ECLI:NL:RBLIM:2026:1749

ECLI:NL:RBLIM:2026:1749

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 20-02-2026
Datum publicatie 20-02-2026
Zaaknummer 03.374157.24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing bij een woning op 21 november 2024 en op 23 november 2024 heeft hij samen met zijn mededaders wederom bij dezelfde woning opzettelijk een ontploffing teweeggebracht.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03.374157.24

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 20 februari 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,

wonende te [adres 1] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. S.P. Koerselman, advocaat kantoorhoudende te Zoetermeer.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 februari 2026. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft op de zitting gebruik gemaakt van haar spreekrecht. Namens haar heeft mw. [naam 3] van Slachtofferhulp Nederland het woord gevoerd over de vordering tot schadevergoeding. De benadeelde partij [slachtoffer 1] is niet op de zitting verschenen. De rechtbank heeft de vorderingen tot schadevergoeding behandeld.

Deze zaak is gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld met de strafzaken tegen de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met de parketnummers 03.374129.24 respectievelijk 03.374223.24.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

(samen) met (een) ander(en):

Feit 1: op 20 november 2024 te Roermond een ontploffing teweeg heeft gebracht, waardoor gemeen gevaar voor goederen te duchten was;

Feit 2: op 21 november 2024 te Roermond een ontploffing teweeg heeft gebracht, waardoor gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was;

Feit 3: op 23 november 2024 te Roermond een ontploffing teweeg heeft gebracht, waardoor gemeen gevaar voor goederen te duchten was.

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder feit 1 tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte dient derhalve daarvan te worden vrijgesproken.

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de overige feiten, zoals tenlastegelegd onder feit 2 en feit 3.

Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie verwezen naar de verklaring van de verdachte, inhoudende dat hij degene is geweest die de bom heeft gegooid. Uit het dossier blijkt voorts dat hij de auto vlak naast de woning heeft neergezet en uit de beelden blijkt vervolgens dat hij het explosief met kracht naar voren heeft geworpen. Gelet op die uiterlijke verschijningsvorm is er op zijn minst sprake van voorwaardelijk opzet op het teweegbrengen van de ontploffing bij de woning van aangeefster [slachtoffer 2] . Met betrekking tot de mate van gevaarzetting en de voorzienbaarheid heeft de officier van justitie verwezen naar het forensisch onderzoek door de politie en de aangifte van [slachtoffer 2] , waaruit blijkt dat het midden in de nacht was en zij met haar kinderen aanwezig was in de woning. De bestanddelen levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen kunnen daarom bewezen worden verklaard. Ook het medeplegen kan volgens de officier van justitie bewezen worden verklaard omdat de verdachte bij de politie heeft verklaard dat hij in opdracht heeft gehandeld van een ander.

Ten aanzien van feit 3 heeft de officier van justitie naar voren gebracht dat de verklaring van de verdachte, inhoudende dat hij slechts de chauffeur was en niet wist wat de bedoeling was, ongeloofwaardig is gelet op het feit dat hij een dag ervoor (feit 2) ook een ontploffing teweeg heeft gebracht op hetzelfde adres van aangeefster. Ondanks dat op basis van het dossier niet met zekerheid kan worden vastgesteld wie de ontploffing teweeg heeft gebracht, staat vast dat alle drie de verdachten een wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van het delict waardoor het medeplegen wettig en overtuigend kan worden bewezen. De officier van justitie heeft hierbij verwezen naar de gegevens die uit de telefoons naar voren zijn gekomen, de camerabeelden waaruit blijkt dat een iemand het explosief afsteekt en een ander het filmt, de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] die inhoudt dat hij een cobra heeft gekocht en de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] die inhoudt dat hij het afsteken van het explosief moest filmen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw is van mening dat het onder 1 ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft zich daarbij aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie.

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het onder feit 2 ten laste gelegde feit primair op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken omdat volgens haar, door de afstand tussen de woning en de ontploffing van het explosief, niet voorzienbaar was dat levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en gemeen gevaar voor goederen te duchten was. Immers heeft de verdachte volgens de raadsvrouw het explosief juist op grote afstand van de woning gegooid en wilde hij enkel een harde knal daarmee veroorzaken.

Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat op basis van het dossier enkel een bewezenverklaring kan volgen voor het teweegbrengen van een ontploffing waardoor gemeen gevaar voor goederen te duchten was.

Met betrekking tot het onder feit 3 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat bij de verdachte geen sprake is van (voorwaardelijk) opzet op de ontploffing omdat de verdachte het explosief niet zelf heeft afgestoken, hij niet wist wat voor explosief het was en hij had geen weet van hoe ernstig de knal zou zijn. De verdachte dacht namelijk dat het wel mee zou vallen, gelet op zijn ervaring van de dag daarvoor. Tevens fungeerde hij enkel als chauffeur en heeft hij ten tijde van de ontploffing in de auto zitten wachten. Derhalve kan de verdachte niet als medepleger worden gezien, maar slechts als medeplichtige. Nu de medeplichtigheidsvariant niet ten laste is gelegd dient de verdachte te worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 1:

Met de officier van justitie en de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte het ten laste gelegde heeft gepleegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 2 en feit 3:

Bewijsmiddelen

Aangeefster [slachtoffer 2] heeft aangifte gedaan van de gebeurtenis van 21 november 2024 (feit 2) en heeft daarbij als volgt verklaard:

Ik doe aangifte van brandstichting. Er is een explosie voor mijn huis geweest, waarbij er schade aan mijn voertuig die op de oprit geparkeerd stond, de gevel van mijn woning en/of mijn oprit is ontstaan.

21 november 2024 was ik in mijn woning gelegen aan de [adres 2] aanwezig. Mijn drie kinderen van, 7 maanden, 18 maanden en 6 jaar oud lagen op bed. […] Ikzelf was beneden in de woonkamer met de vader van de kinderen. […] Omstreeks 22:00 ging mijn ex-partner naar buiten om te roken. Hij vertelde mij, toen hij weer naar binnenkwam, dat hij een jongen zag met een capuchon op die zich vreemd gedroeg. […] Om 23:24 hoorde ik een auto aankomen en stationair draaien voor mijn huis. Ik opende de app van de camera’s en keek live mee. […] Ik zag op de camerabeelden dat de auto met zijn neus richting de rotonde stond. Ik zag door het raam aan de passagierskant beweging en vlak daarna dat iets naar buiten werd gegooid wat brandde. Dit kwam terecht in de gedeelde voortuin met de buren van nummer [huisnummer 1] . […] Ik heb hierna de camerabeelden nog verder bekeken. Ik zag dat om 22:35 een auto voorbijreed, mogelijk een witte caddy.

Verbalisanten [naam 4] en [naam 5] relateerden op 22 november 2024 onder meer als volgt:

Tijdens surveillance op 21 november 2024, omstreeks 23:25 uur, bevonden wij ons aan de [straat 2] te Roermond. Wij hoorden een harde explosie en zagen een steekvlam in de richting van de [straat 1] .

Wij begaven ons onmiddellijk richting de [straat 1] . Ter hoogte van perceel [huisnummer 2] zagen wij meerdere kleine delen plastic op de grond welke nog nabrandde. Wij zagen dat vóór perceel [huisnummer 2] op het trottoir een plas vloeistof lag, diameter ongeveer 50 centimeter. Wij zagen dat het bovenste deel van een transparante petfles op het trottoir nabij de plas lag en nog deed nabrandde. Aldaar roken wij wasbenzine.

De bewoners van perceel [huisnummer 3] , [huisnummer 2] en [huisnummer 1] hadden beelden van het voorval. […] Op de getoonde beelden zagen wij dat omstreeks 23:25 uur een witte bedrijfsauto (caddy) met imperiaal op het dak […] reed in de richting van [straat 2] . […] Wij zagen dat de caddy stopte ter hoogte van perceel [huisnummer 2] . Wij zagen in de caddy een kleine lichtschittering. Hierop volgend zagen wij dat achter de gepareerde auto met kenteken [kenteken] , welke op de oprit van perceel [huisnummer 2] geparkeerd stond, zich rookontwikkeling vormde en een brand ontstond. Wij zagen dat de caddy wegreed. Ongeveer 10 seconden later zagen wij een grote explosie.

Verbalisanten [naam 6] en [naam 7] relateerden op 3 december 2024 onder meer als volgt:

Aanvang onderzoek

Op 22 november 2024 om 09:45 kwamen wij, naar aanleiding van een plaatsgehad hebbende ontploffing gevolgd door een brand, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [straat 1] ter hoogte van nummer [huisnummer 2] , [adres 4]

Bevindingen

Zeer waarschijnlijk is de brand/ontploffing veroorzaakt door een vuurwerk brandstof combinatie. […]

Wij zagen dat de voorgevel en de zijgevel van de woning op de [adres 2] een zwarte beroeting zichtbaar was (foto 5 en 6). Wij zagen dat de regenwaterafvoerbuis door vuur was aangetast en had gebrand. Wij zagen dat op de achterzijde van het voertuig brandschade zichtbaar was.

Brandonderzoek

Deze ontploffing/brand is ontstaan door het opzettelijk inbrengen en/of achterlaten van vuur. Er werd een ontploffing veroorzaakt met gebruikmaking van brandbare vloeistof welke als doel had het bevorderen van de brand.

Interpretatie van de bevindingen

Gelet op het aangetroffen brand- en schadebeeld, daarbij rekening houdend met informatie met betrekking tot de ontploffing/brand is duidelijk waar dit exact is begonnen. Gezien de verloopindicatoren staat vast dat de ontploffing/brand voor woning, op de openbare weg, is begonnen.

Gevaarzetting

Ten tijde van de brand bevond aangeefster zich met haar man en drie kinderen in de woning [adres 2] waar aan de voorzijde een brand/ontploffing was veroorzaakt. De brand/ontploffing vond plaats op de openbare weg. Naar aanleiding van de ontploffing ontstond brand. Indien de brand niet vroegtijdig zou zijn ontdekt had de brand verder kunnen uitbreiden naar de woning. Het betreft een twee onder een kap woning voorzien van kunststof kozijnen. Voor de woning op de oprit stond een voertuig geparkeerd. Gezien de bouwwijze en de aanwezigheid van een voertuig op de oprit bestond de mogelijkheid voor uitbreiding van de brand. Er is sprake geweest van gemeen gevaar voor goederen en er was levensgevaar voor personen te duchten.

Aangeefster [slachtoffer 2] heeft tevens aangifte gedaan van de gebeurtenis op 23 november 2024 (feit 3) en heeft daarbij als volgt verklaard:

Ik doe aangifte van brandstichting. Ik woon aan de [adres 2] , in Roermond. Aldaar is een explosie voor mijn woning geweest waarbij schade aan mijn woning is ontstaan.

Op 23 november 2024 was ik niet thuis en verbleef ik met de drie kinderen gezien de eerdere incidenten, in een vakantiehuis. […] Op 23 november 2024, om 01:02 uur, kreeg ik middels de Eufy app een melding op mijn telefoon. Aan de schuurzijde hangt een camera welke zicht gaf op de voordeur en aan de voordeur hangt een ringdeurbelcamera. Ik bekeek de melding en zag een manspersoon aan komen rennen. Ik zag dat de manspersoon vóór de voordeur aan de [adres 2] , in Roermond geknield zat en een voorwerp aanstak. Ik zag rookontwikkeling en het voorwerp begon te branden. Ik zag dat de manspersoon wegrende in de richting van [straat 2] . […] Ik hoorde middels de opgenomen beelden een harde explosie en de voordeur vatte vlam.

Verbalisant [naam 8] heeft de camerabeelden bekeken en heeft daarover onder meer als volgt gerelateerd:

Op 23 november 2024 was ik doende met het opsporingsonderzoek verdenking van brandstichting. Dit proces-verbaal dient als proces-verbaal van camerabeelden.

Ik, verbalisant, zag dat er meerdere camerabeelden beschikbaar zijn gesteld, tevens

door andere buren/omwonenden, echter zag ik dat er één doorlopend beeld was waar het

gehele strafbare feit op beeld staat. Dit beeld betreft het beeld aangeleverd door de

bewoner van huisnummer [huisnummer 4] , welke de beelden had van huisnummer [huisnummer 3] . Ik zag dat de

tijdstempels op de camerabeelden wel overeenkwamen met de werkelijke datum en tijd.

Ik zag namelijk dat er geen datum- en/of tijdsverschil zit tussen de

data-/tijdstempels ten tijden van het gepleegde feit.

Ik kan het signalement van de verdachte op de camerabeelden als volgt omschrijven:

- Lengte: 1.65 - 1.85 meter

- Postuur: Normaal/Breed

- Haardracht/kleur: Niet zichtbaar.

- Kleding: Capuchon dragend. Donkerkleurige jas/tui, Groene/Donker kleurige

joggingbroek, donkere Sneakers, Donkere muts/bivakmuts dragend.

Beschrijving beelden

Beeld 1: Ontploffing.mp4

Ik zag dat deze camera hing ter hoogte van een garagepoort van [straat 1] [huisnummer 3] . Ik

zag dat de camera zicht had op de parkeerplaatsen/opritten tussen de woningen [straat 1]

[huisnummer 2] en [huisnummer 3] en zicht had op beiden voordeuren van de woningen. De beelden

waren tevens voorzien van geluid. Ik zag dat de beelden de volgende datumstempel

aangaf: 23/11/2024.

01:02:12 - Ik zag dat de verdachte met bovengenoemd signalement rechts in beeld komt

langs de woning van huisnummer [huisnummer 3] . Ik zag dat de verdacht gezichtsbedekende kleding

droeg. Ik zag dat verdachte een voorwerp met beiden handen voor zich vasthield. Ik

zag dat de verdachte in de richting jogt van de voordeur van huisnummer [huisnummer 2] .

01:02:15 - Ik zag dat de verdachte zich voor de voordeur hurkte. Ik zag dat het beeld

oversloeg van zwart-wit naar kleuren beeld. Ik zag in de weerspiegeling van de

voordeur, een klein lichtje branden.

01:02:19 - Ik zag dat de verdachte op stond en zich omdraaide in de richting van de

[straat 1] . Ik zag dat de verdachte het voorwerp voor de voordeur achterliet,

welke hij eerder met beiden handen vasthield. Ik zag dat aan de bovenzijde van het

voorwerp iets branden, de wijze waarop het branden vermoedde ik dat het een visco

lont betrof.

01:02:20 - Ik zag dat de verdachte wegrende in de richting van de [straat 1] ,

de zelfde zijde waar de verdachte vandaan gelopen kwam.

01:02:22 - Ik zag dat de verdachte uit het beeld verdween.

01:02:24 - Ik zag dat het voorwerp heviger begon te branden.

01:02:33 - Ik zag dat het voorwerp explodeerde. Ik hoorde op de beelden een harde

knal. Ik zag een grote lichtflits, welke hierna oversloeg in een grote vuurbal.

01:02:36 - Ik zag dat de voordeur geheel door vlammen bedolven was. Ik zag dat een

grote brand woedde op de parkeerplaats/oprit van huisnummer [huisnummer 2] .

01:02:42 - Ik zag dat er een tweede explosie volgenden, welke groter was dan de

eerste. Ik hoorde wederom een enorme knal. Ik zag een felle lichtflits, die oversloeg

in een enorme vuurbal. Ik zag dat er nu meerdere branden woedde op de

parkeerplaats/oprit van huisnummer [huisnummer 2] . Ik zag dat er een zwarte rookwolk van de

brand, nabij de voordeur, zich ontwikkelde.

Verbalisanten [naam 9] en [naam 10] hebben op 23 november 2024 onder meer als volgt gerelateerd:

Op 23 november 2024 omstreeks 01:05 uur kregen wij het verzoek om positie in te nemen op de N280 ter hoogte van Baexem. Om 01:03 vond er een brandstichting plaats op de [adres 2] in Roermond waarbij er een explosie gehoord zou zijn. Hierbij zou een wit kleurige Ford gezien zijn met een imperial op het dak. Deze Ford zou in de richting van Baexem gereden zijn via de N280.

Wij namen op de oprit naar de N280 ter hoogte van het AZC Baexem positie in om te posten op het voornoemde voertuig. Om 01:13 uur zagen wij dat er een witte Ford ons passeerde waarbij wij zagen dat er een imperial op het dak van de Ford zat. Wij reden achter het voertuig aan […]. Wij reden achter het voertuig aan en bleven de N280 volgen in de richting van de A2. […] Wij zagen dat de 0092 een volgteken gaf en dat de bestuurder hier gehoor aan gaf. […]

Ik, verbalisant [naam 11] , liep direct naar de bestuurder toe en zag dat er een blanke jongen van ongeveer 25 à 30 jaar achter het stuur zat. Ik zag dat naast de bestuurder een bijrijder zat met een donkere huidskleur. Ik zag dat de navigatie aanstond op een telefoon die in een houder zat en dat er nog een ruime reistijd af te leggen was. Ik gaf direct aan dat de bestuurder uit moest stappen en dat de bijrijder zijn identiteitsbewijs moest pakken. Ik zag dat de bestuurder hier gehoor aan gaf en uitstapte. Ik zag dat de bestuurder mij tijdens het uitstappen zijn rijbewijs overhandigde. Ik vroeg aan de bestuurder of hij de achterzijde van de bedrijfsauto kon openen. Ik zag dat de bestuurder de achterdeuren opende en dat er achterin het laadruim nog een persoon zat. Ik zag dat deze persoon een donkere huidskleur had, volledig in zwart gekleed was […]. Ik hoorde dat deze persoon aangaf dat ze net klaar waren met werken en dat hij achterin zat om naar huis te gaan. Aan de hand van door hem zelf opgegeven gegevens en een foto van zijn identiteitsbewijs op zijn telefoon bevroeg ik de persoon en zag ik dat het [medeverdachte 2] betrof. […] Ik stapte achterin het laadruim en ik zag dat het bezaait lag met tassen, jassen en gereedschappen. Ik zag tussen alle spullen een Nederlandse kentekenplaat welke niet behoorde bij het voertuig waarin de bestuurder reed. […]

Wij zagen dat de officier van dienst, [naam 12] , een filmpje had gekregen van de brandstichting en dat er op het filmpje een persoon zichtbaar was. Wij zagen dat de verdachte van de brandstichting een donker kleurige jas droeg en reflecterende schoenen droeg. Wij zagen dat de bestuurder van het voertuig, verder genoemd [verdachte] , overeenkwam met de persoon zichtbaar in het filmpje van de brandstichting. Wij zagen dat zowel de kleding als de reflecterende schoenen overeenkwamen.

Tijdens de rit naar het arrestantencomplex in Roermond hoorde wij dat [medeverdachte 2] zei dat hij gewerkt had bij [café] . Wij hoorden dat [medeverdachte 2] vaag antwoordde dat het een soort kroeg of café was. Wij reden op de [straat 3] in Roermond waar [café] gelegen is en vroegen aan [medeverdachte 2] of hij wist waar we waren. Wij hoorden dat hij aangaf dat hij geen flauw idee had. Wij gaven aan dit raar te vinden gezien hij eerder deze avond aangaf bij [café] te hebben gewerkt en nu reden we er praktisch langs. Wij hoorden dat [medeverdachte 2] opeens aangaf dat hij niet daadwerkelijk bij [café] geweest was maar dat hij achterin de bus was blijven zitten terwijl de andere twee gingen werken. […]

Verdachten:

Achternaam: [medeverdachte 2] Voornamen: [medeverdachte 2]

Achternaam: [verdachte] Voornamen: [verdachte]

Achternaam: [medeverdachte 1] Voornamen: [medeverdachte 1]

Verbalisanten [naam 13] en [naam 6] hebben op 20 december 2024 onder meer het volgende gerelateerd:

Aanvang onderzoek:

Op 23 november 2024 om 06:30 uur kwamen wij, naar aanleiding van een brandstichting cq. ontploffing, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 4] .

Bevindingen:

Tijdens het ingestelde sporenonderzoek werd door ons het volgende bevonden en waargenomen.

Wij zagen en constateerden dat de ruiten in de voordeur gebarsten waren. Wij zagen dat op de buitenzijde van de voordeur en de gevel aftekeningen van roet zichtbaar waren (foto 4). Op de oprit, behorende bij perceel [huisnummer 2] , zagen wij blauwkleurige kunststoffen doppen liggen. Bij ons verbalisanten is ambtshalve bekend dat een cobra 6 deels opgebouwd is met een blauwkleurige kunststoffen dop. Wij zagen meerdere witkleurige kunststoffen onderdelen van een vuurwerk vloeistof combinatie liggen. Hier zat zeer waarschijnlijk de brandbare vloeistof in. Tevens zagen wij meerdere papiersnippers liggen. Deze snippers zijn bij ons, verbalisanten, ambtshalve bekend als zijnde snippers afkomstig van pyrotechnisch vuurwerk (foto 5 tot en met 11). Bij de voordeur, tussen de tegels, werd door ons, verbalisanten, een meting verricht met de MiniRae. Hier werd een concentratie gemeten van vluchtige koolwaterstoffen (foto 12). […]

Samenvatting:

Gezien de aangetroffen restanten heeft zeer waarschijnlijk een ontploffing plaatsgevonden door het combineren van Cobra 6 vuurwerk met een kunststoffen fles voorzien van een ontbrandbare vloeistof. Een zogeheten vuurwerk brandstof combinatie. Bij het ontploffen van het vuurwerk wordt de fles onder druk gezet en ontploft, waarbij de brandbare inhoud, die soms van zichzelf ook al onder druk staat, zich verspreidt. Onderdelen kunnen ook fragmenteren waarbij de, vaak brandende fragmenten verslingerd worden. De ontsteking van de brandbare inhoud van de flessen door de hitte van de ontploffing leidt dan tot een vuurbal, die aanzienlijke afmetingen kan hebben. Gezien de beroeting bij de voordeur en de voorgevel en de op de ons getoonde camerabeelden is zichtbaar dat er een brand heeft plaatsgevonden. Ook zijn er blauwkleurige kunststoffen doppen aangetroffen. Deze blauwkleurige kunststoffen doppen worden in de opbouw van een Cobra 6 gebruikt. De Cobra 6 valt onder vuurwerk van de zwaarste categorie.

Gevaarzetting:

Gezien het aangetroffen sporenbeeld en de camerabeelden heeft men een VBC in de nabijheid van de voordeur tot ontploffing gebracht. Wanneer een Cobra 6 tot ontploffing komt, ontstaat er gevaar voor personen en/of goederen. De ernst van de gevolgen zijn onder meer afhankelijk van de locatie van personen en/of goederen ten opzichte van de ontploffing. Gelet op de ligging, de bouwwijze van het pand, de aangrenzende, directe bebouwing en aanwezigheid van bewoners in naastgelegen panden is er bij deze ontploffing sprake geweest van gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor personen. Dit gemeen gevaar bestaat onder andere uit rondvliegende onderdelen voor passanten en voor geparkeerde of langsrijdende voertuigen. Ook is er kans op brand in de woning die kan overslaan naar naastgelegen panden vanwege de explosie. Door het geluid van de explosie en de drukgolf is er een risico op gehoorbeschadiging.

Verbalisanten [naam 14] en [naam 7] hebben op 23 november 2024 onder meer als volgt gerelateerd:

Aanvang onderzoek:

Op 23 november 2024 kwamen wij, naar aanleiding van een ontploffing cq. brandstichting, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 4] .

Bevindingen:

Op het trottoir, ter hoogte van de voortuin van huisnummer [huisnummer 2] , zagen wij restanten

van vuurwerk liggen. Ambtshalve was het ons bekend dat het restanten van een

zogenoemde Cobra 6 betroffen. Deze restanten werden door ons veiliggesteld (foto 3 en

4) . Wij zagen, ter hoogte van de oprit van huisnummer [huisnummer 1] , een blauwe kunststof dop

liggen. Deze dop was vermoedelijk onderdeel van eerder genoemde Cobra 6. Deze dop

werd door ons veiliggesteld (foto 5 t/m 7).

Buitenzijde voordeur:

De houten voordeur van de woning, was aangetast door vuur en hitte. Wij zagen dat er

drie ramen in deze voordeur hoorden te zitten. Wij zagen dat de twee onderste ramen

kapot waren (foto 8).

Binnenzijde voordeur:

Aan de binnenzijde van de woning, ter hoogte van de voordeur, lag een kapot raam, die

afkomstig was uit de voordeur. Wij zagen dat er glas, afkomstig uit deze ramen, in de

hal op de vloer lagen (foto 9 en 10). Aan de rechterkant van de voordeur, bevindt

zich de gestoffeerde trap naar de eerste verdieping. Aan de binnenzijde van de

voordeur, ter hoogte van de onderzijde van de deur, zagen wij roetschade die

veroorzaakt was door hitte en vuur (foto 11 en 12). Wij zagen dat de houten plint,

tussen de voordeur en trap in, aangetast was door hitte en vuur (foto 13).

Samenvatting:

Gelet op de locatie van de trap en dat er aan de binnenzijde van de woning goederen

aangetast waren door vuur, rook en hitte, is hier sprake geweest van gemeen gevaar

voor goederen en levensgevaar voor personen en voor uitbreiding van de brand. De enige

uitweg vanaf de bovenverdieping, gaat langs de voordeur.

De telefoon van de verdachte is door de politie onderzocht, verbalisant [naam 15] heeft daarover onder meer als volgt gerelateerd:

Bij de verdachte [verdachte] werd een mobiele telefoon, iPhone 12 Pro aangetroffen en inbeslaggenomen.

[…]

Ik, verbalisant, zag dat de gebruiker van het toestel onder snapchat gekoppeld stond met het account: [bijnaam 1] .

In het zakelijk verhoor verklaard medeverdachte [medeverdachte 1] dat hij die bewuste nacht met twee andere jongens was, genaamd [verdachte] en [medeverdachte 2] . Volgens hem zouden dit nicknames zijn en geen voornamen.

Ik heb vervolgens in de telefoon gezocht op het woord " [medeverdachte 2] ”. De voornaam van

verdachte [medeverdachte 2] is [medeverdachte 2] .

Op 21 -11-2024 start een gesprek tussen [verdachte] : [bijnaam 1] . en [medeverdachte 2]

: [bijnaam 2]

In het bovenstaande gesprek lijkt het erop dat [verdachte] aangeeft dat hij met een witte Ford transit komt met een beugel op het dak. Tevens lijkt het erop dat hij iets moet ophalen en als hij het heeft dan moet hij dat aangeven aan [bijnaam 2] . Om 22.35 uur (UTC+0) stuurt [verdachte] een video naar de [bijnaam 2] .

Op de video is te zien dat de persoon in de personenauto iets aansteekt dat lijkt op een lont met zeker twee flessen eraan. Vervolgens gooit hij dit in de richting van het raam van de bijrijder. Het videofragment bevat audio. Na ongeveer 13 seconden nadat de persoon het brandende object weggooit is er een knal te horen. Hierna zegt de persoon die rijdt: “Dit bom was kanker hard yow”.

[…]

Op 21 -11-2024 23:29:45 werd een screenshot gemaakt van de [adres 2] . Tevens is er een afbeeldingen te zien van 21 -11-2024 23:30: 19 . Op deze afbeelding is een witte cirkel te zien. Uit onderzoek bleek dat op deze locatie de tweede explosie plaatsvond.

Kort na deze foto om 21 -11-2024 wordt de snapchatapplicatie gestart met chatparticipant [medeverdachte 1] en een bericht verstuurd. Uit het verhoor met de medeverdachte [medeverdachte 1] blijkt dat hij de bijnaam [bijnaam 3] gebruikt bij Tiktok.

De telefoon van de verdachte is ook onderzocht met betrekking tot de locaties waar het toestel zich bevond. Verbalisant [naam 16] relateert daarover onder meer als volgt:

Op 17 december 2024 stelde ik een onderzoek in naar de data van de volgende telefoon: Apple iPhone 12 Pro. De iPhone werd inbeslaggenomen onder de verdachte [verdachte] .

Voor het in kaart brengt van de aanrijroute van 23 november 2024 besloot ik om de locatielogs uit de Cache.sqlite-database te halen. Ik haalde hier de locaties van 22 november 2024 van 19 :00 uur tot en met 23 november 01:59 uur uit. . Ik zag dat hier 16940 locatielogs uitkwamen. Ik plotte deze locatielogs in de PolitieAtlas, waardoor ik onderstaande kaart kreeg:

[…] Ik zag dat de regio Rotterdam middels de A16 in zuidelijke richting verlaten werd en vanaf de A16 de afslag naar de A58 werd genomen. Vervolgens zag ik dat ter hoogte van Eindhoven, de A2 werd opgegaan. Ik zag dat ter hoogte van Kelper-Oler de A2 werd verlaten en over de N280 richting Roermond werd gegaan.

Bij de medeverdachte [medeverdachte 1] zijn twee telefoons in beslaggenomen en onderzocht. De politie ten aanzien van de inbeslaggenomen Samsung S8 onder meer als volgt gerelateerd:

Bij de verdachte [medeverdachte 1] werd een mobiele telefoon, Samsung S8 aangetroffen en inbeslaggenomen.

[…]

In het verhoor van verdachte [medeverdachte 1] verklaart hij in het sociaal verhoor dat hij zelf gebruikt maakt van de volgende gebruikersnamen op social media:

Snapchat: [bijnaam 4]

Tiktok: [bijnaam 3]

In het zakelijk verhoor verklaart verdachte [medeverdachte 1] dat hij die bewuste nacht met twee andere

jongens waren, genaamd [verdachte] en [medeverdachte 2] Volgens hem zouden dit nicknames zijn en geen

voornamen. Ik heb vervolgens in de telefoon gezocht op het woord " [medeverdachte 2] ". De voornaam van verdachte [medeverdachte 2] is [medeverdachte 2] . Ik zag dat er een Snapchat gesprek was op vrijdag 22 november 2024 tussen 17 :37 uur en 22:58 uur (UTC +0) tussen de eigenaar van de telefoon ( [bijnaam 4] / [bijnaam 3] ) en [bijnaam 2] ( [bijnaam 2] ). Hieronder worden enkele gesprekken uitgelicht. De blauwe tekstvlakken zijn gesprekken afkomstig van [medeverdachte 2] , waarschijnlijk afkomstig van de verdachte [medeverdachte 2] . De groene tekstvakken zijn gesprekken afkomstig van verdachte [medeverdachte 1] .

[medeverdachte 2] 010 (22-11-2024 17 :54): J weet waar j moet zijn toch [bijnaam 4] / [bijnaam 3] (22-11-2024 17 :55): Sta voor die flet

[medeverdachte 2] 010 (22-11-2024 17 :55): Pak alvast 2 losse [bijnaam 4] / [bijnaam 3] (22-11-2024 18:02): Geregeld [medeverdachte 2] 010 (22-11-2024 18:06): K ga mee moeten gaan [medeverdachte 2] 010 (22-11-2024 18:06): Die boy drukt mij

[medeverdachte 2] 010 (22-11-2024 18:06): Heen weg branden

[medeverdachte 2] 010 (22-11-2024 18:07): Terug weg achterin

[medeverdachte 2] 010 (22-11-2024 19 :40): We gaan gwn met ze 3

[medeverdachte 2] 010 (22-11-2024 20:52): Hlt ga je die bom halen fam

[bijnaam 4] / [bijnaam 3] (22-11-2024 20:53): 5 min bn ik bij hem

[medeverdachte 2] 010 (22-11-2024 21 :05): We gaan t laten lukken bro

[medeverdachte 2] 010 (22-11-2024 21 :44): We moeten nog platen veranderen

[medeverdachte 2] 010 (22-11-2024 22:41): Bedreiventerrein [naam 17]

[bijnaam 4] / [bijnaam 3] (22-11-2024 22:58): 40 min

Ook de onder de medeverdachte [medeverdachte 1] inbeslaggenomen Apple Iphone 12 is onderzocht. Verbalisant [naam 18] heeft daarover onder meer als volgt gerelateerd:

Op 24 november 2024 stelde ik, een onderzoek in naar de data van een inbeslaggenomen Apple Iphone 12. Deze Iphone werd inbeslaggenomen onder de verdachte, [medeverdachte 1] .

[…]

In het chatgesprek van 21 november 2024 om 23:36: 19 is te zien dat [bijnaam 4] , [bijnaam 3] een afbeelding stuurt naar [bijnaam 2] . Op deze afbeelding is een witte cirkel bij de woning, [adres 2] te zien. […]

De telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 2] is ook inbeslaggenomen en onderzocht. Verbalisant [naam 19] heeft daarover als volgt gerelateerd:

Op 26 november 2024 stelde ik een onderzoek in naar de data van een Apple Iphone 15. De telefoon werd inbeslaggenomen onder de verdachte [medeverdachte 2] . […]

[…] Op 21 november 2024 om 15:32:14 uur is gezocht naar het adres ‘ [adres 2] ’ in de Apple Kaarten applicatie. […]

Verder zag ik in de iPhone dat op 23 november 2024 om 01:01:13 uur de camera geopend werd, waarbij vervolgens om 01:01: 19 de volgende coördinaten werden gelogd in de foto’s-app: ( [nummer 2] , [nummer 3] ) en er om 01:01:20 uur onderstaande video werd opgeslagen.

[…] Ik zag dat de coördinaten van de opgeslagen video overeenkwamen met de gelogde coördinaten van de foto’s app. Daarnaast zag ik dat de softwareversie en het apparaat overeenkwamen met de onderzochte iPhone. Ik heb de coördinaten opgezocht in Google Maps en zag dat deze coördinaten overeenkomen met de [straat 1] en zich op 48 meter afstand bevonden van de [adres 2] .

De verdachte heeft bij de politie op 10 april 2025 onder meer als volgt verklaard:

V: wat wil je verklaren?

A: Van feit 2 daar heb ik opdracht voor gekregen. Ik heb dat ook zelf in mijn eentje gedaan. Ik moet er wel bij zeggen dat ik op dat moment, ja ik kreeg er geld voor, want ik wilde toekomst opbouwen en wilde sparen en gaan samenwonen met mijn vriendin. Ik twijfelde tot het laatste moment en heb het de bus uit gegooid en op straat gegooid. Naar mijn gevoel was het wel 5 meter van de woning af. Achteraf was daar wel gezeik over, want het was niet gegaan zoals het moest gaan. En ja..

V: Wat had er bij feit 2 wel moeten gebeuren?

A: Dat weet ik niet, want blijkbaar was het niet dichtbij genoeg. Als ik kijk naar feit 3 was het dichterbij de woning, dat zag ik in het dossier, dus ik denk dat het niet dichtbij genoeg was. […] Op een gegeven moment kwamen bij feit 3, maar toen deed ik het niet meer voor het geld maar omdat ik bang was dat er iets ging gebeuren naar mijn familie of aan mijn adres. Het was ook de auto geweest waar ik in reed. Dat was ook de aanleiding geweest dat ik naar feit 3 ben toegereden, omdat ik dacht dat ik er dan wel vanaf was.

V: Hoe moet ik dat zien?

A: Ik rijd er naartoe en iemand anders zou het dan regelen en doen bij feit 3. Misschien dat iemand anders wel iets op zijn geweten wil hebben en is het over iemand anders zijn rug, maar dan ben ik er wel vanaf zeg maar.

V: Als ik het goed begrijp heb je dus gereden zodat je niet opnieuw het vuurwerk hoefde te

plaatsen?

A: Ja, ik was gewoon de chauffeur.

[…]

V: Wil je nog terugkomen op iets?

A: Ja. Ik wil vandaag open kaart spelen. feit 2 Dat heb ik gedaan, heel simpel. Mijn telefoon heb ik neergezet en gefilmd. Dat staat ook in het dossier. […]

De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft bij de politie op 17 februari 2025 onder meer als volgt verklaard:

V: Wat kun je vertellen over feit 3?

A: […] Ik ben wel in de auto geweest maar ben niet uitgestapt.

V: Welke auto bedoel je dan?

A: In de eerdergenoemde Ford Transit.

[…]

V: Wie zaten er met jou op de dag en omstreeks feit 3 in de Ford Transit?

A: De jongens met wie ik ben aangehouden.

V: Dus [verdachte] en [medeverdachte 2] ?

A: Ja.

[…]

V: In een chatgesprek werden ook berichten uitgewisseld tussen “ [bijnaam 4] ’ en “ [bijnaam 2] ,

[bijnaam 2] ”. Dit vond plaats vanaf 22-11-2024 te 18:54:37 uur. Wij lezen deze berichten voor en laten jou dit gesprek zien. Er wordt andere afgesproken, gechat over “platen veranderen”, “We gaan gwn met ze 3”, “bom halen”. Reageer hier eens op.

[…]

V: Wat werd bedoeld met “de bom”?

A: Vuurwerk.

O: Kun je specifieker zijn?

A: Er is mijn gevraagd of ik vuurwerk wilde halen. Dat heb ik gedaan.

V: Wat voor soort vuurwerk?

A: Waarschijnlijk een cobra.

V: Hoe kom je aan dit vuurwerk?

A: Die heb ik opgehaald.

A: Ik ben gewoon het vuurwerk gaan halen bij iemand. Er was gewoon vuurwerk. Die ben ik gaan halen op aanvraag. […]

De medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij de politie op 27 januari 2025 onder meer als volgt verklaard:

V: Wil je nog iets verklaren?

A: Over feit 3 wil ik graag het volgende verklaren. Ik wist dat het een boodschap was maar ik dacht dat het op straat zou worden neergezet. […]

V: Jij had het over de boodschap. Wat bedoel je daarmee?

A: Ik neem aan dat er vuurwerk neergezet moet worden dat het voor de schrik is, niet voor de lol. […]

De medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij de politie op 8 april 2025 onder meer als volgt verklaard:

V: Jij zou in het hebben busje gezeten en geprobeerd hebben te filmen. Klopt dat?

A: Ja.

V: Was dit jouw opdracht om te doen?

A: Ja.

[…]

V: Wat moest je met dat filmpje doen?

A: Ik denk als bewijs, maar dat denk ik. Maar we zijn meteen opgepakt, dus heb dat filmpje nooit doorgestuurd.

De verdachte heeft ter terechtzitting – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende verklaard:

T.a.v. feit 2:

Het klopt dat ik op 21 november 2024 een explosief heb gegooid in de richting van het huis gelegen aan de [adres 2] te Roermond. Het klopt ook dat ik de persoon ben op het voorgehouden filmpje, waarop te zien is dat er een explosief wordt aangestoken en uit een voertuig wordt gegooid.

T.a.v. feit 3:

Het klopt dat ik op 23 november 2024 de chauffeur was van de Ford Transit.

Bewijsoverweging feit 2

Omdat de verdachte heeft bekend dat hij de ontploffing teweeg heeft gebracht op 21 november 2024 en daarvoor ook nog genoeg ander bewijs aanwezig is, bespreekt de rechtbank alleen nog de vragen of er als gevolg van de ontploffing levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was en of hij dit in vereniging met een ander heeft gedaan.

Medeplegen?

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van medeplegen vereist is dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en (een) ander(en), waarbij de bijdrage van de verdachten van voldoende gewicht moet zijn.

Uit de verklaring van de verdachte bij de politie volgt weliswaar dat hij heeft gehandeld in opdracht van een ander, maar deze verklaring is op geen enkele wijze nader geconcretiseerd. De verdachte heeft geen verifieerbare gegevens verstrekt omtrent de identiteit van deze persoon, noch over de aard en de inhoud van de opdracht. Bovendien heeft de politie dit ook niet verder uitgezocht of kunnen uitzoeken. Nu de verklaring van de verdachte dat hij in opdracht van een ander heeft gehandeld niet nader wordt onderbouwd en ook geen steun vindt in de overige bewijsmiddelen in het dossier zal de rechtbank de verdachte van het tenlastegelegde medeplegen vrijspreken.

Gevaar voor levensgevaar en/of zwaar lichamelijk letsel?

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of er door de ontploffing gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of zwaar lichamelijk letsel voor aanwezige personen in de woning te duchten is geweest.

De rechtbank is van oordeel dat bij de ontploffing op 21 november 2024 aan de [adres 2] te Roermond, gemeen gevaar voor goederen te duchten was. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte bij de ontploffing gebruik heeft gemaakt van een vuurwerk brandstof combinatie. Door een vuurwerk brandstof combinatie te gooien op een trottoir vlak voor een woning in een woonwijk was gevaar voor goederen voorzienbaar. Het genoemde gevaar heeft zich ook verwezenlijkt nu er schade is ontstaan aan zowel de woning als aan de auto die op de oprit stond geparkeerd.

Ten aanzien van het gevaar voor levensgevaar en/of zwaar lichamelijk letsel overweegt de rechtbank dat uit het forensisch onderzoek dat is verricht door de politie is gebleken dat er brand is ontstaan naar aanleiding van de ontploffing van de vuurwerk brandstof combinatie. Indien de brand niet vroegtijdig zou zijn ontdekt had de brand verder kunnen uitbreiden naar de woning. Het betreft tevens een woning voorzien van kunststof kozijnen. Daarnaast stond op de oprit een voertuig geparkeerd. Gezien de bouwwijze en de aanwezigheid van een voertuig op de oprit bestond de reële mogelijkheid voor uitbreiding van de brand. De rechtbank weegt voorts mee dat uit de aangifte van [slachtoffer 2] blijkt dat zij, haar ex-partner en hun drie kinderen in de woning aanwezig waren ten tijde van de ontploffing. [slachtoffer 2] en haar ex-partner bevonden zich in de woonkamer en na de ontploffing is [slachtoffer 2] de trap in de hal naar boven gerend om naar haar kinderen toe te gaan. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het risico bestond dat een van de aanwezigen levensgevaarlijk dan wel zwaar gewond had kunnen raken. Bovendien bestond door de ontploffing het reële risico op het ontstaan van brand in de woning, gelet op de kunststof kozijnen en het op de oprit aanwezige voertuig, wat ook een kans op levensgevaar of zware verwonding met zich brengt. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat daarmee ook levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in die woning bevindende personen te duchten was.

Bewijsoverweging feit 3

De rechtbank stelt aan de hand van de gebezigde bewijsmiddelen vast dat bij de woning van aangeefster [slachtoffer 2] gelegen te [adres 2] te Roermond op 23 november 2024 een ontploffing heeft plaatsgevonden, veroorzaakt door een vuurwerk brandstof combinatie. De ontploffing heeft schade aan de woning veroorzaakt en leverde gevaar op voor goederen in de directe omgeving.

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat de verdachte de vuurwerk brandstof combinatie daadwerkelijk heeft afgestoken. Kort na de ontploffing zijn de verdachte en de medeverdachten immers aangehouden en heeft de politie de verdachte herkend als de persoon op de camerabeelden waarop de ontploffing te zien is. Daarmee staat vast dat de verdachte de uitvoeringshandeling heeft verricht die tot de ontploffing heeft geleid.

De betrokkenheid van de andere twee verdachten beperkt zich echter niet tot louter aanwezigheid. De rechtbank stelt hierbij het volgende vast:

Daags vóór deze ontploffing had bij dezelfde woning reeds een ontploffing plaatsgevonden, waarvan gebleken is dat de verdachte die ontploffing teweeg heeft gebracht. Vlak na die eerdere ontploffing heeft de verdachte een filmpje van het gooien van het explosief doorgestuurd naar de medeverdachte [medeverdachte 2] . Ook heeft de verdachte vlak na deze eerdere ontploffing een screenshot van het adres doorgestuurd naar de medeverdachte [medeverdachte 1] . De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft het screenshot vervolgens weer doorgestuurd naar medeverdachte [medeverdachte 2] .

De rechtbank leidt hieruit af dat de verdachte zowel de medeverdachte [medeverdachte 2] als de medeverdachte [medeverdachte 1] actief heeft geïnformeerd over zowel het doelwit als de aard van de eerdere explosie.

Vaststaat dat de verdachte, de medeverdachte [medeverdachte 2] en de medeverdachte [medeverdachte 1] de volgende avond (22 november 2024) gezamenlijk van Rotterdam naar Roermond zijn gereisd naar het adres van de eerdere ontploffing, te weten de [adres 2] . Deze gezamenlijke reis over een aanzienlijke afstand, kort na het delen van het adres en het filmpje van de eerdere ontploffing, duidt op een voorafgaande afstemming en een gezamenlijk plan.

Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op 22 november 2024 een aantal chatberichten hebben gestuurd naar elkaar waarin wordt gesproken over onder meer het halen van een bom en het wisselen van kentekenplaten. Ook wordt er door hen gesproken over “bedrijventerrein [naam 17] ”. Dit bedrijventerrein is gelegen naast de woning van aangeefster [slachtoffer 2] . Tevens heeft medeverdachte [medeverdachte 1] bij de politie verklaard dat hij het vuurwerk heeft gehaald. Voorts heeft medeverdachte [medeverdachte 2] bij de politie verklaard dat het afsteken van het vuurwerk een boodschap moest zijn en hij – een deel van – de ontploffing heeft gefilmd.

De rechtbank leidt uit deze gedragingen af dat sprake was van een voorafgaand gezamenlijk plan om bij de woning gelegen aan de [adres 2] te Roermond een ontploffing teweeg te brengen. Het delen van het adres onder elkaar, het sturen van het filmpje van de eerdere explosie en de chatberichten tussen de medeverdachte [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] duidt op doelbewuste voorbereiding. Het gezamenlijk afreizen over een aanzienlijke afstand bevestigt dat de verdachten in samenwerking handelden.

Hoewel de verdachte de vuurwerk brandstof combinatie feitelijk heeft afgestoken, hebben zowel de medeverdachte [medeverdachte 2] als de medeverdachte [medeverdachte 1] ieder een wezenlijke en onmisbare bijdrage geleverd aan het delict. De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft een cobra verschaft en heeft daarmee het middel tot uitvoering geleverd. De medeverdachte [medeverdachte 2] heeft – een deel van – de ontploffing gefilmd en heeft verklaard dat het een boodschap moest zijn, hetgeen – mede gelet op de gezamenlijke reis en voorbereiding – duidt op instemming met en betrokkenheid bij de uitvoering. Van enig distantiëren van zowel medeverdachte [medeverdachte 1] als medeverdachte [medeverdachte 2] is niet gebleken.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat de bijdragen van de verdachten zodanig nauw en bewust op elkaar afgestemd waren, dat sprake is van een gezamenlijke uitvoering in de zin van artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht. Het handelen van de verdachten kenmerkt zich door een taakverdeling waarbij ieder een eigen rol vervulde binnen het gezamenlijke plan.

De rechtbank concludeert dan ook dat de verdachte en zijn medeverdachten tezamen en in vereniging, derhalve als medeplegers, opzettelijk een ontploffing teweeg hebben gebracht, waarbij gemeen gevaar voor goederen te duchten was.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

T.a.v. feit 2:

op 21 november 2024 te Roermond,

opzettelijk bij de woning van [slachtoffer 2] gelegen aan de [adres 2] te Roermond,

een ontploffing teweeg heeft gebracht door een brandbaar en/of explosief materiaal in aanraking te brengen met open vuur,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen voor die woning en omliggende woningen en inboedels van die woningen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in die woningen aanwezigen personen te duchten was;

T.a.v. feit 3:

op 23 november 2024 te Roermond,

tezamen en in vereniging met anderen,

opzettelijk bij de woning van [slachtoffer 2] gelegen aan de [adres 2] te Roermond,

een ontploffing teweeg heeft gebracht door een brandbaar en/of explosief materiaal in aanraking te brengen met open vuur,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen voor die woning en omliggende woningen en inboedels van die woningen te duchten was;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

T.a.v. feit 2:

opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;

T.a.v. feit 3:

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden. De officier van justitie heeft bij de formulering van zijn eis rekening gehouden met de ernst van de feiten, de proceshouding van de verdachte en het advies van de reclassering.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om een gevangenisstraf aan de verdachte op te leggen waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De raadsvrouw heeft hierbij verwezen naar de jeugdige leeftijd van de verdachte, het nagenoeg blanco strafblad en het positieve reclasseringsadvies.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank acht geslagen op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het tweemaal teweegbrengen van een ontploffing bij dezelfde woning, binnen een tijdsbestek van slechts twee dagen, waarbij hij de tweede keer samen met de medeverdachten heeft gehandeld. Daarmee heeft hij zich schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten. Het tot ontploffing brengen van explosief materiaal in de nabijheid van een woning brengt naar zijn aard een groot gevaar mee voor personen en goederen. Tijdens de eerste ontploffing bevond het slachtoffer [slachtoffer 2] zich zelfs in haar woning samen met haar drie kinderen. Als de door de ontploffing ontstane brand niet op tijd was ontdekt, had het wellicht heel anders kunnen aflopen. De rechtbank rekent dat de verdachte zwaar aan.

De ontploffingen hebben niet alleen materiële schade veroorzaakt, maak ook een diepgaande inbreuk gemaakt op het veiligheidsgevoel van het slachtoffer [slachtoffer 2] . Uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring blijkt dat zij nog steeds niet begrijpt waarom juist zij, als alleenstaande moeder van drie kinderen, het slachtoffer is geworden van deze explosies. Het uitblijven van een antwoord op die ‘waarom-vraag’ maakt dat zij tot op heden in angst en onzekerheid verkeert en zich in haar eigen woning, die bij uitstek een plaats van veiligheid voor haar en haar kinderen zou moeten zijn, niet langer veilig voelt. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij geen enkele verklaring of inzicht heeft willen geven in zijn motief of dat van (een) van de medeverdachte(n). De rechtbank heeft de verdachte meermaals gevraagd: ‘Waarom?’. Het antwoord bleef uit. Niet alleen het gevoel van onveiligheid bij het slachtoffer blijft hierdoor voortbestaan, maar de verdachte heeft hiermee ook geen blijk gegeven van verantwoordelijkheid, inzicht in het laakbare van zijn handelen of empathie voor de gevolgen ervan. Dit gebrek aan openheid en reflectie rekent de rechtbank verdachte zwaar aan en acht de rechtbank aldus strafverzwarend.

Daarnaast heeft de verdachte door zijn handelen gevoelens van onrust en veiligheid in de buurt veroorzaakt. Dergelijke feiten dragen bij aan gevoelens van onrust en versterken gevoelens van onveiligheid in de samenleving, temeer nu explosies bij woningen de laatste jaren met regelmaat voorkomen.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank tevens acht geslagen op het strafblad van de verdachte van 20 januari 2026 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van het rapport van de reclassering van 26 januari 2026 daaruit blijkt dat de verdachte sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis zijn leven in positieve zin heeft opgepakt. Hij werkt veel, heeft geen schulden en zijn ouders staan voor hem klaar. De reclassering heeft derhalve de risico’s ingeschat als laag en zij is van mening dat de verdachte in staat is om zonder interventies of reclasseringstoezicht een delict vrij bestaan op te bouwen.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de aard en de ernst van de feiten, de proceshouding van de verdachte en de nog altijd voortdurende gevolgen voor het slachtoffer niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige straf dan een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Omdat de rechtbank geen enkel inzicht heeft kunnen krijgen in het handelen van de verdachte acht de rechtbank naast een fors onvoorwaardelijk gedeelte ook een voorwaardelijk gedeelte noodzakelijk. De rechtbank zal derhalve aan de verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering.

7. De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een bedrag van € 3.246,05 ter zake feit 1, bestaande uit de volgende posten:

eigen risico auto: € 150,-

aanschaf beveiligingscamera’s: € 2.316,05

immateriële schade: € 780,-

De benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een bedrag van € 14.514,22 ter zake de feiten 2 en 3, bestaande uit de volgende posten:

eigen risico zorgverzekering: € 642,48

eigen risico auto: € 250,-

verblijf vakantiepark: € 2.121,95

ringdeurbel: € 113,-

beveiligingscamera’s: € 1.386,79

immateriële schade: € 10.000,-

Het standpunt van de officier van justitie

De benadeelde partij [slachtoffer 1]

Gelet op de gevorderde vrijspraak ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit heeft de officier van justitie verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.

De benadeelde partij [slachtoffer 2]

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zowel de gevorderde materiële schade als de immateriële schade geheel kunnen worden toegewezen, omdat deze posten voldoende zijn onderbouwd. Het te vergoeden bedrag van € 14.514,22 dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente. Tevens dient de schadevergoedingsmaatregel te worden opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De benadeelde partij [slachtoffer 1]

De verdediging heeft verzocht om de post ‘eigen risico auto’ ad € 150,- toe te wijzen, de post ‘aanschaf beveiligingscamera’s’ af te wijzen en de post ‘immateriële schade’ te matigen tot een bedrag van € 525,-.

De benadeelde partij [slachtoffer 2]

De verdediging heeft verzocht om de posten ‘aanschaf beveiligingscamera’s’ en ‘verblijf vakantiepark’ af te wijzen. Tevens heeft zij verzocht om de post ‘immateriële schade’ te matigen tot een bedrag van € 2.000,-. Ten aanzien van de overige posten heeft de verdediging geen verweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij [slachtoffer 1]

Nu de verdachte wordt vrijgesproken van het onder feit 1 ten laste gelegde, zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De benadeelde partij zal worden veroordeeld in de kosten die door de verdachte zijn gemaakt ter verdediging van deze vordering, begroot op nihil.

De benadeelde partij [slachtoffer 2]

Materiele schade

De rechtbank is, mede gelet op artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van de bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank stelt vast dat de door de benadeelde partij gevorderde posten ‘eigen risico zorgverzekering’ (€ 642,48), ‘eigen risico auto’ (€ 250,-) en ‘ringdeurbel’ (€ 113,-) in rechtstreeks verband staan tot de bewezenverklaarde feiten. Deze posten zijn niet betwist en komen de rechtbank ook niet onredelijk of ongegrond voor en zullen daarom worden toegewezen.

Ten aanzien van de post ‘verblijf vakantiepark’ (€ 2.121,95) is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat de benadeelde partij als gevolg van de bewezenverklaarde feiten tijdelijk niet in haar eigen woning kon verblijven. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de gemaakte posten in voldoende rechtstreeks verband staan tot de bewezenverklaarde feiten. Bovendien komt deze post de rechtbank ook niet onredelijk of ongegrond voor. De rechtbank zal deze post dan ook toewijzen.

Met betrekking tot de post aanschaf beveiligingscamera’s’ (€ 1.386,79) is de rechtbank van oordeel dat uit de onderbouwing van de vordering blijkt dat de camera’s zijn aangeschaft naar aanleiding van de bewezenverklaarde feiten en ter voorkoming van herhaling. Gelet op de aard en de impact van de feiten acht de rechtbank deze gemaakte kosten redelijk. Tevens komt deze post de rechtbank ook niet onredelijk of ongegrond voor. De rechtbank zal deze post eveneens toewijzen.

Immateriële schade

De wet regelt in artikel 6:106 BW de vergoeding van ‘ander nadeel’ dan vermogensschade. Volgens artikel 6:106 lid 1 BW komt ander nadeel onder meer voor vergoeding in aanmerking wanneer sprake is van lichamelijk letsel of een aantasting van de persoon op andere wijze.

Op basis van de bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door de bewezenverklaarde feiten schade heeft geleden in voormelde zin. De bewezenverklaarde feiten hebben een aanzienlijke impact gehad op de benadeelde partij. Uit de overlegde medische stukken volgt dat bij de benadeelde partij een posttraumatische stressstoornis (PTSS) is vastgesteld. Tevens is gebleken dat de klachten aanhouden en dat sprake is van nog altijd voortdurende psychische gevolgen.

Gelet op de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd en de blijvende gevolgen voor de benadeelde partij, acht de rechtbank het gevorderde bedrag niet bovenmatig en in overeenstemming met bedragen die in vergelijkbare gevallen worden toegekend. De rechtbank zal het gevorderde bedrag van

€ 10.000,- dan ook in zijn geheel toewijzen.

Wettelijke rente, hoofdelijkheid en schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank acht in deze zaak het medeplegen wettig en overtuigend bewezen. Dit maakt dat niet alleen de verdachte een schadevergoedingsplicht heeft jegens het slachtoffer, maar ook zijn mededaders. De rechtbank zal daarom hoofdelijk het totaalbedrag van € 14.514,22 toewijzen. Dit bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 november 2024.

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 57, 157 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het onder 1 ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

Benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1)

Benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 2 en feit 3)

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Goessen, voorzitter, mr. H.E.G. Peters en mr. J.S. Spijkerman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Z. Houkes, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 februari 2026.

Buiten staat

Mr. Spijkerman is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

T.a.v. feit 1:

hij op of omstreeks 20 november 2024 te Roermond,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk aan/bij de woning van [slachtoffer 1] gelegen aan de [straat 1] [huisnummer 3] te Roermond,

een ontploffing teweeg heeft gebracht door een brandbaar en/of explosief materiaal en/of een voorwerp in aanraking te brengen met open vuur,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten de auto van die [slachtoffer 1] en/of de woning van die [slachtoffer 1] en/of omliggende woningen en/of inboedels van die woningen te duchten was;

T.a.v. feit 2:

hij op of omstreeks 21 november 2024 te Roermond,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk aan/bij de woning van [slachtoffer 2] gelegen aan de [adres 2] te Roermond,

een ontploffing teweeg heeft gebracht door een brandbaar en/of explosief materiaal en/of een voorwerp in aanraking te brengen met open vuur,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen voor die woning en/of omliggende woningen en/of inboedels van die woningen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in die woningen aanwezigen personen, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was;

T.a.v. feit 3:

hij op of omstreeks 23 november 2024 te Roermond,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk aan/bij/voor de woning van [slachtoffer 2] gelegen aan de [adres 2] te Roermond,

een ontploffing teweeg heeft gebracht door een brandbaar en/of explosief materiaal en/of een voorwerp in aanraking te brengen met open vuur,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen voor die woning en/of omliggende woningen en/of inboedels van die woningen te duchten was;

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?