RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 11977159 \ EZ VERZ 25-473
Beschikking van 15 januari 2026
in de zaak van
Mr. [verzoeker],
notaris te [plaats 1],
verzoeker,
procederende in persoon.
1. De procedure
Op 28 oktober 2025 is ter griffie ingekomen een verzoekschrift van
mr. [verzoeker] waarin hij vrijstelling vraagt van de plicht top het neerleggen van de rekening en verantwoording en uitdelingslijst alsmede de openlijke bekendmaking daarvan,
alsook uitstel te verlenen voor deponering van de rekening en verantwoording en uitdelingslijst.
Vervolgens heeft de kantonrechter beschikking bepaald.
2. De feiten
Verzoeker is bij beschikking van 3 juli 2024 van de rechtbank Limburg, locatie Roermond, benoemd tot vereffenaar in de nalatenschap van:
[erflater], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972 en overleden te [plaats 2] op [datum] 2022. De laatste woonplaats van erflater was [plaats 3].
Na een verzoek daartoe van de vereffenaar heeft de kantonrechter bij beschikking van 4 juli 2025 (zaaknr 11660867 EZ VERZ 25-185) onder meer de termijn waarbinnen de vereffenaar de rekening en verantwoording en de uitdelingslijst dient neer te leggen, verlengd met zes maanden vanaf 28 april 2025.
2. De beoordeling
Verzoeker vraagt de kantonrechter allereerst om hem vrij te stellen van de verplichting de eindrekening- en verantwoording en uitdelingslijst neer te leggen.
Ter onderbouwing van zijn verzoek heeft verzoeker aangevoerd dat de activa voldoende zijn om alle bekende schulden te voldoen.
De kantonrechter overweegt het volgende. In artikel 4:221 lid 2 BW is bepaald dat een door de rechter benoemde vereffenaar geen rekening en verantwoording en uitdelingslijst hoeft neer te leggen, wanneer alle schulden ten volle worden voldaan, of wanneer de kantonrechter hem van deze neerlegging vrijstelt.
Naar het oordeel van de kantonrechter volgt uit dit artikel dat verzoeker, nu hij verklaart dat alle schulden ten volle worden voldaan, in beginsel van rechtswege is vrijgesteld van deze verplichting.
In het verzoek geeft de vereffenaar aan dat zijn loon een bepaald bedrag beloopt.
Niet gebleken is echter dat verzoeker - ondanks een bericht van de griffier daarover - om vaststelling van zijn loon heeft verzocht, zoals art. 4: 206 lid 3 BW bepaalt. Nu het exacte loon van de vereffenaar nog niet is vastgesteld, kan niet zonder meer er van uitgegaan worden dat de boedel voldoende liquide is om alle schulden waaronder het loon van de vereffenaar te voldoen. Daarmee is nog niet duidelijk of verzoeker van rechtswege is vrijgesteld van de plicht om de rekening en verantwoording en uitdelingslijst neer te leggen ter griffie. Daarom zal de kantonrechter overgaan tot verlenging van de daarvoor bedoelde termijn.
3. De beslissing
De kantonrechter
verlengt de termijn waarbinnen de vereffenaar de rekening en verantwoording
en uitdelingslijst dient neer te leggen met zes maanden vanaf 28 oktober 2025,
wijst - voor zoveel nodig - het meer of anders verzochte af.
Aldus gegeven door mr. Piƫtte, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken.