de richting van huisnummer 9.
BESCHRIJVING 2: bestandsnaam: [naam 3]
Datum: 18 januari 2024.
Kort samengevat:
Tussen 11:06:06 t/m 11:07:19 uur: er staat een tweede persoon ter hoogte van huisnummer 12. Donkerblauwe broek, gewatteerde zwartgekleurde jas, blauwe broek. Roept iets, loopt naar Audi A4. Roept opnieuw iets. Staat stil, stampt op de grond, kijkt achterom in de richting van huisnummer 9. Een vrouw loopt langs. De tweede persoon loopt in de richting van de Audi. Links in beeld komt een persoon aangelopen vanaf de oprit van huisnummer 9, donker gekleed (zoals persoon camerabeeld 1), draagt een zwarte tas bij zich, loopt richting Audi. Gaat uiteindelijk op de bijrijdersstoel van de Audi zitten.
Ook verbalisant [naam verbalisant 3] heeft de camerabeelden bekeken met betrekking tot de [adres 4] te Herten. De beelden dateren van 18 januari 2024 te 11:06:06 uur.
Verbalisant [naam verbalisant 2] is vanaf de start van het onderzoek betrokken geweest bij dit onderzoek. Hij heeft de verdachten tijdens en/of rondom lichtingen voor verhoor gezien en/of gesproken. Hij relateerde het volgende:
In het omschreven beeldfragment is te horen dat er wordt gesproken in een onbekende taal. Ik verzocht een Roemeens sprekende collega, collega [naam verbalisant 4] , te luisteren naar dit beeldfragment. Ik hoorde haar zeggen dat zij de taal die gesproken wordt op het beeldfragment herkende als zijnde Roemeens. Ik hoorde haar zeggen dat zij het volgende kon verstaan: "Laat maar het komt er aan, laat maar het komt eraan, laat maar die andere moet nog komen".
Bij de aanhoudingen van de verschillende verdachten in deze zaak, waaronder verdachte [verdachte] , zijn een aantal mobiele telefoons aangetroffen. Verbalisant [naam verbalisant 5] heeft hieraan telecom-onderzoek verricht en netwerkmetingen uitgevoerd op de plaats delict. Hij relateerde het volgende:
Op 18 januari 2024 was het nummer [gsm-nummer 1] dat in gebruik was bij [verdachte] tussen 10:44 uur en 11:08 uur in het geografisch gebied van de Cell-id KPN-8614687( [adres 11] Herten, antennerichting 60). Dit telefoonnummer was toen in gebruik met het IMEI-nummer [nummer 1] . (Na de Lühn-Digit berekening 352724194711155).
De woning [adres 4] in Roermond, blauwe pin op de kaart hierna, ligt in het geografisch gebied van deze cell-id. Op 18 januari 2024 werd er tussen 10:00 uur en 12:35 uur ingebroken in deze woning. De gebruiker van het telefoonnummer [gsm-nummer 1] , mogelijk [verdachte] , was op 18 januari 2024 in de omgeving van de plaats delict [adres 4] in Roermond toen daar werd ingebroken.
Op 18 januari 2024 was het nummer [gsm-nummer 2] dat in gebruik was bij [medeverdachte 2] tussen 10:50 uur en 11:07 uur in het geografisch gebied van de Cell-id KPN-45663 ( [adres 12] By Herten, antennerichting 90). Dit nummer werd toen twee keer gebeld door het nummer [gsm-nummer 1] dat toen waarschijnlijk door [verdachte] werd gebruikt. Het telefoonnummer [gsm-nummer 2] werd toen gebruikt door een telefoontoestel met het IMEI- nummer [nummer 2] (na de Lühn-Digit berekening 867260068024928). Tijdens het eerste gesprek was er een zogenaamde handover van het nummer [gsm-nummer 2] naar een andere Cell-id namelijk KPN-57403 ( [adres 11] Herten, antennerichting 60). De woning [adres 4] in Roermond, blauwe pin op de kaart hierna, ligt in het geografisch gebied van deze Cell-id. Op 18 januari 2024 werd er tussen 10:00 uur en 12:30 uur ingebroken in deze woning.
De gebruiker van het telefoonnummer [gsm-nummer 2] , vermoedelijk [medeverdachte 2] , was op 18 januari 2024 in het geografische gebied waarin ook de woning [adres 4] in Roermond ligt. Het is daarom niet uit te sluiten dat zowel [medeverdachte 2] als [verdachte] op 18 januari 2024 tijdens het plaatsvinden van de inbraak op het adres [adres 4] in Roermond telefonisch contact met elkaar hebben gehad.
Bewijsoverwegingen
Op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte samen met een ander op 18 januari 2024 in de woning aan de [adres 4] te Herten heeft ingebroken, waarbij diverse sieraden, een zonnebril en tassen werden weggenomen. Uit de beelden van de ringdeurbel blijkt dat op de dag van de inbraak rond 11:00 uur twee personen en een grijze Audi A4 ter plaatse komen. Uit de beelden blijkt verder dat één persoon uit de auto stapt en naar huisnummer 9 loopt. Later komt deze persoon weer terug vanaf oprit nummer 9 met een tas in zijn handen en stapt weer in de Audi A4. Uit de waarnemingen van de verbalisanten concludeert de rechtbank dat dit de Audi A4 is waarin de verdachte en een medeverdachte op 10 april 2024 zijn aangehouden.
De rechtbank stelt verder op basis van bovengenoemde bewijsmiddelen vast dat te horen is dat beide personen op de camerabeelden Roemeens spreken, evenals de aangehouden verdachten [verdachte] en de broers [medeverdachte] .
De telefoons die volgens de politie toebehoren aan de verdachte en [medeverdachte 2] komen rond 11:00 uur onder bereik van de zendmast, waar de woning aan de [adres 4] ligt, waar de inbraak tussen 10:30 uur en 12:30 uur heeft plaatsgevonden. Uit dit onderzoek van de politie blijkt tevens dat de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 2] tijdens de inbraak twee keer werd gebeld door het nummer dat toen waarschijnlijk door de verdachte werd gebruikt.
De rechtbank concludeert dat buiten redelijke twijfel vaststaat dat de verdachte samen met een ander de diefstal uit de woning heeft gepleegd. De rechtbank acht feit 2 dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Feit 3 in de zaak met parketnummer 03.233347.24: woninginbraak in Herten
Vrijspraakoverwegingen
Uit de aangifte van [slachtoffer 4] blijkt dat op 29 maart 2024 tussen 14:30 en 16:30 uur een inbraak is gepleegd in haar woning aan [adres 5] te Herten. Bij die inbraak zijn verschillende sieraden buitgemaakt. De rechtbank stelt vast dat op de camerabeelden die door een buurtbewoner ter beschikking zijn gesteld een steegje is te zien richting het adres van de inbraak en de schutting van deze woning. Op de beelden zijn twee mannen te zien die om 14:54 uur het steegje inlopen, één van deze mannen die om 14:56 uur het steegje weer uitloopt en een derde persoon die het steegje om 15:09 uur uitloopt. Deze derde persoon heeft een rugzak om en een gereedschapskist vast. Meerdere verbalisanten hebben gerelateerd dat zij de verdachte herkennen als één van de twee personen die samen het steegje inlopen. De rechtbank overweegt dat dit onvoldoende is om het daderschap van de verdachte buiten redelijke twijfel vast te stellen. Uit het dossier volgt immers niet wat de personen op die plek concreet doen, behalve dat ze daar een steegje in- en uitlopen. Nu verdere concrete gedragingen ontbreken die leiden naar betrokkenheid van de verdachte bij deze inbraak, is de rechtbank van oordeel dat dit feit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen en zal de verdachte worden vrijgesproken.
Feit 4 in de zaak met parketnummer 03.233347.24: woninginbraak in Haelen
Op 3 april 2024 deed [slachtoffer 5] aangifte van inbraak in zijn woning gelegen aan de [adres 6] in Haelen, gemeente Leudal, en verklaarde onder meer het volgende:
Ik doe aangifte van inbraak in mijn woning. Op dinsdag 2 april 2024, omstreeks 08.30 uur, verliet ik mijn woning. Ik woon op de [adres 6] in Haelen. Op dinsdag 2 april 2024, omstreeks 17.30 uur, kwam ik weer thuis. Ik parkeerde mijn auto op de oprit en liep door de poort de achtertuin in. Ik zag dat de achterdeur openstond. Ik zag dat het hout aan het kozijn vernield was. Ook zag ik schade aan het hout rondom het slot van de deur. Later hoorde ik van mijn vrouw dat de poort van het voetpad naar de achtertuin ook openstond. Ik zag dat het slot van de poort kapot was en ik zag schade aan het hout. In de woning zag ik dat de deuren en lades van het dressoir in de woonkamer openstonden. Op de eerste etage zag ik dat alle deuren van alle kamers openstonden. Ik zag dat de kamers overhoop waren gehaald. Ik zag dat de lade van mijn nachtkastje op het bed lag. Ik zag dat alle kasten en lades openstonden in de slaapkamer. Ik zag dat op het bureau in de slaapkamer diverse sieradenkistjes open lagen. Later hoorde ik van mijn dochter dat zij rond 13.45 uur voor het laatst in onze woning is geweest. De inbraak moet dus plaatsgevonden hebben tussen 13.45 uur en 17.30 uur.
Na inventarisatie is gebleken dat onderstaande goederen zijn weggenomen:- 2x gouden ring met een kleine diamant- 2x gouden ketting- 2x gouden armband- 1 goud hartje voor aan een ketting- lx zilver hanger- 2x zilveren ketting- lx zilver hanger met 4 blauwe hartjes- 2x zilveren kruizen voor aan een ketting- lx zilver ring met een groen steentje- lx wit/gouden trouwring, met aan de binnenzijde 29.8.87 en Petra ingegraveerd- 2x gouden manchetknoop- 2x gouden en lx zilveren dasspelden.
Op 11 april 2024 bekeek verbalisant [naam verbalisant 16] de door de bewoner aan de [adres 13] te Haelen beschikbaar gestelde camerabeelden en relateerde het volgende
De beelden werden opgenomen met een beveiligingscamera die aan de gevel van de woning hangt. De camera is gericht op de voortuin van huisnummer 10. De oprit van de woning gelegen aan de [adres 6] is voor een klein deel zichtbaar aan de rechterbovenzijde in het beeld.
Bestand [bestandsnaam 1]
Betreft de beelden opgenomen op 2 april 2024 van 15:16:39 uur tot 15:19:03 uur. Op tijdstempel 2024-04-02 15:18:14 zie ik in de rechterbovenhoek een auto in beeld komen. Het betreft een Audi stationwagen. Ik zie dat de auto de straat in rijdt, rijdend in de richting van huisnummer 10. Ik zie dat de auto op tijdstempel 15:18:19 stopt aan de rechterzijde van de weg voor de woning met huisnummer 17. (…) Ik zie op tijdstempel 2024-04-02 15:18:56 dat 2 personen op het trottoir staan op de plek waar de auto stil stond. Ik zie alleen de benen van deze personen. Ik zie dat deze personen richting de oprit van huisnummer 17 lopen. Ik zie op tijdstempel 15:18:58 dat de auto langs huisnummer 10 rijdt. Ik zie dat de kleur van de auto blauw is, en dat de auto voorzien is van witte kentekenplaat met donkere opdruk. Ik kan het kenteken niet lezen. Ik zie dat een persoon achter het stuur zit die een wit t-shirt met korte mouwen draagt. Ik zie dat de persoon donkere gezichtsbeharing heeft. Ik zie verder niemand in de auto. Ik zie op tijdstempel 2024-04-02 15:19:02 dat de personen die richting oprit van huisnummer 17 liepen, deze oprit oplopen.
Bestand [bestandsnaam 2]
(…) Ik zie dat het kenteken aan de achterzijde van de auto wit met zwarte opdruk is. Ik zie dat het kenteken [kentekennummer 2] is. (…)
Bestand [bestandsnaam 3]
Betreft de beelden opgenomen op 2 april 2024 van 15:25:30 uur tot 15:25:46 uur. Ik zie dat op tijdstempel 2024-04-02 15:25:40 twee personen uit de oprit van de woning met huisnummer 15 lopen. Ik zie alleen de benen. Ik zie dat ze op het trottoir aan de rechterzijde van de straat lopen in de richting van huisnummer 10. Ik zie op tijdstempel 2024-04-02 15:25:45 dat ze zich voor de woning met huisnummer 17 bevinden en daar de straat oversteken.
Bestand [bestandsnaam 4]
Betreft de beelden opgenomen op 2 april 2024 van 15:25:46 uur tot 15:26:09 uur. Ik zie dat op tijdstempel 2024-04-02 15:25:50 de twee personen naast elkaar over het trottoir richting de woning met huisnummer 10 lopen. Ik zie dat ze aan de kant van de weg lopen waar de even huisnummers zich bevinden. Ik zie op tijdstempel 2024-04-02 15:26:08 dat de 2 personen zich voor de woning met huisnummer 10 bevinden. Ik zie de personen duidelijk en scherp in beeld.
Bestand [bestandsnaam 5]
Betreft de beelden opgenomen op 2 april 2024 van 15:26:09 uur tot 15:26:13 uur. Ik zie dat op tijdstempel 2024-04-02 15:26:10 de twee personen aan de linkerkant uit beeld verdwijnen.
Bij de beschrijving van de hiervoor genoemde camerabeelden is een foto vastgelegd van twee personen. Verbalisant [naam verbalisant 17] heeft deze foto’s bekeken en relateerde het volgende:
Op 10 april 2024 zijn er twee personen aangehouden te Someren. Deze aanhoudingen zijn vast gelegd in proces PL2300-2024018529. Die twee personen zijn genaamd:
- [medeverdachte] geboren [gebdatum 1] -1988 en
- [verdachte] geboren [gebdatum 2] -1989
Bij de genoemde aanhoudingen zijn deze twee personen gefotografeerd.
Op de foto van de beelden PL2300-2024053284-11, herken ik [medeverdachte] als de persoon die voorop loopt en een licht kleurige mutsje op zijn hoofd draagt. Ik herken hem verder aan zijn baard die pas enkele centimeters onder zijn oren begint, zijn langwerpige neus en zijn linker oor dat aan de onderzijde ovaal en klein van stuk is.
De verdachte [verdachte] heeft op 27 juni 2024 bij de politie - na confrontatie met bovengenoemde gegevens - verklaard:
Ik ben daar die dag op straat geweest.
Bewijsoverwegingen
Op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte samen met een ander op 2 april 2024 sieraden heeft gestolen uit de woning aan het adres [adres 6] in Haelen. De rechtbank acht feit 4 dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Feit 5 in de zaak met parketnummer 03.233347.24: woninginbraak in Herten
Vrijspraakoverweging
Uit de aangifte van [slachtoffer 6] blijkt dat op 6 april 2024 een inbraak is gepleegd in zijn woning aan de [adres 7] te Steyl. Bij die inbraak zijn verschillende sieraden buitgemaakt. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier voorhanden is voor betrokkenheid van de verdachte bij deze inbraak. De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van feit 5.
De woninginbraken op 8 april 2024
De rechtbank zal de feiten 1 en 2 (in de zaak 03.124562.24) en de feiten 6 en 7 (in de zaak 03.233347.24) gezamenlijk en in chronologische volgorde bespreken. Eerst zullen de bewijsmiddelen per feit worden weergegeven, gevolgd door algemene bewijsmiddelen en tot slot een (gezamenlijke) bewijsoverweging.
Bewijsmiddelen
Feit 2 in de zaak met parketnummer 03.124562.24: woninginbraak in Weert
Op 10 april 2024 deed [slachtoffer 1] aangifte van inbraak in haar woning gelegen aan de [adres 2] te Weert en verklaarde onder meer het volgende:
Op maandag 8 april 2024, omstreeks 14.00 uur, kwam mijn zoon [naam 4] naar mijn woning gelegen aan de [adres 2] in Weert. Mijn woning betreft een hoekwoning. Ik hoorde dat [naam 4] zei dat vanuit de achtertuin gezien het linker raam op de eerste verdieping open stond. Omstreeks 17.30 uur ging ik naar boven. Ik zag dat de deur van de slaapkamer open stond. Ik vond dit vreemd want deze deur is altijd dicht, omdat ik beneden slaap. Aan de rechterzijde tegen de muur staat een kaptafel. Ik zag dat tussen het bed en de kaptafel een zakje op de grond lag. Ik zag dat op het bed een sieradendoosje lag. Ik zag dat alle lades van de kaptafel open stonden. Op woensdag 10 april 2024, om 14.51 uur werd [naam 4] gebeld door de vriendin van mijn oudste zoon. Zij gaf aan dat de politie foto's had gedeeld van sieraden. Uiteindelijk zijn jullie nu hier. Jullie lieten mij de foto's zien van de sieraden. Ik herken alle sieraden op de foto's als zijnde mijn sieraden. De sieraden zijn mijn eigendom. Het gaat om de volgende sieraden:
- Gouden armband met de gegraveerde tekst "Sylvia"
- Gouden ketting met een hartje met een diamantje eraan
- Twee gouden ringen met beide drie gekleurde steentjes
- Gouden speldje
- Dikkere gouden ketting met een gouden miniatuur slang
- Gouden broche in schelpvorm
- Bronzen armband met een bloem
- Rode parelketting
- Zegelring met een maan en ster, de ring bevat zowel goud als zilver
- twee zilveren schakelarmbanden
- Wit/gouden parelketting met bijbehorend wit/goud opbergzakje
- Zilveren ring met een steentje in het midden
- Gouden klikarmband
Diezelfde avond om 22:05 uur werd de verdachte [medeverdachte 2] aangehouden naar aanleiding van een andere inbraak. Ten tijde van zijn aanhouding zat hij in een Audi A6 station (met kenteken [kentekennummer 3] ). In deze auto werden sieraden aangetroffen die zijn herkend door aangeefster [slachtoffer 1] . Verbalisant [naam verbalisant 1] relateert daarover:
Op woensdag 10 april 2024, had ik, [naam verbalisant 1] telefonisch contact met de meldster [slachtoffer 7] . Ik, [naam verbalisant 1] , hoorde dat mevrouw [slachtoffer 7] enkele sieraden omschreef. (…) Ik, [naam verbalisant 1] , hoorde [slachtoffer 7] zeggen: “de sieraden herken ik als sieraden van mijn schoonmoeder [slachtoffer 8] ”. Ik herkende direct o.a het armbandje voorzien van de gravering Sylvia. Ik, [naam verbalisant 1] , vroeg aan [slachtoffer 7] wat er op de achterkant van dat armbandje stond. [slachtoffer 7] zei de geboortedatum van een dochter van mijn schoonmoeder, [gebdatum 3] -1971. Ik, [naam verbalisant 1] , zag dat die geboortedatum inderdaad op de achterzijde van betreffend armbandje stond.
Op woensdag 10 april werd door [slachtoffer 1] aangifte gedaan van een gekwalificeerde diefstal uit haar woning aan de [adres 2] te Weert. Ik, [naam verbalisant 1] , zag dat bij de aangifte een 2 foto's waren gevoegd. (foto 4 en foto 5 bijlage) Ik zag dat de armband op foto 4 overeenkwam met de armband op foto 2. Ik zag eveneens dat de halsketting van foto 5 overeenkwam met de halsketting op foto 2.
Op de camerabeelden van 8 april 2025 uit de buurt zijn twee personen te zien die vanuit een Audi uitstapten en vervolgens een brandgang in lopen. Later komen deze twee personen weer uit de brandgang. Verbalisant [naam verbalisant 6] heeft de camerabeelden bekeken afkomstig van het adres [adres 14] , gericht op de voortuin en een gedeelte van de straat, en relateerde het volgende:
BESTAND [bestandsnaam 6]
Ik zag op 2024-04-008 13.47.26 2 mannen beiden in zwart gekleed in een grijs/blauwe Audi stationwagen stappen. Ik zag dat de man met baard een witte plastic zak in zijn rechter hand vast hield en sneakers aan had met witte zool, rechtsachter in de Audi stappen. De tweede man zag ik rechts voorin stappen. Terwijl beide mannen in stapten zag ik dat de Audi wegreed met hoge snelheid terwijl de deuren van de Audi nog niet waren dicht gedaan.
Verbalisant [naam verbalisant 7] bekeek in het kader van het buurtonderzoek voornoemde camerabeelden van de bewoners van [adres 14] . Hij zag een auto die gelijkend was op een personenauto die eerder in de briefing had gestaan in verband met betrokkenheid bij woninginbraken (Audi, blauwe kleur, stationmodel, witte kentekenplaten). Verbalisant [naam verbalisant 7] bekeek daarna de foto’s van de aangehouden personen. Hij relateerde het volgende:
Ik, verbalisant [naam verbalisant 7] , herkende een van de mannen op de foto (foto 1) als zijnde [medeverdachte] , geboren op [gebdatum 1] 1988. Ik herkende hem van de briefing (foto 3). In de briefing staat een foto van [medeverdachte] in verband met de betrokkenheid bij woninginbraken. Ik herken [medeverdachte] aan zijn baardgroei, donkere kringen rondom zijn ogen, de vorm van zijn oren. Ik herken hem aan het linker oor dat spits is aan de bovenzijde en het rechter oor dat ronder is aan de bovenzijde. Ik, verbalisant [naam verbalisant 7] , bekeek vervolgens de twee mannen op de beelden. Ik herken een van de mannen op de camerabeelden als [medeverdachte] (foto 2). Op een van de foto’s (p.278) die [naam 5] stuurde stond [medeverdachte] van de zijkant gefotografeerd. Ik zag dat [medeverdachte] op een van de beelden ook van de zijkant te zien was. Ik zag dat de vorm van zijn baard overeen kwam. Ik zie dat [medeverdachte] op de foto zwarte sneakers aan heeft, met een opvallende witte schoenzool. Ik zie dat hij bij de inbraak ook zwarte schoenen met een opvallende witte zool draagt. Ik herken zijn postuur aan de ronde buik.
Ook verbalisant [naam verbalisant 8] bekeek de camerabeelden en herkent de verdachten [medeverdachte] en [verdachte] . Hij relateerde het volgende:
Ik bekeek op donderdag 12 april 2024 deze camerabeelden. Door middel van Google Street View kon ik constateren dat deze straat de [adres 2] , ter hoogte van huisnummer 48 te Weert, betreft. Op het camerabeeld met (bestandsnaam [bestandsnaam 6] ) zag ik twee mannelijke personen lopen, uit de richting van de [adres 2] huisnummer 45 te Weert. Ik zie dat deze twee personen vervolgens door een voor mij herkenbaar merk auto, een ouder model blauwe Audi A6, worden opgehaald.
Ik heb daarbij vergeleken wat deze persoon droeg op deze camerabeelden en wat [medeverdachte] droeg ten tijde van zijn aanhouding op maandag 8 april 2024:
PERSOON 1 Geslacht: Man Lengte: / Leeftijd: Tussen 30 en 40 jaar Postuur: Fors Afkomst: Buitenlands uiterlijk Kapsel: Zwart haar, kort kapsel, middelgrote zwarte baard. Kleding: Zwarte gewatteerde jas, wit klein logo op de linkerkant, t.h.v. de borst Schoenen: Donkere sneakers, compleet witte zool.
De kleding en details van deze persoon komen overeen met de kleding en details van de persoon die op maandag 8 april 2024 werd aangehouden, te kennen als zijnde [medeverdachte] .
PERSOON 2 Geslacht: Man Lengte: / Leeftijd: Tussen 25 - 30 jaar Postuur: Slank Afkomst: Buitenlands uiterlijk Kapsel: Onder kaal/bovenop kort donker haar Kleding: / Schoenen: Sneakers, grijs van kleur, witte halve zool
De kleding en details van deze persoon komen overeen met de kleding en details van de persoon die op maandag 8 april 2024 werd aangehouden, te kennen als zijnde [verdachte] .
Ook verbalisant [naam 5] herkent de personen op de camerabeelden als zijnde [medeverdachte] en [verdachte] en relateerde verder.
Ik zag dat de mannen, terwijl ze op de stoep liepen, om zich heen keken. Ik zag dat man 2 zich plots omdraaide, richting de weg liep en zijn linkerhand opstak. Ik zag dat man 1 naar man 2 toe rende. Ik zag dat er een voertuig aan kwam rijden. Ik kan dit voertuig als volgt omschrijven:
- Donker gekleurd;
- Station model;
- Merk Audi;
- Witte kentekenplaten.
Ik zag dat het voertuig stopte. Ik zag dat [medeverdachte] aan de rechterzijde achterin ging zitten. Ik zag dat [verdachte] aan de rechterzijde voorin ging zitten. Ik zag dat het voertuig wegreed voordat beiden hun deuren gesloten hadden.
De verdachte [medeverdachte] heeft op 13 april 2024 bij de politie een verklaring afgelegd. Hij verklaarde het volgende.
Ik herken mezelf op de getoonde camerabeelden. Ik stap in de auto en rij weg. Ik was met [verdachte] . Ik had kleding, wat juwelen en twee flesjes drinken in de tas zitten. De juwelen kwamen uit een huis. Ik was in de woning.
Feit 6 in de zaak met parketnummer 03.233347.24: woninginbraak in Maarheeze
Op 8 april 2024 deed [slachtoffer 9] aangifte van inbraak in zijn woning gelegen aan de [adres 8] in Maarheeze, in de gemeente Cranendonck, en verklaarde onder meer het volgende:
Ik ben woonachtig op de [adres 8] in Maarheeze. Dit is een twee-onder-een kap woning. Op maandag 8 april 2024 vertrok ik omstreeks 14.00 uur samen met mijn vrouw naar het ziekenhuis in Weert. Wij verlieten ons huis via de voordeur. Mijn vrouw sloot met de sleutel de voordeur op het nachtslot. Alle andere deuren en ramen van onze woning waren ook afgesloten. Omstreeks 15:00 uur die dag kwamen wij terug bij onze woning. Wij zagen dat de voordeur openstond. Wij hebben een houten voordeur en wij zagen dat er verschillende braaksporen van gereedschap op deze deur te zien waren. Op het kozijn van de deur zagen wij schade en de sluiting in de deurpost was ontzet. Wij zagen dezelfde soort schade op het kozijn ook op de deur en op de klink van de deur zagen wij krassen die er voorheen nog niet op zaten. Nadat de politie gebeld was, bekeken we de bovenverdieping en de zolder. Wij zagen dat er in iedere ruimte kastjes openstonden en wij zagen dat er spullen uit de kastjes gehaald waren.
Bij de inbraak zijn de volgende goederen weggenomen:
- 4 karaat gouden schakelarmband met 9,5 schakel, lengte van 18,5 cm. gewicht van ca. 8,8 gram;
- 3x 20 euro biljet.
Getuige [naam 6] heeft op 8 april 2024 een verklaring afgelegd en verklaarde het volgende:
Ik woon op de [adres 15] te Maarheeze. Op maandag 8 april 2024, omstreeks 14.15 uur reed ik met mijn auto de oprit af. Ik reed met mijn auto in de richting van de Willem-Alexanderlaan. Ik zag een muisgrijze Audi staan met een witte kentekenplaat beginnend met ww-307-??. Ik reed langs de auto af. Ik zag twee mannen in de auto zitten. Ik zag een meneer met een telefoon in zijn hand. Ik zag dat hij richting de Willem-Alexanderlaan liep. Ik kan de persoon welke met de telefoon in zijn hand liep als volgt beschrijven:
- heel licht getint,
- lengte plus minus 1 meter 80,
- zwarte, steile haren, bovenop korter en achter langer tot in de nek,
- stevig postuur,
- zwart met blauw gekleurde broek met een camouflage patroon,
- grijze jack tot net over de billen,
- plus minus 35 jaar oud.
Verbalisanten [naam verbalisant 9] en [naam verbalisant 10] waren op 25 juni 2024 bij de woning van getuige [naam 6] om haar te confronteren met vier foto's van personen met de vraag of zij een van deze personen zou herkennen waarover zij eerder heeft verklaard. Zij relateerden het volgende:
Hierna toonden wij [naam 6] 'foto 1' en vroegen wij aan haar of zij één van deze twee mannen herkende. Wij hoorden dat [naam 6] direct bij het zien van de foto zei, dat ze de linker man met de pet herkende als zijnde de man die haar toen voorbij kwam gelopen en in de grijze Audi stapte. Wij hoorden [naam 6] zeggen dat dit de man was die zij in haar getuigenverklaring had omschreven.
Vervolgens toonden wij 'foto 2' aan [naam 6] . Wij hoorden haar zeggen dat dit dezelfde man was als de linker man op 'foto 1'.
Hierna toonden wij 'foto 3' aan [naam 6] . Wij hoorden haar zeggen dat de linker man op deze foto wederom dezelfde man was die zij in haar getuigenverklaring omschreven had en dus dezelfde man als op 'foto 1' en 'foto 2' betrof, alleen dat hij op 'foto 3' geen petje droeg.
Als laatste toonden wij [naam 6] 'foto 4'. Wij hoorden haar zeggen dat zij de grijze Audi op de foto ook herkende en dat zij daarbij, zonder goed naar de foto gekeken te hebben, direct de cijfers in het kenteken, zijnde '327', uit haar hoofd opnoemde.
Vervolgens vroegen wij aan [naam 6] waaraan zij de man herkende. Wij hoorden haar zeggen dat zij de man aan de volgende punten herkende:- huidskleur;- het ovaalvormig hoofd;- haarlengte en -kleur;- baardmodel en -kleur;- lichaamslengte, in verhouding met de Audi op 'foto 3';- lichaamspostuur;- wat gezet buikje.
Op maandag 8 april 2024 heeft er een woninginbraak plaatsgevonden in de woning gelegen aan de [adres 8] te Maarheeze. Deze dag hebben er meerdere inbraken plaats gevonden in Limburg en Brabant. Op dezelfde dag werd in Roermond een verdachte ( [medeverdachte 2] ) aangehouden. In het voertuig van deze verdachte werd een grote hoeveelheid sieraden aangetroffen (De rechtbank wijst op de paragraaf “algemene bewijsmiddelen” hieronder). Van deze sieraden werden foto’s gemaakt die in een document zijn geplaatst. Op 6 juni 2024 heb ik, verbalisant [naam verbalisant 19] , contact opgenomen met de wijkagent van de [adres 8] te Maarheeze. Aan hem heb ik het verzoek gedaan om dit fotoblad te tonen aan de aangevers en benadeelde van de woninginbraak die hier heeft plaatsgevonden.
Verbalisant [naam verbalisant 11], wijkagent van het dorp Maarheeze was op 7 juni 2024 in de woning aan de [adres 8] te Maarheeze om aan de bewoners 18 afbeeldingen van sieraden ter herkenning te laten zien die zeer vermoedelijk van diefstal afkomstig waren.
Hij relateerde het volgende:
Ik, [naam verbalisant 11] , liet het document met daarop de 18 afbeeldingen aan de bewoners zien. Ik hoorde van hen beide dat zij de getoonde armband op afbeelding 18 zeer gelijkend vonden op de armband die bij hen weggenomen werd. (…) Ik zag dat hierop een fotoalbum uit de kast werd gepakt en mij een foto werd getoond waarop mevrouw een goudkleurige armband droeg (…) Zo zag ik dat de kleur van de armband op beide foto's overeenkwam en dat de schakels op beide foto's rechthoekig en plat waren. Tevens zag ik op beide foto's dat rondom de randen van deze schakels een verdikking aanwezig was welke op 2 delen van iedere schakel was onderbroken. (…) Nadat ik, [naam verbalisant 11] , de getoonde afbeelding van de armband uit het fotoalbum van de slachtoffers en de afbeelding van de armband van het document met nummer 18 uitvoerig had vergeleken concludeerde ik dat de kans zeer groot is dat het hier om een en dezelfde armband ging.
Feit 7 in de zaak met parketnummer 03.233347.24: woninginbraak in Leende
Op 8 april 2024 deed [slachtoffer 10] aangifte van poging inbraak in haar woning gelegen aan de [adres 9] in Leende, in de gemeente Heeze-Leende, en verklaarde onder meer het volgende:
Op maandag 8 april 2024 omstreeks 14.45 uur heb ik mijn woning, gelegen aan de [adres 9] te Leende verlaten. Ik had de woning geheel afgesloten. Op maandag 8 april omstreeks 15.05 uur werd ik gebeld door mijn buurvrouw van huisnummer 44 dat er zojuist was geprobeerd in te breken via de achterzijde van onze woning. Ik ben toen naar huis gekomen en ik zag dat er gepoogd was in te breken via de achterzijde van de woning. Hier is een schuifpui gesitueerd welke ze gepoogd hebben open te breken met een breekvoorwerp. Vervolgens hebben ze een naastgelegen deur gepoogd open te breken. Op meerdere plekken is geprobeerd met een breekvoorwerp de deur te ontzetten. Doordat de buurvrouw ging kijken omdat ze het niet vertrouwde zijn de daders gestoord en weggerend.
Getuige [naam 7] heeft op 8 april 2024 een verklaring afgelegd. Zij verklaarde het volgende:
Op 8 april 2024 omstreeks 14.45 uur was ik thuis in mijn woning aan de [adres 16] te Leende. Ik zag rond 14.45 uur een man lopen over de Beukenlaan. Vervolgens zag ik een personenauto de Beukenlaan inrijden vanuit de Eikenlaan. Ik zag dat deze auto stopte bij de man en ik zag dat deze man in dit voertuig stapte. Ik zag dat het voertuig verder de Beukenlaan inreed. Korte tijd later, zo rond 14.55 uur denk ik, zag ik ditzelfde voertuig over de Eikenlaan rijden in de richting van mijn woning, komende vanuit de [adres 9] . Het voertuig werd door de bestuurder nog voor de kruising met de Beukenlaan gestopt waarna 2 personen uitstapten. Het voertuig reed vervolgens wederom de Beukenlaan in. Ik zag dat beide mannen terug liepen in de richting van de [adres 9] . Het voertuig betreft een Audi, grijs van kleur, met kenteken [kentekennummer 2] .
De man bij de heg kan ik als volgt omschrijven:- getinte huidskleur.- donkere broek en donkere jas. - Normaal postuur.- Ongeveer 1.80 meter groot.- iets gezet qua postuur.- donkere kort haar wat onder de pet uitkwam.- zwarte pet op het hoofd.
Over de beide mannen die uitstapten kan ik vertellen dat zij beide gekleed waren in donkere bovenkleding een donkere broek droegen en dat 1 van hen een pet droeg op zijn hoofd en de ander niet.
Ook getuige [naam 8], wonende aan de [adres 17] in Leende, heeft een verklaring afgelegd en het volgende verklaard:
Ik ben getuige van de poging woningbraak op maandag 8 april 2024. Mijn buurman. [naam 13] , klopte bij mij op mijn raam. Ik liep naar hem toe en hij vroeg aan mij of de buren van huisnummer 42 thuis waren. De buurman zei dat hij dacht dat ze aan het inbreken waren bij de buren. Ik kan via mijn achtertuin in de achtertuin en de achterzijde van de woning van de buren van huisnummer 42 kijken.
Ik zag twee mannen staan bij de achterdeur van de buren. Ik zag dat er één bezig was bij de achterdeur en dat de tweede man rond aan het kijken was, alsof hij op de uitkijk stond. De tweede man zag mij staan en keek mij recht in de ogen aan. Hij zei iets tegen de andere man en tikte hem op zijn schouder aan. Ik weet niet welke taal dit was, maar het was geen Nederlands. Ik zag daarna beide mannen wegrennen uit mijn richting.
Man (1), stond op de uitkijk:
- Getinte huidskleur;
- Fors postuur, gespierd;
- Baardje, donkere haarkleur;
- Kort haar, onbekende haarkleur;
- Niet heel groot;
- Had een petje vast in zijn hand, donkere zijkant en lichte kleur in het midden.
Man (2), was bezig bij de achterdeur:
- Smaller dan man (1);
- Groter dan man (1).
Getuige [naam 9] heeft ook een verklaring afgelegd en het volgende verklaard:
Op maandag 8 april was ik omstreeks 14.30 uur de kinderen van school gaan halen en zag bij terugkomst een donker kleurige Audi A6, voor mij rijden. De steeds wisselende snelheid en stuurbewegingen kwamen op mij als vreemd gedrag over. (…) Eenmaal thuis binnengekomen ben ik naar het raam gelopen dat uitkijkt op de [adres 9] . Ik heb vanuit dat raam bijna vrij uitzicht op huisnummer 42. Dat ligt dan schuin tegenover. Ik zag dezelfde Audi als eerder beschreven weer aan komen rijden, hij was blijkbaar weer gekeerd. Ik zag dat de Audi stopte in het parkeervak voor nummer 42. Ik zag dat één persoon uitstapte en richting de voordeur liep van huisnummer 42 en daar aanbelde. Dat moet zijn geweest rond 14.45 uur. (…) Die persoon had het volgende uiterlijk:- zwart kort haar,- een mager postuur,- was geheel donker gekleed. Ik zag dat het voertuig,- een wit / zwart kenteken had (…) - Het was een oud model A6 station.
De persoon die had aangebeld zag ik toen teruglopen naar de auto. Ik zag toen persoon nummer twee uit de Audi A6 stappen. Die persoon had de volgende kenmerken: - meer gezet van postuur,- donkere kleding- een mediterrane gelaatskleur.
Dit voelde voor mij niet pluis. Ik ben toen naar mijn overbuurvrouw [naam 10] gelopen. (….) Samen met [naam 10] ben ik toen aan de achterzijde van huisnummer 42 gaan kijken. Wij troffen daar geen personen meer aan, maar zagen wel gelijk de braakschade aan de achterpui en het glas.
Verbalisant [naam verbalisant 12] kreeg op 8 april 2024 te 15:01 een melding van een heterdaad woninginbraak aan de [adres 9] te Leende en relateerde het volgende:
Om 15:05 uur kwam ik ter plaatse aan de [adres 9] te Leende. Ik zag een mannelijk persoon voor de woning staan en deze verklaarde dat hij de melder was. Ik hoorde dat hij zei dat de daders weg waren gerend. Ik hoorde dat hij de personen als volgt omschreef (…) Ik gaf dit middels de portofoon door aan mijn collega's. Kort hierna hoorde ik dat de collega's van Limburg zich meldde en ik hoorde dat zij met een soortgelijke zaak bezig waren vanuit Weert. (…) Hierop kreeg ik op mijn diensttelefoon foto's doorgestuurd van de auto en van twee personen welke verdacht werden van woninginbraken. (…) Ik zag deze foto's en dit voertuig en het signalement van de twee personen kwamen overeen met hetgeen de getuige mij zojuist had verteld. (…) Hierop heb ik de foto's getoond aan de getuige [naam 11] en deze wees direct de persoon met het petje aan als dader 1. De getuige was hier erg volhardend in en wist 100 procent zeker dat dit de persoon was. Voornamelijk de pet en de baard waren opvallend. (…) De andere persoon herkende hij ook als de persoon welke hij had zien wegrennen.
Op zondag 21 april 2024 was verbalisant [naam verbalisant 13] doende met het bekijken van voornoemde foto’s die hij had ontvangen van een collega. Hij bekeek de twee still's en herkende de twee mannen die op één van deze stills stonden:
De man links op de still is [medeverdachte] geboren op [gebdatum 1] -1988 te Timisoara, Roemenië.
De man rechts op de still is [verdachte] geboren op [datum] -1989 te Roemenië.
Verbalisant [naam verbalisant 13] herkent deze heren, omdat hij ze allebei gezien heeft bij hun verhoor op zaterdag 13 april 2024 als verdachte aan het politiebureau te Roermond. Beide heren waren aangehouden ter zake poging inbraak woning en inbraak woning. [medeverdachte] herkent verbalisant [naam verbalisant 13] aan zijn gezette porstuur, ronde oorlellen, dikke neus en iets wat hangende schouders. Tevens herkent hij [medeverdachte] aan de spitse baardgroei. Op de still is te zien dat onder de mond stukjes huid te zien zijn. Dit is kenmerkend voor de baardgroei van [medeverdachte] . [verdachte] herkent verbalisant [naam verbalisant 13] aan de vorm van zijn gezicht. [verdachte] zijn gezicht heeft een vorm van een driehoek met de punt naar beneden. Tevens herkent hij hem aan de haargroei met de haargrens naar achteren met inhammen aan beide kanten op zijn voorhoofd. De ingezakte houding met de iets wat naar voren hangende schouders is kenmerkend voor [verdachte] . Hem is ambtshalve bekend dat deze twee personen zich vaker voortbewogen met een donkerkleurige auto met een witte kentekenplaat.
De verdachte [verdachte] heeft op 27 juni 2024 bij de politie een verklaring afgelegd. Hij verklaarde het volgende.
Die dag, 8 april 2024, ben ik met [medeverdachte] meegegaan. [medeverdachte] reed.
Feit 1 in de zaak met parketnummer 03.124562.24: woninginbraak in Venlo
Op 8 april 2024 deed [slachtoffer 11] aangifte van een poging tot inbraak in haar woning gelegen aan de [adres 1] in Venlo en verklaarde onder meer het volgende:
Op maandag 8 april 2024, omstreeks 13.15 uur, verliet ik mijn woning. Op dat moment waren al mijn deuren en ramen afgesloten. Op genoemde datum, omstreeks 20.45 uur, kwam ik aan bij mijn woning. Tussen 13.15 uur en 20.45 uur ben ik niet bij mijn woning geweest. Ik was op het moment dat ik thuis kwam samen met mijn dochter en mijn schoonzoon. Ik wilde via de voordeur naar binnen gaan. Toen ik voor de voordeur stond, zag ik dat de deur op een kiertje stond. Toen ik richting het slot keek, zag ik dat dit volledig vernield was. Ik zag de sponning volledig uit het kozijn hing. Ik zag dat het nachtslot in de losse sponning hing. Ik zag dat het hout uit het kozijn los was getrokken.
Daarna keken wij naar de camerabeelden van de camera die ik aan mijn voorgevel heb hangen. Op de camerabeelden was te zien dat er twee mannen om 20.28 uur het beeld in komen lopen en dat ze naar de achterzijde van mijn woning lopen. Even later is te zien dat de twee mannen weer naar de voorzijde van mijn woning lopen en richting mijn voordeur lopen. Ook is te horen dat er aan mijn deur werd gerommeld. Na enige tijd is er te horen dat iemand vraagt of het lukt.
Toen de politie ter plaatse was, ben ik samen met de politie en mijn schoonzoon naar de achterzijde van mijn woning gelopen. Daar zag ik dat de rolluiken nog steeds naar onder zaten. Ik zag dat er op de rails van het rolluik beschadigingen zaten.
De verdachte [medeverdachte] heeft op 12 april 2024 een verklaring afgelegd bij de politie en verklaarde het volgende.
U laat mij de camerabeelden zien van de poging inbraak aan de [adres 1] in Venlo. Er zijn twee personen te zien. Ik herken mezelf op de beelden. De tweede persoon herken ik ook. Die is ook aangehouden. Dat is [verdachte] . Wij wilden inbreken in een huis. Wij konden niet naar binnen via de achterzijde van de woning. Daarna hebben wij bij de voordeur geprobeerd om de woning binnen te gaan. Dat lukte niet. We hebben met een schroevendraaier geprobeerd om de deur te forceren door de schroevendraaier in het slot te duwen. Toen kwam de buurman en zijn we weggegaan.
De verdachte [medeverdachte] verklaarde aanvullend dat hij samen was met [verdachte] bij deze woning inbraak (opmerking verbalisant: [verdachte] is bij het onderzoeksteam bekend als [verdachte] ).
De verdachte [verdachte] heeft op 11 april 2024 bij de politie een verklaring afgelegd. Hij verklaarde het volgende.
Ik ben te zien op de door u getoonde camerabeelden samen met [medeverdachte] . Wij zijn met de auto naar Venlo gekomen. Waarschijnlijk zou het de Audi zijn waarmee we waren. Ik heb geprobeerd de poort te verbreken. [medeverdachte] had een schroevendraaier, omdat wij probeerden om de deur open te maken.
Algemeen
Na de poging woninginbraak op de [adres 1] in Venlo werd op 8 april 2022 om 22:05 uur [medeverdachte 2] aangehouden in de blauwe Audi A6 (met kenteken [kentekennummer 2] ) na een ANPR-hit. In de auto werden diverse sieraden en mobiele telefoons aangetroffen.
Op woensdag 10 april 2024 werden [medeverdachte] en [verdachte] aangehouden in een grijze Audi A4, voorzien van het Franse kenteken: [kentekennummer 1].
Op 12 april 2024 werd de Audi A4 doorzocht. Hierin werden onder andere sieraden,
Persoonsdocumenten, kleding en handtas aangetroffen, waaronder:
Een ring, kleur rosé, met een ster, 1 roze diamant. (in armsteun)
goud met zwart armbandje met kraaltjes (op achterbank)
gouden klokje (in kofferbak)
handtas met daarin sieraden (in kofferbak)
De historische ANPR-gegevens van de kentekens [kentekennummer 1] en [kentekennummer 2] werden gevorderd en verstrekt, van 5 april 2024 tot en met 25 april 2024. De gegevens werden onderzocht. In de vierde kolom werd weergegeven of:
het kenteken (K) of voertuig gezien werd (V:dus geen kenteken gezien op beelden of door getuigen).
er beelden (B) of getuigen (G) waren die het voertuig of kenteken vastgelegd of gezien hebben.
een van de verdachten (VE) gezien is op de PD.
wanneer geen van voornoemde van toepassing is werd dit aangegeven met de N van negatief.
Datum en tijdstippen
Incidenten
Locatie ANPR
Kenteken (K)
Voertuig (V)
Getuigen (G)
Beelden (B)
Negatief (N)
Verdachten (VE)
05-04-2024
09:40 – 20:15 uur
[adres 18] Roermond
13:45 A67 li 75.1 Venlo GO NL IN
13:55 10 Weselseweg x Toerit A67 EHVN
20:26 N280 re 25 Roermond
15:59 N280 li 25.0 Roermond
18:44 N271 Rijksweg N x Molenweg
20:48 10 Weselseweg x Nw Goltenweg
[kentekennummer 1] (N)
[kentekennummer 2] (N)
06-04-2024
09:00 – 14:30 uur
[adres 7] Steyl
10:41 A74 re 99.9 Tegelen GO
14:37 N280 re 25 Roermond
11:14 N280 li 25.0 Roermond
12:04 A67 li 0.2 Bladel
19:29 A67 re 0.2 Bladel
20:05 A67 re 75.1 Venlo
[kentekennummer 1] (N)
[kentekennummer 2] (V/B/K)
08-04-2024
13:30 – 14:00 uur
08-04-2024
20:00 – 21:00 uur
08-04-2024
18:30 uur
[adres 2] 46 Weert
[adres 1] Venlo
Simonshoek Meijlen (verdachte sit)
12:25 N280 li 25.0 Roermond
15:03 09 Leenderweg ri Eindhoven
21:56 N280 li 25.0 Roermond
[kentekennummer 2] (V/G)
Herkenning [medeverdachte] (VE).
GSM [medeverdachte 2] in nabije omgeving loc.
Gegevens
[kentekennummer 1] (B/V) / [verdachte] en [medeverdachte] (VE)
09-04-2024
11:50 – 12:25 uur
[adres 19] Roermond
A67 re 0.2 Bladel
[kentekennummer 1] (N)
Uit het onderzoek bleek dat er op 8 april 2024 meerdere incidenten hebben plaatsgevonden, waaraan de verdachten in het onderzoek en gebruikte voertuigen, gerelateerd kunnen worden, namelijk:
12:25 uur > ANPR-hit N280 te Roermond, Nederland in, [kentekennummer 2]
13:02 uur > verdachte situatie [adres 20] Weert
13:30 uur > verdachte situatie [adres 21] Weert
13:45 uur > woninginbraak [adres 2] Weert
14:15 uur > woninginbraak [adres 8] Maarheeze
14:45 uur > poging woninginbraak [adres 9] Leende
15:03 uur > ANPR-hit Leenderweg richting Eindhoven, [kentekennummer 2]
20:30 uur > poging woninginbraak [adres 1] Venlo
21:56 uur > ANPR-hit N280 te Roermond, Nederland in, [kentekennummer 2]
22:05 uur > aanhouding [medeverdachte 2]
De tijdlijn en reistijd (via Google maps) laten zien dat het haalbaar is om op alle voornoemde locaties te zijn geweest.
De bevindingen van bovengenoemde incidenten werden vergeleken, op basis van betrokken
personen, voertuig, afstand tussen locaties en reistijd. Hieruit bleek dat:
Verdachte [medeverdachte] bevond zich (in de nabijheid) van alle genoemde locaties, ten tijde van de genoemde incidenten.
Verdachte [verdachte] bevond zich (in de nabijheid) van alle genoemde locaties, ten tijde van de genoemde incidenten.
De betrokken Audi, voorzien van het kenteken [kentekennummer 2] werd bestuurd, terwijl verdachten [medeverdachte] en [verdachte] niet in het voertuig zaten. De identiteit van deze persoon, kon niet worden vastgesteld.
Bewijsoverwegingen inbraken 8 april 2024
Op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte samen met [medeverdachte] inbraken heeft gepleegd in de woningen aan de [adres 2] in Weert, [adres 8] in Maarheeze en een poging tot inbraak in de woningen aan de [adres 9] in Leende en de [adres 1] in Venlo. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen af dat de verdachte en [medeverdachte] op 8 april 2024 bij elkaar waren en die dag van ’s middags tot ’s avonds met elkaar op pad zijn geweest. Zij hebben die dag de auto Audi A6, voorzien van het kenteken [kentekennummer 2] , gebruikt om bij de woningen te komen. Dit volgt zowel uit de beschrijvingen van de diverse camerabeelden bij die woningen als het tijdspad dat past bij de ANPR-gegevens en de reisafstand tussen de diverse woninginbraken. In de Audi A6 werd [medeverdachte 2] ‘s avonds om 22:00 uur aangehouden. In de auto werden diverse sieraden aangetroffen. Enkele sieraden werden later herkend door aangeefster [slachtoffer 1] ( [adres 2] ) en aangever [slachtoffer 9] ( [adres 8] ). De verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] hebben bekend dat zij samen hebben geprobeerd in te breken in de woning aan de [adres 1] in Venlo. Ook heeft de medeverdachte [medeverdachte] verklaard dat hij in de woning is geweest aan de [adres 2] in Weert, dat hij samen was met de verdachte [verdachte] en dat er in de tas onder meer juwelen zaten. Zij waren dus samen bij het eerste delict rond 13:45 uur en bij het laatste delict rond 20:30 uur.
Al deze feiten en omstandigheden, in samenhang met hetgeen in de bewijsmiddelen is opgenomen, acht de rechtbank redengevend voor het bewijs van de betrokkenheid van de verdachte bij alle tenlastegelegde (pogingen tot) woninginbraken op 8 april 2024.
Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met [medeverdachte] de (pogingen tot) woninginbraken die ten laste zijn gelegd onder de feiten 1 en 2 primair (in de zaak met parketnummer 03.124562.24) en de feiten 6 en 7 (in de zaak met parketnummer 03.233347.24) heeft gepleegd.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
In de zaak met parketnummer 03.124562.24
1.
op 8 april 2024 in de gemeente Venlo tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om in een woning aan de [adres 1] , alwaar verdachte en zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende zouden hebben bevonden, een of meer goederen van hun gading, toebehorende aan [slachtoffer 11] , weg te nemen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, het slot en het kozijn heeft geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
primair
op 8 april 2024 in de gemeente Weert, tezamen en in vereniging met anderen in een woning aan de [adres 2] , alwaar verdachte en zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, sieraden toebehorende aan [slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van inklimming.
In de zaak met parketnummer 03.233347.24
1.
op een of meer tijdstippen in de periode van 24 december 2023 tot en met 1 januari 2024 te Nuth, gemeente Beekdaelen, in een woning aan de [adres 3] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, sieraden, een tablet, een camera en kleingeld toebehorende aan [slachtoffer 2] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
2.
op 18 januari 2024 te Herten, in de gemeente Roermond, tezamen en in vereniging met een ander, in een woning aan de [adres 4] , alwaar verdachte en zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, sieraden, een zonnebril en tassen, toebehorende aan [slachtoffer 3] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;
4.
op 2 april 2024 te Haelen, gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een ander in een woning aan de [adres 6] , alwaar verdachte en zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, sieraden toebehorende aan [slachtoffer 5] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;
6.
op 8 april 2024 te Maarheeze, in de gemeente Cranendonck, tezamen en in vereniging met anderen, in een woning aan de [adres 8] , alwaar verdachte en zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 9] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;
7.
op 8 april 2024 te Leende, in de gemeente Heeze-Leende, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om in een woning aan de [adres 9] , alwaar verdachte en zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende zouden hebben bevonden, een of meer goederen van hun gading, toebehorende aan [slachtoffer 10] , weg te nemen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, de schuifpui en de naastgelegen achterdeur heeft geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
In de zaak met parketnummer 03.124562.24
Feit 1: poging tot diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze poging tot diefstal vergezeld gaat van de in
artikel 311, eerste lid, onder 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden.
Feit 2 primair: diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden.
In de zaak met parketnummer 03.233347.24
Feit 1: diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheid.
Feit 2: diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden.
Feit 4: diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden.
Feit 6: diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden.
Feit 7: poging tot diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze poging tot diefstal vergezeld gaat van de in
artikel 311, eerste lid, onder 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
5. De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6. De straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 66 maanden, met aftrek van het voorarrest.
Ter onderbouwing van zijn strafeis heeft de officier van justitie onder meer naar voren gebracht dat in deze zaak sprake is van mobiel banditisme, hetgeen kort gezegd inhoudt dat de verdachte met anderen naar Nederland is gekomen met als enige doel het plegen van vermogensdelicten. Hiertoe heeft de officier van justitie verwezen naar diverse kenmerken die opgesomd worden in de ‘Richtlijn voor strafvordering mobiel banditisme’ van het openbaar ministerie:
de verdachten hebben geen binding of vaste verblijfplaats in Nederland;
de woninginbraken zijn stelselmatig gepleegd in een relatief korte periode van enkele maanden;
er is steeds sprake van twee of meer daders, in wisselende samenstellingen;
er worden wisselende auto’s gebruikt; twee Audi’s.
de verdachten hebben het steeds gemunt op verhandelbare goederen, in deze zaak: sieraden;
de verdachten hebben in meerdere landen een strafblad voor onder andere vergelijkbare strafbare feiten.
Volgens de officier van justitie moet dit soort criminaliteit hard worden bestraft. Het gaat immers om high-impact crime die het veiligheidsgevoel en welbevinden van burgers ernstig aantast en tot onrust in de woonwijken lijdt. Zeker bij woninginbraken speelt daarbij extra het onbehaaglijke gevoel dat slachtoffers zelf ervaren: het gevoel dat er onbekenden in huis zijn geweest die persoonlijke spullen, vaak zelfs nog tot in de slaapkamer aan toe, hebben doorzocht. Dit alles maakt dat het openbaar ministerie bij dit soort feiten hoge straffen op zijn plaats vindt en gerechtvaardigd acht. Daarnaast heeft de officier van justitie acht geslagen op de OM-richtlijn mobiel banditisme en de LOVS-oriëntatiepunten omtrent woninginbraken.
Al deze onderdelen beschouwend heeft de officier van justitie per voltooide woninginbraak een gevangenisstraf geëist van negen maanden en bij een poging woninginbraak een gevangenisstraf van zes maanden. Het handelen van de verdachte, de procespositie en de documentatie van de verdachte in andere landen, rechtvaardigen deze eis, aldus de officier van justitie. De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat gezien deze omstandigheden de strafeis uiteindelijk neerkomt op een vermenigvuldiging van het aantal feiten maal voornoemde uitgangspunten. De officier van justitie heeft tot slot de gevangenneming van de verdachte gevorderd.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft zich in ruim vier maanden tijd op vier verschillende dagen schuldig gemaakt aan in totaal vijf woninginbraken, op een na allen samen met een ander of anderen, en twee pogingen daartoe, omdat oplettende bewoners dit wisten te voorkomen. De verdachte was, veelal samen met zijn mededaders, in zeer korte tijd in staat om middels braak en inklimming woningen te betreden, de woningen te doorzoeken en er met de buit vandoor te gaan. Ze waren duidelijk op rooftocht en zijn enkel naar Nederland gekomen om hier in woningen in te breken. Door hen werden wisselende auto’s gebruikt en de verdachten hadden het steeds gemunt op verhandelbare goederen. Ze reden door woonwijken, zochten een geschikte woning en braken brutaalweg in. Bij de woninginbraken werd in veel gevallen een behoorlijke schade achtergelaten bij de verschillende slachtoffers, een grote ravage aangericht - vaak zelfs tot in de slaapkamer - en zijn meerdere keren sieraden buitgemaakt, die voor de slachtoffers een niet in geld uit te drukken emotionele waarde vertegenwoordigen.
Woninginbraken hebben voor de slachtoffers ervan een grote impact. De verdachte heeft bijgedragen aan een groot gevoel van onveiligheid bij de slachtoffers en andere buurtbewoners. Niet alleen de financiële schade en de administratieve rompslomp die deze delicten teweegbrengen, maar vooral ook de emotionele schade valt de slachtoffers zwaar. Voor de bewoners is het ontzettend naar dat iemand in hun persoonlijke ruimte is binnengedrongen. Een woning is een plek waar een persoon zich veilig zou moeten voelen. De verdachten hebben enkel oog gehad voor hun eigen gewin en op grote schaal goederen van mensen afhandig gemaakt.
De rechtbank acht een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plek, gelet op de grote hoeveelheid aan (pogingen tot) woninginbraken waaraan de verdachte zich schuldig heeft gemaakt en de vele mensen die de dupe zijn geworden van het handelen van de verdachte en zijn medeverdachten.
De rechtbank is van oordeel dat zowel vanuit generale als speciale preventie aan verdachte en zijn mededaders, die kennelijk alleen naar Nederland (en andere landen) afreizen om vermogensdelicten in georganiseerde rooftocht te plegen in het buitenland, een duidelijk signaal moet worden afgegeven.
De rechtbank neemt bij het bepalen van de straf ten nadele van de verdachte in aanmerking dat hij, zoals blijkt uit zijn strafblad, reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor diefstal in Frankrijk.
Aan de andere kant heeft de rechtbank ook oog voor straffen in min of meer vergelijkbare zaken en de LOVS-oriëntatiepunten. Hieruit volgt dat voor een voltooide woninginbraak, waarbij sprake is van recidive, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden ingeval van braak en 3 maanden in geval van inklimming als uitgangspunt geldt. Gelet op de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd, het enkel afreizen naar Nederland om dit soort feiten te plegen, de omvang van de schade, de emotionele waarde van de weggenomen goederen en het overhoop halen van de woningen, acht de rechtbank een hoger uitgangspunt passend, maar niet in die mate zoals door de officier van justitie is geëist. De rechtbank zal daarom een gevangenisstraf op leggen van 6 maanden per voltooide in vereniging gepleegde woninginbraak, 5 maanden ingeval van inklimming en voor de alleen gepleegde woninginbraak en 4 maanden per poging woninginbraak.
De rechtbank komt dan, volgens eenzelfde systematiek als de officier van justitie, tot het oordeel dat alles afwegende een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend is. Deze straf is gezien voornoemd verschil in uitgangspunten en een andere bewezenverklaring dan waar de officier van justitie is uitgegaan lager dan door de officier van justitie is geëist.
Bevel gevangenneming
Anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, zal de rechtbank nu geen bevel tot gevangenneming van de verdachte geven. Het voorarrest is op 10 januari 2025 na ruim negen maanden opgeheven, omdat daarvoor maar twee inbraken meetelden. De officier van justitie heeft niet gemotiveerd waarom de gevangenneming ruim een jaar later nog mogelijk, laat staan noodzakelijk, is. De enkele eis van vijfenhalf jaar gevangenisstraf is daarvoor niet genoeg. De straf van de rechtbank is weliswaar ruim twee jaar langer dan het voorarrest heeft geduurd, maar de rechtbank ziet ook ambtshalve geen noodzaak tot gevangenneming.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering.
7. De benadeelde partij
De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij [slachtoffer 1] (in de zaak 03.124562.24 feit 2) heeft een verzoek ingestuurd middels het wensenformulier d.d. 22 april 2024 dat hij geen financiële vergoeding wenst, maar teruggave van de gestolen sieraden.
Het oordeel van de rechtbank
De vordering van [slachtoffer 1]
De rechtbank overweegt dat het verzoek van de benadeelde partij op het wensenformulier moet worden geïnterpreteerd als een ingediende vordering tot teruggave van de goederen. Op grond van artikel 51f, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering kan de benadeelde partij evenwel zich slechts ter zake van een vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces en niet ter zake van een vordering tot teruggave van zijn sieraden. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
8. Het beslag
Onder de verdachte zijn de volgende voorwerpen (in de zaak 03-124562-24) in beslag genomen:
Ten aanzien van deze in beslag genomen goederen zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte, zijnde degene die redelijkerwijs als rechthebbende van deze goederen kan worden aangemerkt, nu geen strafvorderlijk belang als bedoeld in artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering zich daartegen verzet. De rechtbank overweegt hiertoe dat uit het dossier blijkt dat de schoenen toebehoren aan de verdachte en dat op de telefoon geen relevante informatie is aangetroffen.
9. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 45, 47, 57, 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
10. De beslissing
Benadeelde partij (in de zaak 03.124562.24 feit 2)
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van het onder 3 en 5 in de zaak met parketnummer 03.233347.24 ten laste gelegde feiten;
Bewezenverklaring
Strafbaarheid
Straf
Vordering gevangenneming
- wijst de vordering tot gevangenneming af;
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering;
Beslag (in de zaak 03-124562-24)
- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte;
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Bastiaans, voorzitter, mr. N.P.J. van de Pasch en
mr. K. Mestrom, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Zijlstra, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 februari 2026.
Buiten staat
Mrs. N.P.J. van de Pasch, K. Mestrom en J. Zijlstra zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat
In de zaak met parketnummer 03.124562.24
1.
hij op of omstreeks 8 april 2024 in de gemeente Venlo tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, aan de [adres 1] alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een of meer goederen van zijn/haar/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben, hij verdachte en/of zijn mededader(s) het slot en/of het kozijn geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
primair
hij op of omstreeks 8 april 2024 in de gemeente Weert, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten aan de [adres 2] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
subsidiair
[medeverdachte] , [medeverdachte 2] en/of een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 8 april 2024 in de gemeente Weert ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, aan de [adres 2] alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een of meer goederen van zijn/haar/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben, hij verdachte en/of zijn mededader(s) het slot en/of het kozijn geforceerd,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 8 april 2024 in de gemeente Weert, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft
verschaft, door (huiten de woning) op de uitkijk te (blijven) staan, en/of op andere wijze hand- en spandiensten te verrichten waardoor [medeverdachte] en/of [medeverdachte 2] , althans een (of meerdere) (andere) perso(o)n(en) het feit heeft kunnen plegen;
In de zaak met parketnummer 03.233347.24
1.
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 december 2023 tot en met 1 januari 2024 te Nuth, gemeente Beekdaelen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten aan de [adres 3] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), sieraden, een tablet, een camera en/of kleingeld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
2.
hij op of omstreeks 18 januari 2024 te Herten, in de gemeente Roermond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten aan de [adres 4] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), sieraden, een zonnebril en/of tassen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
3.
hij op of omstreeks 29 maart 2024 te Herten, in de gemeente Roermond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten aan de [adres 5] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
4.
hij op of omstreeks 2 april 2024 te Haelen, gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten aan de [adres 6] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
5.
hij op of omstreeks 6 april 2024 te Steyl, in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten aan de [adres 7] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
6.
hij op of omstreeks 8 april 2024 te Maarheeze, in de gemeente Cranendonck, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten aan de [adres 8] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
7.
hij op of omstreeks 8 april 2024 te Leende, in de gemeente Heeze-Leende tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, aan de [adres 9] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een of meer goederen van zijn/haar/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 10] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben, hij verdachte en/of zijn mededader(s) de schuifpui en/of de naastgelegen achterdeur geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.