ECLI:NL:RBLIM:2026:2632

ECLI:NL:RBLIM:2026:2632

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 19-03-2026
Datum publicatie 19-03-2026
Zaaknummer ROE 24/2856
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening

Samenvatting

Eisers hebben een alcohol- en exploitatievergunning aangevraagd voor een partycentrum. De burgemeester heeft de aanvraag niet in behandeling genomen. Het beroep daartegen is ongegrond. De burgemeester mocht zich op het standpunt stellen dat eisers onvoldoende informatie hebben aangeleverd. De burgemeester mocht de gevraagde informatie opvragen. Het was daarnaast voldoende duidelijk welke informatie de burgemeester wilde hebben. De burgemeester heeft eisers ook voldoende gelegenheid gegeven de ontbrekende informatie alsnog te verstrekken.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 maart 2026 in de zaak tussen

[naam] en [naam] , [naam] uit Den Haag, en [naam bedrijf] uit Weert,

de burgemeester van de gemeente Weert

Samenvatting

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: ROE 24/2856

allen tezamen: eisers

(gemachtigde: mr. G. Tajjiou),

en

(gemachtigden: mr. P.M.A. van Wersch en mr. S.E. Leyba).

1. Deze uitspraak gaat over het niet in behandeling nemen van eisers’ aanvraag voor een exploitatievergunning. De aanvraag is niet in behandeling genomen omdat eisers onvolledige informatie zouden hebben aangeleverd. Eisers zijn het niet eens met het niet in behandeling nemen van de aanvraag. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het niet in behandeling nemen van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. De burgemeester heeft mogen concluderen dat hij onvoldoende informatie en bescheiden heeft gekregen van eisers om de aanvraag inhoudelijk te beoordelen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eisers hebben op 19 augustus 2023 een aanvraag ingediend. De burgemeester heeft deze aanvraag met het besluit van 11 oktober 2023 niet in behandeling genomen. Met het bestreden besluit van 11 maart 2024 op het bezwaar van eisers is de burgemeester bij het niet in behandeling nemen van de aanvraag gebleven.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 19 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eisers en gemachtigden van de burgemeester.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

3. Eisers hebben een alcoholwet- en exploitatievergunning aangevraagd voor de [naam bedrijf] om een partycentrum te exploiteren in een pand in Weert. De burgemeester is naar aanleiding van deze aanvraag een onderzoek gestart op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Er is een aantal keer contact geweest en door de burgemeester om meer informatie gevraagd omdat niet alle gevraagde informatie was aangeleverd of juist bleek. De burgemeester heeft vervolgens de aanvraag buiten behandeling gesteld omdat ook na navraag niet alle gevraagde informatie aangeleverd is.

Wat vinden partijen?

4. Eisers stellen dat de aanvraag of een deel daarvan niet onder de Wet Bibob valt, omdat zij voornamelijk als locatieverhuurders wilden optreden voor bruiloften en andere evenementen en niet zozeer zelf alcohol wilden gaan schenken. De burgemeester heeft bovendien ten onrechte direct een Bibob-vragenformulier gestuurd terwijl eerst een Bibob-Quickscan had moeten plaatsvinden. Daarnaast is er informatie gevraagd die niet relevant is voor een Bibob-onderzoek zoals hoeveel contant geld eisers thuis hebben. Het is ook nog altijd onduidelijk welke informatie de burgemeester nou eigenlijk wil ontvangen. Eisers stellen dat zij alle gevraagde informatie hebben aangeleverd. Eisers zijn ook niet tijdens het bezwaar nogmaals in de gelegenheid gesteld om ontbrekende informatie aan te leveren.

5. De burgemeester is van mening dat de aanvraag onder de werkingssfeer van de Wet Bibob valt en dat de informatie relevant is en opgevraagd kan worden. De burgemeester blijft erbij dat eisers de gevraagde informatie ook na daartoe opnieuw in de gelegenheid gesteld te zijn, niet hebben aangeleverd of onvoldoende met stukken hebben onderbouwd. Hoewel volgens de letter van het beleid eerst een Bibob-Quickscan had moeten plaatsvinden maakt de burgemeester al enige tijd geen gebruik meer van de Bibob-Quickscan en stuurt direct een Bibob-vragenformulier. In dit geval was de zaak ook niet anders gelopen als wel eerst een Bibob-Quickscan had plaatsgevonden. Op basis van de Bibob-Quickscan zou namelijk alsnog zijn overgegaan tot het versturen van een volledig Bibob-vragenformulier.

Het juridisch kader

6. Op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Weert (APV) is voor het exploiteren van een openbare inrichting een exploitatievergunning nodig. Een openbare inrichting is een voor het publiek toegankelijke ruimte waar bedrijfsmatig spijzen worden verstrekt en/of dranken worden geschonken voor directe consumptie.

7. In de Wet Bibob is bepaald dat een gemeentelijke vergunning die op grond van een verordening verplicht is gesteld voor een inrichting, geweigerd kan worden als er sprake is van ernstig gevaar dat de vergunning gebruikt zal worden om strafbare feiten te plegen of om uit strafbare feiten verkregen op geld waardeerbaar voordeel te gebruiken.

8. De gemeente Weert heeft beleid waarin bepaald is hoe een Bibob-onderzoek wordt uitgevoerd. Daarin staat dat er een Bibob-onderzoek gedaan wordt bij de aanvraag van een exploitatievergunning en dat dit in eerste instantie in de vorm van een Bibob-Quickscan plaatsvindt. Een Bibob-Quickscan is het raadplegen van gegevens via het RIEC/politie, Justitie en Kamer van Koophandel over het verleden van de exploitant en de inrichting. Aan de hand van gegevens uit de Bibob-Quickscan wordt bepaald of het Bibob-vragenformulier moet worden ingevuld. Als de Bibob-Quickscan en het vragenformulier daartoe aanleiding geven wordt vervolgens een eigen onderzoek gestart.

9. Een bestuursorgaan moet handelen in overeenstemming met zijn eigen beleid. Als toepassing van het beleid een belanghebbende onevenredig benadeelt als gevolg van bijzondere omstandigheden dan moet het bestuursorgaan wel afwijken van het beleid.

10. Wanneer een aanvrager onvoldoende informatie en documenten aanlevert om een aanvraag goed te kunnen beoordelen, kan een bestuursorgaan beslissen de aanvraag niet in behandeling te nemen. Het bestuursorgaan moet de aanvrager dan wel eerst de mogelijkheid geven het gebrek te herstellen. Dat betekent dat de aanvrager de mogelijkheid geboden moet worden de informatie aan te vullen en (meer) documenten aan te leveren.

Het oordeel van de rechtbank

Procesbelang

11. De rechtbank begrijp dat het pand in Weert waarop de aangevraagde exploitatievergunning ziet, inmiddels aan een andere partij is verhuurd en dat eisers dus niet meer het voornemen hebben om daar een partycentrum te exploiteren. De rechtbank ziet daarin aanleiding om te beoordelen of eisers nog belang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van hun beroep.

Er is sprake van procesbelang als het resultaat dat een eiser met het instellen van beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het bereiken van dat resultaat voor deze eiser feitelijke betekenis kan hebben. Procesbelang bestaat daarnaast ook als een eiser schade heeft geleden door het bestreden besluit, die schade tot op zekere hoogte aannemelijk is gemaakt en eiser deze schade wil verhalen.

Eisers stellen dat zij schade hebben geleden omdat het plan om het partycentrum te exploiteren niet door kon gaan. Zo is er een inboedel aangeschaft die eisers uiteindelijk niet hebben kunnen gebruiken. De rechtbank is van oordeel dat het tot op zekere hoogte aannemelijk is dat eisers schade hebben geleden omdat zij het geplande partycentrum niet konden exploiteren. Als het partycentrum wel geëxploiteerd had kunnen worden dan is het aannemelijk dat dat partycentrum omzet had gemaakt waarvan nu geen sprake is. De rechtbank is daarom van oordeel dat eisers procesbelang hebben bij de inhoudelijke behandeling van hun beroep.

Kon de burgemeester een Bibob-onderzoek instellen?

12. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester naar aanleiding van de aanvraag van eisers een Bibob-onderzoek kon instellen. Eisers hebben een op grond van artikel 2:28 van de APV verplichte vergunning aangevraagd. Het partycentrum dat eisers willen exploiteren is namelijk een inrichting zoals bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, van de APV. Het is een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waar bedrijfsmatig spijzen zullen worden verstrekt en dranken zullen worden geschonken voor directe consumptie. Dit betekent dat de burgemeester volgens het beleid bij deze aanvraag een Bibob-onderzoek moet doen. Dat eisers met name als locatieverhuurder willen optreden, maakt dit niet anders. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Kon de minister direct informatie opvragen met het Bibob-vragenformulier?

13. De rechtbank stelt vast dat de burgemeester eisers bij het Bibob-onderzoek direct een Bibob-vragenformulier heeft gestuurd. Dat is in strijd met artikel 1.1, onder f, van het beleid waarin is voorgeschreven dat eerst een Bibob-Quickscan wordt uitgevoerd. Deze afwijking heeft de burgemeester niet gemotiveerd in de besluitvorming. Dit levert een gebrek op in het bestreden besluit. De stelling van de burgemeester dat hij al langer niet eerst een Bibob-Quickscan uitvoert blijkt niet uit de besluitvorming en is niet onderbouwd. Dat rechtvaardigt op zichzelf dus geen afwijking van het beleid. De rechtbank kan de toelichting van de burgemeester echter volgen dat eisers door dit gebrek niet benadeeld zijn. Een juiste toepassing van het beleid had niet tot een andere uitkomst van de procedure geleid. Uit een Bibob-Quickscan zou onder meer naar voren zijn gekomen dat eisers (meerdere) strafrechtelijke antecedenten hebben. In dat geval is aannemelijk dat in overeenstemming met het beleid alsnog het Bibob-vragenformulier zou zijn opgestuurd zoals nu meteen is gebeurd. De rechtbank zal dit gebrek daarom passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Awb.

Is de opgevraagde informatie relevant?

14. De rechtbank is verder van oordeel dat de burgemeester de informatie die hij in het Bibob-onderzoek heeft opgevraagd relevant heeft mogen vinden voor zijn beoordeling van de vergunningsaanvraag. Een van de doelen van een Bibob-onderzoek is te controleren of de activiteiten waarvoor een vergunning is aangevraagd met illegaal verkregen middelen worden gefinancierd. Om dit te controleren vraagt de burgemeester informatie op om te kunnen beoordelen of het voor de vergunde activiteit in te zetten vermogen legaal is verkregen. Dit doet de burgemeester met een bij ministeriële regeling vastgesteld standaard Bibob-vragenformulier. De burgemeester mag de informatie die met dat formulier opgevraagd wordt in beginsel als relevant beschouwen. Met dat formulier heeft de burgemeester onder meer informatie opgevraagd over de inkomsten en het vermogen van eisers en de financiering van het partycentrum. De burgemeester heeft bijvoorbeeld (door)gevraagd naar de openingsbalans van de onderneming, een financieringsbegroting en een huurovereenkomst voor het pand in Weert. Daarnaast is onder meer (door)gevraagd naar het geld dat eisers verdienden met de verkoop van auto’s en de financiering en verhuur van een woning in Spanje. Eisers hebben niet onderbouwd waarom de gevraagde informatie niet als relevant gezien kan worden voor het Bibob-onderzoek. Dit geldt ook voor de vraag van de burgemeester naar de hoeveelheid contant geld die eisers hebben. Dat eisers die informatie als privé beschouwen en daarom niet willen geven verandert dit niet en maakt niet dat het geen relevante informatie is voor een Bibob-onderzoek of dat de burgemeester deze informatie niet van eisers mag vragen.

Is het onduidelijk welke informatie van eisers gevraagd werd?

15. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester duidelijk heeft gemaakt welke informatie hij van eisers vroeg, zodat eisers in de gelegenheid zijn gesteld om die informatie aan te leveren. Uit de toelichting bij het Bibob-vragenformulier blijkt welke informatie gevraagd wordt. De behandelend ambtenaar heeft in de communicatie ook uitdrukkelijk gevraagd om bepaalde informatie en bewijsstukken. Hierover zijn meerdere e-mails gewisseld en is ook meerdere keren telefonisch contact geweest. Eisers hebben verder niet onderbouwd op welke punten het onduidelijk is gebleven welke informatie aangeleverd moest worden. Gelet op het voorgaande was de burgemeester ook niet verplicht eisers middels een gesprek in persoon met de behandeld ambtenaar verdere uitleg en toelichting te geven. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Mag de burgemeester de aangeleverde informatie als onvoldoende beschouwen?

16. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester zich op het standpunt heeft mogen stellen dat hij niet de nodige informatie heeft gekregen om tot een inhoudelijke behandeling van de aanvraag te komen. De burgemeester heeft in het bestreden besluit duidelijk uiteengezet op welke punten uit het Bibob-vragenformulier hij geen (volledige) informatie heeft gekregen. Dit ziet onder meer op de inkomsten uit de verkoop van auto’s, het landbouwperceel van eisers, contant geld en huur- en looninkomsten. De stelling dat de aangeleverde informatie wel compleet is, is onvoldoende om tot het oordeel te komen dat de burgemeester zich onterecht op dit standpunt heeft gesteld. Daarbij komt dat eisers niet ontkennen dat zij de gevraagde informatie over contant geld niet hebben verstrekt en niet willen verstrekken. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Hadden eisers in de bezwaarprocedure de gelegenheid moeten krijgen om ontbrekende informatie aan te leveren?

17. De rechtbank overweegt dat eisers in de gelegenheid zijn gesteld de ontbrekende informatie alsnog aan te leveren. Er is meerdere keren op verschillende punten om de ontbrekende informatie gevraagd en op 19 september 2023 is nog een laatste termijn geboden voordat de burgemeester de aanvraag op 11 oktober 2023 buiten behandeling heeft gesteld. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester eisers niet nogmaals een termijn voor herstel hoefde te bieden in bezwaar. Dit lag in dit geval ook niet voor de hand. Eisers hebben zich namelijk in bezwaar op het standpunt gesteld dat zij de gevraagde informatie al hebben aangeleverd. Verder hebben zij duidelijk gemaakt dat zij de gevraagde informatie over contant geld niet willen verstrekken. Daarnaast hadden eisers in de bezwaarprocedure ook zonder dat de burgemeester ze daartoe expliciet uitnodigde nog stukken kunnen overleggen. Eisers hebben dat niet gedaan. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

Beslissing

18. Het beroep is ongegrond. De burgemeester heeft de aanvraag buiten behandeling mogen laten. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Omdat de rechtbank onder 13 vaststelt dat er sprake is van een gebrek en deze met toepassing van artikel 6:22 van de Awb passeert moet de burgemeester wel het betaalde griffierecht ter hoogte van € 371,- en de proceskosten van eisers vergoeden.

19. De vergoeding van de proceskosten is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgen eisers een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De gemachtigde van eisers heeft een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting bij de rechtbank deelgenomen. De vergoeding voor de proceskosten in beroep bedraagt dan in totaal € 1.868,-. Als de burgemeester wettelijke rente verschuldigd is bij niet-tijdige voldoening van de proceskosten, dan kunnen eisers deze uitspraak ten uitvoer leggen met toepassing van de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (zie artikel 8:76 van de Awb).

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. F.A. van de Ven, rechter, in aanwezigheid van K. Timmermans, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op19 maart 2026

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 19 maart 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?