RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer / rekestnummer: 12037667 \ AZ VERZ 25-148
Beschikking van 12 maart 2026
in de zaak van
TELEPERFORMANCE NETHERLANDS B.V.,
te Zoetermeer,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Teleperformance,
gemachtigde: mr. C. Staudt,
tegen
[werknemer] ,
te [plaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [werknemer] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- de mondelinge behandeling van 26 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. De feiten
Teleperformance maakt onderdeel uit van de Teleperformance Group. Teleperformance heeft vier vestigingen in Nederland met in totaal ongeveer 1500 werknemers. Vanuit deze vestigingen verzorgt zij voor haar opdrachtgevers klantenservice op afstand. Haar werknemers verrichten deze werkzaamheden ook vanuit huis. Deze diensten worden in de Nederlandse, Franse en Engelse taal aangeboden.
[werknemer] , geboren [datum] 1990, is sinds 21 januari 2019 in dienst bij Teleperformance. De functie van [werknemer] is Operations Customer Expert (hierna: OCE) met een loon van € 2.629,47 bruto per maand. [werknemer] verricht zijn werkzaamheden vanuit huis. Hij doet deze werkzaamheden in de Engelse taal. Op de arbeidsovereenkomst is de cao Facilitaire Contactcenters (hierna: de cao) van toepassing.
De afgelopen jaren zijn steeds meer opdrachten aan Teleperformance voor dienstverlening in andere talen dan het Nederlands beëindigd. Als gevolg daarvan heeft Teleperformance in 2023 een reorganisatie doorgevoerd die heeft geleid tot het vervallen van 23 arbeidsplaatsen.
Begin 2024 heeft Shimano aan Teleperformance de opdracht gegeven voor Frans-, Nederlands- en Engelstalige klantenservice-werkzaamheden. Het betrof een tijdelijke opdracht die verband hield met een terugroepactie van Shimano.
Op 7 mei 2025 heeft Shimano de opdracht opgezegd. De opdracht is als gevolg daarvan (uiteindelijk) beëindigd per 1 november 2025. Door deze beëindiging heeft Teleperformance sinds 1 november 2025 geen Engelstalig werk meer voor de OCE’s.
Tussentijds heeft Teleperformance op 27 juli 2025 aan het UWV toestemming gevraagd om de arbeidsovereenkomsten van 24 werknemers te mogen opzeggen. [werknemer] is één van die 24 werknemers. [werknemer] heeft tegen dat verzoek geen verweer gevoerd bij het UWV.
Bij beslissing van 31 oktober 2025 heeft UWV geweigerd aan Teleperformance toestemming te geven om de arbeidsovereenkomst met [werknemer] op te zeggen. Het UWV heeft daarbij overwogen dat Teleperformance niet heeft aangetoond dat de arbeidsplaats van [werknemer] moet komen te vervallen. Ook heeft UWV overwogen dat zij niet heeft kunnen controleren of Teleperformance het afspiegelingsbeginsel correct toegepast heeft en dat Teleperformance onvoldoende herplaatsingsinspanningen verricht heeft.
Teleperformance heeft na de beslissing van het UWV aan al haar werknemers en dus ook aan [werknemer] een Nederlandse taaltest aangeboden. Achterliggende gedachte daarvan was dat op basis van de testuitslagen zij een cursus Nederlands wilde organiseren. [werknemer] heeft niet gereageerd op dit aanbod, ook niet nadat Teleperformance een reminder had gestuurd.
3. Het verzoek
Teleperformance verzoekt de arbeidsovereenkomst met [werknemer] op de kortst mogelijke termijn te ontbinden vanwege bedrijfseconomische omstandigheden zoals bedoeld in art. 7:669a lid 3 aanhef en onder a BW.
Ter onderbouwing van haar verzoek voert Teleperformance (samengevat) aan dat:
- vanwege structurele werkvermindering het noodzakelijk is dat de arbeidsplaatsen in de functie van [werknemer] vervallen,
- niet hoeft te worden afgespiegeld omdat alle Engelstalige OCE-functies komen te vervallen,
- herplaatsing van [werknemer] in een andere functie niet mogelijk is.
[werknemer] voert verweer. Hij betwist dat hij binnen Teleperformance niet in een andere Engelstalige functie kan worden herplaatst.
4. De beoordeling
Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.
Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.
Eén van de redelijke gronden voor opzegging die in de wet staat, is het vervallen van arbeidsplaatsen als gevolg van het wegens bedrijfseconomische omstandigheden treffen van maatregelen voor een doelmatige bedrijfsvoering. Teleperformance baseert haar verzoek op deze grond. De kantonrechter is van oordeel dat de arbeidsovereenkomst op deze grond ontbonden kan worden. Dat wordt als volgt toegelicht.
De kantonrechter toetst aan dezelfde criteria als het UWV:
de arbeidsplaats vervalt structureel door maatregelen die om bedrijfseconomische redenen noodzakelijk zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering;
de ontslagvolgorde is op de juiste wijze vastgesteld;
er is geen mogelijkheid om de werknemer binnen een redelijke termijn (al dan niet met behulp van scholing) te herplaatsen binnen de onderneming of de groep.
Bedrijfseconomische noodzaak
Vooropgesteld wordt dat bij de beoordeling van de bedrijfseconomische noodzaak van de door Teleperformance genomen beslissing een zekere mate van terughoudendheid past. Een werkgever moet zijn onderneming immers zo kunnen inrichten dat het voortbestaan daarvan ook op langere termijn verzekerd is. Dat is niet alleen in zijn eigen belang, maar ook in het belang van het behoud van zijn werkgelegenheid in meer algemene zin. Er moet dan ook ruimte voor de werkgever zijn om een beslissing te kunnen nemen tot het vervallen van arbeidsplaatsen wegens bedrijfseconomische redenen (zie Kamerstukken II 2013/2014, 33818, 3, p 43). Teleperformance heeft dus een zekere vrijheid om beleidskeuzes te maken, ook als deze de individuele rechtsbetrekking met [werknemer] als werknemer treffen.
Indien arbeidsplaatsen vervallen bij een werkgever, wiens onderneming deel uitmaakt van een groep, of die meer dan één onderneming in stand houdt, wordt de noodzaak voor het vervallen van de arbeidsplaatsen beoordeeld aan de hand van de omstandigheden die van toepassing zijn op de onderneming waar de arbeidsplaatsen vervallen.
De kantonrechter is van oordeel dat Teleperformance voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat een aantal arbeidsplaatsen binnen haar onderneming dienen te vervallen. Door beëindiging van het Shimano-project is er immers geen Engelstalig werk meer voorhanden binnen haar onderneming. Teleperformance heeft dus in redelijkheid kunnen besluiten tot het ingrijpen in haar personeelsbestand. Zij heeft daarbij voldoende inzicht gegeven en de gemaakte keuzes voldoende verantwoord. [werknemer] heeft op dit onderdeel bovendien geen verweer gevoerd. Uit dit alles volgt dat de redelijke grond van opzegging als bedoeld in art. 7:669 lid 3 onder a BW voldoende is komen vast te staan.
Afspiegelingsbeginsel en herplaatsing
Het afspiegelingsbeginsel houdt (samengevat) in dat binnen een uitwisselbare functiegroep een bepaalde ontslagvolgorde moet worden gehanteerd. Die volgorde wordt bepaald aan de hand van de duur van het dienstverband en de leeftijd van de werknemers die binnen die functiegroep werkzaam zijn.
Teleperformance heeft (onbetwist) gesteld dat binnen de gehele functiegroep OCE geen Engelstalig werk meer voorhanden is binnen haar onderneming. Zij heeft daarbij verder betoogd dat het Engelstalig werk niet uitwisselbaar is met het Nederlandstalig werk, zodat er in wezen sprake is van de functiegroep OCE Engelstalig. Aangezien alle arbeidsplaatsen binnen deze Engelstalige functiegroep zijn vervallen en er dus geen uitwisselbare functies meer voorhanden zijn, hoeft binnen die functiegroep geen ontslagvolgorde te worden gehanteerd. Alle werknemers die deze werkzaamheden verrichten komen voor ontslag in aanmerking. Tegen dit betoog, dat de kantonrechter aannemelijk voorkomt en dat Teleperformance in voldoende mate onderbouwd heeft, heeft [werknemer] geen verweer gevoerd. De kantonrechter is op grond van deze overwegingen van oordeel dat het afspiegelingsbeginsel niet van toepassing is aangezien er geen uitwisselbare functies voorhanden zijn.
Uiteraard staat het voorgaande er niet aan in de weg dat Teleperformance de plicht heeft zich in te spannen om de werknemers die binnen voornoemde functiegroep voor ontslag in aanmerking te komen, te herplaatsen op een andere functie. In dat verband overweegt de kantonrechter dat vast staat dat [werknemer] de Nederlandse taal onvoldoende machtig is voor het verrichten van een Nederlandstalige functie binnen Teleperformance. Verder heeft Teleperformance aangevoerd dat er binnen haar onderneming geen Engelstalig werk voor [werknemer] voorhanden is. Zij heeft daartoe verwezen naar productie 8: een overzicht van de huidige vacatures binnen haar onderneming. Eerst ter zitting heeft [werknemer] dit (ongemotiveerd) betwist. Die betwisting kan hem niet baten. Hij had dan op zijn minst met concrete voorbeelden moeten onderbouwen welke Engelstalige functies momenteel binnen Teleperformance volgens hem geschikt zouden zijn (te maken) voor hem. Dat heeft [werknemer] niet gedaan. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat Teleperformance gelijk heeft met haar stelling dat er geen mogelijkheid is om [werknemer] binnen haar onderneming op een andere functie te plaatsen. Ook staat vast dat Teleperformance aan [werknemer] heeft aangeboden om de mogelijkheden te onderzoeken om in een andere onderneming in de Teleperformance Group te werken in België en dat [werknemer] op dat aanbod niet is ingegaan. Tot slot staat vast dat [werknemer] niet is ingegaan op de door Teleperformance aangeboden mogelijkheid van een taaltest en een eventueel daaraan verbonden cursus Nederlands. Op grond van dit alles concludeert de kantonrechter dat er geen mogelijkheid is om [werknemer] binnen een redelijke termijn op een andere functie binnen Teleperformance te plaatsen en dat Teleperformance op dit punt voldoende inspanningen heeft verricht.
Conclusie
Gelet op het voorgaande zal de arbeidsovereenkomst tussen partijen worden ontbonden op de door Teleperformance aangevoerde grond.
In art. 2.11 van de cao is bepaald dat de opzegtermijn één maand bedraagt, dat deze termijn begint op de dag na opzegging en dat de arbeidsovereenkomst op elke dag van de maand kan worden opgezegd. De kantonrechter zal op grond daarvan de einddatum van de arbeidsovereenkomst bepalen op 12 april 2026.
Teleperformance hoeft geen gelegenheid te krijgen het verzoek in te trekken, omdat aan de ontbinding geen billijke vergoeding wordt verbonden. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat [werknemer] uiteraard wel recht heeft op een transitievergoeding. Ter zitting heeft Teleperformance nog toegezegd dat zij die vergoeding aan [werknemer] zal betalen.
De proceskosten komen voor rekening van [werknemer] , omdat [werknemer] overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van Teleperformance worden begroot op € 1.144,00 (€ 135,00 aan griffierecht, € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De kantonrechter
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen Teleperformance en [werknemer] ,
bepaalt het einde van de arbeidsovereenkomst op 12 april 2026,
veroordeelt [werknemer] in de proceskosten van € 1.144,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [werknemer] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
verklaart onderdeel 5.3. van deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.