ECLI:NL:RBLIM:2026:2829

ECLI:NL:RBLIM:2026:2829

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 25-03-2026
Datum publicatie 25-03-2026
Zaaknummer 03.143746.25 en 03.211446.25 (ttz.gev.)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Een gevangenisstraf van 8 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 jaren voor het veroorzaken van een aanrijding met een voetganger op het voetgangersoversteekpunt in Maastricht. De verdachte was ten tijde van het ongeval onder invloed van alcohol en drugs en was niet in bezit van een geldig rijbewijs. Tevens gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers : 03.143746.25 en 03.211446.25 (ttz.gev.)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 25 maart 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 1970,

wonende te [adres] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. B.H.M. Nijsten, advocaat te Cadier en Keer.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 maart 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

03.143746.25

[benadeelde partij] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partij is op de zitting gehoord mevrouw K. Maes. De benadeelde partij is niet op zitting verschenen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 22 juli 2024:

03.143746.25

Feit 1: als bestuurder van een motorrijtuig schuld heeft aan een verkeersongeval waarbij een voetganger, [benadeelde partij] , zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht (primair), dan wel dat de verdachte zich gevaarlijk en/of hinderlijk heeft gedragen in het verkeer (subsidiair);

Feit 2: een personenauto heeft bestuurd onder invloed van 5.3 microgram THC per liter bloed en 2.84 milligram alcohol per milliliter bloed;

03.211446.25

een personenauto heeft bestuurd terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

03.143746.25

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 1 primair en feit 2 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte tijdens het ongeval onder invloed was van een forse hoeveelheid THC en alcohol. De verdachte heeft dit ook bekend. [benadeelde partij] stond in het zicht van de verdachte en het was kenbaar dat hij wilde oversteken op het voetgangersoversteekpunt. In deze situatie binnen de bebouwde kom mag een bijzondere oplettendheid worden verwacht van de verdachte. Er is voldoende bewijs dat sprake is van aanmerkelijke schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet (hierna: WVW). Als gevolg van de aanrijding heeft [benadeelde partij] zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Ten aanzien van feit 1 primair en feit 2 is sprake van eendaadse samenloop.

03.211446.25

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. De verdachte heeft dit feit bekend.

Het standpunt van de verdediging

03.143746.25 en 03.211446.25

De verdediging heeft zich voor wat betreft de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

03.143746.25 en 03.211446.25

De rechtbank volstaat ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, omdat de verdachte het bewezenverklaarde feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en hij, noch zijn raadsman, vrijspraak heeft bepleit.

De rechtbank acht de feiten bewezen op grond van de volgende bewijsmiddelen:

de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 maart 2026;

het proces-verbaal aanrijding misdrijf van 27 maart 2025, pagina 55 tot en met 59;

het proces-verbaal Verkeersongevallenanalyse van 7 maart 2025, pagina 60 tot en met 82;

het vertaalde medische verslag van Klinikum Darmstadt van 15 augustus 2024, pagina 44;

het proces-verbaal rijden onder invloed van 5 december 2024, pagina 49 tot en met 52;

het rapport Alcohol en drugs in het verkeer van 29 juli 2024, pagina 19 en 20;

brief CBR rijbewijs ongeldig van 12 oktober 2017, pagina 5 en 6.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, waarop het, gelet op zijn inhoud, betrekking heeft.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

03.143746.25

Feit 1 primair:

op 22 juli 2024 te Maastricht als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de [straatnaam] , zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag, te weten, dat verdachte:

- bij het naderen van een aldaar gesitueerde voetgangersoversteekplaats, als bedoeld in artikel 49 lid 2 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990, niet zijn aandacht (voldoende) bij het verkeer/op de weg heeft gehad en

- vervolgens een voetganger, genaamd [benadeelde partij] , die zich op genoemde voetgangersoversteekplaats bevond en bezig was voornoemde weg over te steken, niet voor heeft laten gaan, waarna en/of waardoor een aanrijding is ontstaan tussen het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig en die [benadeelde partij] , waardoor [benadeelde partij] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8 vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994;

Feit 2:

op 22 juli 2024 te Maastricht een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd na gebruik van in artikel 2 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cannabis en alcohol, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van de genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stof en alcohol 5.3 microgram THC per liter bloed en 2.84 milligram alcohol per milliliter bloed bedroeg, in elk geval (telkens) een hoger gehalte dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die aangewezen stof en alcohol afzonderlijk vermelde grenswaarde;

03.211446.25

op 22 juli 2024 te Maastricht terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B en T, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorieën was afgegeven, op de weg, [straatnaam] , als bestuurder een motorrijtuig, p, van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

03.143746.25

Eendaadse samenloop van:

Feit 1 primair: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht

en

Feit 2: overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994

03.211446.25

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 10 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk en een rijontzegging voor de duur van 3 jaren. De officier van justitie heeft de rechtbank in overweging gegeven om reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde op te leggen bij het voorwaardelijk deel van de straf.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht te volstaan met een taakstraf voor de maximale duur en daarnaast een voorwaardelijke straf met daaraan reclasseringstoezicht gekoppeld als bijzondere voorwaarde. De verdachte is gestopt met cannabis en drinkt heel af en toe nog alcohol. De verdachte beschikt weer over een rijbewijs en dat heeft hij nodig voor zijn werk in het bedrijf van zijn zoon. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal te veel nadelen opleveren voor de verdachte.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een aanrijding met het slachtoffer dat hij voorrang had moeten verlenen, door welke aanrijding het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. De verdachte reed op klaarlichte dag op de [straatnaam] waar zich op meerdere punten een voetgangersoversteekplaats bevindt. De verdachte was ter plaatse bekend. Het slachtoffer had zijn auto geparkeerd op het parkeerterrein aan de [straatnaam] en was te voet onderweg naar zijn gezin dat hij vlak daarvoor had afgezet in het centrum. Toen hij de weg overstak op de voetgangersoversteekplaats werd hij geschept door de verdachte. Het slachtoffer is met hersenletsel overgebracht naar het ziekenhuis in Maastricht waar hij in coma is gehouden wegens ernstig verminderd bewustzijn. Het slachtoffer heeft acht dagen op de Intensive Care van dat ziekenhuis gelegen met verschillende bloedingen in de hersenen en ander letsel. Hierna is hij overgebracht naar Duitsland waar hij nog lange tijd (op diverse plekken) opgenomen is geweest.

De rechtbank rekent de verdachte het verkeersongeval zwaar aan. De verdachte had daar nooit ter plaatse mogen zijn terwijl hij een motorrijtuig bestuurde. Zijn rijbewijs was al in 2017 ongeldig verklaard nadat hij onder invloed had gereden, zo blijkt onder meer uit zijn strafblad. Bovendien was de verdachte ten tijde van het ongeval zwaar onder invloed van de combinatie alcohol en cannabis. Met de bij hem vastgestelde hoeveelheden kan er gevoeglijk van worden uitgegaan dat hij niet is staat was zijn motorrijtuig veilig te besturen. Vervolgens pleegt de verdachte de hem tenlastegelegde, zeer ernstige, feiten met onomkeerbare gevolgen, niet alleen voor het slachtoffer, maar ook voor diens familie. Daarom is de rechtbank van oordeel dat in de strafoplegging niet anders kan worden volstaan dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De reclassering heeft de rechtbank in haar rapport van 23 februari 2026 geadviseerd een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden. De reclassering acht interventies of toezicht niet nodig. De reclassering beschrijft wel in haar rapport dat het alcohol- en drugsgebruik een risicofactor is. Door het overmatige gebruik in de periode van de bewezenverklaarde feiten stond ook zijn relatie onder druk. Na het ongeval zou de verdachte zijn gestopt met het gebruik van alcohol en drugs en herstelde hij de relatie met zijn partner en zijn kinderen. Hij is volledig gestopt met cannabisgebruik en drinkt alleen nog alcohol bij sociale gelegenheden.

Gelet op de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd, de gevolgen voor het slachtoffer (hersenletsel en mogelijk blijvende invaliditeit) en dat de verdachte eerder is veroordeeld voor het rijden onder invloed, acht de rechtbank een gevangenisstraf van 8 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk passend en legt deze op. De rechtbank zal ondanks het advies van de reclassering aan het voorwaardelijke deel reclasseringstoezicht koppelen met een verbod op drugs en alcohol als bijzondere voorwaarde. Het is algemeen bekend dat het bij langdurig overmatig alcoholgebruik heel lastig is om terug te gaan naar als normaal geaccepteerd gebruik van alcohol. De rechtbank heeft er onvoldoende vertrouwen in dat de verdachte op eigen kracht zijn alcoholgebruik in de hand kan houden en acht het daarom van belang dat verdachte gedurende de proeftijd geen alcohol drinkt en dat hier controle op wordt uitgeoefend.

De rechtbank ziet gezien de bewezenverklaarde feiten voorts aanleiding voor een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 jaren en legt deze op.

7. De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De vordering van de benadeelde partij 03.143746.25

De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert schadevergoeding tot een bedrag van €193.437,50 euro aan immateriële schade ter zake van feit 1.

De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat onvoldoende uit de stukken blijkt wat onder andere de prognose, de duur van de klachten en de mate van blijvende fysieke beperkingen zijn. Dit zijn wel criteria die meewegen bij de toepassing van de Rotterdamse Schaal. Eveneens zijn in de stukken onvoldoende aanknopingspunten voor letsel in het aangezicht te vinden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. Daartoe heeft de verdediging aangevoerd dat er geen stukken in het dossier zijn over de medische toestand van het slachtoffer na november 2024. Een vordering kan niet alleen op basis van een slachtofferverklaring worden toegewezen.

Het oordeel van de rechtbank

Immateriële schade

Juridisch kader

De rechtbank dient een verzoek tot vergoeding van immateriële schade te beoordelen aan de hand van artikel 6:106 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Op grond van dit artikel zijn er drie gevallen waarin een benadeelde partij een wettelijk recht heeft op vergoeding van immateriële schade als gevolg van het handelen van een verdachte. Een van die gevallen is wanneer er sprake is van lichamelijk letsel of aantasting van de persoon op andere wijze als bedoeld in artikel 6:106 sub b BW.

Beoordeling

De benadeelde is na het ongeval met hersenletsel overgebracht naar het ziekenhuis in Maastricht waarna ze hem voor 48 uur in kunstmatige coma hebben gehouden wegens ernstig verminderd bewustzijn. De benadeelde had verschillende bloedingen in zijn hersenen en is opgenomen op de Intensive Care. Na acht dagen mocht de benadeelde naar de Medium Care waar hij verder behandeld werd en werd gevoed door sondevoeding. Van 8 augustus 2024 tot 16 augustus 2024 is de benadeelde overgeplaatst naar een kliniek in Darmstadt. Van 16 augustus 2024 tot 20 augustus 2024 werd hij opgenomen in een neurologisch

Revalidatiecentrum. Als gevolg van cognitieve problemen, geheugenstoornissen en verminderde concentratie werd de benadeelde overgeplaatst naar psychiatrische behandeling met het advies om het neurologische traject voort te blijven zetten. Hij verbleef van 20 augustus 2024 tot 24 oktober 2024 in de psychiatrische kliniek. Hierna volgde er wederom een opname bij de neurologische revalidatie van 24 oktober 2024 tot 14 november 2024.

De rechtbank is van oordeel dat in de periode van het ongeval tot 14 november 2024 voldoende is gebleken dat de benadeelde lichamelijk letsel had en ook welke behandelingen hij tot die datum heeft ondergaan voor zijn herstel. Nu de omvang van de schade tot op heden niet nauwkeurig is vast te stellen, zal de rechtbank de omvang van de schade schatten. De rechtbank heeft bij haar schatting gebruik gemaakt van de Rotterdamse Schaal onder hoofdstuk 2 hersenletsel. Omdat de rechtbank nu niet kan vaststellen hoe het herstel na 14 november 2024 verder is verlopen, van welke mate van afhankelijkheid sprake is en in welke mate weer sprake is van het verrichten van arbeid kan de rechtbank zich niet eenduidig aansluiten bij een categorie. De rechtbank heeft hierbij aan de hand van de informatie tot 14 november 2024 gekeken naar de verschillende categorieën waarbij zo veel mogelijk aansluiting is gezocht bij de verschillende in die categorieën genoemde factoren die van belang zijn voor het bepalen van de omvang van de schade. Hierbij is de rechtbank van oordeel dat gezien de huidige informatie het meest aangesloten wordt bij categorie c III en categorie d. Aan de hand hiervan zal de rechtbank de schade (tot 14 november 2024) schatten op € 25.000,00.

De verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

De rechtbank ziet verder aanleiding om de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

Over het verdere beloop van het herstel van de benadeelde partij bevinden zich geen stukken in het dossier ter onderbouwing. Namens de benadeelde partij is ter terechtzitting aangevoerd dat de benadeelde partij tot op heden geen werkzaamheden verricht en in Duitsland als invalide wordt beschouwd. De rechtbank ziet echter geen nadere onderbouwing hiervan in het dossier en kan enkel aan de hand van de onderbouwing ter terechtzitting en de slachtofferverklaring niet voldoende vaststellen hoe het herstel van de benadeelde is verlopen na 14 november 2024. De zaak zou aangehouden moeten worden om de benadeelde partij in de gelegenheid te stellen om de schade vanaf 14 november 2024 nader te onderbouwen. Naar het oordeel van de rechtbank levert aanhouding van de zaak echter een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom zal de rechtbank het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering daarom slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 8, 9, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

a. Drugs- en alcoholverbod

De veroordeelde gebruikt geen drugs/alcohol en werkt mee aan controles op dit verbod. De controles gebeuren met een urineonderzoek en/of een blaastest. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd.

Ontzegging van de rijbevoegdheid

- ontzegt de verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 3 jaren;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel 03.143746.25

Dit vonnis is gewezen door mr. R.C.A.M. Philippart, voorzitter, mr. E.B.A. Ferwerda en mr. M. el Jerrari, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.A.M. Tubée, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 25 maart 2026.

Buiten staat

De voorzitter en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

03.143746.25

Feit 1:

hij op of omstreeks 22 juli 2024 te Maastricht, in elk geval in Nederland, als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede

rijdende over de weg, de [straatnaam] , zich zodanig heeft gedragen dat een aan

zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans

aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend rijgedrag, te weten, dat verdachte:

- bij het naderen van een in die weg gelegen/aldaar gesitueerde

voetgangersoversteekplaats, als bedoeld in artikel 49 lid 2 van het Reglement

verkeersregels en verkeertekens 1990, niet zijn aandacht (voldoende) bij het

verkeer/op de weg heeft gehad en/of

- ( vervolgens) een voetganger, genaamd [benadeelde partij] , die zich op genoemde

voetgangersoversteekplaats bevond en/of bezig was voornoemde weg over te

steken, niet voor heeft laten gaan, in elk geval niet, dan wel niet voldoende de

snelheid van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig heeft verminderd dan

wel zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was het door

hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij,

verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of niet voldoende is

uitgeweken, in elk geval onvoldoende heeft geanticipeerd op die wegsituatie,

waarna en/of (mede) waardoor een aanrijding is ontstaan tussen het door hem,

verdachte, bestuurde motorrijtuig en die [benadeelde partij] ,

waardoor een ander (genaamd [benadeelde partij] ) zwaar lichamelijk letsel, of zodanig

lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de

uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij, verdachte, verkeerde

in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid van

de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel

gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, zevende of negende lid van genoemde

wet;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 22 juli 2024 te Maastricht als bestuurder van een voertuig

(personenauto), daarmee rijdende op de weg, de [straatnaam] ,

een voetganger, genaamd [benadeelde partij] , die zich op genoemde

voetgangersoversteekplaats bevond en/of bezig was voornoemde weg over te

steken, niet voor heeft laten gaan, in elk geval niet, dan wel niet voldoende de

snelheid van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig heeft verminderd dan

wel zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was het door

hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij,

verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of niet voldoende is

uitgeweken, in elk geval onvoldoende heeft geanticipeerd op die wegsituatie,

waarna en/of (mede) waardoor een aanrijding is ontstaan tussen het door hem,

verdachte, bestuurde motorrijtuig en die [benadeelde partij] , door welke gedraging(en) van

verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt,

en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

Feit 2:

hij op of omstreeks 22 juli 2024 te Maastricht

een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft

doen besturen, na gebruik van een in artikel 2 van het Besluit alcohol, drugs en

geneesmiddelen in het verkeer aangewezen stof(fen) als bedoeld in artikel 8, eerste

lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cannabis en/of alcohol, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van de genoemde Wet, het

gehalte in zijn bloed (of adem) bij iedere aangewezen stof en/of alcohol

microgram THC per liter bloed en/of 2.84 milligram ethanol/alcohol per

milliliter bloed bedroeg,

in elk geval (telkens) een hoger gehalte dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit,

bij die aangewezen stof en/of alcohol afzonderlijk vermelde grenswaarde;

03.211446.25

hij op of omstreeks 22 juli 2024 te Maastricht terwijl hij wist of redelijkerwijs moest

weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van

motorrijtuigen, te weten categorie B en/of T, ongeldig was verklaard en aan hem

daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de

betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, [straatnaam] , als

bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft

bestuurd.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?