ECLI:NL:RBLIM:2026:2780

ECLI:NL:RBLIM:2026:2780

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 24-03-2026
Datum publicatie 24-03-2026
Zaaknummer 03.102386.25 (ontneming)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

De rechtbank hanteert als grondslag voor de beoordeling van de vordering, evenals het Openbaar Ministerie, artikel 36e lid 3 Sr. De rechtbank stelt vast dat [verdachte] is veroordeeld voor een misdrijf dat naar de wettelijke omschrijving wordt bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie. De rechtbank acht daarnaast aannemelijk dat andere strafbare feiten op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat [verdachte] wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verkregen. Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebruikt gemaakt van de methode van eenvoudige kasopstelling. Door middel van deze methode wordt nagegaan of, en zo ja, in hoeverre veroordeelde meer contante uitgaven heeft gedaan dan via legale bron kunnen worden verantwoord. De rechtbank heeft het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vastgesteld op € 265.490,76. [verdachte] heeft samen met zijn partner [medeverdachte] geprofiteerd van strafbare feiten, nu zij een economische eenheid vorm(d)en. Oplegging van een hoofdelijke betalingsverplichting is op grond van artikel 36e lid 3 Sr niet mogelijk (Hoge Raad 1 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:954). De rechtbank zal daarom het totale wederrechtelijk verkregen voordeel pondspondsgewijs toerekenen. Dat betekent dat de rechtbank de betalingsverplichting vaststelt op (€ 265.490,76 / 2 =) € 132.745,38.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03.102386.25 (ontneming)

Tegenspraak

Uitspraak van de meervoudige kamer van 24 maart 2026 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht

in de zaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1979,

wonende te [adresgegevens verdachte] ,

hierna te noemen: [verdachte] .

[verdachte] wordt bijgestaan door mr. S.N.M. Lousberg, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld ter terechtzitting van 10 maart 2026. [verdachte] en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgehad met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 03.102386.25. Op 24 maart 2026 heeft de rechtbank eerst vonnis gewezen in de strafzaak. Vervolgens is de onderhavige uitspraak gewezen.

De zaak werd gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de zaak tegen [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) met het parketnummer 03.102312.25.

2. De vordering van de officier van justitie

De vordering van de officier van justitie strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) wordt geschat en het aan [verdachte] opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel.

De officier van justitie heeft dit bedrag geschat op € 274.645,57.

3. De beoordeling

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij haar vordering en heeft toegelicht dat de vordering is gebaseerd op het derde lid van artikel 36e Sr. Daartoe heeft zij aangevoerd dat het op basis van het dossier aannemelijk is dat andere strafbare feiten, te weten de handel in verdovende middelen dan wel andere strafbare feiten, op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat [verdachte] en [medeverdachte] wederrechtelijk verkregen voordeel hebben verkregen. Uit de kasopstelling volgt een onverklaarbaar verschil van € 274.645,57 tussen de beschikbare contante gelden en de gedane uitgaven. De officier van justitie heeft verder aangevoerd dat [verdachte] en [medeverdachte] een economische eenheid vormden en zij daarom hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betalingsverplichting.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op de volgende standpunten gesteld. Ten aanzien van de posten aanschaf verdovende middelen (€ 233.867,10) en contant geld (€ 49.550,-) meent de verdediging primair dat deze posten niet meegenomen kunnen worden in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, omdat [verdachte] de verdovende middelen niet zelf heeft aangeschaft en het contante geld niet van hem is. Subsidiair meent de verdediging dat deze posten in mindering gebracht dienen te worden op de betalingsverplichting: bij betaling aan de Staat van dit bedrag wordt namelijk aan het herstellende karakter van de ontnemingsmaatregel voorbijgegaan. Ten aanzien van de posten bankstortingen (€ 7.800,-) en kassabonnen (€ 1.798,47) heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

Inleiding

De officier van justitie heeft de vordering ex artikel 36e Sr aanhangig gemaakt binnen de daarvoor gestelde termijn.

De rechtbank hanteert als grondslag voor de beoordeling van de vordering, evenals het Openbaar Ministerie, artikel 36e lid 3 Sr. Dit lid bepaalt dat een verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden opgelegd aan degene die is veroordeeld wegens een misdrijf dat naar de wettelijke omschrijving wordt bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie, indien aannemelijk is dat of dat misdrijf (gronddelict) of andere strafbare feiten op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verkregen. In dat geval kan ook worden vermoed dat: (a) uitgaven die de veroordeelde heeft gedaan in een periode van zes jaren voorafgaand aan het plegen van dat misdrijf, wederrechtelijk verkregen voordeel belichamen, tenzij aannemelijk is dat deze uitgaven zijn gedaan uit een legale bron van inkomsten; of (b) voorwerpen die in een periode van zes jaren voorafgaand aan het plegen van dat misdrijf aan de veroordeelde zijn gaan toebehoren voordeel belichamen, tenzij aannemelijk is dat aan de verkrijging van die voorwerpen een legale bron van herkomst ten grondslag ligt (bewijsvermoeden). Door de werking van het bewijsvermoeden kunnen het aangetroffen vermogen en/of de historische uitgaven als uitgangspunt worden genomen. Bij het verkrijgen van inzicht in het vermogen wordt van de verdediging een actieve houding verlangd.

Ingevolge lid 3 moet het ‘aannemelijk’ zijn dat het bedoelde misdrijf (gronddelict) of andere strafbare feiten op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verkregen. Anders dan het tweede lid, stelt het derde lid niet de eis dat die ‘andere strafbare feiten’ door de veroordeelde zijn begaan. Voldoende is dat aannemelijk wordt dat de veroordeelde uit die strafbare feiten wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verkregen.

Bij voormeld vonnis van 24 maart 2026 is [verdachte] veroordeeld wegens het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne en MDMA, gepleegd op 1 april 2025. Dat is een misdrijf dat naar de wettelijke omschrijving wordt bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie. De rechtbank acht daarnaast aannemelijk dat andere strafbare feiten op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat [verdachte] wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verkregen. Aan beide voorwaarden van lid 3 is daarmee voldaan. De rechtbank zal dit hieronder uiteenzetten.

De bewijsmiddelen

Het proces-verbaal van bevindingen (binnentreden [adresgegevens verdachte] ), voor zover inhoudende:

Op 1 april 2025 werd de woning [adresgegevens verdachte] ter inbeslagneming betreden.

Ik vorderde van de bewoner, [verdachte] , de uitlevering van de bij hem in bezit zijnde verdovende middelen. De bewoner liet ons de kelder van de woning zien. De kelder bestond uit vier ruimtes, namelijk een ruimte met gereedschap, een ruimte met de wasmachine en de garage die onderverdeeld was in twee ruimtes; namelijk een ruimte voor de garagepoort en een afzonderlijke ruimte met een wand. In de wand zat een deur. De deur van de wand werd geopend en wij zagen dat er rechts een bureau/werkbank stond en aan de linkerzijde twee kasten. Op het bureau/werkbank lag het volgende: weegschaal, drie mesjes, theelepel, eetlepel, een doos latex handschoenen, een rol boterhamzakjes, een rol huishoudfolie, een oranje trechter, een gele trechter, een grote maatbeker, een heel groot pipet en resten van wit poeder. Gezien het aantreffen van deze goederen rees het ernstige vermoeden dat in de woning harddrugs aanwezig kon zijn. Ik vorderde de uitlevering van de bij de bewoner in bezit zijnde verdovende middelen, zijnde harddrugs. De bewoner haalde zijn beurs uit zijn broekzak en legde vervolgens een papieren sealtje op het bureau/werkblad. De bewoner opende de rechter opbergkast, pakte een zilveren kistje en pakte daaruit een plastic zakje, inhoudende een op cocaïne gelijkende stof. De bewoner pakte uit de rechter opbergkast een blauwkleurig geldkistje met daarbovenop een weegschaaltje. Nadat de bewoner het geldkistje geopend had, zagen wij meerdere verpakkingen, inhoudende op verdovende middelen gelijkende stoffen, waaronder XTC tabletten. De bewoner liep naar de linker opbergkast en opende de rechterdeur. Ik zag twee grote stapels bankbiljetten en diverse zakjes verdovende middelen staan. Wij besloten de zaak te bevriezen en de officier van justitie bij de rechter-commissaris een doorzoeking laten vorderen.

In de woning werden de volgende personen aangetroffen en aangehouden: [verdachte] en [medeverdachte] .

Het proces-verbaal van bevindingen (doorzoeking [adresgegevens verdachte] ), voor zover inhoudende:

De eigenaren van het pand [adresgegevens verdachte] zijn: [verdachte] en [medeverdachte] .

In de kelderruimte van de woning werden meerdere goederen aangetroffen (onder meer):

Goednummer

Voorwerp

Bijzonderheden

1792826

Geld

49.550,-

1792837

1 zak cocaïne

1011 gram bruto

1792838

10 x ‘kilo blokken’ cocaïne

In rode bigshopper

1792845

Cocaïne

756 gram

1792841

Pink cocaïne

498 gram

1792848

Kristallen

1065 gram

Het proces-verbaal van bevindingen (aantreffen grote hoeveelheid verdovende middelen), voor zover inhoudende:

In de kelder van de woning werd in de linker afgesloten voorraadkast een grote hoeveelheid vermoedelijk verdovende middelen en geld aangetroffen. In de rode bigshopper werden tien (10) pakketten, verpakt met bruine tape, met hierop een zogeheten merkafbeelding aangetroffen. Dit betroffen zogeheten kilopakketten, vermoedelijk cocaïne. Verder zag ik in de voorraadkast meerdere grote hoeveelheden vermoedelijk verdovende middelen. Een pakket afkomstig uit de rode bishopper werd indicatief getest en reageerde positief als de stof cocaïne.

De kennisgeving van inbeslagneming:

Goednummer: PL2300-2025035870-1792837, 1 stuk, brutogewicht: 1011 gram.

De kennisgeving van inbeslagneming:

Goednummer: PL2300-2025035870-1792838, 10 stuks, brutogewicht: 11 kilogram.

De kennisgeving van inbeslagneming:

Goednummer: PL2300-2025035870-1792845, 3 stuks, brutogewicht: 756 gram.

De kennisgeving van inbeslagneming:

Goednummer: PL2300-2025035870-1792841, 1 stuk, brutogewicht: 489 gram.

De kennisgeving van inbeslagneming:

Goednummer: PL2300-2025035870-1792848, 3 stuks, brutogewicht: 1065 gram.

Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen met als bijlagen de rapporten van het NFI:

Goednummer: 1792837, SIN: AAQX1085NL, 998,52 gram netto,

AAQX1085NL: bevat cocaïne.

Goednummer: 1792838, SIN: AAQX1086NL, 9970,29 gram netto,

AAQX1086NL: bevat cocaïne.

Goednummer: 1792845, SIN: AAQX1089NL, 3 groepen,

Groep 1 AASK6498NL: 488,02 gram netto, bevat cocaïne.

Groep 2 AASK6499NL: 150,47 gram netto, bevat cocaïne.

Groep 3 AASK6500NL: 101,33 gram netto, bevat cocaïne.

Goednummer: 179841, SIN: AAQX1087NL, 479,90 gram netto,

AAQX1087NL: bevat MDMA.

Goednummer: 1792848, SIN: AAQX1088NL, 3 groepen,

Groep 1 AASK6495NL: 1000,91 gram netto, bevat MDMA.

Het proces-verbaal van bevindingen (blauwkleurig geldkistje met verdovende middelen), voor zover inhoudende:

In het blauwkleurig geldkistje werden onder meer het volgende aangetroffen:

- 11 zakjes inhoudende op xtc-gelijkende tabletten (brutogewicht: 36,5 gram, 30,2 gram, 3,5 gram, 3,8 gram, 4,4, gram, 6,5 gram, 5,9 gram, 1,5 gram, 2,6 gram, 1,9 gram en 1,2 gram);

- 3 blokjes inhoudende op hennep gelijkende stof (brutogewicht: 40,4 gram, 68,0 gram en 31,2 gram);

- 16 sealtjes inhoudende op cocaïne gelijkende stof (brutogewicht totaal: 11,8 gram);

- 2 zakjes inhoudende op cocaïne gelijkende stof (brutogewicht: 2,6 gram en 2,2 gram);

- 3 MDMA kristallen (brutogewicht: 14,9 gram, 1,6 gram en 0,7 gram);

- zakje met tekst ‘3MMC’ (brutogewicht: 1,2 gram).

- 15 nog te vouwen envelopjes

- 1 zakje lege ampullen

- 1 zakje lege gripzakjes

- 1 doosje lege gripzakjes

Het proces-verbaal van bevindingen (onderzoek telefoon [verdachte] ), voor zover inhoudende:

Op 1 april 2025 werd de telefoon van verdachte [verdachte] in beslag genomen.

Notities

In de telefoon is een notitie aangetroffen waarin mogelijk aan verdovende middelen gerelateerde termen worden gebruikt.

Created: 10-2-2025 – Modified: 30-3-2025

10-02 5stukjes gekregen van [naam 1]

10-02 63450 pap gehaald Geleen

11-02 20Kg M opgehaald Hr --> Snoop gebracht

12-02 68350 pap --> ducati gebracht (900 eigen pap)

12-02 100L water aangenomen [naam 1]

12-02 300 Col AM --> Sully

12-02 spullen gehaald A --> bruns

13-02 25Ket aangenomen --> 18750 pap gegeven

13-02 25Ket + 100L wtr --> Tp D

14-02 150 col AM --> Haze

15-02 orgi mix asi opgehaald Bruns --> Level up opgehaald --> afgezet Eyg

16-02 2x Bol --> prof

16-02 150 gr orgi + mix --> TP [naam 2] (atje gebracht)

17-02 100L aangenomen

17-02 100L mixen --> 110L (wodka en jerry gehaald ervoor 120,-) (al verrekend met de pap die er lag)

17-02 25L --> Prof

17-02 50L --> Penthouse / 5850M retour

18-02 12 Kg M aangenomen --> 11K pap gegeven --> bruns gebracht ( [naam 3] )

19-02 75L aangenomen

19-02 wodka gehaald 15 flessen 140,- pap gepakt

19-02 75L --> Mixed up --> 75L mix / 7,5 Schoon

19-02 100L Mixed --> Tp D

19-02 500Gr Bol --> Haze (10k pap gekregen)

[…]

Chats

Gesprek verdachte (owner) met contact ‘' [contact 1] '.

29-3-2024 ( [contact 1] ): Ha jong kunnen we zo ff langsrijden over 45 min? Of ben je verhinderd29-3-2024 (owner): Ik ben ed niet. [medeverdachte] is thuis. Maar die heeft bezoek. Ze laat me weten als ze weg zijn. 29-3-2024 ( [contact 1] ): Kan ik [naam 4] niet langssturen (vraag [naam 4] ). 29-3-2024 (owner): Nee dat gaat niet. Is net het verkeerde bezoek29-3-2024 ( [contact 1] ): Oke dan kijken we wel ff. Thnx29-3-2024 (owner): Ik geef wel een seintje. 29-3-2024 ( [contact 1] ): Sorry jong die vrouw is zuchtig 29-3-2024 (owner): Je kunt nu gaan. Zijn net weg. Heb een duo voor je bewaard. 29-3-2024 ( [contact 1] ): Wat is een duo? Dan zorg ik at t gepast is. 29-3-2024 (owner): Duo is 2.

6-4-2024 ( [contact 1] ): Ha jong kan ik nog wat bestellen ergens in de loop van vanmiddag wanneer het uitkomt. 6-4-2024 (owner): Ja dat kan. Zal ik je wel naar mijn wederhelft moeten verwijzen. 6-4-2024 ( [contact 1] ) Oh dat is niet erg. Stuur ik mijn wederhelft.6-4-2024 (owner): Het gebruikelijke?

6-4-2024 ( [contact 1] ): Duo is ook prima. Wat het makkelijkste is.

6-4-2024 (owner): Weet ik wat voor instructie moet doorgeven.

6-4-2024 ( [contact 1] ): Als die de kneepjes van het vak ook beheerst doe maar. Moet je ff laten weten hoe laat [naam 4] het kan oppikken.

6-4-2024 (owner): Zal even informeren.

6-7-2024 ( [contact 1] ): Ha jong kun je mij nog wat verzorgen voor de wedstrijd? Moet alleen ff stiekem mn ouders zijn hier.

18-8-2024 ( [contact 1] ): Hey man je had gelijk hoor waren fijne [emoticon van pil]

23-8-2024 (owner); Wilde je nog bellen voor die snoepjes

21-3-2025 ( [contact 1] ): Hey [verdachte] heb je nog ff tijd?21-3-2025 (owner): Gebruikelijk?21-3-2025 ( [contact 1] ): Yes please

Gesprek verdachte (owner) met contact ‘' [contact 2] ’.

6-7-2024 ( [contact 2] ): Kan ik al wat komen halen of kan je al wat brengen.

6-7-2024 (owner): Halen zou beter uitkomen.

6-7-2024 ( [contact 2] ): Oke super kom ik nu even langs tot zo. ​​​​​​

Gesprek verdachte (owner) met contact ' [contact 3] '

24-2-2025 ( [contact 3] ): Is niemand thuis, hebben bruiloft, mocht je nog zakdoekjes hebben dan graag. 24-2-2025 (owner): Komt goed 24-2-2025 ( [contact 3] ): Als je tijd hebt mag je ook geheel bovenstaande voor 12.00 doen 24-2-2025 (owner): Doen we dat

Gesprek verdachte (owner) met contact [nummer] (Telegram).

28-1-2025 ( [nummer] ): Ik had laatst 1000x meme coins gekocht hij wil dat ook

28-1-2025 (owner): Geen probleem.

7-3-2025 ( [nummer] ): Je had ook iets anders besproken met mijn vriend laatst. Crystal clear. Hij zoekt nivea 3. Doorzichtig als glas/water

7-3-2025 (owner): 3mmc?

7-3-2025 ( [nummer] ): Nee. Kost 1 euro. Woordje clear moet je wegdenken.

7-3-2025 (owner): Gewoon M

Gesprek verdachte (owner) met contact ' [contact 4] '

1-4-2025 (owner): Ik heb inval. Ga nu nat. Hebben alles gevonden GVD

Het proces-verbaal van bevindingen (onderzoek telefoon [medeverdachte] ), voor zover inhoudende:

Op 1 april 2025 werd de telefoon van verdachte [medeverdachte] in beslag genomen.

Op de telefoon werd een afbeelding aangetroffen met hierop diverse drugs uitgestald op een witte tafel. Een soortgelijke tafel werd in ruimte 2 van de kelder gelegen in de woning [adresgegevens verdachte] aangetroffen. Deze fotografische opname werd op 22 augustus 2024 gemaakt. Het verpakkingsmateriaal van de drugs komt overeen met het materiaal zoals aangetroffen tijdens de doorzoeking. (…) Deze fotografische afbeeldingen werden met zekerheid gemaakt met de camera, van het toestel van de verdachte [medeverdachte] .

Het proces-verbaal berekening wederrechtelijk verkregen voordeel met daarbij gevoegde bijlagen, voor zover inhoudende:

Wij hebben een onderzoek ingesteld naar het wederrechtelijk verkregen voordeel van: [verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte]), geboren op [geboortedatum 1] 1979 en [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum 2] 1979.

Onderzoeksperiode

Op 1 april 2025 werden [verdachte] en [medeverdachte] aangehouden ter zake overtreding van de Opiumwet. In hun gezamenlijke woning, [adresgegevens verdachte] werd o.a. een grote hoeveelheid harddrugs en een groot contant geldbedrag van € 49.550,- aangetroffen.

Gezien de grote hoeveelheid verdovende middelen en contant geld is het aannemelijk dat [verdachte] en [medeverdachte] actief zijn in de georganiseerde criminaliteit en bestaat het vermoeden dat dit niet recent ontstond. Daarom werd de onderzoeksperiode vastgesteld op 1 jaar; van 1 april 2024 t/m 1 april 2025.

Economische eenheid

Volgens de iCOV Rapportage Vermogen en Inkomen (IRVI) staan [verdachte] en [medeverdachte] sinds 28 juni 2019 ingeschreven op het adres [adresgegevens verdachte] . [verdachte] en [medeverdachte] hebben samen twee kinderen, ook woonachtig op dit adres. Op basis van de IRVI bleken [verdachte] en [medeverdachte] fiscaal partners. Gezien deze bevindingen gaan wij in deze rapportage ervanuit dat [verdachte] en [medeverdachte] een economische eenheid vormen.

Bevindingen uit het opsporingsonderzoek

Legaal inkomen [verdachte]

Op basis van de IRVI bleek dat [verdachte] in het jaar 2024 een uitkering vrijwillige verzekering voor de Ziektewet ontving van het UWV. Dit betrof in totaal: € 22.699,-. Het jaar 2025 was niet voorhanden.

Legaal inkomen [medeverdachte]

Op basis van de IRVI bleek dat [medeverdachte] in het jaar 2024 loon ontving van de stichting Meandergroep Zuid-Limburg. Hierbij ontving zij ook een ontslagvergoeding. Tevens ontving zij een Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA)-uitkering van het UWV. In totaal ontving zij in 2024 een inkomen van € 18.743,-. Het jaar 2025 was niet voorhanden.

Beginsaldo contant geld

Het beginsaldo contant geld werd vastgesteld op € 0,-.

Eindsaldo contant geld

Tijdens de doorzoeking van de woning [adresgegevens verdachte] werd een contant geldbedrag van in totaal € 49.550,- aangetroffen.

Bankrekeningen contante geldopnames en -stortingen

De bankrekeningen van [verdachte] en [medeverdachte] werden geanalyseerd en bekeken per bankrekening of en hoeveel contante geldopnames en stortingen plaatsvonden.

Contante stortingen

Contante opnames

[verdachte]

Bankrekening: [rekeningnummer 1]

€ 12.920,-

Bankrekening: [rekeningnummer 2]

€ 6.050,-

€ 2.850,-

[medeverdachte]

Bankrekening: [rekeningnummer 3]

€ 1.750,-

€ 100,-

Bankrekening: [rekeningnummer 4]

€ 2.500,-

Totaal

€ 7.800,-

€ 18.370,-

Kassabonnen

Tijdens de doorzoeking op 1 april 2025 werden diverse kassabonnen aangetroffen die binnen de onderzoeksperiode vielen en waarop vermeld stond dat deze contant betaald waren. In totaal betroffen het vijf kassabonnen met een totaalbedrag van € 1.798,47.

Aanschaf verdovende middelen

Tijdens de doorzoeking op 1 april 2025 werden diverse grote partijen verdovende middelen aangetroffen. Om achter de groothandelprijs te komen werd de Drugsprijzenmonitor geraadpleegd (versie 2023). Er zijn geen bevindingen die enige indicatie geven van de kosten van de aanschaf van de verdovende middelen, derhalve werd gebruik gemaakt van de standaard groothandelprijs conform de Drugsprijzenmonitor. Hieronder per partij de berekening van de inkoopwaarde.

Goednummer: 1792838

SIN-nummer: AAQX1086NL

Nettogewicht: 9970,29 gram

Bewijswaardig : cocaïne

Waarde: 20.291,67 per kilogram (groothandelprijs) x 9,970 = 202.307,95,-

Goednummer: 1792837

SIN-nummer: AAQX1085NL

Nettogewicht: 998,52 gram

Bewijswaardig: cocaïne

Waarde: 20.291,67 per kilogram (groothandelprijs) x 0,998,52 = 20.251,08,-

Goednummer: 1792841

SIN-nummer: AAQX1087NL

Nettogewicht: 479,90 gram

Bewijswaardig: cocaïne (Tusi)

Waarde: 20.291,67 per kilogram (groothandelprijs) x 0,479 = 9.719,71,-

Goednummer: 1792848

SIN-nummer: AASK6495NL

Gewicht: 1000,91 gram

Bewijswaardig: MDMA

Waarde: 1.455,89 per kilogram (groothandelprijs) x 1,091 = 1.588,37

Totaal waarde aangetroffen drugs: € 233.867,10

Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel via de eenvoudige kasopstelling

Omdat in het strafrechtelijk onderzoek geen zicht is verkregen op alle individuele transacties / strafrechtelijk activiteiten en de daarmee samenhangende opbrengsten, is er bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel voor gekozen om een eenvoudige kasopstelling te vervaardigen. Door middel van deze methode van berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt nagegaan of, en zo ja, in hoeverre betrokkene meer contante uitgaven heeft gedaan dan via legale bron kunnen worden verantwoord.

In deze methode worden de totale contante uitgaven afgezet tegen de beschikbare legale contante gelden. Indien de totale contante uitgaven groter zijn dan de beschikbare legale contante gelden (met andere woorden; het uiteindelijke verschil negatief is), is er dus sprake van onbekende contante ontvangsten. Een negatieve kas is immers niet mogelijk: men kan niet meer uitgeven dan men fysiek aan kasgeld beschikbaar heeft, tenzij sprake is van een andere, onbekende contante ontvangstenbron. Van deze onbekende contante ontvangstenbron kan worden aangenomen dat deze tenminste gelijk is aan het verondersteld wederrechtelijk verkregen voordeel.

Op basis van bevindingen kan de volgende opstelling worden vervaardigd:

Beginsaldo contant geld: € 0,-

+/+ Legale contanten bankopnames: €​ 18.370,-

-/- Eindsaldo contant geld: €​ 49.550,-

Beschikbaar voor het doen van uitgaven: - € 31.180,-

-/- Werkelijk contante uitgaven inclusief bankstortingen: €​ 243.465,57

Bestaande uit:

- Bankstortingen: €​ 7.800,-

- Kassabonnen: €​ 1.798,47

- Aankoop verdovende middelen: ​​​​​​​€​ 233.867,10

Verschil (wederrechtelijk verkregen voordeel): €​ - 274.645,57

Op grond van het vorenstaande wordt gesteld dat [verdachte] en [medeverdachte] in de periode 1 april 2024 t/m 1 april 2025 een wederrechtelijk verkregen voordeel hebben verkregen van € 274.645 (afgerond).

De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

Algemene overwegingen

Het wederrechtelijk verkregen voordeel dat door [verdachte] zou zijn behaald, is door de politie en het Openbaar Ministerie gebaseerd op een berekening waarbij gebruik is gemaakt van de methode van eenvoudige kasopstelling. Door middel van deze methode wordt nagegaan of, en zo ja, in hoeverre veroordeelde meer contante uitgaven heeft gedaan dan via legale bron kunnen worden verantwoord. De rechtbank beschouwt deze vorm van berekening als gedegen en adequaat, nu in het onderzoek geen volledig zicht is verkregen op alle individuele transacties, strafrechtelijke activiteiten en de daarmee samenhangende opbrengsten. De rechtbank zal deze kasopstelling eveneens tot uitgangspunt nemen.

Het is een feit van algemene bekendheid dat bij Opiumwetdelicten grote criminele opbrengsten in contant geld worden gegenereerd. In de woning van [verdachte] en [medeverdachte] werd op 1 april 2025 een grote hoeveelheid harddrugs, een contant geldbedrag van € 49.550,- en diverse kassabonnen waarop vermeld stond dat deze contant waren betaald aangetroffen. Daarnaast werden er verschillende bankstortingen van contant geld gedaan. Dit alles zal worden afgezet tegen de legale inkomsten van [verdachte] en [medeverdachte] .

Aankoop van verdovende middelen

De raadsvrouw heeft primair aangevoerd dat deze post niet meegenomen kan worden in de berekening, omdat [verdachte] de verdovende middelen niet zelf heeft aangeschaft. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt. De verdovende middelen zijn aangetroffen in de woning waar [verdachte] – samen met [medeverdachte] – eigenaar van is en ook feitelijk verblijft. De rechtbank acht de verklaring van [verdachte] dat verdovende middelen van andere (onbekend gebleven) personen waren, niet aannemelijk geworden. De verklaring van [verdachte] is onvoldoende concreet, niet nader onderbouwd en (mede daardoor) niet (meer) verifieerbaar. Bovendien vindt de verklaring dat er andere personen bij betrokken waren geen steun in het dossier.

De raadsvrouw heeft subsidiair aangevoerd dat deze post in mindering gebracht dient te worden op de betalingsverplichting, omdat dit aan het herstellende karakter van de ontnemingsmaatregel voorbij gaat. De rechtbank verwerpt dit standpunt en verwijst daarbij, net als de officier van justitie, naar een uitspraak van de Hoge Raad van 8 juli 1998, waaruit blijkt dat een veroordeelde zelf het risico voor zijn rekening neemt als een partij verdovende middelen, welke zijn betaald uit gelden verkregen door drugshandel, in beslag wordt genomen en aan het verkeer wordt onttrokken. Deze kosten worden niet in mindering gebracht op de betalingsverplichting.

Nieuwe berekening inkoopwaarde van de verdovende middelen

De rechtbank heeft geconstateerd dat in de berekening onder partij 3, is uitgegaan van de groothandelprijs van cocaïne, maar uit het dossier is gebleken dat deze partij MDMA betrof. Daarnaast heeft de rechtbank geconstateerd dat onder partij 4 een onjuist gewicht is gebruikt in de berekening, namelijk 1,091 kilogram in plaats van 1,00091 kilogram.

Voorgaande heeft de rechtbank tot de volgende (her)berekening gebracht:

Partij 1: 9970,29 gram (1792838)

SIN: AAQX1086NL: bevat cocaïne

Waarde: 20.291,67 per kilogram (groothandelprijs) x 9,970 = € 202.307,95

Partij 2: 998,52 gram (1792837)

SIN: AAQX1085NL: bevat cocaïne

Waarde: 20.291,67 per kilogram (groothandelprijs) x 0,998 = € 20.251,08

Partij 3: 479,90 gram (1792841)

SIN: AAQX1087NL: bevat MDMA*

Waarde: 1.455,89* per kilogram (groothandelprijs) x 0,479 = € 697,37

Partij 4: 1000,91 gram (1792848)

SIN: AASK6495NL: bevat MDMA

Waarde: 1.455,89 per kilogram (groothandelprijs) x 1,000 = € 1455,89

Totaal: € 224.712,29

Contant geldbedrag van € 49.550,-

De raadsvrouw heeft primair aangevoerd dat deze post niet meegenomen kan worden in de berekening, omdat het contante geld niet van [verdachte] is. De rechtbank verwerpt dit standpunt en overweegt daartoe als volgt. Het contante geldbedrag is aangetroffen in de woning waar [verdachte] – samen met [medeverdachte] – eigenaar van is en ook feitelijk verblijft. De rechtbank acht de verklaring van [verdachte] dat het contante geld van andere (onbekend gebleven) personen was, niet aannemelijk geworden. De verklaring van [verdachte] is onvoldoende concreet, niet nader onderbouwd en (mede daardoor) niet (meer) verifieerbaar. Bovendien vindt de verklaring dat er andere personen bij betrokken waren geen steun in het dossier.

De raadsvrouw heeft subsidiair aangevoerd dat deze post in mindering gebracht dient te worden op de betalingsverplichting, omdat dit aan het herstellende karakter van de ontnemingsmaatregel voorbijgaat. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt. Tijdens de doorzoeking van de woning van [verdachte] en [medeverdachte] werd een contant geldbedrag van in totaal € 49.550,- aangetroffen. Het contante geld is beschikbaar geweest voor [verdachte] en [medeverdachte] . In de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel worden de totale contante uitgaven afgezet tegen de beschikbare legale contante gelden. Indien de totale contante uitgaven groter zijn dan de beschikbare legale contante gelden (met andere woorden: het uiteindelijke verschil negatief is), is er dus sprake van onbekende contante ontvangsten. Het aangetroffen contante geldbedrag van in totaal

€ 49.550,- zal daarom meegenomen worden in de berekening.

Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De rechtbank heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel als volgt vastgesteld:

Beginsaldo contant geld: € 0,-

+/+ Legale contanten bankopnames: €​ 18.370,-

-/- Eindsaldo contant geld: €​ 49.550,-

Beschikbaar voor het doen van uitgaven: - € 31.180,-

-/- Werkelijk contante uitgaven inclusief bankstortingen: €​ 234.310,76

Bestaande uit:

- Bankstortingen: €​ 7.800,-

- Kassabonnen: €​ 1.798,47

- Aankoop verdovende middelen: ​​​​​​​€​ 224.712,29

Verschil (wederrechtelijk verkregen voordeel): €​ - 265.490,76

Resumé

Gelet op al het voorgaande zal de rechtbank het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vaststellen op € 265.490,76.

De op te leggen betalingsverplichting

Oplegging van een hoofdelijke betalingsverplichting is op grond van artikel 36e lid 3 Sr niet mogelijk, omdat artikel 36e lid 7 Sr die mogelijkheid beperkt tot een betalingsverplichting die haar grondslag vindt in een vaststelling van het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van artikel 36e leden 1 en 2 Sr.

[verdachte] heeft samen met zijn partner [medeverdachte] geprofiteerd van strafbare feiten, nu zij een economische eenheid vorm(d)en. Aan het dossier en het verhandelde ter terechtzitting valt echter geen indicatie te ontlenen voor de verdeling van de opbrengst. [verdachte] heeft geen inzicht gegeven in de (onderlinge) verdeling van het behaalde voordeel en er zijn geen concrete aanknopingspunten voorhanden voor een afwijkende verdeelsleutel tussen [verdachte] en [medeverdachte] dan op basis van gelijke verdeling. Dit zou slechts anders zijn indien [verdachte] of [medeverdachte] aannemelijk zou hebben gemaakt dat feitelijk van een andere verdeling moet worden uitgegaan. De rechtbank zal daarom het totale wederrechtelijk verkregen voordeel pondspondsgewijs toerekenen. Dat betekent dat de rechtbank de betalingsverplichting vaststelt op (€ 265.490,76 / 2 =) € 132.745,38.

4. Het wettelijke voorschrift

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e lid 3 van het Wetboek van Strafrecht.

5. De beslissing

De rechtbank:

- wijst de vordering voor het overige af;

- bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1095 dagen.

Deze uitspraak is gewezen door mr. S.L.M. van Venrooij, voorzitter, mr. D. Osmić en mr. M.E.M.W. Nuijts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.P.W.E. Bekkers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 24 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?