RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer : 03.126790.24
Tegenspraak (gemachtigde raadsman)
Vonnis van de meervoudige kamer van 17 maart 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 1966,
wonende te [adres] ,
De verdachte wordt bijgestaan door mr. H.E.P. van Geelkerken, advocaat kantoorhoudende te Brunssum.
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 maart 2026. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
De benadeelde partij [slachtoffer] , bijgestaan door mr. P. Boonen, is op de zitting gehoord. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
feit 1: in de periode van 1 juni 2020 tot en met 28 juli 2022 ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] , terwijl zij ouder was dan twaalf jaar maar jonger was dan zestien jaar, waarbij de ontucht (mede) bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] .
feit 2: in de periode van 1 juni 2020 tot en met 31 mei 2023 ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg toevertrouwde [slachtoffer] , terwijl zij ouder was dan twaalf jaar maar jonger was dan zestien jaar.
3. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van beide ten laste gelegde feiten. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verklaringen van [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ), getoetst aan de criteria van de Hoge Raad, betrouwbaar zijn en kunnen meewerken aan het bewijs. Het procesdossier bevat daarnaast voldoende steunbewijs.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte integraal moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft hij aangevoerd dat er wegens het ontbreken van steunbewijs niet tot een bewezen-verklaring van de ten laste gelegde feiten kan worden gekomen. Hij refereert daarbij aan een rapport van een door de verdediging geraadpleegde deskundige.
Het oordeel van de rechtbank
Juridisch kader
Ten laste is gelegd dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan zedenfeiten. Voorop gesteld moet worden dat zedenzaken zich veelal kenmerken door de aanwezigheid van slechts twee personen bij de ten laste gelegde seksuele handelingen: een slachtoffer en een verdachte. Ook in deze zaak is dit het geval. Op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) kan het bewijs dat de verdachte een ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige of enkel op basis van de verklaring of aangifte van het slachtoffer. Deze bepaling ziet op de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing: als de verklaring van één getuige, waaronder ook een aangever/slachtoffer moet worden verstaan, op zichzelf staat en de daarin genoemde feiten en omstandigheden onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal, kan er geen bewezenverklaring volgen. Het steunbewijs moet afkomstig zijn uit een andere bron dan de getuige zelf.
Artikel 342, tweede lid, Sv heeft volgens vaste rechtspraak betrekking op de bewezen-verklaring als geheel en niet is vereist dat elk aspect van de bewezenverklaring door meer dan één bewijsmiddel wordt ondersteund. De vraag of aan het bewijsminimum is voldaan laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. Dit betekent dat in een zaak waar een verdachte het ten laste gelegde feit (deels) ontkent en er geen directe getuigen zijn van de verweten ontuchtige handelingen, de rechter eerst de betrouwbaarheid van de verklaringen van een slachtoffer moet beoordelen en vervolgens moet beoordelen of er voldoende steunbewijs voor die verklaring in het dossier aanwezig is.
Uit jurisprudentie van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat niet is vereist dat het misbruik als zodanig bevestiging in ander bewijsmateriaal vindt. Wel is vereist dat de verklaringen van een slachtoffer op specifieke punten bevestiging vinden in ander bewijsmateriaal, afkomstig van een andere bron dan het slachtoffer.
Betrouwbaarheid verklaring aangeefster en het steunbewijs
Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer] kijkt de rechtbank naar de authenticiteit van de verklaring en hoe concreet en gedetailleerd de verklaring is. De rechtbank betrekt daarin of [slachtoffer] steeds hetzelfde heeft verklaard.
[slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2006) heeft op 30 juni 2023 aangifte gedaan van seksueel misbruik door de verdachte, die sinds haar zesde haar stiefvader is. Zij heeft - kort samengevat - verklaard dat het seksueel misbruik drie jaren eerder is begonnen met het door de verdachte aanraken van haar borsten en vagina. Nadat zij dit aan haar (biologische) vader en moeder had verteld, is besloten dat zij meer bij haar vader zou gaan wonen. De verdachte is gestopt met het haar aanraken, maar enkele maanden later is hij er toch weer mee begonnen. Op de dag dat zij haar scooter kreeg (20 oktober 2021), heeft de verdachte haar gepenetreerd met een dildo. Daarna heeft hij haar meermalen tijdens ritten op de scooter gevingerd en moest zij een vibrator gebruiken. Het seksuele misbruik vond plaats wanneer haar moeder er niet was en gebeurde ook op vakanties in Griekenland en Turkije. Voorafgaand aan de aangifte had [slachtoffer] op 16 juni 2023 een informatief gesprek en na de aangifte werd zij op 4 juli 2023 nog een keer gehoord door de politie.
De verklaringen van [slachtoffer] zijn naar het oordeel van de rechtbank authentiek, gedetailleerd en consistent. [slachtoffer] heeft gedetailleerd verklaard over waar, wanneer en op welke manier het misbruik heeft plaatsgevonden en heeft daarover in de drie verhoren consistent verklaard. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de aangifte van [slachtoffer] betrouwbaar is en gebruikt kan worden voor het bewijs, en ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de door haar betrouwbaar geachte verklaringen van aangeefster in voldoende mate steun vinden in de overige bewijsmiddelen. De rechtbank is van oordeel dat dit niet zo is en legt uit waarom.
In deze zaak zijn twee getuigen gehoord: [naam 1] , moeder van [slachtoffer] , en [naam 2] , vriendin van [slachtoffer] . De verklaringen van deze getuigen ondersteunen weliswaar de verklaring van [slachtoffer] , in die zin dat zij gelijkluidend zijn aan wat [slachtoffer] verklaard heeft, maar zij moeten voor het overgrote deel gezien worden als zogenoemde van horen zeggen (de auditu) verklaringen met als bron [slachtoffer] zelf. De getuigen hebben immers niet uit eigen waarneming verklaard, in die zin dat zij getuige zijn geweest van de ten laste gelegde feiten, maar hebben voornamelijk naar voren gebracht wat zij van [slachtoffer] hebben vernomen. Nu de verklaringen voortkomen uit dezelfde bron ( [slachtoffer] ), kunnen zij niet als steunbewijs worden aangemerkt. De rechtbank merkt in dit verband nog op dat zij de onderdelen in de verklaringen van de getuigen waarin zij wél uit eigen waarneming hebben verklaard, van onvoldoende gewicht acht om als steunbewijs te dienen.
In het dossier zitten ook nog appberichten van [slachtoffer] aan de verdachte, waarin zij hem vraagt om te stoppen. In de berichten wordt niet specifiek aan de aan de verdachte verweten gedragingen gerefereerd. De rechtbank acht deze berichten daarom voor meerderlei uitleg vatbaar en de berichten geven daarom onvoldoende steun aan de verklaring van [slachtoffer] .
Ook de overige inhoud van het dossier biedt onvoldoende concreet steunbewijs om, gelezen in samenhang met de aangifte, tot het wettig bewijs te komen van de ten laste gelegde feiten. Gelet op het voorgaande zal de verdachte worden vrijgesproken van beide ten laste gelegde feiten.
4. De benadeelde partij
[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd. Nu de verdachte van de hem ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken, wordt de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaard.
5. De beslissing
De rechtbank:
- spreekt de verdachte vrij van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten;
Dit vonnis is gewezen door mr. M. el Jerrari, voorzitter, mr. H.M.J. Quaedvlieg en
mr. M.B. Bax, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.K. Bakker, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 maart 2026.
Buiten staat
De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
T.a.v. feit 1:
hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2020 tot en met 28 juli 2022 in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland, en/of in Turkije en/of in Griekenland,
met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2006, die de leeftijd van twaalf jaren
maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,
buiten echt,
een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of
mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die
[slachtoffer] ,
te weten
- het duwen/brengen van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] en/of
- het duwen/brengen van een vibrator, althans een voorwerp, in de vagina van die [slachtoffer] ;
T.a.v. feit 2:
hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2020 tot en met 31 mei 2023 in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland, en/of in Turkije en/of in Griekenland,
ontucht heeft gepleegd
met zijn minderjarig stiefkind genaamd [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2006, althans met een kind dat hij verzorgde en/of opvoedde als behorend tot zijn gezin en/of met een minderjarige die aan zijn zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd
door
- bij die [slachtoffer] in bed te gaan liggen en/of die [slachtoffer] op hem, verdachte, te tillen en/of op hem, verdachte, te laten liggen en/of de billen van die [slachtoffer] vast te pakken en/of zijn lichaam tegen het lichaam van die [slachtoffer] te duwen en/of
- de borsten en/of vagina van die [slachtoffer] aan te raken en/of te betasten en/of
- die [slachtoffer] te masseren en/of in te smeren met olie en/of een vibrator, althans een voorwerp, tussen haar benen te leggen en/of in haar vagina te brengen/duwen en/of
- een (trillende) vibrator, althans een trillend voorwerp, in de onderbroek van die [slachtoffer] te (laten) doen en/of
- zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] te duwen/brengen;