RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummers : 03.088542.23 en 03.130691.23 (ttz. gev.)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige strafkamer van 11 maart 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1995,
wonende te [adres 1] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. F.M. van Venrooij-Nieuwenhuis, advocaat kantoorhoudende te Heerlen.
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 februari 2026. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
feit 1: al dan niet samen met anderen harddrugs aanwezig heeft gehad;
feit 2: al dan niet samen met anderen softdrugs aanwezig heeft gehad;
feit 3: lid is geweest van een criminele organisatie.
3. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd ten aanzien van de verdovende middelen genoemd bij feit 1 en 2 die niet zijn onderzocht door het NFI en waarvan derhalve niet kan worden vastgesteld dat deze de in de tenlastelegging genoemde stoffen betreffen. Voor het overige acht de officier van justitie de feiten 1 en 2 bewezen. Feit 3 acht de officier van justitie eveneens bewezen, met uitzondering van de stoffen blue 69 en red 69 en met uitzondering van [naam 1] als lid van de criminele organisatie: de stoffen blue 69 en red 69 staan niet op lijst I van de Opiumwet en [naam 1] heeft geen deel uitgemaakt van de criminele organisatie waartoe de verdachte in de visie van de officier van justitie behoorde.
Tevens acht de officier van justitie het feit in de zaak met parketnummer 03.130691.23 bewezen gelet op de aangifte en de bekennende verklaring van de verdachte.
Het standpunt van de verdediging
In de zaak met parketnummer 03.088542.23 heeft de raadsvrouw betoogd dat de verdachte wetenschap had van noch feitelijke macht had over de verdovende middelen, genoemd in feit 1 en 2 en derhalve moet worden vrijgesproken. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadvrouw eveneens vrijspraak bepleit, omdat er geen sprake was van een structureel samenwerkings-verband. Mocht de rechtbank daar anders over oordelen, zijn de rol en de bijdrage van de verdachte uiterst beperkt gebleven. De raadsvrouw heeft zich gerefereerd ten aanzien van het feit in de zaak met parketnummer 03.130691.23.
Het oordeel van de rechtbank
03.130691.23
De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), nu de verdachte het feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit.
De rechtbank acht het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de aangifte van [naam 2];
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 25 februari 2026.
03.088542.23
Bewijsmiddelen
De rechtbank begint met bespreking van feit 3.
Verbalisant [naam 3] heeft het volgende gerelateerd:
Naar aanleiding van diverse meldingen werd op 10 mei 2022 binnengetreden in de woning aan de [adres 2] . Nadat de woning was betreden, nam de ter plaatse aanwezige verbalisant [naam 4] telefonisch contact op met mij. Ik hoorde dat [naam 4] mij het volgende mededeelde:
“Na het binnentreden troffen wij op het aanrecht een bol cocaïne aan. Ook lag er een beetje hasj op het aanrecht. De cocaïne en hasj lagen in het zicht. In de badkamer zagen wij twee big shopper tassen staan. Deze tassen waren aan de bovenzijde open en waren geheel gevuld met zakken vol henneptoppen. Nadat wij de hennep in beslag namen, zagen wij tevens dat er diverse zakjes met harddrugs tussen de zakken henneptoppen lagen. Het betrof onder andere
sealtjes cocaïne, XTC en vermoedelijk MDMA. In de woonkamer zagen wij op de
woonkamertafel een zakje MDMA, een zakje hennep en een sealtje cocaïne.”
Op het adres [adres 2] , is volgens GBA woonachtig: [naam 5] , geboren op [geboortedag 2] 1997 te [geboorteplaats 2] .
Naar aanleiding van deze bevindingen werd de doorzoeking geopend in het pand aan de [adres 2] . Daarbij werd het volgende aangetroffen:
partij 1: bol cocaïne op het aanrecht,
partij 2: hasj op het aanrecht,partij 3: hennep in de fruitmand op het aanrecht,partij 6: twee bigshoppers in de badkamer met de volgende deelpartijen: partij 6.1: gevuld met 230 kleine gripzakjes hennep en twee grote gripzakken hennep,partij 6.6: 304 gele zeshoekige XTC pillen,partij 6.7: brok MDMA veiliggesteld in verband DNA onderzoek,partij 6.9: gripzak gevuld met meerdere witte snowseals vermoedelijk gevuld met cocaïne en
partij 8: brok cocaïne in keukenkastje.
Het gewicht van de totale hoeveelheid hennep die door het onderzoeksteam werd aangetroffen betreft netto 1216 gram. Het gewicht van de totale hoeveelheid hasjisj die door het onderzoeksteam werd aangetroffen betreft netto 81 gram. De hiervoor genoemde goederen werden in beslag genomen. 1216 gram netto henneptoppen, goednummer: 1507416, bestaande uit 230 kleine gripzakjes en twee grote gripzakken hennep, 81 gram netto hasjisj, goednummer: 1507594, bestaande uit 22 gripzakjes hasj en 1 los brokje hasj,
partij 1: 52 gram wit poeder/brok, goednummer: 1507615, partij 6.6: 124,4 gram pillen, goednummer: 1507633, 304 stuks, partij 6.7: 31,7 gram, goednummer: 1507638, partij 6.9: 16 gram, onbekend aantal snowseals gevuld met verdovende middelen, goednummer: 1507640, partij 8: 36,1 gram, goednummer: 1507675.
Bij een door ons, verbalisanten [naam 6] en [naam 7] , gehouden MMC kleur-reactietest bleek dat de stof onder goednummer 1507416 positief reageerde op de aanwezigheid van hennep.
Bij een door ons gehouden MMC kleur-reactietest bleek dat deze stof onder goednummer 1507594 positief reageerde op de aanwezigheid van hashish.
De vermoedelijke verdovende middelen zijn bemonsterd en voorzien van een SIN:
Goednummer: 1507615, SIN: AAOT7714NL, 49,54 gram netto,Goednummer: 1507633, SIN: AAOT7605NL, 121,73 gram netto,
Goednummer: 1507675, SIN: AAOT7606NL, 30,81 gram netto,Goednummer: 1507638, SIN: AAOT7607NL, 30,4 gram,Goednummer: 1507640, SIN: AAOT7608NL, AAOT7609NL, AAOT7610NL, 11,78 gram bruto.
Uit de rapporten van het NFI blijkt het volgende:
AAOT7714NL: uit 49,54 gram, bevat cocaïne.
AAOT7605NL: uit 121,73 gram: bevat MDMA.
AAOT7606NL: uit 30,81 gram: bevat cocaïne.
AAOT7607NL: uit 30,40 gram: bevat MDMA.
AAOT7608NL: uit 11,78 gram, bevat cocaïne.
AAOT7609NL: uit 11,78 gram: bevat cocaïne.
AAOT7610NL: uit 11,78 gram: bevat cocaïne.
Medeverdachte [naam 5] is over deze feiten gehoord op 10 mei 2022 en heeft het volgende verklaard:
Ik verblijf al drie weken niet meer thuis vanwege de werkzaamheden aan de buitenkant van de flat. Er staat daar een steiger. Deze is op hoogte zodat ze in mijn kamer kunnen kijken. Ongeveer een week geleden is een vriend van mij in mijn woning ingetrokken. Dit is [naam 8] . [naam 8] vroeg aan mij of hij iets in de woning mocht zetten. Dat iets is geld. Later vroegen ze of ze er ook mochten stashen. Ik dacht dat men weed bedoelde. [verdachte] heeft bijnaam [bijnaam 1] . [naam 9] . [naam 10] , ik noem hem [bijnaam 2] . Ze noemen zich [bijnaam 3] .
Tijdens haar verhoor op 11 mei 2022 heeft zij verklaard:
Hij vroeg of hij geld bij mij neer mocht leggen, dat vond ik prima. Daarna begon het met of ze mochten stashen. Ik kreeg € 50,- per week van [naam 10] . Ik kreeg van [naam 8] € 50,- voor alles, het verblijf en het stashen. [bijnaam 3] zijn [naam 10] , [naam 8] , [naam 9] en [verdachte] . Als ik wiet bestel, dan komt een van die vier.
Door onderzoek binnen de politiesystemen en de verklaringen van [naam 5] , kon ik, verbalisant [naam 11] , de onderstaande personalia vaststellen.
- [verdachte] , geboren [geboortedag 1] 1995 te [geboorteplaats 1] ,
- [naam 8] , geboren [geboortedag 3] 1999 te [geboorteplaats 3] ,
- [naam 9] , geboren [geboortedag 4] 1990 te [geboorteplaats 2] ,
- [naam 10] , geboren [geboortedag 5] 2000 te [geboorteplaats 1] .
Op 16 juni 2022 is medeverdachte [naam 10] aangehouden. Hij had twee telefoons tot zijn beschikking in zijn slaapkamer. Dit betrof een iPhone XR en een iPhone 7.
De Iphone XR is uitgelezen.
Chatgesprekken tussen [naam 10] en contact ‘pap’
8 februari 2022:
[naam 10] :
“En heb iemand gevonden waar ik alles kan leggen en die pakt alles in”.
27 mei 2022:
[naam 10] :
“Het ergste van alles is, ik heb nooit wat thuis”, “had ik heel toevallig 40 gr thuis gelegd omdat ik niet op de plek kon die dag waar ik alles had liggen en precies op dat moment gebeurd dat”, “had ff 40 gr ofz thuis gelegd zodat ik kon bijvullen midden op de dag”, “had pas een flatje ergens die betaalde k om in te pakken enz”, “luister ik ben 5minuten binnen gaf net de chauffeur een zak mee was die weg”, “paar min later”, “word er ineens sangekloot”, “politie politie”, “Ik in paniek [naam 12] at nou dan lag ram veel spul daar en dat durfde ik niet te pakken want die deur waar dat lag is naast de voor deur”, “Maar was op de bovenste verdieping van een flat maar er stond zo’n smal dun stijgertje nssst de flat”, Ben ik via achterom van t balkon na onder geklommen”, “Die inpakkers wisten me echte naam niet heb ik de lijn telefoon uitgezet en heb nieuwe lijn nr nu”, “14000 aan materiaal wat ze hebben gepakt”.
Pap:
“dat zijn klappen”.
[naam 10] :
“Ja maar s niet de hele 14000 van mij is ook van een vriend van mij die had heel toevallig net 2/3 dagen alles bij mij liggen omdat die ook stress had”, “kregen ze toch voor betaald hun risico wrm denkt ze anders dat ik t bij haar leg anders had k t wel thuis gelegd als T kon”, “Verkoop ong 50grsm wit in een week s ong 1600 winst en 2keer een halve kilo in 8/9 dagen per halve kilo ong €800 winst met onkosten eraf waaronder tank enz”, “Trouwens pap, ik was mis t denken he s dat niks voor jou, heb eig een telefonist misschien nodig maar kan niet zomaar iedereen de tel geven”.
Pap:
“wat moet ik dan doen? Bestellingen aannemen?”
[naam 10] :
“ja en doorsturen”.
Chatgesprek [naam 10] en contact ‘Zaak’.
31 mei 2022: [naam 10] :
“Ik had dit nr gekregen van een vriend van mij maar ben op zoek na grotere aantallen pillen mdma kan je me daar bij helpen of ook crisis?”
1 juni 2022: Contact Zaak:
“Hvl zoek je.”
[naam 10] :
“Eerst 4000 pillen daarna waarschijnlijk 40000.”
De iPhone 7 is uitgelezen.
Op 15 december 2021 om 14.43 uur is een bericht massaal gestuurd vanaf het account [e-mailadres] (zelfde account welke ingelogd staat in de telefoon die inbeslaggenomen is van [naam 10] ) naar 311 contacten. De contacten betreffen voornamelijk contacten met alleen een straatnaam en huisnummer.
“Goedendag dames en heren!!!! We zijn weer actief op dit nummer!!! U kunt
ons berijken van 11:00 tot 23:00. We zullen ervoor zorgen dat u zo snel mogenlijk geholpen word. (binnen een half uur). Ook hebben wij weer lekkere soortjes in de aanbieding zoals new york diesel, sour mango, green crack en nog meer. Het verschilt per dag dus
u kan atijd even bellen. De kanonen ammi is er natuurlijk altijd. Ook hebben wij nu envelopjes van 25 euro en 20 euro. De is 9 strepen en een van de puurste die je op de straat kan vinden. Kwaliteit staat op 1 bij ons dat vinden wij belangrijk. Moor meer info bel gerust op!! Wij beloven een goede en snelle service! En zullen er altijd voor zorgen dat u tevreden bent! Discreet is voor ons ook belangrijk. Wij horen graag van u!! U kunt ons bellen,sms'en of whatsappen.”
In totaal staan er 323 foto's en/of video's op de telefoon.
Foto’s 16 januari 2022 11.32 uur: De foto heeft een datum van 16 januari 2022, 11.32 uur. Op de foto staat een telefoonnummer met als titel [bijnaam 3] . Op de foto is een prijslijst te zien en dat ze elke dag bereikbaar zijn van 11.00 uur tot 23.00 uur. Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] is bekend bij de politie onder het telefoonnummer waarnaar gebeld en bericht kan worden om drugs te kopen.
Foto 20 januari 2022 12.56 uur: Op de foto is een screenshot van notitie van een iPhone toestel met als titel ' [bijnaam 1] '. Er staat drie bedragen bij: €765 Sannie, €465 ammi, €510 soort. [verdachte] heeft als bijnaam [bijnaam 1] , [bijnaam 1] , [bijnaam 1] etc.
Als gevolg van de aanhouding van [naam 9] werd zijn mobiele telefoon in beslag genomen. Schermafbeeldingen. In dit album zitten 606 foto's.
Een screenshot, gemaakt met de mobiele telefoon van [naam 9] . Dit screenshot is gemaakt op 16 december 2021 om 19.54 uur. Te zien is de applicatie Telegram en daaronder een screenshot van een chatgesprek met een contactpersoon genaamd ' [bijnaam 1] '. In dit gesprek worden adressen doorgegeven met onder andere grammen, vermoedelijk verdovende middelen. Hierin lijkt contactpersoon ' [bijnaam 1] ' de opdrachtgever en de ontvanger, [naam 9] diegene die de bezorging en verkoop doet.
Een screenshot, gemaakt met de mobiele telefoon van [naam 9] . Dit screenshot is gemaakt op 18 juni 2021 om 12.11 uur. Dit betreft een screenshot van een WhatsApp gesprek tussen een contactpersoon genaamd ' [bijnaam 1] ' en verdachte [naam 9] . Dit betreft dezelfde contactpersoon als van het WhatsApp gesprek hierboven genoemd. In dit gesprek wordt er door contactpersoon ' [bijnaam 1] ' gevraagd waarom [naam 9] niet rijdt. Daar bekend is dat [naam 9] verdovende middelen bezorgt en verkoopt, lijkt het ook nu dat contactpersoon ' [bijnaam 1] ' diegene is die de opdracht hiertoe geeft.
Een screenshot, gemaakt met de mobiele telefoon van [naam 9] . Dit screenshot is gemaakt op 22 augustus 2021 om 14.13 uur. Dit betreft een screenshot van een WhatsApp gesprek tussen een contactpersoon genaamd ' [bijnaam 1] ' en [naam 9] . In dit gesprek wordt er onder andere gesproken over het knippen van de 'buitenplant', vermoedelijk een hennepplant.
In de contactenlijst van de mobiele telefoon van de verdachte zie ik dat bij het contact ' [bijnaam 1] ' het volgende telefoonnummer behoort: [telefoonnummer 2] . In het politiesysteem Integrale Bevraging werd dit telefoonnummer op 16 augustus 2021 gekoppeld aan [verdachte] .
Een screenshot, gemaakt met de mobiele telefoon van [naam 9] . Dit screenshot is gemaakt op 12 maart 2022 om 11.07 uur. Dit betreft een screenshot van een WhatsApp gesprek tussen een contactpersoon genaamd ' [bijnaam 1] ' en [naam 9] . In de contactenlijst van de mobiele telefoon van de verdachte zie ik dat bij het contact ' [bijnaam 1] ' het volgende telefoonnummer behoort: [telefoonnummer 3] . De profielfoto op WhatsApp van contactpersoon ' [bijnaam 1] ' is een man met een minderjarig jongetje. In het politiesysteem Integrale Bevraging staat dat [verdachte]
een twee-jarig zoontje heeft. Na onderzoek werd vastgesteld dat de man
op de foto [verdachte] betreft.
Naar alle waarschijnlijkheid betreft de persoon achter deze telefoonnummers [verdachte]
. Dit vermoeden is er omdat:
- een van de telefoonnummers in het politiesysteem gekoppeld is aan [verdachte]
,
- op de profielfoto van ' [bijnaam 1] ' wordt [verdachte] herkend,
- [naam 5] aan heeft gegeven dat de bijnaam van [verdachte] ' [bijnaam 1] ' is.
Op de rechterfoto werd door contactpersoon ‘ [bijnaam 1] ’ via WhatsApp een foto gestuurd naar [naam 9] . Op die foto is een minderjarig kind te zien met een man. Deze man wordt herkend als zijnde [verdachte] .
SMS berichten
Er is een conversatie met contactpersoon ‘ [bijnaam 3] ’. Deze conversatie begint op 9 december
2021 om 00.02 uur. Het laatste SMS bericht in die conversatie dateert van 10 mei
2022 om 11.46 uur. [naam 9] stuurt een bericht aan contact ‘ [bijnaam 3] ’ inhoudende:
“ [bijnaam 1] en ik rijden eve zelf dat uurtje ma hebbe packs nodig”.
De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard:
Ik ben de man met het kindje die te zien is op de foto op pagina 276 van het dossier.
[naam 9] is op 16 juni 2022 gehoord over deze feiten. Hij heeft hierover het volgende verklaard.
[naam 10] heeft mij erbij betrokken bij die dingen. En hij heeft die spullen bij die [naam 5] gehad.
Hij heeft toen daar drugs gehad daar. Heeft hij mijn sleutel gepakt daardoor heb ik geen huissleutel meer. De woning aan de [adres 2] is de woning van [naam 5] . Vanaf het moment dat [naam 5] werd opgepakt door die inval in haar woning, is [naam 10] direct met drugs naar mij toe gekomen om die bij mij neer te leggen. [bijnaam 3] is de lijn van [naam 10] . De drugs in mijn woning bewaarde ik in mijn huis voor hem. Ik moest inderdaad af en toe bestellingen rondrijden.
Bewijsoverweging
Aan de verdachte wordt onder feit 3 - kort gezegd - de deelname aan een criminele organisatie verweten. In dat verband zou hij gebruikmaken van de nicknames [bijnaam 1] , [bijnaam 1] , [bijnaam 1] of [bijnaam 1] . De eerste vraag die beantwoord moet worden is of de verdachte inderdaad degene is achter deze namen. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen, met name het telefoonnummer van contact [bijnaam 1] dat aan de verdachte toebehoort, de man op de foto (zijnde de verdachte) op het profiel met de naam [bijnaam 1] en de verklaring van [naam 5] , inhoudende dat de verdachte [bijnaam 1] of [bijnaam 1] wordt genoemd, volgt naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam dat de verdachte de persoon is achter de bedoelde nicknames.
Vervolgens is de vraag of de verdachte, samen met [naam 8] , [naam 9] en [naam 10] , deel heeft uitgemaakt van een crimineel samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 140 Sr. Met betrekking tot [naam 1] geldt dat niet kan worden vastgesteld dat hij deel heeft uitgemaakt van de organisatie waartoe de verdachte zou hebben behoord en die zich [bijnaam 3] noemde. Dat is anders met betrekking tot [naam 9] en [naam 10] .
Uit de bewijsmiddelen, met name de gegevens uit de diverse telefoons en de verklaring van [naam 9] , leidt de rechtbank af dat er sprake is geweest van een criminele organisatie die als oogmerk had het plegen van strafbare feiten, in dit geval de handel in en het aanwezig hebben van hard- en softdrugs.
De verdachte heeft daartoe gedurende minstens een half jaar nauw samengewerkt met [naam 10] en [naam 9] . Zij hadden ieder hun eigen rol. [naam 10] was de drijvende kracht achter de organisatie, regelde de inkoop en verkoop/ marketing van de verdovende middelen, zorgde voor de stashplaatsen (bij [naam 5] en [naam 9] ), wierf personen om de dealertelefoon te bemensen en stuurde, evenals de verdachte, [naam 9] aan in het verrichten van koeriersdiensten. De verdachte trad zelf ook als koerier op. Aldus was sprake van een duidelijke structuur binnen het samenwerkingsverband. De duurzaamheid van de organisatie blijkt reeds uit de periode gedurende welke de organisatie actief was, maar ook uit het feit dat de organisatie bleef doordraaien na de inval in de woning van [naam 5] aan de [adres 2] . [naam 10] heeft toen immers aan zijn vader te kennen gegeven direct een ander telefoonnummer te hebben genomen ten behoeve van zijn drugslijn, opdat hij daarmee zijn handel kon voortzetten en nog op zoek te zijn naar een telefonist, iemand die de bestellingen zou kunnen aannemen. Ook is direct een andere stashplaats geregeld, zoals volgt uit de verklaring van [naam 9] , inhoudende dat [naam 10] de drugs na de inval bij [naam 5] bij hem had neergelegd.
De verdachte had aldus een dubbelrol: hij trad soms zelf op als koerier, maar stuurde op andere momenten ook [naam 9] aan. Op deze wijze heeft de verdachte een belangrijke rol vervuld binnen de criminele organisatie. Zonder koeriers bestaat immers geen verkoop of aflevering aan afnemers, en zonder aansturing hebben koeriers geen idee waar zij naartoe moeten. Duidelijk is ook, zo leidt de rechtbank uit de berichten af, dat op (vrijwel) hetzelfde moment iemand bestellingen aanneemt, iemand koeriers aanstuurt, iemand stashhouders instrueert, en iemand als koerier op pad is met de leveranties, en dat al die betrokkenen ook weet hebben van de rol van die anderen.
De rechtbank acht dan ook bewezen dat de verdachte samen met [naam 10] en [naam 9] deel heeft uitgemaakt van een criminele organisatie die tot oogmerk had de handel in en het aanwezig hebben van hard- en softdrugs.
Vrijspraak feit 1 en 2
Onder beide feiten wordt aan de verdachte verweten dat hij samen met anderen hard- en softdrugs aanwezig heeft gehad in de woning aan de [adres 2] , zijnde de woning van [naam 5] . De verdovende middelen die daar zijn aangetroffen, behoorden, gelet op de verklaring van [naam 5] , voor een deel toe aan [naam 1] en voor het andere deel aan [naam 10] . Niet is komen vast te staan welke verdovende middelen aan wie toebehoorden. Zij hadden beiden een (eigen) drugslijn, waarbij de woning van [naam 5] dienst deed als stashplek. Uit de bewijsmiddelen blijkt niet van enige concrete betrokkenheid van de verdachte ten aanzien van specifiek deze bij [naam 5] aangetroffen middelen. De hierna bewezen te verklaren deelname van de verdachte aan een criminele organisatie brengt - hoewel de verdachte zeker zal snappen dat ergens drugs opgeslagen of bewaard liggen - niet automatisch mee dat hij ook wetenschap had van en feitelijke macht kon uitoefenen over precies die verdovende middelen die zich op de datum van aantreffen bevonden op de stashplek bij [naam 5] . Dit klemt temeer nu de verdachte niet (een van de) de leider(s) van de organisatie was en dus mogelijk niet het overzicht had van alle verboden handelen van die organisatie. De verdachte zal hierom van de feiten 1 en 2 worden vrijgesproken.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
03.088542.23 feit 3:
in de periode van 1 december 2021 tot en met 16 juni 2022 in de gemeente Heerlen heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [naam 9] en [naam 10] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:
- misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid, namelijk het opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 aanhef en onder B en C van de Opiumwet, te weten het opzettelijk verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of aanwezig hebben van cocaïne en/of MDMA, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, en
- misdrijven als bedoeld in artikel 11, tweede, derde en vijfde lid, namelijk het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 aanhef en onder B en C van de Opiumwet, te weten het opzettelijk verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of aanwezig hebben van hennep en hasjiesj, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
03.130691.23
als degene die als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Heerlen op de [adres 3] , op 22 april 2023
de plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist, aan een ander (te weten [naam 2] ) schade was toegebracht.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
03.088542.23 feit 3:
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;
03.130691.23:
overtreding van artikel 7, eerste lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
5. De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6. De straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn, gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden op te leggen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht ten aanzien van de zaak met parketnummer 03.130691.23 geen straf of maatregel op te leggen. Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03.088542.23 heeft zij verzocht rekening te houden met de geringe rol van de verdachte en met de overschrijding van de redelijke termijn, en hem daarom geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Aan de verdachte kan wel een deels voorwaardelijke straf worden opgelegd als stok achter de deur.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft gedurende ruim een half jaar deel uitgemaakt van een criminele organisatie die zich bezighield met de handel in hard- en softdrugs. Hij heeft daartoe, in zijn rol als koerier, vele gebruikers in hun drugsbehoefte voorzien. Daarnaast heeft hij ook [naam 9] aangestuurd in diens koeriersdiensten.
Het behoeft geen betoog dat verdovende middelen een zeer grote bedreiging vormen voor de volksgezondheid en de veiligheid in de samenleving. Niet alleen zijn er gebruikers die strafbare feiten plegen om aan hun drugs te kunnen komen, maar ook vinden er in de drugswereld strafbare feiten plaats zoals bedreigingen, afpersingen, wapenbezit, mishandelingen en zelfs liquidaties, gepleegd tussen handelaren en producenten onderling. Dit rekent de rechtbank de verdachte dan ook zeer aan. Het verontrust de rechtbank dat de verdachte er met andere verdachten kennelijk geen aarzeling bij heeft gehad om bewust en volgens onderlinge afspraken de wet te schenden, en dusdoende zijn leven in de bewezen verklaarde periode dag in, dag uit hoofdzakelijk in het teken van misdrijven te plaatsen.
Naast dit feit heeft de verdachte zich eveneens schuldig gemaakt overtreding van artikel 7 van de Wegenverkeerswet, het verlaten van de plaats van het ongeval. Een naar feit, nu het slachtoffer, indien de verdachte niet meer te traceren was geweest, met de schade achter zou zijn gebleven. De verdachte vluchtte kennelijk enigszins onbezonnen weg voor het nemen van de normale verantwoordelijkheid die iedereen in het verkeer heeft als bestuurder. Door zo impulsief en foutief, want strafbaar, te handelen, verergert de verdachte in wezen iets wat iedereen elke dag kan overkomen, een parkeer- of verkeersschade. De rechtbank hoopt dat de verdachte zich door onderhavig strafproces iets meer bewust is geworden van het voordeel dat je kunt hebben als je normaal en meer volwassen met andere mensen omgaat in een dergelijke situatie.
De verdachte heeft naar de overtuiging van de rechtbank voor wat betreft de criminele organisatie niet het achterste van zijn tong laten zien. De verdachte heeft voorts geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn gedrag, niet ten aanzien van de verweten feiten, maar ook niet ten aanzien van de gevolgen van zijn drugsfeiten. Hij blijkt bovendien hardleers, nu hij volgens zijn strafblad in mei 2025 een strafbeschikking heeft ontvangen voor het aanwezig hebben van softdrugs.
De reclassering heeft geen contact met de verdachte kunnen krijgen, zodat deze organisatie de rechtbank niet heeft kunnen inlichten over diens persoonlijke omstandigheden. Ter terechtzitting is hij wel verschenen en heeft hij te kennen gegeven dat hij een eerder opgelegde taakstraf maar gedeeltelijk heeft kunnen uitvoeren omdat hij een verstoord dag- en nachtritme heeft. De rechtbank acht dit zorgelijk. In ieder geval geldt dat van factoren waarmee de rechtbank in strafverminderende zin rekening zou kunnen houden – behoudens het gegeven dat het om een relatief oud feit gaat - geen sprake is.
De rechtbank zal in strafmatigende zin rekening houden met de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De Hoge Raad heeft in zijn uitleg van de redelijke termijn als uitgangspunt genomen dat de behandeling van een zaak in eerste aanleg dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat de redelijke termijn is aangevangen. De verdachte is op 23 juli 2022 voor het eerst gehoord in deze zaak. Dit betreft de eerste formele daad van vervolging waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat jegens hem strafvervolging zou worden ingesteld en waarop de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen. De rechtbank had derhalve vóór 23 juli 2024 uitspraak moeten doen. Nu de rechtbank vonnis wijst op 11 maart 2026 is de redelijke termijn overschreden met één jaar en acht maanden.
Indien de redelijke termijn niet was geschonden, had de rechtbank de verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Rekening houdend met deze overschrijding zal de rechtbank aan de verdachte zowel een voorwaardelijke gevangenisstraf als een onvoorwaardelijke taakstraf op te leggen. De verdachte dient te beseffen dat wat hij gedaan heeft onacceptabel is en dat hij op de spreekwoordelijke blaren moet zitten. Een voorwaardelijke straf acht de rechtbank passend om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst wederom schuldig te maken aan strafbare feiten. Het is aan de verdachte zelf om dat waar te maken.
De rechtbank zal de verdachte daarom een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van vier maanden met een proeftijd van één jaar en een taakstraf voor de duur van 160 uren, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De beperking van de duur van de proeftijd hangt voor de rechtbank samen met de reeds langdurig verstreken tijd sinds met name de drugsfeiten.
7. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63 en 140 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 7 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.
8. De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van de in de zaak 03.088542.23 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten;
Bewezenverklaring
Strafbaarheid
Straf
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar rato van twee uren per dag.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.J. Quaedvlieg, voorzitter, mr. L.H.M. Geuns en mr. I.P. de Groot, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.P.W.E. Bekkers en J.G.A.M. Spijkers, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 maart 2026.
Buiten staat
Mr. De Groot is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
03.088542.23
feit 1:
hij, op of omstreeks 10 mei 2022 (in een woning aan de [adres 2] ) in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad
- ongeveer 92,13 (49,54 + 30,81 + 11,78) gram netto en/of ongeveer 1,6 (1 + 0,6) gram (bruto) cocaïne, in elk geval een (of meer) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, en/of
- ongeveer 30,4 gram netto MDMA en/of 2,9 (1,4 + 1,5) gram (bruto) MDMA en/of 314 (304 + 10) XTC pillen, in elk geval een (of meer) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDA (tenamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleen-dioxyethyl) en/of 4-broom- 2,5-dimethoxyfenethylamine (2C-B), en/of
- ongeveer 22,76 gram rode vloeistof bevattende amfetamine en/of MDMA en/of een kleine hoeveelheid GHB,
zijnde cocaïne en/of amfetamine en/of MDA (tenamfetamine), MDMA en/of MMDA en/of N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleen-dioxyethyl en/of 4-broom- 2,5-dimethoxyfenethylamine (2C-B) en/of GHB, in elk geval (telkens) een (of meer) middel(len) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 2:
hij, op of omstreeks 10 mei 2022 (in een woning aan de [adres 2] ) in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad
- ongeveer 81 gram netto hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, en/of
- ongeveer 1.216 gram netto hennep(toppen), in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep,
zijnde hasjiesj en/of hennep, in elk geval (telkens) een (of meer) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 3:
hij, in of omstreeks de periode van 1 december 2021 tot en met 22 juli 2022 in de gemeente Heerlen, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [naam 1] en/of [naam 9] en/of [naam 10] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:
- misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid, namelijk het opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 aanhef en onder B en C van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van cocaïne en/of XTC pillen en/of MDMA (“Blue Punishers”) en/of MDA (tenamfetamine) en/of MMDA en/of N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleen-dioxyethyl) en/of 4-broom- 2,5-dimethoxyfenethylamine (2C-B) en/of amfetamine en/of “Blue 69” en/of “Red 69” en/of GHB en/of 2C-B en/of 4-CMC en/of een (of meer) andere stof(fen), in elk geval een (of meer) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, en/of
- misdrijven als bedoeld in artikel 11, tweede, derde en vijfde lid, namelijk het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 aanhef en onder B en C van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van (een grote hoeveelheid) hennep en/of hasjiesj en/of 3-MMC, in elk geval een (of meer) middelen(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
03.130691.23:
hij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Heerlen op/aan de [adres 3] , op of omstreeks 22 april 2023 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten,
terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [naam 2] ) letsel en/of schade was toegebracht.