ECLI:NL:RBLIM:2026:2382

ECLI:NL:RBLIM:2026:2382

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 18-03-2026
Datum publicatie 12-03-2026
Zaaknummer C/03/329281 / HA ZA 24-161
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Tussenvonnis. Variabele hypotheekrente op twee leningdelen niet vastgezet. Benoeming deskundige voor begroting van de reeds verschenen en de toekomstige schade.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/329281 / HA ZA 24-161

Vonnis van 18 maart 2026 (bij vervroeging)

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [plaats] ,

eiseres,

advocaat: mr. K.A.M.J. Horsch,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FIDUS HOLTUM B.V.,

gevestigd te Holtum, gemeente Sittard-Geleen,

gedaagde,

advocaat: mr. M.H. Pluymen.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Fidus Holtum genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 december 2025, - het B16-formulier van [eiseres] , - het B16-formulier van Fidus Holtum,

- het bericht van de rechtbank van 16 februari 2026,

- het bericht van 3 maart 2026 van Fidus Holtum,

- het bericht van 4 maart 2026 van [eiseres] .

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

Bij tussenvonnis van 24 december 2025 heeft de rechtbank overwogen dat zij voornemens is een deskundige te benoemen. De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het specialisme van de te benoemen deskundige, de aan de deskundige voor te leggen vragen en over de noodzaak van een deskundigenbericht. Met betrekking tot de persoon van de deskundige heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld om hierover in onderling overleg overeenstemming te bereiken of, indien zij hier geen overeenstemming over kunnen bereiken, ieder één of meer deskundige(n) voor te dragen.

Partijen hebben bij B16-formulier zich aldus uitgelaten.

De te benoemen deskundige

Partijen voeren beiden aan dat zij geen overeenstemming hebben bereikt en verzoeken de rechtbank om een deskundige van het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen te benoemen.

Nu partijen het onderling niet eens zijn geworden, heeft de rechtbank het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen geraadpleegd. De rechtbank heeft de heer mr. drs. [deskundige] RA RV van [bedrijf] (hierna: de heer [deskundige] ) benaderd.

De heer [deskundige] heeft desgevraagd verklaard bereid en in staat te zijn het benodigde onderzoek te verrichten en vrij te staan ten opzichte van partijen. De rechtbank zal dan ook overgaan tot zijn benoeming.

De vraagstelling

Partijen hebben geen opmerkingen gemaakt over de door de rechtbank bij tussenvonnis van 24 december 2025 (r.o. 4.22.) geformuleerde vragen. De rechtbank zal daarom de eerder door haar bij tussenvonnis geformuleerde vragen aan de deskundige handhaven.

Deskundigenbericht

De rechtbank zal de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen.

De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 4.084,00 (inclusief btw). Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Zij hebben verklaard akkoord te gaan met de begroting van het voorschot. De rechtbank zal het voorschot vaststellen op een bedrag van € 4.084,00 (inclusief btw). In het tussenvonnis van 24 december 2025 (rov. 4.24) is al aangekondigd en toegelicht dat het te betalen voorschot door partijen bij helfte zal moeten worden betaald en dat bij eindvonnis zal worden beslist wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

benoemt tot deskundige:

Mr. drs. [deskundige] RA RV

[bedrijf]

[adres 1] ,

[adres 2]

[telefoonnummer] ,

[e-mailadres] ,

beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:

1. Wat is de omvang van de concreet door [eiseres] geleden schade in de periode van 1 januari 2025 en 31 december 2025, op basis van de daadwerkelijk betaalde hypotheekrente over de leningdelen 2 en 7, afgezet tegen de rentepercentages die hadden gegolden als de rente tegen 1 juli 2021 was vastgezet (1,69% voor leningdeel 2 en 1,56% voor leningdeel 7)?

2. Welke rekenmethode en welke rente is naar uw oordeel in dit geval het meest passend voor het berekenen van de gekapitaliseerde schadevergoeding voor de toekomstige schade van [eiseres] over de periode vanaf 1 januari 2026 tot 1 mei 2041, uitgaande van de in het tussenvonnis van 24 december 2025, rov. 4.21 genoemde uitgangspunten? De rechtbank verzoekt u in uw antwoord ook de rapporten van CumLaude en Crawford te betrekken.

3. Op welk bedrag begroot u de gekapitaliseerde vergoeding voor toekomstige schade zoals bedoeld in vraag 2?

4. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?

het voorschot

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 4.084,00 (inclusief btw),

bepaalt dat partijen ieder de helft van het voorschot moeten overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

bepaalt dat [eiseres] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen,

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

wijst de deskundige erop dat:

de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,

de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,

indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven om het onderzoek te verrichten,

het schriftelijk rapport

draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

wijst de deskundige erop dat:

uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

draagt de griffier op de zaak op de rol te plaatsen:

indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of

na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van beide partijen op een termijn van vier weken,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Hurkens, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Hurkens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand