ECLI:NL:RBLIM:2026:1639

ECLI:NL:RBLIM:2026:1639

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 17-02-2026
Datum publicatie 17-02-2026
Zaaknummer 03.324144.24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Vrijspraak bedreiging en mishandeling. Ontbreken van dubbel opzet op het medeplegen

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03/324144-24

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 17 februari 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te Heerlen op [geboortedatum] 1990,

wonende te [woonplaats verdachte] , [adres verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.A.T.X. Vonken, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 3 februari 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen [medeverdachte] (parketnummer 03/326159-24).

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte, al dan niet met een of meer anderen, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling (feit 1) en die [slachtoffer 1] heeft mishandeld (feit 2).

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde feit. De verdachte is samen met medeverdachte [medeverdachte] naar het slachtoffer toegegaan. Zij hebben het slachtoffer bedreigd door samen met een bierflesje dreigend op hem af te lopen, een vuurwapen te tonen en met dat vuurwapen in de lucht te schieten. Op de camerabeelden die in het dossier zitten, is te zien dat de verdachte en [medeverdachte] elkaars gedragingen aanvullen en versterken, zodat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking, hetgeen kwalificeert als medeplegen.

Ten aanzien van de onder feit 2 tenlastegelegde mishandeling heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd. In het dossier bevinden zich buiten de camerabeelden geen andere bewijsmiddelen waaruit blijkt dat sprake is geweest van pijn en/of letsel bij het slachtoffer, en dat is nodig voor een bewezenverklaring van mishandeling. Bij gebrek aan bewijs daarvan, moet de verdachte worden vrijgesproken.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van beide tenlastegelegde feiten. Ten aanzien van feit 1 geldt dat de verdachte niet wist dat [medeverdachte] een vuurwapen bij zich had, waardoor geen sprake is van medeplegen wegens het ontbreken van het daarvoor vereiste dubbel opzet. Ook van voorwaardelijk opzet op het delict en op de onderlinge samenwerking is geen sprake. Ten aanzien van het bierflesje kan niet worden aangenomen dat dit onderdeel is geweest van de bedreiging. Op de camerabeelden is te zien dat de verdachte meerdere keren drinkt uit het flesje en daarmee ook de plaats delict verlaat; de verdachte had dit bierflesje toevallig bij zich. Dit vindt steun in de verklaring van de verdachte dat hij onder invloed was van alcohol. Het geluid op de beelden van iets dat kapot viel, betreft vermoedelijk de telefoon van het slachtoffer [slachtoffer 1] . Ten aanzien van de onder feit 2 tenlastegelegde mishandeling kan niet worden bewezen dat het slachtoffer pijn of letsel heeft gehad en dat is vereist voor een bewezenverklaring van mishandeling. De verdachte moet ook van dit feit worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraakoverwegingen

T.a.v. feit 1

De rechtbank stelt op basis van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting vast dat de verdachte op 8 oktober 2024 naar het slachtoffer [slachtoffer 1] is gegaan, kennelijk om een conflict uit te praten, en dat medeverdachte [medeverdachte] met hem is meegegaan. Uit camerabeelden en de verklaring van de verdachte ter terechtzitting blijkt dat bij de ontmoeting sprake was van een geagiteerde sfeer en een verhitte discussie, waarbij de partijen over en weer op elkaar afliepen. Hoewel de verdachte hierbij een bierflesje in zijn hand had en hij en [medeverdachte] , maar ook het slachtoffer, een dreigende houding aannamen, is de rechtbank van oordeel dat deze gedragingen van onvoldoende gewicht zijn om te kunnen spreken van een bedreiging tegen het leven gericht of met zware mishandeling, temeer nu niet is gebleken dat de verdachte het bierflesje op een dreigende wijze heeft gebruikt.

Het zwaartepunt van het tenlastegelegde betreft het door [medeverdachte] getrokken vuurwapen waarmee hij in de lucht heeft geschoten. Deze gedraging is naar het oordeel van de rechtbank bij uitstek een bedreiging in de zin van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht, maar omdat de verdachte niet de persoon is die het vuurwapen heeft getrokken en daarmee heeft geschoten, dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of sprake is geweest van medeplegen door de verdachte.

Die vraag beantwoordt zij ontkennend. Niet is komen vast te staan dat de verdachte wist dat [medeverdachte] een vuurwapen bij zich had. De verdachte ontkent dit en deze ontkennende verklaring wordt niet weerlegd door de camerabeelden, waarop te zien is dat [medeverdachte] het wapen tot het moment van schieten verborgen hield in zijn broekzak. Evenmin blijkt op basis van de bewijsmiddelen dat sprake is geweest van een gezamenlijk plan om een vuurwapen mee te nemen en om [slachtoffer 1] daarmee te confronteren. De officier van justitie heeft ter terechtzitting gewezen op het bericht van [medeverdachte] aan [bekende medeverdachte] om 02:59 uur, waarin hij schrijft dat hij weg moet omdat ‘de club’ belde wegens problemen. Dit bericht is naar het oordeel van de rechtbank evenwel ook onvoldoende om tot bewijs te komen van wetenschap bij de verdachte van het vuurwapen. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende bewijs is voor het voor medeplegen vereiste opzet, zodat de verdachte wordt vrijgesproken.

T.a.v. feit 2:

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie en de raadsman, wel van oordeel dat sprake is geweest van een mishandeling, gelet op de uit de beelden blijkende kracht waarmee door [medeverdachte] is geslagen; naar algemene ervaringsregels veroorzaakt een dergelijke slag pijn bij het slachtoffer. De verdachte is ook bij deze mishandeling aanwezig geweest, maar heeft zelf geen geweldshandeling verricht. Evenmin is gebleken dat er een gezamenlijk plan is geweest om [slachtoffer 1] te mishandelen, noch dat de verdachte door zijn handelen enige bijdrage heeft geleverd aan de mishandeling. Aldus ontbreekt het bewijs voor de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, zodat de verdachte ook van dit feit dient te worden vrijgesproken.

4. De beslissing

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen dat de verdachte de hem ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. el Jerrari, voorzitter, mr. H.M.J. Quaedvlieg en mr. S.L.M. van Venrooij, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W.P. Huntjens, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 februari 2026.

Buiten staat

Mr. El Jerrari en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

T.a.v. feit 1:

hij op of omstreeks 8 oktober 2024 te Heerlen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of zware mishandeling door - tezamen in een dreigende houding en/of terwijl verdachte en/of zijn mededader met een (glazen) bierflesje, althans een op een (glazen) bierflesje gelijkend voorwerp, in elk geval enig voorwerp in de hand op die [slachtoffer 1] af te lopen en/of - (vervolgens) die [slachtoffer 1] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en/of met dit voorwerp in de lucht te schieten;

T.a.v. feit 2:

hij op of omstreeks 8 oktober 2024 te Heerlen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] een of meerdere malen, al dan niet met gebalde vuist, in het gezicht/gelaat te slaan.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?