ECLI:NL:RBLIM:2026:2413

ECLI:NL:RBLIM:2026:2413

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 18-03-2026
Datum publicatie 16-03-2026
Zaaknummer 11938604 \ CV EXPL 25-4253
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Voorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde wegens huurachterstand.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 11938604 \ CV EXPL 25-4253

Vonnis van 18 maart 2026

in de zaak van

STICHTING WOONPUNT,

te Maastricht,

eisende partij,

hierna te noemen: Woonpunt,

gemachtigde: mr. L.P. Paffen,

tegen

1. [bewindvoerder] handelend onder de naam [bewindvoerderskantoor] in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [huurder 1] ,

te [plaats] ,2. [bewindvoerder] handelend onder de naam [bewindvoerderskantoor] in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [huurder 2] ,

te [plaats] ,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: [bewindvoerderskantoor] resp. [huurder 1] en [huurder 2] ,

in persoon procederend.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 t/m 4,- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord,

- de door Woonpunt ingediende overzichten van de actuele betalingsachterstand,- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,

- de mondelinge behandeling van 21 januari 2026 waarvan door de griffier

aantekeningen zijn gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Woonpunt verhuurt met ingang van 19 februari 2019 aan [huurder 1] en [huurder 2] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt laatstelijk € 857,51 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.

[huurder 1] en [huurder 2] hebben een achterstand in de betaling van de huur laten ontstaan.

Bij brief van 9 september 2025 heeft Woonpunt [huurder 1] en [huurder 2] aangemaand om binnen veertien dagen na bezorging van de brief het openstaande bedrag van € 3.773,30 aan achterstallige huur te voldoen, bij gebreke waarvan [huurder 1] en [huurder 2] € 607,82 inclusief btw aan incassokosten in het vooruitzicht is gesteld.

[huurder 1] en [huurder 2] hebben de achterstand niet ingelopen, waarna zij zijn gedagvaard.

[huurder 1] en [huurder 2] staan sinds 18 november 2025 onder bewind. De bewindvoerder is [bewindvoerderskantoor] .

3. Het geschil

Woonpunt vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, betaling van € 4.630,81 aan huurachterstand, € 607,82 aan buitengerechtelijke incassokosten (incl. btw), € 857,51 per maand aan huur/gebruikersvergoeding voor iedere maand vanaf 31 oktober 2025 tot het tijdstip van ontruiming en een veroordeling in de proceskosten.

Woonpunt legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder 1] en [huurder 2] zijn in hun verplichtingen als huurders tekortgeschoten, door niet (volledig) aan hun betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Woonpunt de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.

[bewindvoerderskantoor] erkent de huurachterstand.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Bewind

Indien een huurder onder beschermingsbewind is gesteld, dan moet de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de huurwoning worden ingesteld tegen de bewindvoerder en niet tegen de huurder zelf. Ten tijde van de dagvaarding stonden [huurder 1] en [huurder 2] niet onder bewind. Per 18 november 2025 staan zij echter wel onder bewind. [bewindvoerderskantoor] is opgeroepen om te verschijnen op de mondelinge behandeling van 21 januari 2026 en is daar verschenen. [bewindvoerderskantoor] zal om die reden als formele procespartij worden aangemerkt.

Huurachterstand

[bewindvoerderskantoor] erkent dat er een huurachterstand is die tot en met oktober 2025 berekend is op een bedrag van € 4.630,81. De kantonrechter zal dit bedrag dan ook toewijzen.

[huurder 1] en [huurder 2] zijn te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding, te weten 15 oktober 2025.

Ontbinding en ontruiming

De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.

Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand meer dan vier maanden. Daarna is de huurachterstand verder opgelopen. De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.

De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. De kantonrechter zal de ontruimingstermijn in afwijking van het gevorderde stellen op veertien dagen na betekening van het vonnis.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat Woonpunt heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.

Op de mondelinge behandeling heeft Woonpunt toegezegd dat de ontruimingstitel niet ten uitvoer wordt gelegd als partijen tot een regeling komen waarbij wordt afgesproken dat [bewindvoerderskantoor] de lopende huur tijdig en volledig blijft betalen en een genoegzame betalingsregeling wordt getroffen die maandelijks wordt nagekomen. Partijen zullen hierover nog met elkaar in contact treden. Woonpunt wenst een vonnis als stok achter de deur.

Gebruikersvergoeding/huur

Woonpunt wil ook dat [bewindvoerderskantoor] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 857,51, te rekenen vanaf de maand 31 oktober 2025 tot het moment dat [huurder 1] en [huurder 2] het gehuurde ontruimen. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder 1] en [huurder 2] nog in het gehuurde verblijven. De kantonrechter begrijpt de vordering van Woonpunt zo dat deze strekt tot veroordeling van [bewindvoerderskantoor] tot betaling van de gebruiksvergoeding vanaf 1 november 2025 en niet 31 oktober 2025. Deze vordering zal op de voet van artikel 7:225 BW worden toegewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten

Woonpunt vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [huurder 1] en [huurder 2] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Woonpunt heeft aan [huurder 1] en [huurder 2] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 607,82 worden toegewezen.

Proces- en nakosten

[bewindvoerderskantoor] wordt overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonpunt worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

146,43

- griffierecht

543,00

- salaris gemachtigde

434,00

(2 punten × € 217,00)

- nakosten

108,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.231,93

Uitvoerbaar bij voorraad

De kantonrechter zal de beslissing deels uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing ten uitvoer kan worden gelegd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

Hoofdelijk

De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de een (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5. De beslissing

De kantonrechter

ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] ,

veroordeelt [bewindvoerderskantoor] in hoedanigheid als bewindvoerder over de goederen van [huurder 1] en [bewindvoerderskantoor] in hoedanigheid als bewindvoerder over de goederen van [huurder 2] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde aan het [adres] , te ontruimen en ontruimd te houden met alle daarin aanwezige personen en zaken, onder afgifte van de sleutels en het gehuurde ter beschikking te stellen aan Woonpunt,

veroordeelt [bewindvoerderskantoor] in hoedanigheid als bewindvoerder over de goederen van [huurder 1] en [bewindvoerderskantoor] in hoedanigheid als bewindvoerder over de goederen van [huurder 2] hoofdelijk om te betalen aan Woonpunt:

- € 4.630,81 aan achterstallige huur tot en met oktober 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2025 tot de dag van voldoening,

- € 857,51 per maand, een ingegane maand daarbij gerekend voor een hele maand, vanaf 1 november 2025 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,

- € 607,82 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 oktober tot de dag van betaling,

veroordeelt [bewindvoerderskantoor] in hoedanigheid als bewindvoerder over de goederen van [huurder 1] en [bewindvoerderskantoor] in hoedanigheid als bewindvoerder over de goederen van [huurder 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.231,93,

verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordeling onder 5.3 en 5.4 uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken en ondertekend door mr. Bisscheroux op 18 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand