ECLI:NL:RBLIM:2026:2777

ECLI:NL:RBLIM:2026:2777

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 24-03-2026
Datum publicatie 24-03-2026
Zaaknummer 03.102386.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

De verdachte heeft samen met zijn partner in hun woning, waar zij met hun twee minderjarige kinderen wonen, ruim 11 kilogram cocaïne en 1,4 kilogram MDMA aanwezig gehad. Daarnaast zijn er overduidelijke aanwijzingen dat de verdachte zich bezig heeft gehouden met de handel in verdovende middelen. Gelet op het feit dat een onttrekking uit dergelijk milieu doorgaans lastig is en het feit dat de verdachte geen enkel inzicht heeft gegeven in zijn beweegredenen, terwijl zijn penibele financiële situatie er sinds de voorlopige hechtenis – naar eigen zeggen – niet beter op is geworden, is de kans op herhaling groot. Om het recidiverisico te verminderen en als stok achter de deur, acht de rechtbank naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 maanden, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden passend en geboden

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03.102386.25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 24 maart 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 1979,

wonende te [adres] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. S.N.M. Lousberg, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld ter terechtzitting van 10 maart 2026. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen de medeverdachte [naam medeverdachte] met het parketnummer 03.102312.25.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 1 april 2025 al dan niet samen met (een) ander(en) harddrugs aanwezig heeft gehad.

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit. De verdachten hebben samen in hun gezamenlijke woning, terwijl zij het allebei wisten, en toegankelijk voor hun allebei, verdovende middelen aanwezig gehad.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd en heeft openheid van zaken gegeven.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

Het proces-verbaal van bevindingen (binnentreden [adres] te Landgraaf), voor zover inhoudende:

Op 1 april 2025 werd de woning [adres] in Landgraaf ter inbeslagneming betreden.

Ik vorderde van de bewoner, [verdachte] , de uitlevering van de bij hem in bezit zijnde verdovende middelen. De bewoner liet ons de kelder van de woning zien. De kelder bestond uit vier ruimtes, namelijk een ruimte met gereedschap, een ruimte met de wasmachine en de garage die onderverdeeld was in twee ruimtes; namelijk een ruimte voor de garagepoort en een afzonderlijke ruimte met een wand. In de wand zat een deur. De deur van de wand werd geopend en wij zagen dat er rechts een bureau/werkbank stond en aan de linkerzijde twee kasten. Op het bureau/werkbank lag het volgende: weegschaal, drie mesjes, theelepel, eetlepel, een doos latex handschoenen, een rol boterhamzakjes, een rol huishoudfolie, een oranje trechter, een gele trechter, een grote maatbeker, een heel groot pipet en resten van wit poeder. Gezien het aantreffen van deze goederen rees het ernstige vermoeden dat in de woning harddrugs aanwezig kon zijn. Ik vorderde de uitlevering van de bij de bewoner in bezit zijnde verdovende middelen, zijnde harddrugs. De bewoner haalde zijn beurs uit zijn broekzak en legde vervolgens een papieren sealtje op het bureau/werkblad. De bewoner opende de rechter opbergkast, pakte een zilveren kistje en pakte daaruit een plastic zakje, inhoudende een op cocaïne gelijkende stof. De bewoner pakte uit de rechter opbergkast een blauwkleurig geldkistje met daarbovenop een weegschaaltje. Nadat de bewoner het geldkistje geopend had, zagen wij meerdere verpakkingen, inhoudende op verdovende middelen gelijkende stoffen, waaronder XTC tabletten. De bewoner liep naar de linker opbergkast en opende de rechterdeur. Ik zag twee grote stapels bankbiljetten en diverse zakjes verdovende middelen staan. Wij besloten de zaak te bevriezen en de officier van justitie bij de rechter-commissaris een doorzoeking laten vorderen.

In de woning werden de volgende personen aangetroffen en aangehouden: [verdachte] en [naam medeverdachte] .

Het proces-verbaal van bevindingen (doorzoeking [adres] te Landgraaf), voor zover inhoudende:

De eigenaren van het pand [adres] zijn: [verdachte] en [naam medeverdachte] .

In de kelderruimte van de woning werden meerdere goederen aangetroffen (onder meer):

Goednummer

Voorwerp

Bijzonderheden

1792837

1 zak cocaïne

1011 gram bruto

1792838

10 x ‘kilo blokken’ cocaïne

In rode bigshopper

1792845

Cocaïne

756 gram

1792841

Pink cocaïne

498 gram

1792848

Kristallen

1065 gram

Het proces-verbaal van bevindingen (aantreffen grote hoeveelheid verdovende middelen), voor zover inhoudende:

In de kelder van de woning werd in de linker afgesloten voorraadkast een grote hoeveelheid vermoedelijk verdovende middelen en geld aangetroffen. In de rode bigshopper werden tien (10) pakketten, verpakt met bruine tape, met hierop een zogeheten merkafbeelding aangetroffen. Dit betroffen zogeheten kilopakketten, vermoedelijk cocaïne. Verder zag ik in de voorraadkast meerdere grote hoeveelheden vermoedelijk verdovende middelen. Een pakket afkomstig uit de rode bigshopper werd indicatief getest en reageerde positief als de stof cocaïne.

De kennisgeving van inbeslagneming:

Goednummer: PL2300-2025035870-1792837, 1 stuk, brutogewicht: 1011 gram.

De kennisgeving van inbeslagneming:

Goednummer: PL2300-2025035870-1792838, 10 stuks, brutogewicht: 11 kilogram.

De kennisgeving van inbeslagneming:

Goednummer: PL2300-2025035870-1792845, 3 stuks, brutogewicht: 756 gram.

De kennisgeving van inbeslagneming:

Goednummer: PL2300-2025035870-1792841, 1 stuk, brutogewicht: 489 gram.

De kennisgeving van inbeslagneming:

Goednummer: PL2300-2025035870-1792848, 3 stuks, brutogewicht: 1065 gram.

Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen met als bijlagen de rapporten van het NFI:

Goednummer: 1792837, SIN: AAQX1085NL, 998,52 gram netto,

AAQX1085NL: bevat cocaïne.

Goednummer: 1792838, SIN: AAQX1086NL, 9970,29 gram netto,

AAQX1086NL: bevat cocaïne.

Goednummer: 1792845, SIN: AAQX1089NL, 3 groepen,

Groep 1 AASK6498NL: 488,02 gram netto, bevat cocaïne.

Groep 2 AASK6499NL: 150,47 gram netto, bevat cocaïne.

Groep 3 AASK6500NL: 101,33 gram netto, bevat cocaïne.

Goednummer: 179841, SIN: AAQX1087NL, 479,90 gram netto,

AAQX1087NL: bevat MDMA.

Goednummer: 1792848, SIN: AAQX1088NL, 3 groepen,

Groep 1 AASK6495NL: 1000,91 gram netto, bevat MDMA.

Het proces-verbaal van bevindingen (onderzoek telefoon [verdachte] ), voor zover inhoudende:

Op 1 april 2025 werd de telefoon van verdachte [verdachte] in beslag genomen.

Gesprek verdachte (owner) met contact ‘' [gsm-nummer] @s.whatsapp.net [naam] '.

[…]

6-4-2024 ( [naam] ): Ha jong kan ik nog wat bestellen ergens in de loop van vanmiddag wanneer het uitkomt.

6-4-2024 (owner): Ja dat kan. Zal ik je wel naar mijn wederhelft moeten verwijzen.

6-4-2024 ( [naam] ): Oh dat is niet erg. Stuur ik mijn wederhelft.

6-4-2024 (owner): Het gebruikelijke?

6-4-2024 ( [naam] ): Duo is ook prima. Wat het makkelijkste is.

6-4-2024 (owner): Weet ik wat voor instructie moet doorgeven.

6-4-2024 ( [naam] ): Als die de kneepjes van het vak ook beheerst doe maar. Moet je ff laten weten hoe laat [naam] het kan oppikken.

6-4-2024 (owner): Zal even informeren.

Het proces-verbaal van bevindingen (onderzoek telefoon [naam medeverdachte] ), voor zover inhoudende:

Op 1 april 2025 werd de telefoon van verdachte [naam medeverdachte] in beslag genomen.

Op de telefoon werd een afbeelding aangetroffen met hierop diverse drugs uitgestald op een witte tafel. Een soortgelijke tafel werd in ruimte 2 van de kelder gelegen in de woning [adres] aangetroffen. Deze fotografische opname werd op 22 augustus 2024 gemaakt. Het verpakkingsmateriaal van de drugs komt overeen met die aangetroffen tijdens de doorzoeking. (…) Deze fotografische afbeeldingen werden met zekerheid gemaakt met de camera van het toestel van de verdachte [naam medeverdachte] .

Bewijsoverweging

De rechtbank stelt voorop -gelet op de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad- dat voor het aanwezig hebben in de zin van de Opiumwet voldoende is dat de verdovende middelen zich in de machtssfeer van de verdachte bevinden; de verdachte moet de feitelijke macht over de verdovende middelen kúnnen uitoefenen. Daarvoor is vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanwezigheid van de verdovende middelen. De verdovende middelen hoeven zich niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van de verdachte te bevinden. Voor een bewezenverklaring hoeft niet vastgesteld te worden dat de verdovende middelen aan de verdachte toebehoren of dat sprake is van beschikkings- of beheersbevoegdheid.

De verdovende middelen zijn aangetroffen in de woning waar verdachte – samen met zijn partner (medeverdachte) – eigenaar van is en ook feitelijk woont. Verdachte heeft verklaard dat hij wist dat er verdovende middelen in de kelder van zijn woning lagen en dat hij toegang had tot de ruimte waar de verdovende middelen lagen, maar dat deze verdovende middelen van andere personen waren. Zijn kelder diende als een zogeheten stashplek. Nog los van het feit dat het voor de bewezenverklaring niet uitmaakt of de verdovende middelen aan de verdachte toebehoorden of aan anderen, acht de rechtbank het verhaal van de verdachte niet aannemelijk. Zo heeft de verdachte op geen enkel moment zijn verhaal nader kunnen concretiseren. Daar komt bij dat de inhoud van de berichten die in zijn telefoon en hetgeen in de telefoon van de medeverdachte is aangetroffen, zijn verhaal niet ondersteunen doch eerder doen sneuvelen en daarmee de conclusie staven dat de verdovende middelen aan hem en de medeverdachte -zijn partner- toebehoorden. Ook zij wist van het bestaan van de aangetroffen verdovende middelen en had beschikkingsmacht daarover.

Conclusie

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met zijn partner (medeverdachte) 11.708,63 gram cocaïne en 1.480,81 gram MDMA aanwezig heeft gehad.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

op 1 april 2025 te Landgraaf tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad 11.708,63 gram cocaïne en 1.480,81 gram MDMA, zijnde cocaïne en MDMA, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en daaraan als bijzondere voorwaarden gekoppeld reclasseringstoezicht en een meldplicht bij de reclassering.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht rekening te houden met de volgende persoonlijke omstandigheden: verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd en hij heeft openheid van zaken gegeven, verdachte zag zich door de nijpende financiële situatie genoodzaakt om te handelen zoals hij heeft gedaan, de impact op het gezin en de diepe indruk die de reeds ondergane detentie heeft gemaakt. De raadsvrouw heeft tevens verzocht een lagere straf op te leggen dan de eis van de officier van justitie en een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft samen met zijn partner in hun woning, waar zij met hun twee minderjarige kinderen wonen, ruim 11 kilogram cocaïne en 1,4 kilogram MDMA aanwezig gehad. Dit zijn aanzienlijke hoeveelheden harddrugs, die een zeer hoge financiële waarde vertegenwoordigen. Verdachten hebben met hun handelen een bijdrage geleverd aan de overlastgevende drugshandel in ons land. Het behoeft geen betoog dat verdovende middelen een zeer grote bedreiging vormen voor de volksgezondheid en veiligheid van de samenleving. Niet alleen zijn er gebruikers die strafbare feiten plegen om aan hun drugs te komen, maar ook vinden er bij de drugshandel strafbare feiten plaats zoals bedreigingen, afpersingen, wapenbezit, mishandelingen en zelfs liquidaties, gelet op de flinke financiële belangen die aan de orde kunnen zijn. Door de drugshandel vindt bovendien ondermijning plaats doordat de onderwereld en de bovenwereld met elkaar verweven raken nu onder meer grote hoeveelheden crimineel geld via witwassen de maatschappij in worden gepompt en legale structuren worden gebruikt ter facilitering van illegale activiteiten.

Bij de bepaling van de aard en de duur van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Daarin is voor het opzettelijk aanwezig hebben van 10-20 kilogram harddrugs een gevangenisstraf van 30 maanden opgenomen. Hoewel de raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte openheid van zaken heeft gegeven, ziet de rechtbank dat anders. Het is eerder het tegenovergestelde. De verdachte heeft de rechtbank willen doen geloven dat de verdovende middelen van anderen waren en dat zijn rol beperkt was gebleven tot verlener van een stashplek. Dit onaannemelijke verhaal kan moeilijk worden gezien als eerlijk willen vertellen hoe een en ander in elkaar steekt en openheid van zaken willen geven. Daarnaast zijn er overduidelijke aanwijzingen dat de verdachte zich bezig heeft gehouden met de handel in verdovende middelen. De verdachte heeft op vragen daarover – zoals vragen over de door hem genoemde ‘andere personen’ en de notities waarin aan verdovende middelen gerelateerde termen worden gebruikt – geen antwoord willen geven.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op het reclasseringsadvies van 10 oktober 2025, waaruit blijkt dat de reclassering het risico op recidive niet heeft kunnen inschatten. Gelet op het voorgaande schat de rechtbank zelf het risico op recidive hoog in. Immers, het procesdossier biedt voldoende aanknopingspunten voor de conclusie dat de verdachte een onderdeel heeft uitgemaakt van het drugscircuit en dat hij daarmee geld heeft verdiend. Gelet op het feit dat een onttrekking uit dergelijk milieu doorgaans lastig is en het feit dat de verdachte geen enkel inzicht heeft gegeven in zijn beweegredenen, terwijl zijn penibele financiële situatie er sinds de voorlopige hechtenis – naar eigen zeggen – niet beter op is geworden, is de kans op herhaling groot. Om het recidiverisico te verminderen en als stok achter de deur, acht de rechtbank naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 maanden, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden passend en geboden. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de voorwaardelijke straf bijzondere voorwaarden of een langere proeftijd dan gebruikelijk te verbinden.

Gelet op al het voorgaande acht de rechtbank een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden.

7. Het beslag

De inbeslaggenomen (crypto)telefoons, enveloppen, notitieblok, ampul en plastic zakjes zullen verbeurd worden verklaard, nu dit voorwerpen zijn die tot het begaan van het misdrijf zijn bestemd.

De inbeslaggenomen pepperspray is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet het of met het algemeen belang.

De inbeslaggenomen autosleutel, € 10.001,00 opbrengst van de personenauto, € 49.550,00 contant geld, de geldkist en de computers zullen worden teruggegeven aan de beslagene, zijnde de verdachte, met dien verstande dat op de opbrengst van de auto en het contante geldbedrag conservatoir beslag rust.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

Voorlopige hechtenis

- heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

Beslag

- verklaart verbeurd de volgende inbeslaggenomen voorwerpen:

- onttrekt aan het verkeer het volgende inbeslaggenomen voorwerp:

1 BUS Pepperspray;

- gelast de teruggave van de volgende inbeslaggenomen voorwerpen aan de beslagene:

Dit vonnis is gewezen door mr. S.L.M. van Venrooij, voorzitter, mr. D. Osmić en mr. M.E.M.W. Nuijts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.P.W.E. Bekkers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 24 maart 2026.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 1 april 2025 te Landgraaf, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 11.708,63 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, en/of ongeveer 1.480,81 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en/of MDMA, (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?