ECLI:NL:RBLIM:2026:2711

ECLI:NL:RBLIM:2026:2711

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 21-01-2026
Datum publicatie 20-03-2026
Zaaknummer 03.196019.25, 03-409377-24 (ttz.gev.) en 03-333353-25 (ttz.gev.), 03.185444.22 (tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Medeplegen van handel in, verlengde uitvoer- en aanwezig hebben van harddrugs. Fietsendiefstal. Gevangenisstraf van 12 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers : 03.196019.25, 03-409377-24 (ttz.gev.) en 03-333353-25 (ttz.gev.)

Parketnummer : 03.185444.22 (tul)

Tegenspraak (gemachtigde raadsvrouw)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 21 januari 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 1973,

wonende te [adresgegevens verdachte] ,

thans gedetineerd in P.I. [locatie PI] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. L.A. van Essen, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1. Inleiding

De verdachte is bij de politie in beeld gekomen tijdens een vooronderzoek dat zich richtte op een netwerk dat zich in Maastricht bezighield met de handel in verdovende middelen. Door het Team Criminele Inlichtingen werden meerdere processen-verbaal opgemaakt, waaruit bleek dat de personen die de bestellijn in dit netwerk in beheer hadden zich op grote schaal bezighielden met de handel in harddrugs (cocaïne en heroïne). Hierbij zouden zij gebruik maken van meerdere telefoonlijnen waaronder het telefoonnummer [telefoonnummer 1] (de zogenaamde ' [naam 1] '). De politie vindt aanwijzingen dat de verdachten [medeverdachte] en [verdachte] fungeren als runners voor deze [naam 1] en drugs aan klanten leveren. Naar aanleiding hiervan start een strafrechtelijk onderzoek naar deze verdachten.

Op 11 juni 2025 worden de vermeende leiders van de [naam 1] aangehouden en worden er tevens meerdere panden doorzocht. Tijdens de geplande aanhoudingen en doorzoekingen worden geen verdovende middelen aangetroffen. Vervolgens worden er meerdere bijzondere opsporingsbevoegdheden ingezet, zoals twee spoed spraaktaps op het telefoonnummer van [medeverdachte] en [verdachte] . Op 12 juni 2025 worden de woningen [adres 1] en [adres 2] te Maastricht betreden ter inbeslagname. Op 27 juni 2025 wordt de verdachte [verdachte] op heterdaad aangehouden op grond van de overtreding van de Opiumwet. Aan de verdachte worden vijf strafbare feiten ten laste gelegd, waarvan drie feiten in het genoemde vooronderzoek. De verdachte heeft voor het grootste deel van de feiten een bekennende verklaring afgelegd, met uitzondering van feit 3 onder parketnummer 03.196019.25 en het feit onder parketnummer 03.33353.25.

2. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 7 januari 2026. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsvrouw. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

De benadeelde partij is niet ter terechtzitting verschenen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.

3. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Ten aanzien van parketnummer 03.196019.25

Feit 1:

op 27 juni 2025 te Maastricht tezamen en in vereniging opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd ongeveer 6,5 gram cocaïne en/of heroïne.

Feit 2:

op 27 juni 2025 te Maastricht tezamen en in vereniging opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 42,71 gram heroïne.

Feit 3:

in de periode van 1 januari 2025 tot en met 27 juni 2025 te Maastricht tezamen en in vereniging opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad één of meerdere hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne.

Ten aanzien van parketnummer 03.333353.25:

op 11 april 2025 te Maastricht opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad, - ongeveer 13,14 gram cocaïne,- ongeveer 31,21 gram heroïne.

Ten aanzien van parketnummer 03.409377.24

op 23 november 2024 te Maastricht een fiets, die aan [benadeelde partij] toebehoorde, heeft gestolen.

4. De voorvragen

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de dagvaarding in de zaak met parketnummer 03.196019.25 ten aanzien van feit 3 onvoldoende feitelijk omschreven is en de dagvaarding daarom partieel nietig is voor zover deze ziet op feit 3.

Het oordeel van de rechtbank

Aan de verdachte is onder feit 3 tenlastegelegd -kort gezegd- dat hij in de periode van 1 januari 2025 tot en met 27 juni 2025 in de gemeente Maastricht al dan niet in vereniging hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad.

In zijn algemeenheid geldt het volgende. De opgave van het feit moet een voldoende duidelijke en feitelijke omschrijving van het ten laste gelegde feit zijn, zodat de verdachte weet waarvan hij wordt beschuldigd en waartegen hij zich heeft te verdedigen. Het gaat hier om een van de meest fundamentele beginselen in ons strafprocesrecht. De rechter dient te beraadslagen op de grondslag van de tenlastelegging. Of de tenlastelegging voldoende feitelijk is, hangt volgens vaste rechtspraak af van de tekst van de tenlastelegging bezien in het licht van het gehele dossier.

Verder is hierbij van belang dat het procesdossier, de proceshouding en verklaringen van de verdediging gewicht in de schaal kunnen leggen.

Uit het dossier volgt dat voldoende duidelijk is dat het betreft de handelingen zoals omschreven in de tenlastelegging waarbij gebruik werd gemaakt van meerdere telefoonlijnen waaronder het telefoonnummer [telefoonnummer 1] , de ‘ [naam 1] ’.

Het is de rechtbank gebleken dat, gelet op hetgeen door de verdediging ter terechtzitting ten aanzien van het tenlastegelegde is aangevoerd, bezien in samenhang met het procesdossier en de in de tenlastelegging opgenomen afgebakende periode, het in voldoende mate duidelijk is welk verwijt de verdachte wordt gemaakt en waartegen de verdachte zich heeft te verdedigen.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de dagvaarding voldoet aan de in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering genoemde eisen.

Het nietigheidsverweer wordt verworpen. De dagvaarding is geldig.

5. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de feiten onder parketnummer 03.196019.25 en de feiten tenlastegelegd onder de parketnummers 03.333353.25 en 03.409377.24 wettig en overtuigend bewezen. Voor feit 3 onder parketnummer 03.196019.25 heeft zij zich op het standpunt gesteld dat de verdachte zich gedurende de periode vanaf 1 maart 2025 tot en met 27 juni 2025 heeft bezig gehouden met de handel in verdovende middelen te weten heroïne en cocaïne in vereniging met andere personen en de uitvoer van deze verdovende middelen naar België.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw refereert zich voor wat betreft de bewezenverklaring van de feiten 1 en 2 onder parketnummer 03.196019.25 en de feiten onder parketnummers 03.333353.25 en 03.409377.24 aan het oordeel van de rechtbank. De raadsvrouw heeft ten aanzien van feit 3 onder parketnummer 03.196019.25 primair vrijspraak bepleit door gebrek aan voldoende bewijs. Subsidiair heeft zij zich op het standpunt gesteld dat enkel de verkopen die op 29 maart 2025, 15 mei 2025 (tweemaal) en op 20 mei 2025 plaatsgevonden hebben wettig en overtuigend bewezen kunnen worden en de pleegperiode daarom aanzienlijk korter is dan tenlastegelegd.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Ten aanzien van de feiten 1 en 2 onder parketnummer 03.196019.25

Aangezien de verdachte de feiten 1 en 2 bij het politieverhoor duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen.

Ten aanzien van feit 1:

- het proces-verbaal van bevindingen van 27 juni 2025;

- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen;

- de verklaring van de verdachte afgelegd bij politieverhoor van 27 juni 2025;

Ten aanzien van feit 2:

- het proces-verbaal van bevindingen van 27 juni 2025;

- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen;

- de verklaring van de verdachte afgelegd bij politieverhoor van 27 juni 2025;

Ten aanzien van feit 3 onder parketnummer 03.196019.25

- het proces-verbaal van bevindingen van [geboortedatum 8] 2025 vermeldt:

Van het verdovende middelen bestelnummer [telefoonnummer 1] werden conform artikel 126n Wetboek van Strafvordering de historische verkeersgegevens gevorderd en verstrekt in de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 maart 2025. Vervolgens werden conform 126n Wetboek van Strafvordering de toekomstige verkeersgegevens gevorderd en verstrekt van het genoemde telefoonnummer in de periode van 3 april 2025 tot en met 11 juni 2025.

Tijdens de geschakelde spraaktap op 15 en 20 mei 2025 bleek dat het telefoonnummer

[telefoonnummer 1] gedurende de gehele dag werd gebruikt voor de handel in verdovende middelen. Hierbij werd er voornamelijk ingebeld om verdovende middelen te bestellen. Door de gebruikers van het bestelnummer [telefoonnummer 1] werden deze bestellingen aangenomen en werden afspreeklocaties doorgegeven. Op 15 mei 2025 vonden er enkele korte sociale gesprekken plaats met 1 tegennummer. Voorts werd het telefoonnummer enkel gebruikt voor de handel in verdovende middelen. Bij de analyse van de volledige verstrekte verkeersdata van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] in bovengenoemde periodes bleek dat er opvallend vaak inkomende gesprekken plaatsvonden van Belgische telefoonnummers. Het is ambtshalve bekend dat er in de grensgemeente Maastricht een groot aanbod is van drugskopers welke niet in Nederland woonachtig zijn. Dit betreffen met name

Belgische drugstoeristen welke naar Maastricht reizen om drugs te kopen. Uit de technische registratie van inkomende en uitgaande gesprekken van het bestelnummer [telefoonnummer 1] bleek dat gesprekken vanuit de providers regelmatig meerdere malen op hetzelfde tijdstip geregistreerd werden, terwijl er slechts één gesprek plaatsvond. Derhalve is niet geheel

objectief vast te stellen welke hoeveelheid inkomende gesprekken er hebben plaatsgevonden op het bestelnummer in de genoemde periodes.

Om toch een beeld te geven van de verhouding tussen inkomende gesprekken van Nederlandse en Belgische telefoonnummers werd er gekeken naar de hoeveelheid aan unieke telefoonnummers welke tenminste een maal inbelden op de bestellijn. Dit betroffen in de genoemde periodes van historische en toekomstige verstrekte verkeersgegevens 253 Nederlandse telefoonnummers en 201 Belgische telefoonnummers. Uit de verstrekte verkeersdata bleek dat diverse Belgische nummers meerdere malen tot zeer frequent inbelden op het bestelnummer [telefoonnummer 1] .

- het proces-verbaal van bevindingen met proces-verbaal nummer LB3R025007-22 van 29 maart 2025 vermeldt:

Op zaterdag 29 maart 2025, omstreeks 16.00 uur, reden wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , over de Via Regia te Maastricht en naderden wij de verkeerslichten bij het kruispunt Via Regia met Potteriestraat/Cantecleerstraat. Ik, [verbalisant 2] , (..) zag twee personen vanuit de Potteriestraat lopen in de richting van het kruispunt. Ik zag dat de later volledig genoemde persoon [naam 2] aan het bellen was. Op dat zelfde moment zag ik dat een man op een fiets uit de richting Cantecleerstraat kwam in de richting van het kruispunt. Ik zag dat ook deze man aan het bellen was. Terug ter hoogte van het eerder genoemde kruispunt zagen wij, [verbalisant 2] en [verbalisant 1] , de genoemde personen bij elkaar lopen en zagen dat ze duidelijk contact hadden met elkaar. Op enig moment zagen wij dat de man op de fiets iets gaf aan de ondergenoemde [naam 2] , waarna de man op de fiets direct wegfietste terug in de richting van de Cantecleerstraat. Deze bevindingen werden door ons doorgegeven aan de rest van het team waarna wij overgingen op een controle van [naam 2] . De persoon welke bij [naam 2] liep is genaamd [naam 3] . Om 16:05 uur, hielden wij, verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , na aanleiding van een mogelijke overdracht van verdovende- c q. stimulerende middelen de navolgende persoon staande: [naam 2] , geboren op [geboortedatum 2] 1983 in [geboorteplaats 2] , Nederland. Ik deelde [naam 2] mede dat hij niet tot antwoorden verplicht was en vorderde de uitlevering van alle verdovende dan wel stimulerende middelen die hij met zich droeg. Ik zag dat [naam 2] uit één van diens zakken, in zijn kledij een plastic zakje pakte met daarin bruine poeder. [naam 2] verklaarde dat hij deze voorafgaande aan de staande houding had gekocht, deelde ons mede dat het heroïne betrof en het 2.5 gram moest zijn. Ik vroeg aan [naam 2] bij wie hij zijn heroïne kocht en welk telefoonnummer dan wel telefoonnummers hij had om heroïne te bestellen c.q te kopen. [naam 2] liet mij de contacten in diens mobiele telefoon zien, het contact en diens mobiele telefoonnummer was onder andere:

[naam 1] [telefoonnummer 1] .

Ik, [verbalisant 3] , heb het in beslag genomen zakje met daarin de bruine poeder gewogen. Dit betrof 3 gram. Om 16:05 uur, controleerden wij, verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 2] , na aanleiding van een mogelijke overdracht van verdovende- c.q stimulerende middelen de navolgende persoon in de rol van getuige: [naam 3] , geboren op [geboortedatum 3] 1981 in [geboorteplaats 3] .

Wij verbalisanten deelden [naam 3] mede dat er zojuist gezien was dat er een deal activiteit had plaatsgevonden. [naam 3] vertelde hierop dat zijn buurman, die momenteel ook gecontroleerd werd, drugs wilde kopen. Dat deze buurman helemaal aan de grond zit en het niet meer zag zitten dat hij daarom zijn buurman met zijn telefoon heeft laten bellen met een dealer. Wij zagen dat [naam 3] zijn telefoon aan ons verbalisanten liet zien, waarop de laatst gebelde nummers zichtbaar waren. Wij zagen dat het laatst gebelde nummer, om 15.48 uur de contactpersoon “ [naam 1] " betrof met telefoonnummer + [telefoonnummer 1] .

- het proces-verbaal van bevindingen van 8 juli 2025 vermeldt:

Ik, verbalisant, [verbalisant 3] , hoofdagent werkzaam bij de Eenheid Limburg, verklaar onder verwijzing naar het proces-verbaal met het navolgende nummer: LB3R025007-22, aanvullend:

Ik, [verbalisant 2] , draaide het dienstvoertuig en reed terug in de richting van de genoemde personen. Terug ter hoogte van het eerder genoemde kruispunt zagen wij, [verbalisant 2] en [verbalisant 1] , de genoemde personen bij elkaar lopen en zagen dat ze duidelijk contact hadden met elkaar Op enig moment zagen wij dat de man op de fiets iets gaf aan de ondergenoemde [naam 2] , waarna de man op de fiets direct wegfietste terug in de richting van de Cantecleerstraat. Deze bevindingen werden door ons doorgegeven aan de rest van het team waarna wij overgingen op een controle van [naam 2] .

Ik, [verbalisant 3] , zat op dit moment samen met collega [verbalisant 4] in een onopvallend dienstvoertuig. Wij reden op dit moment op de Cantecleerstraat in de richting van de Potteriestraat in Maastricht. Ik, [verbalisant 3] en collega [verbalisant 4] , zagen op dat moment de voor ons ambtshalve en vaker door ons genoemde persoon: [verdachte] geboren [geboortedatum 1] 1973 in [geboorteplaats 1] in tegenovergestelde richting fietsend aan komen rijden en ons voertuig aan de linker zijde passeren. Wij zagen op dit moment geen andere personen op een fiets in de nabije omgeving.

- het proces-verbaal van bevindingen van 16 mei 2025 vermeldt:

Op donderdag 15 mei 2025 tussen 00:00 uur en 23:59 uur werd er conform artikel 126m Wetboek van Strafvordering een spraaktap geschakeld op het door Team Criminele Inlichtingen verstrekte bestelnummer voor verdovende middelen voorzien van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] ​​​​​​​. Aan de hand van de spraaktap werden op 15 mei 2025 twee verdachten aangehouden na het kopen van verdovende middelen. Op genoemde datum te 15:17:38 uur vond er een telefoongesprek plaats tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 2] (beller) en [telefoonnummer 1] (gebelde). Hierbij vroeg een onbekende Belgisch sprekende vrouw (beller), welke zich [naam 4] noemde, om 1 melk. Vervolgens werd afgesproken bij de Aldi. Omstreeks 15:30 uur werd naar aanleiding van voornoemde telefonische afspraak voor de verkoop van verdovende middelen de afgesproken locatie, de bankjes bij de Aldi op het Volksplein te Maastricht geobserveerd. Dit betreft een ambtshalve bekende deallocatie. Aldaar werd waargenomen dat de ambtshalve bekende drugsdealer [verdachte] , geboren [geboortedatum 1] 1973 vermoedelijk verdovende middelen verkocht aan een vrouw welke zich op genoemde locatie ophield. [verdachte] verplaatste zich hierbij per fiets. Bij de koopster, verdachte [naam 4] , geboren [geboortedatum 4] 1969 te [geboorteplaats 4] , werd na aanhouding een zakje van 0,4 gram (bruto) wit poeder aangetroffen. Hierover verklaarde zij later dat dit cocaïne betrof welke zij gekocht had van de man met de fiets na telefonische afspraak via het telefoonnummer [telefoonnummer 1] .

Op genoemde datum, te 17:28 uur vond het volgende gesprek plaats tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 3] (beller) een man met een Belgisch accent, en [telefoonnummer 1] (gebelde):[telefoonnummer 1] Hallo[telefoonnummer 3] Hallo ntv . Heb je iets?[telefoonnummer 1] Moet ik uhh... Wat moetje hebben?[telefoonnummer 3] Ene grote[telefoonnummer 1] Wat grote? Koffie? Bruin?[telefoonnummer 3] Koffie[telefoonnummer 1] Is goed. Ik stuur hem nu heNoot verbalisant [verbalisant 4] : Het is mij ambtshalve bekend dat ‘koffie' en ‘bruin’ aanduidingen zijn voor heroïne.Vervolgens vond de volgende SMS communicatie plaats tussen voornoemde telefoonnummers:[telefoonnummer 1] Tamboerijnstraat[telefoonnummer 1] : Hoelang ben je daar?[telefoonnummer 3] : 20 m[telefoonnummer 1] Oke[telefoonnummer 1] Welke auto[telefoonnummer 3] Zwarte ToyotaOmstreeks 17:45 uur, werd naar aanleiding van voornoemde telefonische afspraak voor de verkoop van verdovende middelen de afgesproken locatie, de Tamboerijnstraat te Maastricht geobserveerd. De koper had aangegeven zich te verplaatsen in een zwarte Toyota. Op genoemde locatie werd waargenomen dat de ambtshalve bekende drugsdealer [verdachte] vermoedelijk verdovende middelen verkocht aan de bijrijder van een Belgische zwarte Toyota. [verdachte] verplaatste zich hierbij per fiets. Bij de koper, verdachte [naam 5] , werd na aanhouding een zakje van 2,5 gram (bruto) bruin poeder aangetroffen. Hierover verklaarde hij later dat dit heroïne betrof welke hij gekocht had van de man met de fiets na telefonische afspraak via het telefoonnummer [telefoonnummer 1] .

- het proces-verbaal van bevindingen van 23 mei 2025 vermeldt:

Op dinsdag 20 mei 2025, om 12:26 uur, belde een onbekende man met het mobieletelefoonnummer [telefoonnummer 4] naar het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 1]Dit gesprek was als volgt.[telefoonnummer 1] : Hoi [naam 6][telefoonnummer 4] Hoi jong, ik heb hier 65 euro.[telefoonnummer 1] Ja[telefoonnummer 4] Kan ik daar 4 wit voor hebben en 1 k'tje7[telefoonnummer 1] Wat?[telefoonnummer 4] : Ik heb hier 65 euro, kan ik daar 4 wit voor krijgen en 1 k'tje7[telefoonnummer 1] : Eigenlijk niet, maar voor deze keer jongen.[telefoonnummer 4] Oke, bij Herdenkingsplein bij de paaltjes?[telefoonnummer 1] : Ja, bij de makelaar onder het afdak. 10 minuutjes[telefoonnummer 4] Oke. is goedIk bevroeg middels het integrale bevragingssysteem van de politie het navolgende nummer als eerder genoemd: [telefoonnummer 4] . Ik zag dat dit mobiele telefoonnummer voor het laatst geregistreerd stond op 8 juni 2024 en gebruikt werd door de navolgende persoon. [naam 6] geboren op [geboortedatum 5] 1964 in [geboorteplaats 5] Nederland. Ik hoorde portofonisch dat het flexteam gepositioneerd stond in de nabije omgeving, waar demogelijke deal zou gaan plaatsvinden. Ik hoorde vervolgens dat zij de voor ons ambtshalve bekende en in dit onderzoek genoemde dealer: [verdachte] geboren op [geboortedatum 1] 1973 in [geboorteplaats 1] , Nederland, zagen aan komen rijden op een fiets en terstond de deal plaats vond.

- het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 6] op 20 mei 2025 vermeldt:

O: Op dinsdag 20 mei 2025 om 12.40 uur bent u aangehouden voor het in het bezit hebben van harddrugs.V: Wat wilt u daarover verklaren?A: Ik had die inderdaad in mijn bezit.V: Welke drugs gebruik u?A: Heroïne en af en toe cocaïne.V: Waar heeft u die drugs gekocht?A: Bij het Herdenkingsplein van die jongen. Dat was een Marokkaanse jongen op een fiets.V: Wat heeft u vandaag gekocht?A: Ik heb 2 bolletjes Cocaïne en 1 bolletje Heroïne gekocht voor in totaal Euro 50,-.V: Wanneer was de 1ste keer dat u van die jongen hebt gekocht.A: Dat is al een aantal maanden geleden. Het is steeds dezelfde jongen die de drugskomt brengen. V: Met welk nummer had u telefonisch contact?A: [telefoonnummer 1]V: Hoe heet die dealer?A: Ik noem hem [naam 1] in mijn telefoon

- het proces-verbaal van bevindingen van 27 juni 2025 vermeldt:

Op vrijdag 27 juni 2025, omstreeks 11.40 uur, reed ik, verbalisant [verbalisant 6] , over de Calvariestraat in Maastricht. Ik zag ter hoogte van de splitsing Calvariestraat x Sint Nicolaasstraat twee personen op het trottoir voor de aldaar gelegen "Geldmaat" staan. Ik zag dat deze twee personen beiden de uiterlijke kenmerken van drugsgebruikers hadden. Ik zag dat de twee personen één man en één vrouw betrof. De man bleek de later volledig te noemen verdachte: [naam 7] , geboren op [geboortedatum 6] 1970 in [geboorteplaats 6] De vrouw bleek de later volledig te noemen getuige: [naam 8] , geboren op [geboortedatum 7] 1977 te [geboorteplaats 7] in Nederland. Ik zag dat getuige [naam 8] belde. Ik zag dat zowel getuige [naam 8] als verdachte [naam 7] schichtig om zich heen keken. Ik, verbalisant [verbalisant 6] , zag na enkele minuten een persoon fietsen over de Calvariestraat, komende uit de richting van de Hertogsingel, rijdende in de richting van de Sint Nicolaasstraat. Ik herkende de persoon op de fiets als de later volledig te noemen verdachte:[verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1973 te [geboorteplaats 1] in Nederland. Ik herkende verdachte [verdachte] direct en zonder enige twijfel. Ik, verbalisant [verbalisant 7] , zag dat verdachte [verdachte] op de weg aan de rand van het trottoir stopte ter hoogte van verdachte [naam 7] en getuige [naam 8] . Ik liep naar hen toe. Ik hoorde dat verdachte [verdachte] en verdachte [naam 7] een discussie kregen over wat zij moesten betalen. Ik zag dat verdachte [naam 7] geld overhandigde aan verdachte [verdachte] . Ik zag dat verdachte [verdachte] een bruinkleurig bolletje overhandigde aan verdachte [naam 7] .Op vrijdag 27 juni 2025, om 11.48 uur, hielden wij, verdachte [verdachte] aan ter zake handel en bezit harddrugs. Wij deelden hem mede dat hij niet tot antwoorden verplicht was en recht had op rechtsbijstand. Ik, verbalisant [verbalisant 7] , vorderde de uitlevering van alle drugs welke verdachte [verdachte] bij zich had. Ik hoorde dat verdachte [verdachte] zei dat hij in zijn linker broekzak drugs had zitten. Ik pakte een doorzichtig plastic zakje uit de linker broekzak. Ik zag dat hierin 6 bollen met daarin bruin poeder zaten. Ik zag dat er tevens nog een andere doorzichtig plastic zak met daarin een harde, fijngemalen bruine substantie zat. Aanhouding [naam 7] :Ik zei tegen verdachte [naam 7] en getuige [naam 8] dat ik hun handen wilden zien. Ik zag hierbij dat verdachte [naam 7] een bruinkleurige bol en witkleurig bolletje in zijn handen vasthield. Ik zei tegen verdachte [naam 7] dat hij de bruinkleurige bol en witkleurige bol op de vensterbank moest leggen. Ik nam deze in beslag. Op vrijdag 27 juni 2025, om 11.49 uur, hielden wij, verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 6] , verdachte [naam 7] aan ter zake bezit harddrugs. Wij deelden hem mede dat hij niet tot antwoorden verplicht was en recht had op rechtsbijstand. Ik, verbalisant [verbalisant 6] , hoorde dat verdachte [naam 7] zei dat hij zojuist heroïne en cocaïne had gekocht voor 45 euro. Ik hoorde dat hij zei dat getuige [naam 8] voor hem een drugsdealer had gebeld waarna verdachte [verdachte] ter plaatse kwam om de drugs te leveren. Collega's kwamen ter plaatse en brachten verdachte [naam 7] over naar het cellencomplex in Maastricht.Goednummer : PL2300-2025106825-1817577

Totale hoeveelheid : 6 gram

Inhoud : Zakje bruin poeder

Goednummer : PL2300-2025106825-1817578

Totale hoeveelheid : 0,5 gram

Inhoud : wit poeder

- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 15 september 2025 vermeldt:

Goednummer 1817577:

Uniek voorwerp AASK8517NL, opgesplitst in AASK6404NL en AASK6405NL bevat heroïne

Goednummer 1817578

Uniek voorwerp AASK8518NL bevat cocaïne

- de verklaring van de verdachte afgelegd tijdens het politieverhoor op 27 juni 2025:

v: je bent aangehouden door de politie. Wat is er gebeurda: ik heb wat verkochtv: wat heb je verkochta: drugsv: ken je een persoon genaamd: [naam 7] uit Belgiëa: die ken ikv: heb je al vaker aan hem verkochta: jav: er werd gezien dat jij geld kreeg van [naam 7] en dat [naam 7] van jou een bruinkleurig bolletje kreeg. Hoeveel geld kreeg jija: 70 eurov: wat was dat bolletje met de bruine kleura: 2 bruin en 1 wit en dat bruin is 2,5 gramv: wat is jouw reactie als ik zeg dat dit bolletje een hoeveelheid heroïne wasa: dat kloptv: de politie komt dan en hield je aan. Je maakt dan kenbaar dat je in je linker broekzak drugs had zitten. Wat en hoeveel zat er in die linker broekzaka: drugs en zwoel bruin als wit zijnde heroïne en cocaïne

Ten aanzien van feit 3 overweegt de rechtbank in het bijzonder als volgt:

Pleegperiode

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte zich meermaals schuldig heeft gemaakt aan het dealen van harddrugs op straat. De verdachte is naar aanleiding van onderschepte communicatie van de [naam 1] , voorzien van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] , meermaals waargenomen bij drugsdeals, waarbij hij de persoon was die de via de drugslijn [naam 1] bestelde drugs op straat afleverde aan de kopers. Van het verdovende middelen bestelnummer [telefoonnummer 1] werd conform artikel 126n Wetboek van Strafvordering de historische verkeersgegevens gevorderd en verstrekt vanaf 1 januari 2025. Niet vastgesteld kan worden dat de verdachte vanaf die periode als loopjongen voor de bestellijn heeft gefunctioneerd. Tijdens het verhoor van verdachte [naam 6] op 20 mei 2025 geeft hij aan dat hij enkele maanden eerder voor het eerst drugs kocht van de jongen die aan hem op 20 mei 2025 had verkocht en dat steeds dezelfde jongen de drugs bij hem kwam bezorgen. De rechtbank gaat, met de officier van justitie, op grond van deze verklaring van [naam 6] uit van een pleegperiode vanaf 1 maart 2025. De rechtbank zal verdachte derhalve partieel vrijspreken van de periode die voorafgaand aan 1 maart 2025 is tenlastegelegd.

Verlengde uitvoer

Op grond van de bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat er op tijdstippen in de bewezenverklaarde periode door verdachte cocaïne en heroïne, welke waren besteld via de ‘ [naam 1] ’, is verkocht en geleverd aan afnemers die afkomstig en/of woonachtig waren in België.

Uit historische gegevens volgt dat bijna de helft van de telefoonnummers die de [naam 1] bellen om verdovende middelen te bestellen Belgische nummers betreffen. In de gemeente Maastricht is door de gunstige ligging nabij de Belgische grens sprake van een grote groep drugskopers die niet in Nederland woonachtig zijn. Dit betreffen met name Belgische drugstoeristen welke naar Maastricht reizen om drugs te kopen. De ontmoetingen vonden weliswaar plaats in Maastricht, maar uit het feit dat de betrokken afnemers in een auto met Belgisch kenteken reden, blijkt dat zij speciaal naar Nederland kwamen om verdovende middelen te kopen via de [naam 1] . Er werd door Belgische afnemers gebruik gemaakt van Belgische telefoonnummers, Belgische afnemers kwamen naar de ontmoetingsplek met een auto met Belgisch kenteken en er werd door hen gesproken met een Belgisch accent.

Op 15 mei werd de verdachte waargenomen bij twee drugsdeals. De kopers, [naam 4] en [naam 5] , hadden beiden kort daarvoor contact met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] om een harddrugs bestelling te plaatsen. De verbalisant merkt in het proces-verbaal op dat beide personen een Belgisch accent hebben. Koper [naam 5] verplaatste zich bovendien in een zwarte Toyota met Belgisch kenteken. Het kan verdachte niet ontgaan zijn dat beide kopers spraken met een Vlaams accent en dat [naam 5] in een Belgische auto zat.

Op 27 juni werd de verdachte aangehouden na een drugsdeal met [naam 7] . Tijdens zijn verhoor diezelfde dag zegt de verdachte dat hij [naam 7] uit België kent. De verdachte was zich derhalve bewust dat een aantal kopers Belgisch waren. De bij de kopers aangetroffen hoeveelheden harddrugs waren dusdanig omvangrijk dat zij deze niet in één keer konden gebruiken. Het ligt daarom voor de hand dat de kopers de drugs mee over de grens naar België zouden nemen. Aangezien het niet anders kan dan dat de verdachte op de hoogte was dat de kopers Belgisch waren en zij grotere hoeveelheden afnamen dan voor eenmalig gebruik, heeft hij de aanmerkelijke kans aanvaard dat de kopers de drugs mee naar huis zouden nemen.

Door in de grensstreek regelmatig (meer dan een gebruikershoeveelheid aan) cocaïne en heroïne te verkopen aan afnemers met een Belgisch telefoonnummer en een Belgisch kenteken, bestond de aanmerkelijke kans dat de afnemers in België woonachtig waren en terug zouden gaan naar België met de gekochte cocaïne en heroïne om deze aldaar te gebruiken of door te verkopen. Door onder deze omstandigheden aan deze personen cocaïne en heroïne te verkopen heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de cocaïne en heroïne door de kopers buiten het grondgebied van Nederland zouden worden gebracht. Aldus heeft de verdachte (op zijn minst genomen) voorwaardelijk opzet gehad op de verlengde uitvoer van cocaïne en heroïne.

Ten aanzien van het feit onder parketnummer 03.333353.25:

Het proces-verbaal van bevindingen vermeldt:

Op vrijdag 11 april 2025, om 13.38 uur, werd ik, [verbalisant 9] , gebeld door een collega van politiezone Bilzen-Hoeselt-Riemst.

[naam 9] zou zich verplaatsen middels een Belgische lijnbus met nummer 62 in de

richting van Maastricht. [naam 9] zou verdovende middelen gaan kopen bij Winkelcentrum Brusselse poort in Maastricht.

Wij reden achter deze lijnbus aan en zagen dat deze stopte bij de bushalte op de

Dokter Bakstraat ter hoogte van Winkelcentrum Brusselse Poort.

Wij zagen dat een persoon uit de lijnbus stapte. Dit bleek de later volledig te noemen getuige

[naam 9] , geboren op [geboortedatum 8] 1991 in [geboorteplaats 8] .

Wij zagen dat [naam 9] overstak vanaf de Dokter Bakstraat in de richting van de Dokter van

Kleefstraat, zich in de richting van de Sint Annakerk verplaatst en stil ging staan op een

parkeerplaats.

Wij zagen dat de later volledig te noemen verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1]

1973 in [geboorteplaats 1] , Nederland, aangereden kwam op een zilverkleurige

snor-/bromfiets uit de richting van de Nobellaan en in de richting van [naam 9] reed.

Wij zagen dat:

- [verdachte] en [naam 9] contact met elkaar maakten;

- [naam 9] een bruinkleurige portefeuille uit de oranje tas nam;

- [naam 9] in de bruine portefeuille keek en deze weer wegstopte in de oranje,

stoffen tas;

- [verdachte] iets overhandigde aan [naam 9] ;

- [naam 9] dit aannam met zijn rechterhand;

- dat hetgeen [naam 9] aangenomen had en vasthield in zijn rechterhand wit van kleur

was.

Hierop verplaatsten wij ons in de richting van [verdachte] en [naam 9] .

Wij, [verbalisant 9] en [verbalisant 10] , hielden [verdachte] aan ter zake de handel in

verdovende middelen van lijst I.

In het nektasje van [verdachte] trof ik een totaal gelbedrag aan van 610 euro in

verschillende coupures. In de onderbroek, ter hoogte van de linker lies, trof ik een zwarte sok aan met daarin verdovende middelen. Ik zag dat het drie verschillende verpakkingen waren.

Verdovende middelen zijn mij qua kleur en verpakking ambtshalve bekend.

Later op het bureau telde ik de verschillende verpakkingen en woog ik het bruto

gewicht van de verpakking.

Goederen

- Goednummer : PL2300-2025058500-1795808

Bijzonderheden: Witte korrels verpakt in blauwig plastic, bruto 9g.

- Goednummer : PL2300-2025058500-1795807

Bijzonderheden : Witte korrels verpakt in doorzichtige plastic, bruto 6g.

- Goednummer : PL2300-2025058500-1795809

Bijzonderheden : Bruin poeder verpakt in doorzichtig plastic, bruto 34g.

Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen vermeldt:

BVH Goednummer : G1795808

Uniek Voorwerp Nummer: : AAQX1081NL

Nettogewicht : 7,70 gram

BVH Goednummer : G1795807

Uniek Voorwerp Nummer : AAQX1080NL

Nettogewicht : 5,44 gram

BVH Goednummer : G1795809

Uniek Voorwerp Nummer: : AAQX1083NL

Nettogewicht : 32,21 gram

Het certificaat van onderzoek vermeldt:

Kenmerk AAQX1081NL bevat (een zout van) cocaïne

Kenmerk AAQX1080NL bevat (een zout van) cocaïne

Kenmerk AAQX1083NL bevat heroïne

Ten aanzien van het feit onder parketnummer 03.333353.25 overweegt de rechtbank in het bijzonder als volgt:

Nu bij de aanhouding 13,14 gram cocaïne en 31,21 gram heroïne in het bezit van de verdachte zijn aangetroffen, acht de rechtbank bewezen dat hij deze middelen aanwezig heeft gehad. De rechtbank zal de verdachte daarom partieel vrijspreken van het ten laste gelegde verkopen, afleveren en/of vervoeren van deze verdovende middelen.

Ten aanzien van het feit onder parketnummer 03.409377.24

Aangezien de verdachte het feit bij het politieverhoor duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen.

- het proces-verbaal van aangifte van [naam 10] ;

- het proces-verbaal van bevindingen van 29 december 2024;

- de verklaring van de verdachte afgelegd bij politieverhoor van 30 december 2024;

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Ten aanzien van 03-196019-25 feit 1:

op 27 juni 2025 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en/of verstrekt en vervoerd, ongeveer 6,5 gram (6 gram en 0,5 gram), van een materiaal bevattende cocaïne en heroïne, zijnde cocaïne en heroïne middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I

Ten aanzien van 03-196019-25 feit 2:

op 27 juni 2025 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 42,71 gram (28,56 gram en 14,15 gram), van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I

Ten aanzien van 03-196019-25 feit 3:

in de periode van 1 maart 2025 tot en met 27 juni 2025 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en heroïne, zijnde cocaïne en heroïne middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I

Ten aanzien van 03-333353-25 feit 1:

op 11 april 2025 te Maastricht, opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- 13,14 gram (7,70 gram en 5,44 gram) van een materiaal bevattende cocaïne,

- 31,21 gram van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en heroïne middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I

Ten aanzien van 03-409377-24 feit 1:

op 23 november 2024 te Maastricht een fiets, die aan een ander toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van 03-196019-25 feit 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

Ten aanzien van 03-196019-25 feit 2:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

Ten aanzien van 03-196019-25 feit 3:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A en onder B van de Opiumwet gegeven verbod

Ten aanzien van 03-333353-25:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

Ten aanzien van 03-409377-24:

diefstal

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

7. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

8. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden. In het bijzonder betrekt de officier van justitie in haar eis de geografische ligging van Maastricht. Maastricht is een regio die al jaren kampt met drugstoerisme, ook vanuit België.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, gelet op hetgeen de verdediging bewezen acht, de aan de orde zijnde hoeveelheden en de LOVS-oriëntatiepunten, bepleit in het geval van een veroordeling, te volstaan met het opleggen van het aantal dagen gevangenisstraf dat de verdachte reeds in hechtenis doorgebracht heeft.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het gedurende een aantal maanden dealen van harddrugs en de verlengde uitvoer daarvan. De verdachte was onderdeel van een netwerk waarbij meerdere personen betrokken waren en waarbij cocaïne en heroïne is gedeald in Maastricht. Een deel van de afnemers was afkomstig uit en/of woonachtig in België. De Belgische kopers reisden specifiek naar Maastricht om deze verdovende middelen te kopen en vervoerden deze na aankoop over de grens naar België. De verdachte heeft vele drugsgebruikers in hun heroïne- en cocaïnebehoefte voorzien. Zelfs gebruikers over de grens in België wisten hem moeiteloos te vinden.

Het behoeft geen betoog dat harddrugs een zeer grote bedreiging vormen voor de volksgezondheid en de veiligheid in de samenleving. Niet alleen zijn er gebruikers die strafbare feiten plegen om aan hun drugs te kunnen komen, maar ook vinden er strafbare feiten plaats zoals bedreigingen, afpersingen, wapenbezit, mishandelingen en zelfs liquidaties gepleegd tussen handelaren en producenten onderling. Zeker een stad als Maastricht heeft veel te lijden onder de overlast van het drugstoerisme vanuit België. De verdachte heeft als zogenaamde ‘loopjongen’ een essentiële bijdrage geleverd aan het in stand houden van het criminele drugscircuit met alle kwalijke neveneffecten van dien. Hij deed dit teneinde in zijn eigen drugsverslaving te voorzien.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de diefstal van een elektrische fiets, waarmee hij aan de eigenaar daarvan schade heeft toegebracht.

Persoon van de verdachte

De verdachte heeft een fors strafblad van 29 pagina’s lang. Hij werd in het verleden al eerder veroordeeld voor drugsbezit en heeft al eerder gevangenisstraffen gekregen voor vermogensdelicten, waaronder ook meermaals voor fietsendiefstallen. Ten tijde van het plegen van de feiten bevond hij zich in de proeftijd van een delict waarvoor hij in 2022 voorwaardelijk werd veroordeeld. In het reclasseringsadvies komt het beeld naar voren van een persoon die kampt met heroïne - en cocaïne verslaving. De reclassering heeft er geen vertrouwen in dat in de nabije toekomst een middelenvrij leven haalbaar is voor verdachte. Hem is meerdere malen hulp aangeboden om dit op te lossen, maar verdachte wilde deze hulp niet. De leefgebieden huisvesting, financiën, sociaal netwerk, middelengebruik en dagbesteding worden als delict gerelateerd aangemerkt en het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. Bij een veroordeling heeft de reclassering geadviseerd een kale gevangenisstraf op te leggen. De reclassering ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico's te beperken of het gedrag van de verdachte te veranderen.

De straf

Gezien de ernst van het de bewezenverklaarde feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Voor de verdachte moet duidelijk zijn dat dergelijk gedrag onaanvaardbaar is. Hij had op meerdere momenten andere beslissingen kunnen en moeten nemen. Bij de bepaling van de hoogte van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten. Voor diefstal van een (elektrische) fiets met veelvuldige recidive geldt in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand. Voor dealen gedurende 3 tot 6 maanden, met enige regelmaat, geldt in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden. De rechtbank weegt daarbij als strafverzwarend mee dat de handel plaatsvond nabij de Belgische grens, de verdachte zich ervan bewust was dat de cocaïne en heroïne naar het buitenland zouden worden vervoerd en dat hij onderdeel was van een groter netwerk dat zich op grote schaal bezig hield met de handel in harddrugs, waarbij op professionele wijze te werk is gegaan.

Alle omstandigheden afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van het voorarrest passend.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering.

9. De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft een vordering ingediend voor de geleden schade als gevolg van het tenlastegelegde onder parketnummer 03.409377.24. Zij vordert een bedrag van in totaal € 799,-, bestaande uit materiële schade. Tevens heeft de benadeelde partij verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen en het gevorderde bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij, nu de vordering onvoldoende onderbouwd is.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in haar vordering, omdat deze niet voldoet aan de formele vereisten en niet is ondertekend. Bovendien staat de factuur op naam van de Stichting Mosalira en blijft onduidelijk of mevrouw [benadeelde partij] wel benadeelde partij is. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht het bedrag van de vordering te matigen gelet op het tijdsverloop sinds de aankoop van de fiets op 7 februari 2024.

Het oordeel van de rechtbank

Uit de door de benadeelde partij bijgevoegde factuur blijkt dat niet [benadeelde partij] , maar de Stichting Mosalira eigenaar is van de fiets. Uit de bij de benadeelde partij vordering gevoegde stukken blijkt dat het slachtoffer [benadeelde partij] deze fiets van de Stichting Mosalira in bruikleen had. Het is in beginsel dan ook de Stichting Mosalira en niet [benadeelde partij] die rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de bewezenverklaarde diefstal. Dit zou anders kunnen zijn indien [benadeelde partij] door de Stichting aansprakelijk is gesteld voor de door de Stichting geleden schade. Dat dit het geval is geweest heeft de rechtbank, nu [benadeelde partij] niet ter terechtzitting is verschenen, echter niet kunnen vaststellen, reden waarom [benadeelde partij] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering. Nu de gevorderde materiële schadevergoeding onvoldoende onderbouwd is, zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

10. De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de

politierechter te 's-Hertogenbosch van 18 juli 2023 voorwaardelijk opgelegde straf.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de meervoudige strafkamer van woensdag 16 november 2022 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden. Zij merkt daarbij op dat, hoewel de vermelde datum en het forum op de schriftelijke vordering onjuist zijn, het vonnis van 16 november 2022 aan de verdachte is betekend. Dat vonnis is onherroepelijk geworden en de verdachte wist dat hij in de proeftijd liep. Dat er abusievelijk ‘politierechter’ op de vordering staat in plaats van ‘meervoudige kamer’ en een andere datum doet daar niet aan af. Tenuitvoerlegging is mogelijk omdat de vordering correct betekend is met het juiste parketnummer. De verdachte was bekend met de inhoud van de vordering en niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie is daarom niet aan de orde. Het vorderen van de tenuitvoerlegging is opportuun.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie bepleit, omdat voor de vordering tenuitvoerlegging niet is voldaan aan de wettelijke vormvereisten. Gelet op het parketnummer dat in de vordering van 26 november 2025 vermeld staat, lijkt het openbaar ministerie te doelen op de deels voorwaardelijke veroordeling van de rechtbank Limburg van 16 november 2022. In die zaak is op 7 juli 2023 namens verdachte het door hem ingestelde appel ingetrokken. Op 18 juli 2023 is verdachte niet ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. De uitspraak van de rechtbank Limburg van 16 november 2022 heeft dan ook per 18 juli 2023 een onherroepelijk karakter. De vordering maakt, slechts en ten onrechte, melding van een op 18 juli 2023 onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter te ‘s-Hertogenbosch. Daar komt bij dat de vordering niet vermeldt tot welke voorwaardelijke straf(fen) cliënt veroordeeld is en daarmee welke voorwaardelijke straf(fen) de officier van justitie alsnog ten uitvoer gelegd wil zien. Nu de vordering niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen, dient niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie te volgen. In dit kader verwijst de verdediging naar een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 25 maart 2025(ECLI:NL:GHAMS:2025:867).

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat enkel het parketnummer op de vordering tenuitvoerlegging correct is. Het forum en de datum van het veroordelend vonnis komen niet overeen met de zaak waarvoor de verdachte in een proeftijd liep en waarop het op de vordering genoemde parketnummer ziet. Nu het parketnummer niet ziet op het genoemde vonnis van de politierechter te ’s-Hertogenbosch van 18 juli 2023, maar op een vonnis van de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Limburg van 16 november 2022 kan de rechtbank niet vaststellen dat de verdachte duidelijk was welke zaak de vordering betrof. Van de verdachte kan niet verlangd worden dat hij op basis van het parketnummer wist om welke zaak het ging. Nu niet voldaan is aan de wettelijke vormvereisten zal de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

11. Het beslag

Onder de verdachte zijn in de zaak met parketnummer 03.196019.25 de volgende voorwerpen in beslag genomen:

- 700,00 EURO Geld (Omschrijving: PL2300-2025106825-G1817529, ibn 27-06-25) - 80,00 EURO Geld (Omschrijving: PL2300-2025106825-G181541, ibn 27-06-25)

Onder de verdachte is in de zaak met parketnummer 03.333353.25 het volgende voorwerp in beslag genomen:

​​​​​​​- 610 EURO Geld (goednummer: PL2300-2025058500-1795798, ibn 11-04-2025)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het in beslag genomen geld vatbaar is voor verbeurdverklaring.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de inbeslaggenomen geldbedragen verbeurd verklaren, nu voldoende aannemelijk is dat dit geldbedrag door middel van of uit de baten van de bewezenverklaarde feiten is verkregen.

12. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 47, 57, 310 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

13. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling

- Verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk in de vordering met

parketnummer 03-185444-22.

Benadeelde partij [benadeelde partij]

Beslag

- verklaart verbeurd de volgende in beslag genomen voorwerpen:

Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.A. Wouters, voorzitter, mr. M.E.M.W. Nuijts en mr. V.C. Andeweg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Hartgerink, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 januari 2026.

Buiten staat

Mr. Andeweg is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

T.a.v. 03-196019-25 feit 1:

hij op of omstreeks 27 juni 2025 in de gemeente Maastricht, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

opzettelijk heeft/hebben verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

ongeveer 6,5 gram (6 gram en 0,5 gram), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne,

zijnde cocaïne en/of heroïne,

middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I

T.a.v. 03-196019-25 feit 2:

hij op of omstreeks 27 juni 2025 in de gemeente Maastricht, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad

ongeveer 42,71 gram (28,56 gram en 14,15 gram), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne,

zijnde heroïne,

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I

T.a.v. 03-196019-25 feit 3:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2025 tot en met 27 juni 2025 in de gemeente Maastricht, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad,

één of meerdere hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of

heroïne,

zijnde cocaïne en/of heroïne,

middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I

T.a.v. 03-409377-24:

hij op of omstreeks 23 november 2024 te Maastricht een fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

T.a.v. 03-333353-25:

hij op of omstreeks 11 april 2025 te Maastricht, althans in Nederland,

opzettelijk

heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- ongeveer 13,14 gram (7,70 gram en 5,44 gram), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,

- ongeveer 31,21 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende heroïne,

zijnde cocaïne en/of heroïne,

(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?