ECLI:NL:RBLIM:2026:2636

ECLI:NL:RBLIM:2026:2636

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 24-03-2026
Datum publicatie 19-03-2026
Zaaknummer 25-024390
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Afwijzing verzoek ex artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering. Kosten uitsluitend voor aanmaken dossier en uitleg na sepotbeslissing komen niet voor vergoeding in aanmerking

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Strafrecht

Zittingsplaats Maastricht

parketnummer : 03/231100-25

raadkamernummer : 25-024390

datum uitspraak : 24 maart 2026

Beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] ,

woonplaats kiezend op het kantoor van mr. L.M.J. de Ruiter advocaat te Venlo (Sint Martinusstraat 64, 5911 CK Venlo),

hierna te noemen: de verzoeker.

Feiten

De officier van justitie heeft beslist de verzoeker niet verder te vervolgen en heeft dat bij brief van 3 september 2025 aan verzoeker meegedeeld.

Procedure

Het verzoekschrift is op 26 september 2025 ter griffie van deze rechtbank ingediend.

Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.

De rechtbank heeft op 10 maart 2026 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld.

De rechtbank heeft de gemachtigde advocaat van de verzoeker mr. E.M.A. Baetsen, waarnemend voor haar kantoorgenote mr. De Ruiter, en de officier van justitie op zitting gehoord.

De verzoeker is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op 24 maart 2026.

Verzoek

Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van in totaal € 929,87 wegens:

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling

De rechtbank is bevoegd en het verzoek is tijdig ingediend.

Bij het verzoekschrift is een urenstaat van de raadsvrouw gevoegd. Deze urenstaat vermeldt:

Datum Type Omschrijving

18-09-2025 aanmaken dossier 0,20

18-09-2025 overige werkzaamheden Uitleg sepot ~gevolgen 0,50

Totaal 0,70

Bij de beoordeling van het verzoekschrift stelt de rechtbank het volgende voorop.

Artikel 530, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) bepaalt dat aan de gewezen verdachte uit ’s Rijks kas een vergoeding wordt toegekend voor zijn of haar ten behoeve van de behandeling van de zaak gemaakt reis- en verblijfskosten indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

Het tweede lid bepaalt – voor zover hier van belang – dat in dezelfde gevallen een vergoeding kan worden toegekend voor de kosten van een raadsman of -vrouw (…) voor zover deze kosten niet worden vergoed onder artikel 44a van de Wet op de Rechtsbijstand.

In zijn arrest van 20 mei 1986, NJ 1987/28, heeft de Hoge Raad overwogen dat onder ‘de kosten van een raadsman’ waarvoor een vergoeding uit 's Rijks kas kan worden toegekend, als bedoeld in de eerste volzin van het 591a, tweede lid Sv, zijn te verstaan de kosten van een raadsman die in rechtstreeks verband staan met een strafzaak tegen een gewezen verdachte, welke is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan art. 9a Sr. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat derhalve ook de kosten voor het indienen van een verzoekschrift op grond van 591a Sv voor vergoeding onder ditzelfde artikel in aanmerking komen.

In zijn arrest van 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX5566, heeft de Hoge Raad, verwijzend naar het hiervoor aangehaalde arrest, geoordeeld dat onder omstandigheden ook de kosten van een raadsman gemaakt in verband van een beklagprocedure ex artikel 12 Sv met toepassing van artikel 591a Sv kunnen worden vergoed.

Uit deze arrest volgt dat het begrip ‘zaak’ ten behoeve van de behandeling waarvan de kosten zijn gemaakt, niet is beperkt tot het strafproces zelf, maar zich kan uitstrekken tot met die zaak rechtstreeks verband houdende juridische procedures.

De kosten waarvan in het onderhavige verzoekschrift vergoeding wordt verzocht, houden uitsluitend verband met een gesprek waarin door de aangezochte raadsvrouw uitleg is gegeven aan de sepotbeslissing waarmee de strafprocedure tot een einde is gekomen.

De kosten zijn aldus weliswaar gemaakt nadat de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en staan hiermee ook in een ‘rechtstreeks verband’, maar een daaruit voortvloeiende of daarmee voldoende samenhangende juridische procedure is niet aan de orde.

Naar het oordeel van de rechtbank lenen deze kosten zich ook bij een ruime uitleg van het begrip ‘zaak’ in redelijkheid niet voor een afzonderlijke vergoeding onder artikel 530 Sv. Hier wordt door de verzoeker immers de bijstand van een raadsman of -vrouw niet gezocht voor een ‘behandeling’ van een aan de zaak zelf verwante procedure, maar slechts om te worden voorgelicht over de betekenis en gevolgen van een sepotbeslissing. De verlangde informatie kan, voor zover de uitleg die is opgenomen in de beslissing zelf ontoereikend is, eenvoudig door het raadplegen van openbare bronnen worden verkregen.

Dit laat onverlet dat, wanneer de gewezen verdachte is bijgestaan door een raadsman of

-vrouw gedurende de strafzaak en door de rechtbank wordt geoordeeld dat de kosten hiervan in redelijkheid voor vergoeding onder artikel 530 Sv in aanmerking komen, door deze rechtbank vergoeding van kosten in verband met een afsluitend gesprek van maximaal 30 minuten niet op voorhand onredelijk wordt geacht. Deze situatie doet zich echter hier niet voor. Het dossier in deze zaak is door de raadsvrouw aangemaakt uitsluitend met het oog op de facturering van kosten in verband met de bespreking van de sepotbeslissing.

De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven door mr. K.G. Witteman, rechter, in tegenwoordigheid van L.E.J. Bertram, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.

Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. K.G. Witteman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?