RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer : 03.292010.22
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige strafkamer van 23 maart 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2004,
wonende te [adresgegevens verdachte] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. K.B.H. Welvaart, advocaat te Maastricht.
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 maart 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Het slachtoffer [slachtoffer] is niet op zitting verschenen.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort weergegeven, op neer dat de verdachte op 28 oktober 2022:
t.a.v. feit 1: te Heerlen en/of Kerkrade in vereniging met anderen [slachtoffer] heeft ontvoerd, door hem in de douche met een mes te steken en hem vervolgens gedwongen uit de douche van zijn woning (naakt) in een auto mee te nemen;
t.a.v. feit 2: te Heerlen diezelfde [slachtoffer] samen met anderen opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht door hem in zijn been te steken (primair), dan wel heeft gepoogd dit te doen (subsidiair).
3. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het eerste aan de verdachte tenlastegelegde feit. Zij heeft voor het tweede feit gerekwireerd tot vrijspraak van de verdachte, gelet op het gebrek aan voldoende bewijs en de beslissingen tot sepot bij de medeverdachten voor ditzelfde feit.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tweede aan hem tenlastegelegde feit. Wat betreft de bewezenverklaring van het eerste tenlastegelegde feit heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, behoudens het onderdeel ‘steken met een mes’. Daarvan heeft de verdediging partiële vrijspraak bepleit
Het oordeel van de rechtbank
Vrijspraak feit 2
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat de verdachte het tweede aan hem tenlastegelegde feit heeft begaan. De rechtbank zal de verdachte hiervan dan ook vrijspreken.
Feit 1 Nu de verdachte het eerste aan hem tenlastegelegde feit heeft bekend en er namens hem voor dit feit geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank overeenkomstig artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering met de opgave van de bewijsmiddelen.
De rechtbank acht het tenlastegelegde feit bewezen, gelet op:
- het proces-verbaal van verhoor aangever;
- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 9 maart 2026.
Partiële vrijspraak
De rechtbank constateert dat uit het dossier niet volgt dat de verdachte vóórdat de steekwond aan het slachtoffer werd toegebracht, wetenschap had van de aanwezigheid van een mes bij een van zijn mededaders. Het onderdeel ‘steken met een mes’ (zoals tenlastegelegd onder feit 1) kan daarom niet bewezen worden verklaard, zodat de verdachte hiervan partieel zal worden vrijgesproken.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte:
op 28 oktober 2022 in de gemeenten Heerlen en Kerkrade, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door die [slachtoffer] , terwijl hij in zijn woning onder de douche stond vast te pakken en onder de douche vandaan te trekken en te dwingen naakt in een auto plaats te nemen en vervolgens met die auto te rijden en vervolgens die [slachtoffer] naakt uit de auto te zetten.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:
medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd gehouden.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
5. De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6. De straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft, op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, gevorderd dat aan de verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van de dagen die hij al in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat aan de verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf langer dan het voorarrest dient te worden opgelegd, gelet op het grote tijdsverloop in deze zaak en de aan detentie verbonden negatieve consequenties voor de verdachte. Mogelijk kan aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf van 180 dagen worden opgelegd in combinatie met een eventuele taakstraf.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte en zijn beide medeverdachten hebben zich samen met nog anderen schuldig gemaakt aan de vrijheidsberoving en ontvoering van het slachtoffer. Daarbij merkt de rechtbank op dat het er alle schijn van heeft dat er sprake was van een vooropgezet plan. Voor een plan is niet noodzakelijk dat alles van te voren helemaal is uitgedacht. In dit geval hebben de verdachten zich – nadat zij hadden vernomen dat het slachtoffer mogelijk betrokken was bij de diefstal van de bestelbus van hun vader – op een locatie verzameld om vervolgens met anderen richting het huis van het slachtoffer te rijden. Het plan was om ‘verhaal te halen’ over de gestolen bestelbus. Door met een groot aantal mensen te gaan hadden de verdachten het getalsmatige en fysieke overgewicht. Vervolgens zijn meerdere daders aan de achterkant en aan de voorkant tegelijkertijd de woning van het slachtoffer naar binnen gegaan, zodat het slachtoffer niet kon vluchten. Hieruit leidt de rechtbank af dat er sprake was van een – wellicht niet volledig uitgewerkt – vooropgezet plan.
Het slachtoffer is onder de douche vandaan gehaald, door een van de andere personen die met de verdachten waren meegegaan verwond met een mes en vervolgens naakt en gewond in de auto met de verdachten (en de andere personen) meegenomen. Ook op het moment dat de verdachten met de verwondingen van het slachtoffer werden geconfronteerd, distantieerden zij zich niet van het geheel. De verdachten hebben vervolgens met het slachtoffer in de auto rondgereden waarbij het al verwonde slachtoffer is bedreigd en bij de keel gegrepen om zo de locatie van de gestolen bestelbus prijs te geven. Toen de bestelbus was gevonden is het slachtoffer vervolgens verderop zonder pardon naakt uit de auto gezet.
Door hun handelen hebben de verdachten ten eerste de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ernstig geschonden; dat de verdachten zijn vrijgesproken van het onderdeel ‘steken met een mes’ doet hier niet aan af nu zij na het zien van het toegebrachte letsel en bloedsporen het slachtoffer van zijn vrijheid beroofd bleven houden en niemand zich om de steekwond heeft bekommerd. Voorts is het woonrecht van het slachtoffer grof geschonden; naakt en volkomen kwetsbaar tegenover de overmacht aan aanvallers in je eigen douche gestoken en daar onderuit gesleurd worden kan het veiligheidsgevoel in de eigen woning ernstig en blijvend aantasten. Tenslotte zijn verschillende andere mensen ongewenst getuige geworden van deze strafexpeditie, doordat de verdachten alles in volle openbaarheid hebben gedaan. In alle brutaliteit en openbaarheid moest en zou alles wijken om de gestolen bus van de vader maar terug te vinden. En ofschoon de rechtbank kan snappen dat (herhaald) slachtofferschap van een vader diens zoons of andere familieleden emotioneel raakt, rechtvaardigt dit nimmer optreden zoals hierna bewezen te verklaren.
Op meerdere momenten hadden de verdachten zich kunnen distantiëren van het handelen van hun andere mededaders, maar zij hebben er bewust voor gekozen dit niet te doen. De verdachten hebben aan eigenrichting gedaan, wat de rechtbank hen zwaar aanrekent. Het recht in eigen hand nemen kan, hoe ernstig de verdenking ook is, nooit de oplossing zijn.
In dit verband zij nog op te merken dat, wanneer niet de verdachten maar politie en justitie hadden moeten optreden tegen iemand die verdacht was van diefstal van een bestelbus, te allen tijde de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit in acht genomen hadden moeten worden. De verdachten en hun andere mededaders hebben dit in geen enkel opzicht gedaan, doordat de vrijheidsberoving van aanvang af gestalte heeft gekregen in het met een mes in het lichaam van dat slachtoffer te steken. Gezien de overmacht van aanvallers was daar geen enkele reden voor. De rechtbank acht het uitermate verontrustend dat degene die verantwoordelijk is voor het daadwerkelijk steken in de richting van en in het lichaam van het slachtoffer in dit opsporingsonderzoek nog altijd niet geïdentificeerd is, en al evenzeer dat de verdachte en zijn medeverdachten diegene klaarblijkelijk ook nu nog uit de wind blijven houden. Dit wringt te meer nu ter zitting gebleken is dat van diegene bekend was dat hij agressief kon reageren.
Bij het kiezen van een strafmodaliteit heeft de rechtbank in ernst overwogen om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen nu dat, gelet op de ernst van de feiten, zonder meer passend zou zijn. Bij een tijdigere berechting zou op de strafeis van de officier van justitie weinig af te dingen zijn geweest. Echter gelet op het zeer grote tijdsverloop in deze strafzaak en de redelijke termijn die daarmee is overschreden, acht de rechtbank dat niet langer passend. De feiten zijn gepleegd in oktober en de verdachte is in november 2022 opgepakt, ongeveer drie-en-een-half jaar geleden. Het grote tijdsverloop sindsdien kan niet aan de verdachte worden verweten. Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op de blanco documentatie van de verdachte en zijn nog jonge leeftijd.
Alles overwegend veroordeelt de rechtbank de verdachte tot een gevangenisstraf van 365 dagen waarvan 320 dagen voorwaardelijk met aftrek van de dagen die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en een proeftijd van twee jaren, waardoor de verdachte nu niet opnieuw vast komt te zitten. Daarnaast zal de rechtbank aan de verdachte een taakstraf voor de duur van 240 uren opleggen, te vervangen door 120 dagen hechtenis bij niet (volledig) voldoen.
7. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 282 van het Wetboek van Strafrecht.
8. De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van het onder feit 2 ten laste gelegde feit;
Bewezenverklaring
Strafbaarheid
Straf
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Goessen, voorzitter, mr. E.B.A. Ferwerda en mr. L.H.M. Geuns, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.V. Haring, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 23 maart 2026.
Buiten staat
Mr. E.B.A. Ferwerda is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
T.a.v. feit 1:
hij op of omstreeks 28 oktober 2022 in de gemeente(n) Heerlen en/of Kerkrade en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden,
door die [slachtoffer] , terwijl hij in zijn woning onder de douche stond met een mes, in elk geval met een scherp en/of puntig voorwerp in diens been te steken en/of (vervolgens) vast te pakken en onder de douche vandaan te trekken en te dwingen naakt in een auto plaats te laten nemen en vervolgens geruime tijd met die auto te rijden en (vervolgens) die [slachtoffer] na enige tijd naakt uit de auto te gooien/zetten;
T.a.v. feit 2 primair:
hij op of omstreeks 28 oktober 2022 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel, te weten een steekwond in diens been heeft toegebracht door die [slachtoffer] met een mes, in elk geval met een scherp en/of puntig voorwerp in diens been te steken;
T.a.v. feit 2 subsidiair:
hij op of omstreeks 28 oktober 2022 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een mes, in elk geval met een scherp en/of puntig voorwerp, in diens been heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.