RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer : 03.063761.23
Tegenspraak (gemachtigde raadsman)
Vonnis van de meervoudige kamer van 23 februari 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
wonende te [adres 1] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. M.F.M. Geeratz, advocaat kantoorhoudende te Venlo.
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 februari 2026. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
Deze zaak is gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de strafzaken tegen medeverdachte [medeverdachte 1] met het parketnummer 03.063761.23 en medeverdachte [medeverdachte 2] met het parketnummer 03.062140.23.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 3 maart 2023 te Overloon samen met (een) ander(en) opzettelijk aanwezig heeft gehad:
Feit 1: ongeveer 465,43 gram MDMA;
Feit 2: 36,50 gram hennep en 767,29 gram hasjiesj.
3. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van beide tenlastegelegde feiten. De verdachte heeft verklaard dat hij niet van de aanwezigheid van de verdovende middelen afwist en dat hij de zeecontainer louter gebruikte als opslagplaats voor onder meer zijn gereedschap. Het is onvoldoende om te stellen dat omdat het zijn container is, dat daarom alle spullen die erin liggen van de verdachte zijn. Er is al met al niet genoeg wettig en overtuigend bewijs om tot een bewezenverklaring te komen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman bepleit vrijspraak voor beide feiten wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte elke betrokkenheid bij de verdovende middelen ontkent, hij de zeecontainer alleen gebruikt voor de opslag van zijn gereedschap en er geen DNA van hem is aangetroffen op de verdovende middelen. Verder had medeverdachte [naam] een eigen sleutel van de zeecontainer, waardoor de verdachte geen zicht had op de spullen die [naam] hierin had opgeslagen. Bovendien kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld wanneer de verdovende middelen hier terecht zijn gekomen. Wellicht heeft medeverdachte [naam] deze verboden goederen er die ochtend pas neergelegd toen hij in de container is geweest. De verbalisanten hebben in ieder geval geen melding gemaakt van de ambtshalve bekende geur van hennep in de container, wat erop zou kunnen duiden dat de verdovende middelen er pas een korte tijd lagen.
Het oordeel van de rechtbank
Niet ter discussie staat dat op 3 maart 2023 op de [adres 2] te Overloon, waar de verdachte woonachtig is, in een zeecontainer in de tuin ongeveer 465 gram harddrugs en 800 gram softdrugs is aangetroffen. De vraag waar de rechtbank zich voor gesteld ziet is of de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van die verdovende middelen en hij deze al dan niet samen met (een) ander(en) in zijn machtssfeer had.
De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij niet wist dat er hard- en softdrugs in de zeecontainer bij hem in de tuin lag. Hij heeft wel een sleutel van de zeecontainer, maar hij gebruikt deze alleen voor de opslag van zijn gereedschap. Verder is gebleken dat medeverdachte [naam] ook een eigen sleutel van de zeecontainer heeft. De verdachte heeft hiervoor als verklaring gegeven dat [naam] de zeecontainer ook gebruikte om spullen in op te slaan, maar dat hij niet aan de spullen van hem kwam en [naam] niet aan zijn spullen. Dit alternatieve scenario van de verdachte is op grond van het dossier niet onaannemelijk gebleken, waardoor de rechtbank het niet als hoogst onwaarschijnlijk terzijde kan schuiven.
Aldus kan niet worden uitgesloten dat de verdovende middelen daar door iemand anders - en mogelijk zeer recent - zijn neergelegd. De verdediging heeft terecht gesteld dat de mogelijkheid bestaat dat medeverdachte [naam] de verdovende middelen er pas die ochtend heeft neergelegd.
De rechtbank is daarom, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om buiten gerede twijfel te kunnen vaststellen dat de verdachte niet alleen de beschikkingsmacht had over de aangetroffen verdovende middelen in de container bij hem in de tuin, maar ook wetenschap hiervan had. Uit de enkele omstandigheid dat de verdachte de sleutel van de zeecontainer had, kan immers niet worden afgeleid dat hij wetenschap had van de hard- en softdrugs die daar in een tas op het bureau en een krat onder het bureau lagen. De verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het samen met anderen opzettelijk aanwezig hebben van hard- en softdrugs.
4. Het beslag
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen goederen worden onttrokken aan het verkeer. De raadsman heeft zich ten aanzien van het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.De rechtbank komt tot het oordeel dat de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer, aangezien deze voorwerpen (in hun gezamenlijkheid) van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
5. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 36b en 36c Wetboek van Strafrecht van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
6. De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten;
Beslag
29 FLS Fles (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1592688).
Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Hermanides, voorzitter, mr. S.A.M.C. van de Winkel en mr. M. Landsman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.M.A. Curfs, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 23 februari 2026.
Buiten staat
Mr. M. Landsman is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.