ECLI:NL:RBLIM:2026:2745

ECLI:NL:RBLIM:2026:2745

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 23-03-2026
Datum publicatie 23-03-2026
Zaaknummer 03.288863.24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Vrijspraak poging tot moord, veroordeling poging tot doodslag. De verdachte heeft het slachtoffer met een mes meerdere keren gestoken en/of gesneden in het gezicht, het hoofd en het lichaam.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 03.288863.24

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 23 maart 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978,

gedetineerd in de [naam P.I.] .

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 maart 2026. De verdachte is verschenen. De officier van justitie heeft haar standpunt kenbaar gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er primair, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 8 september 2024 in Roermond heeft geprobeerd [slachtoffer] te vermoorden dan wel te doden door hem met een mes één of meerdere keren te steken en/of te snijden in zijn gezicht, hoofd en/of lichaam. Subsidiair is dit tenlastegelegd als een zware mishandeling en meer subsidiair als een poging tot zware mishandeling.

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de primair tenlastegelegde poging tot moord bewezen. Uit het dossier kan volgens de officier van justitie immers worden afgeleid dat het handelen van de verdachte − het meerdere keren steken met een mes in het gezicht, op het hoofd en het lichaam van [slachtoffer] − blijk geeft van vol opzet. Bovendien was er sprake van voorbedachte rade omdat de verdachte vanuit zijn woning met een mes rechtstreeks naar [slachtoffer] , met wie hij eerder die dag een confrontatie had, is gelopen en onmiddellijk is gaan steken. De verdachte toonde voor, tijdens en na het incident geen emoties, wat niet getuigt van een hevige gemoedsbeweging. Daarnaast heeft de verdachte in de aanloop naar zijn daad voldoende tijd en gelegenheid gehad om zich te beraden op zijn besluit en de gevolgen daarvan.

Het standpunt van de verdediging

De advocaat van verdachte, mr. P.L.G. Rens kantoorhoudende te ’s-Gravenhage, was ter terechtzitting aanwezig, maar de verdachte stelde geen prijs op bijstand van zijn advocaat. De advocaat voelde zich daarom niet gemachtigd om de verdediging te voeren en heeft zodoende geen standpunten ingenomen.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

Op 8 september 2024 gaan de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] af op een melding van een steekpartij. Zij hebben daarover als volgt gerelateerd, zakelijk weergegeven:

Op zondag 8 september 2024, omstreeks 17.56 uur, kregen wij de melding om met spoed te rijden naar de Donderbergweg te Roermond in verband met een steekpartij. Wij werden op de Donderbergweg ter hoogte van nummer [nummer] aangezwaaid. Wij zagen dat een vrouw wees naar een bankje ter hoogte van cafetaria [naam 1] . Wij zagen op dit bankje een man zitten die geheel onder het bloed zat. Wij zagen net boven zijn rechteroog een diepe snee. Wij zagen dat de man nog verschillende kleine wonden had.

Ik, verbalisant [verbalisant 1] , sprak een getuige, [getuige 1] , die het incident had gezien. Ik hoorde dat de getuige aangaf dat er een man vanaf de richting van de Oranjelaan op de Donderbergweg liep. De getuige zag dat de man richting een bankje liep waar een man lag te slapen en dat de man met een scherp voorwerp op de slapende man instak. De getuige zag dat er meermaals een stekende beweging richting de slapende man werd gedaan. De getuige gaf aan dat het incident omstreeks 17.54 uur plaatsvond en dat de verdachte hierna rustig wegliep op de Donderbergweg in de richting van de Koninginnelaan.

Ik hoorde dat de getuige het volgende signalement van de verdachte gaf:

- ongeveer 40/50 jaar oud;

- blauw/grijs T-shirt;

- lange grijze baard;

- licht getint;

- kaal;

- korte broek

Het slachtoffer betrof:

Achternaam: [slachtoffer]

Voornamen: [slachtoffer]

Geboren: [geboortedatum slachtoffer]

Geboorteplaats: [geboorteplaats slachtoffer]

Door [slachtoffer] is vervolgens aangifte gedaan van poging moord dan wel poging doodslag. Hij heeft daarover bij de politie verklaard, zakelijk weergegeven:

Ik doe aangifte van poging doodslag/moord.

Op zondag 8 september 2024, lag ik op een bankje te slapen op de

Donderbergweg in Roermond. Ik werd wakker doordat ik ineens werd belaagd door een persoon, terwijl ik sliep. Ik voelde pijn op meerdere plekken op mijn lichaam. Later bleek dat ik meermaals met een mes was gestoken door deze persoon.

Ik lag te slapen en hoorde van de politie dat dit feit vandaag, omstreeks 18.00 uur,

heeft plaatsgevonden. De persoon die mij meermaals heeft gestoken met een mes ken ik niet. Ik heb de persoon de laatste weken wel dagelijks gezien in het centrum van de wijk Donderberg in Roermond. Ik zag de man vaker zitten op een bankje. Ik heb nooit met deze man gepraat. Ik weet ook niet welke taal deze man spreekt.

Ik voelde hevige pijn nadat ik werd gestoken. Ik raakte meteen in shock. Ik weet dat ik meerdere keren ben gestoken in mijn lichaam en hoofd.

In de forensisch medisch letselrapportage is het letsel van [slachtoffer] beschreven. De forensisch arts, [naam arts] , beschrijft, zakelijk weergegeven:

Op verzoek van de districtsrecherche heeft er een forensisch medisch onderzoek van dhr. [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , plaatsgevonden op 10 augustus 2024 in het Laurentius ziekenhuis in Roermond.

1. Aan de buitenzijde van het rechteroog zit een streepvormige huidonderbreking van circa 6 cm die middels 3 hechtingen behandeld is. In het verlengde van deze verwonding zijn tevens twee krasverwondingen zichtbaar. Onder het ooglid betreft het een oppervlakkige kras van circa 5 mm en op de neus van circa 20 mm.

2. Op de linkerzijde van het voorhoofd is een V-vormige verwonding zichtbaar. Het betreft een huidonderbreking die centraal wat paars verkleurd is en bedekt met nog opgedroogd bloed. Er zijn 3 hechtingen geplaatst.

3. Enkele centimeters boven de kruin van het hoofd, aan de achterzijde/bovenzijde, is een streepvormige huisonderbreking zichtbaar die reeds behandeld is middels 3 hechtingen.

4. Op het voorhoofd in de beharing circa 20 mm boven de haargrens bevindt zich een lineaire huidonderbreking die reeds behandeld is middels 4 hechtingen.

5. Rechts op de wang naast de mondhoek is een huidonderbreking zichtbaar lineair verlopend met bij de mondhoek een kleine bocht naar beneden van enkele mm. De lengte van de vertoning betreft circa 23 mm.

6. Het wit van het rechteroog is met bloed doordrenkt en heeft hierdoor grotendeels een rode kleur.

7. (…)

8. Aan de binnenzijde van de rechterbovenarm is een blauwpaarse verkleuring zichtbaar van circa 15 bij 15 mm met centraal hierin twee donkerder rode lijnvormige verkleuringen parallel naast elkaar van circa 12 mm lengte.

9. De linker onderarm is volledig ingegipst.

Het letsel beschreven onder punt 1, 2, 3 en 5 betreft snijverwondingen. Snijverwondingen worden veroorzaakt door een glijdende beweging over weefsel met een scherp voorwerp of een klap op weefsel met een scherp voorwerp.

Het letsel onder punt 1 beschreven onder het oog en op de neus en het letsel beschreven bij punt 5 betreffen krasletsels. Het letsel beschreven onder punt 3 betreft een krasverwonding. Krasletsel wordt veroorzaakt door met een puntig voorwerp over de huid te bewegen of met het lichaam langs een puntig voorwerp.

De onder punt 6 en 8 beschreven letsels betreffen bloeduitstortingen. Bloeduitstortingen ontstaan door de uitwendige inwerking van stomp mechanische, botsende of samendrukkende krachten met of tegen een voorwerp op een lichaamsdeel, zoals bijvoorbeeld slaan, stompen, schoppen, stoten of vallen.

Op 9 oktober 2024 ontving ik de medische gegevens van de spoedeisende hulp. In de brief stond:

Linkerarm: - diepe snijwond dorsale zijde onderarm, ongeveer 8 cm lang. Pees ten behoeve van strekken is beschadigd. Het is niet meer mogelijk om de wijsvinger, ringvinger en pink te strekken.

- snijwond op basis van de middelvinger ongeveer 4 cm lengte.

(…)

Verwachte genezingsduur is moeilijk in te schatten. Blijvende beperkingen zijn mogelijk. [slachtoffer] ervaart veel pijnklachten aan het hoofd, geeft aan niet duidelijk te kunnen zien en veel pijn aan arm en romp te ervaren.

Conclusie: Bij onderzoek zijn er snijwonden aan het hoofd zichtbaar die reeds gehecht zijn. Tevens is uit de medische rapportage die is ontvangen duidelijk dat aan de linkerhand ook snijwonden zijn behandeld waarbij de dieper gelegen pezen zijn beschadigd met een (mogelijk tijdelijke) functiebeperking tot gevolg.

De camerabeelden van de gemeente Roermond (stadstoezicht) zijn vrijwillig ter beschikking gesteld voor het opsporingsonderzoek en door de politie bekeken. Verbalisant [verbalisant 3] beschrijft de camerabeelden 088, 089, 090, 881, 882, 883, 884, 901, 902, 903 en 904 om een daginvulling van de verdachte en het slachtoffer inzichtelijk te maken. Zij beschrijft onder andere als volgt, zakelijk weergegeven:

Signalement verdachte

Door het eerder gedane onderzoek is het mij, verbalisant, duidelijk aan welk signalement de verdachte voldeed. Ook is het mij duidelijk welke kleding de verdachte droeg. Hierdoor was het voor mij mogelijk om de verdachten te volgen op de camerabeelden. Daar waar verdachte op de beelden te zien is, wordt hij [verdachte] genoemd. [verdachte] droeg een korte zwarte broek, witte bovenkleding, donkerkleurige schoenen en een zwart schoudertasje.

Bevindingen

(…)

Om 13:38:41 uur, zag ik dat [verdachte] voor [slachtoffer] kwam staan. Het lijkt alsof ze een gesprek of discussie met elkaar voeren.

Om 13:39:03 uur, zag ik dat [slachtoffer] opgestaan was en tegenover [verdachte] stond.

Om 13:39:04 uur, zag ik dat [verdachte] naar achteren valt. Hij struikelt hierbij over een fiets die achter hem stond. Het is door een boom die in het zicht staat, niet goed te zien waardoor [verdachte] naar achteren valt.

Om 13:39:14 uur, was [verdachte] weer opgestaan en ging hij wederom voor [slachtoffer] staan.

Om 13:39:32 uur, zag ik dat een NN-man, in het roze shirt, dezelfde die eerder met [verdachte] werd gezien naar [verdachte] toe liep Ik zag dat ze kort met elkaar spraken.

Om 13:39:47 uur, zag ik dat [verdachte] samen met de NN-man, in het roze shirt wegliep

Om 14:50:00 uur, zag ik dat [slachtoffer] met zijn fiets over de voetgangersoversteekplaats de Donderbergweg overstak.

Om 14:52:22 uur, zag ik dat [slachtoffer] met zijn fiets bij het bankje van de plaats delict kwam.

Om 16:26:52 uur, zag ik dat [slachtoffer] ging staan. Enkele seconden later ging [slachtoffer] weer zitten/liggen waardoor hij niet meer zichtbaar was voor de camera.

Om 17:03:18 uur, kwamen er twee NN-mannen bij [slachtoffer] op het bankje zitten. Eén man droeg een wit shirt, de andere droeg een zwart shirt. Ik zag dat de NN-man met het zwarte shirt naar de rechterkant van het bankje liep. Het leek erop dat de man tegen [slachtoffer] praatte. Vervolgens nam de man aan de linkerkant van het bankje plaats naast de man in het witte shirt.

Om 17:22:06 uur, zag ik dat [verdachte] vanuit de Donderbergweg de parkeerplaats opliep. Het lijkt alsof [verdachte] in zijn rechterhand een voorwerp in zijn handen heeft. Dit voorwerp lijkt op een mes. Deze heeft hij mogelijk bij het heft vast en het lemmet steekt omhoog langs zijn onderarm.

Om 17:26:31 uur, zag ik dat de NN-man in het witte shirt in de richting van de Oranjelaan liep met zijn fiets.

Om 17:27:50 uur, zag ik dat de NN-man in het zwarte shirt in de richting van de Oranjelaan liep met zijn fiets. Ik zag dat [slachtoffer] nu alleen was bij het bankje.

Om 17:53:00 uur, zag ik dat [verdachte] bij het bankje kwam waar [slachtoffer] op zat/lag. Vervolgens slaat [verdachte] met een voorwerp in zijn hand meerdere keren in de richting waar [slachtoffer] zit/ligt. Het daadwerkelijke strafbare feit is op de camerabeelden zichtbaar. Deze beelden zijn afzonderlijk uitgewerkt in proces-verbaal van bevindingen LB1R024089-5.

Verbalisant [verbalisant 3] beschrijft in het (hierboven genoemde) proces-verbaal van bevindingen LB1R024089-5 vervolgens de camerabeelden 088, 883 en 884. Daarin staat, zakelijk weergegeven:

Bevindingen

Donderberg 2024-09-08Om 17:52:12 uur zag ik verdachte aan komen lopen. Ik zag dat hij uit de richting van de Oranjelaan aan kwam lopen. Ik zag dat hij ter hoogte van de parkeerplaats van het winkelcentrum “De Donderberg” de weg over wilde steken.

Om 17:52:47 uur stak hij over. Ik zag dat de verdachte in een lijn doorliep naar het bankje waar het slachtoffer lag te slapen.

Om 17:53:03 uur zag ik dat de verdachte voor het slachtoffer stond.

Om 17:53:06 uur zag ik dat de verdachte zich licht voorover bukte en zijn rechterarm omhoog deed en met kracht weer naar beneden. Ik zag dat de verdachte minstens vijf keer zijn arm omhoog deed om deze vervolgens met kracht weer naar beneden te brengen.

Om 17:53:15 uur zag ik dat de armen van het slachtoffer boven het bankje uitkwamen. Ik zag dat de verdachte rechtop stond en richting de Koninginnelaan liep.

Op 8 september 2024 om 23.08 uur hield de politie de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats] aan in de hal van het kamerbewoningspand op de [adres] te Roermond.

[getuige 2] heeft een getuigenverklaring afgelegd. Hij verklaarde, zakelijk weergegeven:

Op 8 september 2024 was ik thuis, op de [adres] te Roermond. Omstreeks 19.00 uur werd ik wakker en liep ik naar het toilet. Ik kwam toen mijn bovenbuurman tegen. Ik zag dat hij een mes vast had in zijn hand. Ik zag dat er wat bloed aan het mes zat. Ik kan het mes omschrijven als een mes van ongeveer 30 cm lang met een zwart handvat en een breed lemmet. Ik kan mijn bovenbuurman het beste omschrijven als een wat oudere man met kort grijs haar en een baardje. Ik vroeg aan hem wat er aan de hand was. Ik hoorde hem zeggen dat ruzie had gehad in Donderberg centrum. Ik hoorde hem zeggen dat ‘die man’ zijn telefoon en pasjes had gestolen. Ik had het idee dat hij dronken was. Zo klonk hij ook.

Ik hoorde toen van vrienden wat er was gebeurd in Donderberg centrum. Ik ben toen

snel naar mijn kamer gegaan voor mijn veiligheid. Ik heb uiteindelijk de politie gebeld.

Ik zag toen later op de avond dat de politie het huis binnen kwam. Ik zag dat de politie de man die dat mes vast had eerder op de avond, mijn bovenbuurman, had aangehouden.

Bewijsoverwegingen

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte op

8 september 2024 in Roermond meerdere keren met een mes in het hoofd en lichaam van [slachtoffer] heeft gestoken. [slachtoffer] heeft daardoor onder andere snijwonden aan zijn hoofd en een diepe snijwond in zijn arm opgelopen. De rechtbank dient de vraag te beantwoorden hoe het handelen van de verdachte moet worden gekwalificeerd.

Vol opzet?

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van een poging tot doodslag is vereist dat de verdachte, al dan niet in voorwaardelijke zin, opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer] . Met de officier is de rechtbank van oordeel dat sprake is van vol opzet. Het handelen van de verdachte, namelijk het meermaals steken met een mes in het hoofd en lichaam van [slachtoffer] , kan naar zijn uiterlijke verschijningsvorm redelijkerwijs niet anders worden opgevat dan als handelingen gericht op het doden van [slachtoffer] . De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat het een feit van algemene bekendheid is dat zich in het hoofd en lichaam vitale organen bevinden, waaronder de hersenen en belangrijke bloedvaten.

Voorbedachte raad?

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of er sprake was van voorbedachte raad. De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachte raad’ moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat de verdachte een vooropgezet plan had om [slachtoffer] van het leven te beroven. Op basis van de bewijsmiddelen is komen vast te staan dat de verdachte ongeveer vier uur voor het steekincident een gesprek voerde met [slachtoffer] . De verdachte is daarna naar huis gegaan. Toen de verdachte uiteindelijk vier uur later naar het centrum terugkeerde, is hij kalm op [slachtoffer] afgelopen om hem vervolgens te steken. Hoewel de tijdsduur en de kalme benadering aanwijzingen zijn voor voorbedachte rade, is dit evenwel onvoldoende om te stellen dat sprake is geweest van een vooropgezet plan. De inhoud van het eerder die dag gevoerde gesprek tussen de verdachte en [slachtoffer] kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld. Ook al heeft getuige [getuige 2] verklaard dat de verdachte na het incident sprak over een ‘ruzie’, is dit naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te concluderen dat er daarom sprake was een vooropgezet plan om [slachtoffer] te doden. De verdachte heeft tijdens het strafproces wisselende en vooral onsamenhangende verklaringen gegeven over zijn beweegredenen en gedachtewereld. [slachtoffer] heeft bovendien verklaard dat er nooit iets tussen hem en de verdachte is voorgevallen. Tot slot bevat het dossier geen getuigenverklaringen of ander bewijs waaruit blijkt dat de verdachte een plan heeft gemaakt om [slachtoffer] van het leven te beroven. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verdachte partieel vrijspreken van het onderdeel ‘voorbedachte raad’.

Conclusie

De rechtbank acht daarom bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de poging tot doodslag op [slachtoffer] .

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

T.a.v. feit 1 primair:

op 8 september 2024 te Roermond ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven,

meerdere keren die [slachtoffer] met een mes heeft gestoken en/of gesneden in het gezicht, het hoofd en het lichaam, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

T.a.v. feit 1 primair:

poging tot doodslag

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De psychiater dr. [naam 2] heeft over de geestvermogens van de verdachte op 10 december 2024 een rapport uitgebracht. Daarin is vermeld dat de verdachte onvoldoende heeft meegewerkt aan het psychiatrisch onderzoek en niet heeft willen praten over het hem tenlastegelegde. De psychiater spreekt van een vermoedelijke stoornis in het gebruik van alcohol, al is deze diagnose gebaseerd op een gebrekkige medische voorgeschiedenis. Een diagnose van een eventuele al dan niet gelijktijdig voorkomende psychiatrische stoornis, met name een psychotische stoornis, kan op basis van dit onderzoek niet worden gesteld. Een eventueel verband tussen het delict en de voornoemde stoornissen kon ook niet worden onderzocht omdat de verdachte onvoldoende heeft meegewerkt. Gelet daarop is er geen risicoanalyse gedaan en ook geen interventieadvies gegeven.

Vervolgens is op 4 september 2025 een pro Justitia rapportage uitgebracht over de geestvermogens van de verdachte naar aanleiding van zijn verblijf in het Pieter Baan Centrum (hierna PBC) en het onderzoek dat daar naar hem werd uitgevoerd door [naam 3] , psychiater, en [naam 4] , GZ-psycholoog. Het rapport omschrijft dat de verdachte niet heeft meegewerkt aan het PBC-onderzoek. Desalniettemin vonden de deskundigen dat er op basis van de beschikbare informatie voldoende aanwijzingen zijn om te spreken van een stoornis in het alcoholgebruik bij de verdachte. De ernst van de stoornis kon echter niet worden vastgesteld. De stoornis was ten tijde van het delict aanwezig: het gaat immers om een stoornis van chronische aard, sinds jaren aanwezig. De functie van zijn alcoholgebruik, in het algemeen en in relatie tot het delict, bleef echter wederom onduidelijk.

Verder zijn er bij de verdachte in het PBC duidelijke aanwijzingen gevonden voor paranoïde problematiek van vijandige aard. De vijandige achterdocht blijft tijdens detentie en abstinentie bestaan, wat erop wijst dat deze niet uitsluitend te verklaren is door middelengebruik. Onduidelijk is gebleven of de paranoïde problematiek een rol hebben gespeeld bij het delict. Een risicoanalyse op herhaling van op het tenlastegelegde gelijkend geweld of het in kaart brengen van beschermde factoren en overige omgevingsfactoren was niet mogelijk. Evenmin was het mogelijk om een passend (juridisch) kader te adviseren om het risico tot herhaling te beperken.

De rechtbank komt op basis van de in de rapporten vervatte bevindingen tot de conclusie dat de verdachte strafbaar is, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, een poging moord, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 12 jaren met aftrek van het voorarrest. Gelet op de ernst van het feit en de houding van de verdachte ter terechtzitting concludeert zij dat een gevangenisstraf noodzakelijk is voor een optimale bescherming van de maatschappij. Bij de hoogte van de gevangenisstraf heeft zij aansluiting gezocht bij de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 8 november 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:16826.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft meerdere malen met een mes in het hoofd en lichaam van [slachtoffer] gestoken. [slachtoffer] sliep op dat moment op een bankje, toen hij uit het niets op brute wijze door de verdachte werd gewekt. Uit de camerabeelden blijkt dat de verdachte in een rechte lijn op [slachtoffer] afliep en de plaats delict daarna kalm, alsof er niets was gebeurd, verliet. Dat getuigt van een koelbloedige handelwijze. Dit is een zeer ernstig feit en door op deze wijze te handelen heeft de verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] . Voorop staat dat geen enkel motief dit handelen rechtvaardigt. In dit geval is het echter zeer kwalijk en ook beangstigend dat het incident zonder (noemenswaardige) aanleiding plaatsvond. Daarnaast heeft het feit zich overdag en in het openbaar afgespeeld, in de buurt van een winkelcentrum, een kerk en tegenover een horecagelegenheid. Dat toevallige voorbijgangers daardoor ongewild getuige konden worden van een ernstig geweldsdelict, wordt bevestigd door het feit dat één getuige het steken heeft waargenomen. Een feit als dit – vooral het koelbloedige, willekeurige en openbare karakter ervan – veroorzaakt veel maatschappelijke onrust.

De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij vanaf de start van het opsporingsonderzoek op 8 september 2024 tot aan de inhoudelijke terechtzitting van 9 maart 2026 geen enkel berouw heeft getoond. Integendeel, hij neemt voortdurend een onverschillige en dreigende houding aan en ook ter terechtzitting heeft de rechtbank de sterke indruk gekregen dat het zware feit waarvoor hij terechtstaat, en de gevolgen daarvan, weinig tot geen indruk op hem maken. Hoewel de verdachte in het PBC geen openheid heeft gegeven over zijn belevingswereld en daardoor diagnostische conclusies en bevindingen over het herhalingsgevaar uitblijven, acht de rechtbank het gezien het dossier en zijn houding tijdens het onderzoek ter terechtzitting niet onwaarschijnlijk dat de verdachte opnieuw tot een soortgelijk feit zal overgaan.

De rechtbank deelt de strafverzwarende omstandigheden van de officier van justitie, maar komt desondanks tot een lagere strafoplegging dan geëist. Dit is erin gelegen dat de officier van justitie haar eis gebaseerd heeft op een poging moord, terwijl de rechtbank de door haar bewezenverklaarde poging doodslag als uitgangspunt voor de straf moet nemen. De rechtbank wijkt desondanks in strafverhogende zin af van de straffen die in soortgelijke zaken als de onderhavige worden opgelegd. Die afwijking is gelegen in het eerdergenoemde koelbloedige, willekeurige en openbare karakter van het feit, gecombineerd met de onverschillige houding en het gebrek aan berouw van de verdachte. De rechtbank beschouwt de (verhoogde) straf bovendien ook als een middel om de samenleving tegen de verdachte te beschermen.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 8 jaar, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.

De verdachte verblijft tijdens de gevangenisstraf in een penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

7. Het beslag

Nu op basis van het procesdossier onvoldoende is komen vast te staan dat het bewezenverklaarde met een van deze messen is gepleegd en het ongecontroleerde bezit van de messen niet in strijd is met de wet of het algemeen belang, is de rechtbank van oordeel dat deze goederen moeten worden teruggegeven aan de verdachte.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

Beslag

- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan [verdachte] :

Dit vonnis is gewezen door mr. H.E.G. Peters, voorzitter, mr. C.P.W. van Well en mr. L.M.W. Peters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.K. Klompe, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 23 maart 2026.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 8 september 2024 te Roermond ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk, en al dan niet met voorbedachten rade

van het leven te beroven, één of meerdere keren die [slachtoffer] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, heeft gestoken en/of gesneden in het gezicht, het hoofd en/of het lichaam, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(art 289 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 8 september 2024 te Roermond aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten één of meerdere snij- en/of steekwonden op het gezicht, het hoofd en/of het lichaam en/of peesletsel aan de linkerhand, heeft toegebracht door die [slachtoffer] één of meerdere keren met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te steken en/of te snijden in het gezicht, het hoofd en/of het lichaam;

(art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 8 september 2024 te Roermond ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen één of meerdere keren die [slachtoffer] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, heeft gestoken en/of gesneden in het gezicht, het hoofd en/of het lichaam, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?