RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummers : 03.062480.25
03.038225.25
03.043528.2503.206091.25
03.271316.25 (ttz.gev.)
Parketnummer : 03.014625.24 (tul)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 25 maart 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 2005,
wonende te [adres 1] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. M.F.E. Sprenkels, advocaat te Beek.
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 maart 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben zich ieder afzonderlijk als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partij [slachtoffer 1] is zijn vader op zitting gehoord en namens de benadeelde partij [slachtoffer 2] is mr. A. Ҫinar op zitting gehoord. De rechtbank heeft de verschillende vorderingen tot schadevergoeding behandeld.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte te Heerlen, althans in Nederland:
T.a.v. 03.062480.25
in de periode van 25 mei 2024 tot en met 28 mei 2024 ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 2] , terwijl zij ouder was dan twaalf jaar maar jonger was dan zestien jaar, waarbij de ontucht (mede) bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam;
T.a.v. 03.038225.25
op 18 november 2024 een fiets heeft gestolen van [slachtoffer 1] ;
T.a.v. 03.043528.25
op 19 november 2024 een fiets geeft gestolen van [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] ;
T.a.v. 03.206091.25
op 7 juli 2025 aanwezig heeft gehad
Feit 1: 5,36 gram MDMA opzettelijk;
Feit 2: 9,6 gram hasjiesj;
T.a.v. 03.271316.25
op 12 oktober 2025
Feit 1: een tas met inhoud van [slachtoffer 5] heeft gestolen;
Feit 2: persoonsgegevens van [slachtoffer 5] en haar ouders heeft verspreid of ter beschikking heeft gesteld met het doel om haar vrees aan te jagen en/of ernstige overlast aan te bezorgen (doxing);
Feit 3: een visuele weergave van seksuele aard van [slachtoffer 5] openbaar heeft gemaakt, subsidiair is dit ten laste gelegd als dwang;
Feit 4: [slachtoffer 6] heeft beledigd door op haar en/of in haar richting te spugen.
Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.
3. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten. In het geval van feit 3 onder parketnummer 03.271316.25 acht de officier van justitie het primair tenlastegelegde feit bewezen. In de zaak met parketnummer 03.062480.25 (met [slachtoffer 2] als aangeefster) heeft de officier van justitie aangevoerd dat geen sprake was van een gelijkwaardige situatie tussen leeftijdsgenoten, waardoor de seksuele handelingen in strijd zijn met de sociaal ethische norm en deze daarmee een ontuchtig karakter hebben. In de zaak met parketnummer 03.271316.25 ( [slachtoffer 5] als aangeefster) heeft de officier van justitie naar voren gebracht dat de verklaring van de verdachte, dat de groepsleden in de Telegramgroep nep waren en hij deze als bots zelf gekocht had, op basis van het dossier volstrekt ongeloofwaardig is en daarom als zodanig aan de kant moet worden geschoven.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van zowel het plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer 2] als de diefstal van de tas met inhoud van [slachtoffer 5] . Daartoe heeft de raadsman ten aanzien van de ontuchtige handelingen aangevoerd dat op grond van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de seks onvrijwillig heeft plaatsgevonden, aangezien de verklaring van de aangeefster inconsistent en ongeloofwaardig is. De verdediging stelt zich op het standpunt dat sprake is geweest van een consensuele gelijkwaardige seksuele relatie tussen twee leeftijdsgenoten, waardoor het ontuchtige karakter van de seksuele handelingen, volgens vaste jurisprudentie, komt te ontvallen. Inzake de diefstal van de tas met inhoud heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte de tas weliswaar kort onder zijn bereik heeft gehad, maar dat hij nooit het oogmerk heeft gehad van wederrechtelijke toe-eigening. Hij wilde alleen zijn eigen spullen eruit halen en heeft nooit het oogmerk gehad om de tas blijvend toe te eigenen.
Wat betreft de overige tenlastegelegde feiten heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
T.a.v. 03.062480.25
Vrijspraakoverweging
Niet ter discussie staat dat de verdachte in de periode van 25 mei 2024 tot en met 28 mei 2024 een kortstondige seksuele relatie heeft gehad met [slachtoffer 2] . De vraag waar de rechtbank zich voor gesteld ziet is of de seksuele handelingen die destijds hebben plaatsgevonden kunnen worden gekwalificeerd als ontuchtige handelingen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht (zoals dat luidde ten tijde van de ten laste gelegde periode) stelt het verrichten van seksuele handelingen met minderjarigen tussen 12 en 16 jaar oud, strafbaar. Dit artikel strekt tot bescherming van de seksuele integriteit van personen die gelet op hun jeugdige leeftijd in het algemeen geacht moeten worden zelf niet of onvoldoende in staat te zijn die integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien. Volgens vaste jurisprudentie kan onder omstandigheden aan seksuele handelingen met een minderjarige tussen de 12 en 16 jaar het ontuchtig karakter ontbreken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien die handelingen vrijwillig plaatsvinden tussen personen die slechts in geringe mate in leeftijd verschillen en er sprake is van een affectieve relatie. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever bij de totstandkoming van artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht in dit opzicht als maatstaf voor ogen heeft gestaan of de desbetreffende seksuele handeling algemeen als sociaal-ethisch is aanvaard.
In de onderhavige zaak heeft een kortstondige seksuele relatie bestaan tussen de verdachte en [slachtoffer 2] . De verdachte was ten tijde van het tenlastegelegde net 19 jaar oud en [slachtoffer 2] was toen 15 jaar en 8 maanden oud. Het leeftijdsverschil tussen beiden was dus ongeveer 3 jaar. Dit leeftijdsverschil is op die leeftijd weliswaar niet per definitie als gering te bestempelen, maar is ook niet zo groot dat alleen dit leeftijdsverschil de rechtbank reeds tot oordeel brengt dat het seksuele contact tussen beiden als sociaal-ethisch onaanvaardbaar kan worden beschouwd.
Daarbij bevat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om te kunnen vaststellen dat het seksuele contact tussen de verdachte en [slachtoffer 2] onvrijwillig was. Er is immers onvoldoende steunbewijs voor de verklaring van [slachtoffer 2] , omdat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de plek in haar nek een blauwe plek was en geen zuigzoen. Op grond van artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht kunnen de seksuele handelingen doch nog steeds een ontuchtig karakter hebben, ook al is er sprake van consensuele seks. Een van de criteria die de Hoge Raad in aanmerking neemt om te kunnen vaststellen dat de handelingen ontuchtig waren, is of er sprake was van een gelijkwaardige relatie. Uit het dossier blijkt dat [slachtoffer 2] destijds woonde bij [naam instelling] in Urmond. Uit openbare bronnen blijkt dat dit een instelling is voor jeugdigen met een licht verstandelijke beperking, gecombineerd met complexe gedrags- of psychiatrische problemen. De reclassering heeft in haar rapport van 25 februari 2026 echter geconcludeerd dat de verdachte kinderlijker handelt dan zijn kalenderleeftijd. Daarbij woonde (en woont) hij nog bij zijn ouders, had hij op dat moment nog geen baan en heeft hij een lichtverstandelijke beperking, waarmee de rechtbank van oordeel is dat [slachtoffer 2] en de verdachte zich níet in een andere levensfase bevonden. De rechtbank komt gezien het voorgaande níet tot de conclusie dat er sprake was van een ongelijkwaardige relatie tussen de verdachte en [slachtoffer 2] , waardoor ook niet kan worden gesteld dat de seksuele handelingen sociaal-ethisch onaanvaardbaar waren en daarmee een ontuchtig karakter hadden. De verdachte zal derhalve worden vrijgesproken van dit feit.
T.a.v. 03.038225.25
Bewijsmiddelen
[slachtoffer 1] heeft op 18 november 2024 aangifte gedaan van diefstal van zijn elektrische fiets en heeft daarover – zakelijk weergegeven – als volgt verklaard:
Op maandag 18 november 2024 omstreeks 15.40 uur kreeg ik te horen van defacilitair coördinator van het [naam school 1] te Heerlen dat mijn fiets gesloten zou zijn.Deze fiets zou zijn teruggevonden en naar de facilitair coördinator zijn gebracht.Op maandag 18 november 2024 omstreeks 08.25 uur parkeerde ik, vanuit destudenteningang van de school gezien, mijn fiets achter de voetbalkooi in een van defietsenrekken. Mijn fiets heb ik op slot gezet door middel van een ringslot. Omstreeks 15.35 uur wilde ik naar mijn fiets toe lopen, ik liep nog in de gang van deschool toen ik hoorde dat de eigenaar van de zwart-blauwe elektrische fiets zichmoest melden bij de bovenbouw conciërge. Deze omschrijving herkende ik als mijn fiets en liep naar de bovenbouw conciërge. Hier zag ik mijn fiets staan. Ik sprak demedewerkster aan dat dat mijn fiets was en ik opende het ringslot van mijn fiets.Mijn fiets stond namelijk nog op slot en ik had mijn fietssleutel in mijn rugzak.
Getuige [naam 1] heeft op 18 november een verklaring afgelegd en heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
Op maandag 18 november 2024, omstreeks 09.45 uur, werd er een fiets gestolen bij het [naam school 1] in Heerlen.
Ik ben facilitair medewerker op school en heb toegang tot camerabeelden op en rondom onze school.
Ik hoorde van een van mijn collega's dat twee van onze leerlingen getuige waren van een fietsendiefstal. Ik hoorde dat een blanke jongen met een [nickname 2] een elektrische fiets uit de fietsenstalling had meegenomen. Hierop ging ik de camerabeelden bekijken.
Ik zag op de camerabeelden dat een reeds bekende jongen, [verdachte] , vanaf de autoparkeerplaats van docenten de fietsenstalling inliep en een ronde in en rondom de fietsenstalling maakte. Hierbij kwam de jongen duidelijk in beeld. De twee leerlingen zijn getuige van het voorval en hebben deze jongen de fiets zien wegnemen.
Ik kan de jongen op de camerabeelden als volgt omschrijven:
- Blanke jongen van ongeveer 20 jaar oud;
- Hij droeg een blauwe jas met een heuptasje;
- Hij droeg een beige pet en een zwarte achterzijde;
- Hij droeg een zwarte, vermoedelijk een joggingbroek;
- Hij droeg donkere schoenen.
Ik herkende [verdachte] omdat deze vaker een fiets bij onze school heeft weggenomen en daarbij in beeld is gekomen.
Ik weet de naam van andere leerlingen die bij eerdere gevallen aangaven dat dit
[verdachte] was, alias ' [nickname 1] ' of Alias ' [nickname 2] '. Ik hoorde van de getuigen dat hij aan het slepen was met de gestolen elektrische fiets, deze was afgesloten.
Bij het bekijken van de camerabeelden, zag ik [verdachte] omstreeks 09.50 uur, weglopen vanuit de richting autoparkeerplaats leraren, in de richting van het [naam school 2] . Ik zag dat hij wegliep zonder fiets.
Omdat in het verleden reeds vaker fietsen elders geparkeerd werden om op een later
tijdstip op te halen en [verdachte] zonder fiets wegliep, ben ik in de omgeving gaan
zoeken naar de fiets.
Op maandag 18 november 2024, omstreeks 10.45 uur, trof ik de fiets achteraan op de
autoparkeerplaats van de leraren aan, de fiets lag uit het zicht achter een witte
auto.
Getuige [naam 2] heeft op 18 november een verklaring afgelegd en heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
Op maandag 18 november 2024 omstreeks 10.00 uur stonden wij buiten bij de voetbalkooi van het [naam school 1] te Heerlen. Mijn vriend [naam 3] zag iemand bij de fietsen staan. Hij sprak de jongen aan, hij zei: 'hee, blijf van mijn fiets af'. Ik hoorde dat hij zei: 'ja, ik blijf van je fiets af' en toen liep die jongen weg. Wij kozen ervoor om bij [naam 3] zijn fiets te gaan staan. Hier zag ik dat de jongen verder liep over de fietsenstalling en toen zag ik hem weggaan met een fiets in de hand. Ik zag dat hij de fiets met twee handen meeduwde, ik hoorde ook dat de achterband een slippend geluid maken. Hier zag ik hem over een heuveltje lopen aan de achterzijde van de fietsenstalling.
Dit heuveltje zit gezien vanuit de studenteningang van het [naam school 1]
achter de voetbalkooi. Achter de voetbalkooi zit de fietsenstalling, hier zit rechts
achter vanuit de voetbalkooi gezien een heuveltje.
Ik zag dat de fiets er als volgt uitzag:
- Elektrische mountainbike met onderaccu;
- Licht blauw;
- Dikke wielen, lager model;
- Spatbord aan de achterzijde.
Ik zag dat de jongen er als volgt uitzag:
- Jongen;
- Blank;
- Rond de 1.80 meter;
- Ongeschoren baardje;
- Normaal postuur;
- Donkerblauwe jas;
- Gucci petje met zwarte accenten;
Een verbalisant heeft het volgende gerelateerd over de beelden:
Op 18 november 2024 is op camerabeelden van de middelbare school [naam school 1]
, gelegen aan de [adres 2] te Heerlen, te zien dat een jonge man
komende uit de fietsenstalling duidelijk in beeld komt.
Bij het laten zien van deze camerabeelden door een medewerker van school op een groot beeldscherm, herkende ik, verbalisant [naam 4] , de man meteen als [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 2005 in Heerlen.
Ik herkende [verdachte] meteen aan zijn gezicht en gezichtskenmerken zoals vorm en gezichtsindeling met smalle mond, langwerpige neus en diepliggende ogen. Ik herkende [verdachte] aan zijn manier van lopen en voortbewegen. Ik herkende [verdachte] aan de kleding zoals zijn kenmerkende beige petje (hij draagt meestal een 'Gucci' petje) en zijn blauwe, reeds eerder door verbalisant bij hem geziene jas.
Bewijsoverweging
De rechtbank acht op grond van de voorgaande bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 18 november 2024 een elektrische fiets heeft gestolen van [slachtoffer 1] .
T.a.v. 03.043528.25
De rechtbank acht, evenals de officier van justitie, bewezen dat de verdachte op 19 november 2024 een fatbike heeft gestolen van [slachtoffer 3] . Omdat de verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:
de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting;
de aangifte van diefstal van een fatbike van [slachtoffer 3] ;
- het aanvullend proces-verbaal van bevindingen;
- de beschrijving van de beelden.
T.a.v. 03.206091.25
De rechtbank acht, evenals de officier van justitie, bewezen dat de verdachte op 7 juli 2025 5,36 gram MDMA en 9,6 gram hasjiesj (opzettelijk) aanwezig heeft gehad. Omdat de verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:
de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting;
het proces-verbaal van bevindingen over het aantreffen van de drugs;
- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen;
- de kennisgeving van inbeslagname van hasjiesj;
- de kennisgeving van inbeslagname van MDMA.
T.a.v. 03.271316.25
Bewijsmiddelen
[slachtoffer 5] heeft op 12 oktober 2025 aangifte gedaan van diefstal, doxing en misbruik van seksueel beeldmateriaal en heeft daarover – zakelijk weergegeven – als volgt verklaard:
Ik doe aangifte van diefstal, doxing en misbruik van seksueel beeldmateriaal tegen [verdachte] , mijn ex-vriend. [verdachte] heeft vandaag mijn handtas gestolen. [verdachte] verspreidt mijn persoonsgegevens zonder toestemming en heeft tevens seksueel beeldmateriaal van mij verspreid. Hij zet mij nu onder druk met dit beeldmateriaal.
Op 12 oktober 2025 was ik, [slachtoffer 5] , samen met mijn beste vriendin [slachtoffer 6] op weg naar het station in Heerlen. Ik ontving in mijn DM een bericht van [accountnaam] , dit is het account van mijn ex. Er stond in het bericht: '' kanker sletje, k ga je echt naaien, echt ruïneren ga k je. Geloof me. '' Ik zag dat mijn ex een foto stuurde van een busstation in Heerlen, ik zag dat hij schreef dat ik kon kijken wat ik deed, of ik zou naar de halte komen, of hij zou naar de osso komen. Mijn ex vroeg me meermaals waar ik was en waar ik naartoe ging. Ik heb geen antwoord gegeven op mijn ex. Hij wist alleen dat ik op het station in Heerlen was. Ik las dat mijn ex schreef dat hij er alles aan ging doen, zodat ook mijn beste vriendin ging voelen en ook haar broertjes iets wilde aan gaan doen .
Omstreeks 12.30 uur liep ik over het terrein van de bushalte, ter hoogte van bushalte H. Wij liepen in de richting van de bus die ik wilde nemen, namelijk [nummer buslijn] . Ik zag dat mijn ex van de roltrappen kwam afrennen naar beneden in de richting van mij en [slachtoffer 6] . Ik zag dat mijn ex achter ons aanliep, vervolgens zag ik dat mijn ex voor mij kwam staan. Ik was ontzettend bang. Ik kon mijn ex niet inschatten, hij is vaker bedreigend geweest in het verleden en hij kreeg een bepaalde blik. Vroeger waren het alleen maar bedreigingen, maar ik ben bang omdat het gedrag met de tijd erger werd. Ik hoorde dat mijn ex zei dat ik met hem moest praten. Ik zei dat ik niet met hem ging praten en ik dit niet wilde. Ik zag vervolgens dat hij mijn tas met zijn rechterarm losrukte uit mijn hand. Ik riep tegen mijn ex dat hij mijn tas terug moest geven. Ik hoorde [slachtoffer 6] roepen: ''doe normaal!!'' Ik zag vervolgens dat mijn ex in de richting van [slachtoffer 6] liep en twee keer op haar gezicht spuugde. Ik was zo ontzettend boos en ik wist niet wat ik moest doen aangezien hij onberekenbaar was.
Ongeveer 15 minuten later, zag ik een DM via Instagram. Ik zag dat het weer mijn ex was. Hij schreef: ''hahaha, Kom die tas ma halen in maasje. Mijn beurs en parfum heb k terug in ieder geval al. Vanaf nu ben ik klaar met jou hoef niks meer te maken met je. Ga m aar je ouders uitleggen van je ID enzo en je chipkaart alweer. Net als je mijn sieraden kwijt raakte raak ik de jouwe kwijt.'' Mijn ex schreef dat het kwam door [slachtoffer 6] aangezien zij deed uitdagen. Ik las dat mijn ex schreef dat ik maar aan mijn ouders moest verklaren dat ik mijn pinpas, ID, chipkaart en andere pasjes. Mijn ex schreef dat ik mijn gestolen tas en bijbehoren kon ophalen in Brunssum, wanneer ik normaal kon doen. Vervolgens kreeg ik berichten of ik nu echt de politie had ingelicht en dat mijn handtas in de Maas zou worden gegooid. Vervolgens probeerde mijn ex te onderhandelen, zodat ik geen verklaring zou afleggen bij de politie. Aangezien hij een voorwaardelijke straf heeft. Hij zei dat hij alleen zijn parfum wilde hebben en zijn beurs erin zat, hij gaf aan het graag onderling te willen regelen.
De tas die gestolen is, is een beige Tote bag van Marc Jacobs. Hier heb ik geen aankoop bon meer van, aangezien mijn tante mij de tas cadeau heeft gedaan. In mijn handtas zaten de volgende spullen:
- Mijn portemonnee met daarin mijn identiteitskaart, OV-chipkaart, pinpas, pasje van
zorgverzekering.
- Mijn apple Airpods pro 2.
- En mijn sleutelbos, hieraan zaten mijn huissleutel, fietssleutel, sleutel van [slachtoffer 6] 's huis en het pasje van de Anytime sportschool.
- Mijn zilverkleurige horloge van Guess met diamanten steentjes.
- Mijn zilveren hoops oorbellen.
- Mijn parfum.
Mijn ex heeft tevens foto's van mij gemaakt waarop te zien is dat ik seksuele handelingen verricht. Van sommige foto's weet ik wel dat hij ze gemaakt heeft en van sommige niet. Ik wilde niet dat hij foto's zou maken van deze dingen. Ik heb dit ook altijd tegen hem gezegd. Hij zei dan dat het wel kon en dat er niks mee gaat gebeuren.
Nu de relatie is uitgegaan accepteert mijn ex niet dat ik geen contact meer wil met hem. Ik heb hem dit ook aangegeven. Om te zorgen dat ik contact met hem hou dreigt hij nu om de foto's openbaar te maken. Hij heeft deze ook daadwerkelijk gedeeld via Telegram en mij daar een screenshot van gestuurd. Ik heb deze screenshot nog. Ik stel deze aan u ter beschikking om te gebruiken in het
onderzoek. Telegram werkt met groepen. Iedereen in de groep kan zien als iemand wat deelt. Ik weet dat er groepen van 180 mensen zijn waar hij ook in zit. Mijn ex heeft eerder mijn nummer gedeeld bij seksueel getinte foto's van mij. Ik weet dit omdat onbekenden mij benaderden om mij te waarschuwen dat ik op Telegram sta.
[slachtoffer 6] heeft op 12 oktober 2025 aangifte gedaan van belediging en heeft daarover – zakelijk weergegeven – als volgt verklaard:
Op zondag 12 oktober 2025, omstreeks 12:45 uur, bevond ik mij op het busstation inHeerlen. Ik liep samen met mijn vriendin [slachtoffer 5] naar de bus. We kwamen van het station en wilden naar de volgende bus. Ik zag ineens de ex vriend van [slachtoffer 5] , [verdachte] , op de roltrap vanaf het station naar het busstation komen. Ik hoorde dat [verdachte] hard schreeuwde naar ons. Hij riep dat hij met [slachtoffer 5] wilde praten. Ik hoorde dat hij riep: "kom praten dan". Ik riep: "Laat ons met rust." Ikzag dat [verdachte] langs ons liep en voor ons kwam staan. Hij ging zo voor ons staan dat wij niet meer langs kwamen. Wij probeerden langs hem te lopen. Ik zag dat [verdachte] de tas van [slachtoffer 5] uit haar handen rukte. Ik zag dat [slachtoffer 5] de tas met haar rechterhand vasthad. Ik zag dat [verdachte] de tas met zijn rechterhand vastpakte en deze hard uit de hand van [slachtoffer 5] trok. Ik zag dat [verdachte] richting de roltrap naar het treinstation liep. Wij liepen achter hem aan en zeiden: "Geef de tas terug." Ik hoorde dat [verdachte] zei: "Ik spuug je zo in je gezicht." We liepen door richting [verdachte] . Ik zag dat hij spuugde. Ik voelde dat de spuug helemaal over mijn gezicht kwam. Vlak hierna zag ik dat [verdachte] weer spuugde. Ik voelde dat de spuug alweer in mijn gezicht terecht kwam. Ik vond het heel goor dat ik in mijn gezicht gespuugd was. Ik walgde ervan. Ik voelde mij heel erg vies. Ik zag dat [verdachte] doorliep de roltrap op. Ik belde de Politie. Ik zag nog dat [verdachte] het station in liep. We zijn vervolgens het zicht op [verdachte] kwijtgeraakt. Kort hierna kwam de Politie.
Ik ken [verdachte] sinds hij een relatie met [slachtoffer 5] had. De relatie tussen [verdachte] en[slachtoffer 5] is uitgegaan vanwege zijn controlerende gedrag. Ik weet dat hij [slachtoffer 5] ookdreigde foto's en video's van seksuele handelingen openbaar te maken.
Een verbalisant heeft de beelden van beveiligingscamera’s bij het station te Heerlen bekeken en heeft daarover als volgt gerelateerd:
Video gemaakt met beveiligingscamera's : 199 - Doorgang Spoorplein _ Maanplein-
2025-10-12_12h40min00s000ms.mp4
Ik zag dat om 02:50 uur (De rechtbank begrijpt minuut, iedere keer dat uur wordt genoemd) een man, die aan het signalement voldoet, in beeld verscheen en richting de roltrappen liep.
Video gemaakt met beveiligingscamera's : 206 - Roltrap Hoppenhof-2025-10-12_12h40min00s000ms.mp4Ik zag dat om 03:56 uur dezelfde man weer in beeld verscheen. Ik zag dat hij richting de roltrappen, die omhoog gaan, liep. Ik zag dat hij een lichtbruine handtas in zijn rechterhand vasthield. Ik zag dat hij zich om 04:00 uur omdraaide en richting een jongedame achter hem een spugende beweging maakte. Ik zag dat hij zich weer omdraaide en de roltrap omhoog liep. Ik zag dat hij om 04:08 uur de tas opende en een rood voorwerp, lijkend op een beurs of telefoon, uit de tas pakte. Ik zag dat hij zich omdraaide richting twee dames, een van de twee dames was in haar gezicht gespuugd. Ik zag dat hij het rode voorwerp omhoog hield en richtte naar de twee dames. Ik zag dat hij zich vervolgens omdraaide en uit beeld verscheen om 04:20 uur.
Een verbalisant heeft het volgende gerelateerd over de stukken die aangeleverd zijn door aangeefster [slachtoffer 5] :
Op maandag 13 oktober 2025 nam ik meermaals contact op met het slachtoffer, [slachtoffer 5] . (…) Ik hoorde dat het slachtoffer zei dat zij bezig was op het beeldmateriaal op een stickje te zetten om het fysiek aan het bureau af te geven. Ik kreeg van het slachtoffer aan het politiebureau in Heerlen het stickje.
Ik opende de bestanden. Ik zag dat ik screenshots had gekregen waarop gesprekken
tussen het slachtoffer en de verdachte te zien was. Ik zag dat er meerdere screenshots
in de screenshots te zien waren. Ik zag dat in deze screenshots stils stonden waarop
te zien was dat het slachtoffer een man oraal aan het bevredigen was. Ik zag dat er
onder deze stils de volgende informatie van het slachtoffer te zien was: haar naam,
leeftijd, school, de namen van haar ouders, adres, telefoonnummer, Instagram account en TikTok account.
In deze bestanden waren twee filmfragmenten aanwezig. In deze filmopnames is te zien dat het slachtoffer zeer vaak werd gebeld door anonieme nummers.
Een verbalisant heeft de mobiele telefoon van de verdachte onderzocht en heeft daarover het volgende gerelateerd:
Als gevolg van de aanhouding van verdachte [verdachte] werden onder hem twee mobiele telefoons in beslag genomen. Dit betroffen twee Apple IPhones.
De Officier van Justitie, verbonden aan dit onderzoek, gaf bevel tot het verrichten
van onderzoek aan de in beslag genomen mobiele telefoons van de verdachte.
Bovenstaande foto is gemaakt van een video op deze mobiele telefoon. Dit is eenvideo, gemaakt van een scherm van een andere mobiele telefoon. Op het scherm worden foto's en video's in beeld gebracht welke in een fotoalbum staan. Dit fotoalbum is, zoals op de foto hierboven weergegeven, betiteld ' [nickname 2] X [slachtoffer 5] '. In deze map staan, aldus de foto hierboven, 11 foto's en 20 video's.Gedurende het onderzoek, tevens volgens eigen verklaring van verdachte [verdachte] , is' [nickname 2] ' een bijnaam van verdachte [verdachte] . [slachtoffer 5] betreft de voornaam van aangeefster[slachtoffer 5] . Aldus de titel zullen dit foto's en video's zijn van verdachte [verdachte]en aangeefster [slachtoffer 5] .Op de video is te zien dat er iemand scrolt door deze map met foto's en video's.Ik zie verschillende video's en foto's waarop onder andere een mannelijkgeslachtsdeel te zien is en een vrouw wat een man oraal bevredigd. Ook wordt dezevrouw in lingerie of naakt weergegeven. Deze vrouw betreft aangeefster [slachtoffer 5] .Deze map, van 11 foto's en 20 video's, betreffen dus inderdaad beelden vanaangeefster [slachtoffer 5] en hoogstwaarschijnlijk verdachte [verdachte] . Deze video werd gemaakt met deze mobiele telefoon, in gebruik bij verdachte [verdachte] , op 6 oktober 2025. Dit is zes dagen vóór de aanhouding van verdachte [verdachte] .
Zoals de foto's en video's hierboven genoemd, waarop aangeefster [slachtoffer 5] tezien is, staan er meerdere gelijke video's in deze map op deze mobiele telefoon.Op die video's is onder andere te zien dat aangeefster [slachtoffer 5] een man oraalbevredigd. Deze video's werden gemaakt met deze mobiele telefoon van verdachte[verdachte] . Het is dus zeer aannemelijk dat de man welke bevredigd wordt dooraangeefster [slachtoffer 5] , verdachte [verdachte] is.
[slachtoffer 5] heeft op 14 oktober 2025 een aanvullende verklaring afgelegd, waarin zij – voor zover relevant – het volgende heeft verklaard:
M: Mededeling verbalisant
V: Vraag verbalisant
O: Opmerking verbalisant
A: Antwoord aangeefster
M: Je hebt een schermafbeelding aangeleverd waarop een foto van jou te zien is.
Daaronder werd door ' [naam 5] ' gereageerd met een foto. Op die foto ben jij te zien.
V: Wat kun je hierover verklaren?
A: Dat is een foto op TikTok die ik had geplaatst. Dat is een screenshot van de video
van Telegram, de video waarop ik [verdachte] oraal bevredig. Daaruit weet ik dat die
video ook daadwerkelijk op Telegram staat. Dat het niet bluffen is geweest van
[verdachte] maar dat hij het daadwerkelijk gedeeld had.
De verdachte heeft ter terechtzitting als volgt verklaard:
“Ik heb alleen in de richting gespuugd van [slachtoffer 6] . Er is wel eens beeldmateriaal gemaakt van seksuele handelingen tussen mij en [slachtoffer 5] . Ik heb op 12 oktober 2025 uit boosheid in een groep op Telegram beeldmateriaal gedeeld waarop te zien was dat [slachtoffer 5] seksuele handelingen verrichtte. Hieronder stond haar naam en adres en zo en die van haar ouders. Ik heb hier vervolgens een screenshot van gemaakt en naar haar doorgestuurd om haar bang te maken.”
Bewijsoverweging
De rechtbank acht op grond van de voorgaande bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 12 oktober 2025 een tas met inhoud van [slachtoffer 5] heeft gestolen, haar persoonsgegevens en die van haar ouders heeft verspreid om haar vrees aan te (laten) jagen of ernstige overlast aan te (laten) doen (doxing) en seksueel geaard beeldmateriaal van die [slachtoffer 5] openbaar heeft gemaakt, terwijl hij wist dat deze openbaarmaking voor haar nadelig kon zijn (wraakporno). Bovendien heeft hij op diezelfde dag een vriendin van [slachtoffer 5] , te weten [slachtoffer 6] , beledigd door op of in haar richting te spugen. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
Sinds 1 januari 2024 is ‘doxing’ strafbaar gesteld in artikel 285d van het Wetboek van Strafrecht. Met de strafbaarstelling van ‘doxing’ wordt de norm gesteld dat het zich verschaffen, verspreiden of anderszins ter beschikking stellen van persoonsgegevens van een ander voor intimiderende doeleinden, zoals vrees aan (laten) jagen en/of ernstige overlast aan (laten) doen, onacceptabel is en daarom is het onder de reikwijdte van de strafwet gebracht. Het doel van de strafbaarstelling is de persoonlijke vrijheid van (potentiële) slachtoffers beschermen. Sinds de inwerkingtreding van de Wet seksuele misdrijven op 1 juli 2024 is ‘wraakporno’ strafbaar gesteld in artikel 254ba lid 2, sub 2 van het Wetboek van Stafrecht, waarmee het wordt getypeerd als een seksueel misdrijf. Het beschermd belang is de seksuele en geestelijke integriteit van het slachtoffer. In de Memorie van Toelichting wordt een visuele weergave van seksuele aard omschreven als een afbeelding die een zodanig intiem seksueel karakter heeft dat deze door een ieder redelijk denkend mens als privé zal worden beschouwd.
De verdachte heeft bekend dat hij het beeldmateriaal van [slachtoffer 5] , waarop te zien is dat zij seksuele handelingen verricht, uit frustratie in een Telegramgroep heeft gedeeld. Vervolgens heeft hij een screenshot hiervan gemaakt en naar [slachtoffer 5] doorgestuurd om haar bang te maken. Op de desbetreffende screenshot is te zien dat de persoonsgegevens van [slachtoffer 5] en haar ouders onder dit beeldmateriaal in de Telegramgroep staan. De verdachte heeft ter terechtzitting als verklaring gegeven dat dit een groep met nep accounts was, zogeheten bots, en dat hij in feite het enige echte lid van deze groep was. Desgevraagd heeft de verdachte verklaard dat hij geen (digitaal) aankoopbewijs meer kan vinden van deze bots. Dit alternatieve scenario van de verdachte is op grond van het dossier en gelet op het voorgaande niet aannemelijk geworden, waardoor de rechtbank het als hoogst onwaarschijnlijk aan de kant schuift.
De rechtbank overweegt verder dat het evenmin aannemelijk is dat een ander (dan de verdachte) het beeldmateriaal van [slachtoffer 5] online heeft geopenbaard. Met betrekking tot dat scenario is de rechtbank van oordeel dat dit speculatief en onvoldoende onderbouwd is, en dat ieder begin van aannemelijkheid voor die verklaring ontbreekt. Het dossier bevat hiervoor geen enkele concrete aanwijzing, waarmee ook dit alternatieve scenario van de verdachte als hoogst onwaarschijnlijk aan de kant zal worden geschoven.
De rechtbank is voorts van oordeel dat de combinatie van deze feiten eendaadse samenloop oplevert. De onder 03.271316.25 feit 2 en feit 3 (primair) bewezenverklaarde gedragingen leveren namelijk een zodanig samenhangend, zich op dezelfde wijze, tijd en plaats afspelend feitencomplex op, dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt.
Ten aanzien van de diefstal van de tas met inhoud overweegt de rechtbank dat de verdachte deze tas heeft afgepakt van [slachtoffer 5] en hiermee is weggelopen. Hierna heeft hij via berichten gedreigd de tas in de Maas te gooien. Dit heeft de uiterlijke verschijningsvorm van het wegnemen van een goed die een ander toebehoorde, wat een wederrechtelijke toe-eigening oplevert. Dat de verdachte wellicht niet het oogmerk had om deze tas tot in het oneindige toe te eigenen, maakt dit oordeel niet anders. Hij is als heer en meester over de tas gaan beschikken. De rechtbank is van oordeel dat kan worden gesproken van een voltooide diefstal.
Tenslotte rest nog de belediging van [slachtoffer 6] . De verdachte heeft verklaard dat hij in haar richting heeft gespuugd en niet op haar. Ook het in de richting spugen, ongeacht of hij [slachtoffer 6] daadwerkelijk geraakt heeft, is een belediging.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
T.a.v. 03.038225.25:
op 18 november 2024 te Heerlen een fiets die aan [slachtoffer 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;
T.a.v. 03.043528.25:
op 19 november 2024 te Heerlen een fatbike, althans een fiets, die aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;
T.a.v. 03.206091.25 feit 1:
op 7 juli 2025 te Heerlen opzettelijk een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, te weten 5,36 gram MDMA, aanwezig heeft gehad;
T.a.v. 03.206091.25 feit 2:
op 7 juli 2025 te Heerlen aanwezig heeft gehad ongeveer 9,6 gram hasjiesj, zijnde hasjiesjeen middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
T.a.v. 03.271316.25 feit 1:
op 12 oktober 2025 te Heerlen, althans in Nederland, een tas met inhoud die aan [slachtoffer 5] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;
T.a.v. 03.271316.25 feit 2:
op 12 oktober 2025 te Heerlen, althans in Nederland, een of meer persoonsgegevens van een ander, te weten namen en adressen van [slachtoffer 5] en haar ouders heeft verspreid met het oogmerk om die [slachtoffer 5] vrees aan te (laten) jagen en ernstige overlast aan te (laten) doen;
T.a.v. 03.271316.25 feit 3 (primair):
op 12 oktober 2025 te Heerlen, althans in Nederland, een visuele weergave van seksuele aard, te weten (een screenshot van) een foto en/of video's van een persoon, te weten [slachtoffer 5] , waarop te zien was dat die [slachtoffer 5] handelingen van seksuele aard bij een ander verricht, openbaar heeft gemaakt, terwijl verdachte wist dat die openbaarmaking nadelig voor die [slachtoffer 5] kon zijn;
T.a.v. 03.271316.25 feit 4:
op 12 oktober 2025 te Heerlen, althans in Nederland, opzettelijk [slachtoffer 6] , in haar tegenwoordigheid, door feitelijkheden heeft beledigd, door op en/of in de richting van die [slachtoffer 6] te spugen.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
T.a.v. 03.271316.25 feit 1, 03.038225.25 en 03.043528.25:
diefstal;
T.a.v. 03.206091.25 feit 1:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
T.a.v. 03.206091.25 feit 2:
handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
T.a.v. 03.271316.25 feit 2:
het verspreiden van persoonsgegevens van een ander met het oogmerk om die ander vrees aan te jagen dan wel aan te laten jagen, ernstige overlast aan te doen dan wel aan te laten doen;
in eendaadse samenloop met 03.271316.25 feit 3 (primair):
het openbaar maken van een visuele weergave van seksuele aard van een persoon, terwijl diegene weet dat die openbaarmaking nadelig voor die persoon kan zijn;
T.a.v. 03.271316.25 feit 4:
eenvoudige belediging.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
5. De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6. De straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een jeugddetentie voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Hierbij heeft hij de oplegging gevorderd van de bijzondere voorwaarden zoals deze door de jeugdreclassering zijn verwoord. Mede gelet op het traject dat de verdachte momenteel heeft lopen bij de jeugdreclassering, is de officier van justitie bij het bepalen van de strafeis uitgegaan van de toepassing van het jeugdstrafrecht ex artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht de strafeis van de officier van justitie te matigen. Daarnaast heeft hij verzocht om – conform het advies van de reclassering – het jeugdstrafrecht toe te passen. Verder staat de verdachte open voor begeleiding, heeft hij werk in de bouw via een uitzendbureau, wil hij het bewind weer oppakken en heeft hij al meerdere gesprekken gehad bij Mondriaan voor agressie- en emotieregulatie. De raadsman heeft voorgesteld om te volstaan met de oplegging van een werkstraf in combinatie met een voorwaardelijke jeugddetentie, en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals door de jeugdreclassering geadviseerd. Het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie zou het positieve begeleidingstraject van de verdachte doorkruisen.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Jeugdstrafrecht
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of het sanctierecht voor volwassenen of jeugdigen toegepast dient te worden. Op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht is het mogelijk om het jeugdstrafrecht toe te passen op jongeren in de leeftijd van 18 tot 23 jaar als de rechter daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de verdachte of de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan.
De reclassering adviseert in het rapport van 25 februari 2026 om het jeugdstrafrecht toe te passen, omdat de verdachte functioneert op een licht verstandelijk beperkt niveau. De verdachte is impulsief, beïnvloedbaar en heeft moeite met het organiseren van zijn eigen gedrag, waardoor hij kinderlijker handelt dan zijn kalenderleeftijd. Hij komt uit een kwetsbaar gezin, waardoor de reclassering weinig pedagogische mogelijkheden ziet in de thuissituatie door de ouders, maar de verdachte staat wel open voor ondersteuning door een ambulant begeleider. Uit de ASR-weging volgt dat de handelingsvaardigheden van de verdachte toepassing van het jeugdstrafrecht indiceren. De rechtbank volgt dit advies en zal het jeugdstrafrecht toepassen.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich vanaf 2024 schuldig gemaakt aan een reeks van delicten. Hier vallen niet alleen meerdere vermogensdelicten onder, maar ook Opiumwetdelicten en een zedendelict. Zo heeft de verdachte diefstallen gepleegd van een elektrische fiets, een fatbike en een tas met inhoud. De verdachte heeft hiermee blijk gegeven geen respect te hebben voor andermans goederen. Diefstal betreft een zeer ergerlijke feit, wat praktische overlast en financiële schade voor de slachtoffers veroorzaakt. De verdachte heeft zich hier niet om bekommerd en heeft uitsluitend zijn persoonlijk gewin op het oog gehad.
Daarnaast heeft de verdachte hard- en softdrugs in zijn bezit gehad. Het is een feit van algemene bekendheid dat met name harddrugs grote gevaren opleveren voor de gezondheid van gebruikers. Door zijn handelen heeft is de verdachte mede verantwoordelijk voor de nadelige effecten die door het gebruik van verdovende middelen worden veroorzaakt. Bovendien gaan de productie en verkoop van verdovende middelen gepaard met verschillende vormen van (zware) criminaliteit, waardoor de samenleving in ernstige mate schade wordt berokkend.
Tenslotte heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het openbaar maken van beeldmateriaal van zijn ex-vriendin, te weten [slachtoffer 5] , waarop te zien was dat zij seksuele handelingen verrichte bij een ander (wraakporno). Daarnaast heeft hij in hetzelfde bericht haar persoonsgegevens en die van haar ouders verspreid met de bedoeling om haar vrees aan te jagen en ernstige overlast aan te doen (doxing). Ook heeft hij een vriendin van [slachtoffer 5] beledigd door op of in haar richting te spugen. De verdachte heeft deze feiten gepleegd vanuit wraakgevoelens en boosheid. Het beeldmateriaal en gegevens van het slachtoffer zijn gedeeld in een Telegramgroep met honderden leden. De verdachte heeft met zijn handelen niet alleen het vertrouwen van het slachtoffer op grove wijze beschaamd, maar hij heeft ook haar eer en goede naam geschaad. Voorts getuigt zijn handelen van een gebrek aan respect voor zijn toenmalige vriendin, haar privacy en voor vrouwen in het algemeen. Bovendien is het een feit van algemene bekendheid dat het delen van gegevens in een online omgeving het risico met zich brengt dat die informatie lange tijd beschikbaar blijft of zelfs nooit worden verwijderd. Door het handelen van verdachte had het slachtoffer geen controle over het beeldmateriaal en de informatie die over haar werd gedeeld. Slachtoffers van dit soort ernstige feiten ondervinden daar vaak nog lang last van en de herinnering eraan belemmert hen in hun dagelijks bestaan.
Persoon van de verdachte
De verdachte is blijkens zijn strafblad vaker veroordeeld voor vermogensdelicten, maar nog niet eerder veroordeeld voor Opiumwetdelicten of zedendelicten. Ook volgt uit zijn strafblad dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
De jeugdreclassering heeft voor het laatst op 25 februari 2026 over de persoon van de verdachte gerapporteerd. Hierin staat beschreven dat de ouders van de verdachte, sinds hij 5 jaar oud is, pedagogische onmacht ervaren. Zijn vader kampt al 20 jaar met verslavingsproblematiek. Er zijn al veel instanties betrokken geweest bij het gezin, maar de thuissituatie blijft complex. De verdachte gaat vanaf 13-jarige leeftijd niet meer naar school, mede vanwege depressies en angsten. Hij heeft sinds kort een baan in de bouw via een uitzendbureau, wat maakt dat hij voor het eerst weer een dagbesteding heeft. Het softdrugsgebruik is enigszins gematigd. Verder is er sprake van een licht verstandelijke beperking, een gegeneraliseerde angststoornis en voorheen werden wisselend ADHD en ODD vastgesteld. Hij heeft zijn bewind stopgezet, omdat hij ervan overtuigd was dat hij de financiën zelf kan beheren. Hij accepteert begeleiding vanuit Via Jeugd. Daarnaast heeft hij een aantal verkennende gesprekken gehad bij Mondriaan rondom emotieregulatie, die hij wil voortzetten. Er ontstaat een beeld van de verdachte dat hij wel gemotiveerd is, maar bij de hand moet worden genomen. Het gebrek aan een ondersteunend netwerk speelt ook een rol bij de verdachte. Bovendien is de visie van de verdachte over relaties opvallend, waarin hij erg controlerend en zelfbepalend is, doch ervan overtuigd is dat dit normaal is. Mede hierdoor heeft de reclassering zorgen rondom de verdachte zijn beeld over relaties en seksualiteit. Een ambulant behandeltraject gericht op de seksuele ontwikkeling en seksueel delict gedrag is derhalve onder meer aangewezen. De reclassering schat de kans op recidive daarbij in als hoog. Zij adviseren dan ook een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. Tenslotte is de verdachte bereid en in staat om een werkstraf te verrichten.
Op te leggen straf
Gezien deze bevindingen, is naar het oordeel van de rechtbank naast een onvoorwaardelijke straf ook een voorwaardelijk gedeelte van wezenlijk belang. Op die manier kan de geïndiceerde behandeling en begeleiding worden opgestart dan wel voortgezet en heeft de verdachte tevens een stok achter deur heeft om hem ervan te weerhouden in de toekomst strafbare feiten te plegen.
Gelet op het feit dat de rechtbank de verdachte vrijspreekt van het tenlastegelegde onder 03.062480.25, komt de rechtbank tot een lagere straf dan door de officier van justitie geëist en zal de rechtbank geen onvoorwaardelijke jeugddetentie aan de verdachte opleggen.
Alles afwegende zal de rechtbank de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten met uitzondering van feit 2 onder 03.206091.25 een werkstraf opleggen voor de duur van 100 uren. De tijd die de verdachte heeft doorgebracht in voorarrest, zal bij de uitvoering van deze werkstraf in mindering worden gebracht, naar rato van 2 uren per dag. Daarnaast legt de rechtbank de verdachte een voorwaardelijke jeugddetentie op voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Hierbij zal zij de bijzondere voorwaarden opleggen zoals die hierna in de beslissing zijn genoemd.
Voor de overtreding van feit 2 onder 03.206091.25 zal de rechtbank aan de verdachte een werkstraf opleggen van 20 uren.
7. De benadeelde partijen
De vorderingen van de benadeelde partijen
De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schade ter zake van het tenlastegelegde onder 03.062480.25.
De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 765,33 aan materiële schade (kosten nieuwe accu) ter zake van het tenlastegelegde onder 03.038225.25.
De benadeelden hebben verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft voor beide benadeelden geconcludeerd tot gehele toewijzing van de verschillende vorderingen tot schadevergoeding, inclusief de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van de benadeelde [slachtoffer 2] heeft de raadsman zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, aangezien hier een feitencomplex aan ten grondslag ligt waarvan de verdachte dient te worden vrijgesproken. Subsidiair heeft hij verzocht om de vordering niet-ontvankelijk te verklaren gelet op het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing. De gestelde psychische- en lichamelijke klachten worden immers op geen enkele wijze onderbouwd door medische verklaringen. Meer subsidiair heeft de raadsman verzocht om de hoogte van de gevorderde immateriële schade te matigen.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [slachtoffer 1] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard gelet op het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing. Er wordt gesteld dat de accu kapot is gegaan, doch het causale verband tussen de diefstal en de gestelde schade ontbreekt. Verder blijkt niet uit de overlegde offerte dat de accu daadwerkelijk is vervangen.
Het oordeel van de rechtbank
Nu aan de vordering van [slachtoffer 2] een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, zal de rechtbank de benadeelde niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Op grond van het dossier en de toelichting bij de vordering tot schadevergoeding kan niet worden vastgesteld dat een causaal verband bestaat tussen de diefstal van de fiets van [slachtoffer 1] en de gestelde schade. Hierdoor kan evenmin worden vastgesteld dat het om rechtstreekse schade gaat. De rechtbank zal de benadeelde derhalve, in overeenstemming met de verdediging, niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
8. De vordering tenuitvoerlegging
De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van 3 september 2024 van de politierechter in de rechtbank Limburg onder parketnummer 03.014625.24 opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie van 2 weken.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering, met dien verstande dat volgens hem uit vaste jurisprudentie volgt dat in het geval de parketnummers zijn gevoegd, de vordering tenuitvoerlegging ook geldt voor de andere parketnummers en niet alleen voor het parketnummer dat aan de vordering ten grondslag is gelegd. Bij de overige parketnummers gaat het om feiten die later hebben plaatsgevonden dan 3 september 2024, waardoor kan worden gesproken van een schending van de algemene voorwaarden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering tenuitvoerlegging moet worden afgewezen, aangezien het feit zoals tenlastegelegd onder parketnummer 03.062480.25 (dat aan de vordering tenuitvoerlegging ten grondslag is gelegd) heeft plaatsgevonden in mei 2024, derhalve vóór 3 september 2024. Er is zodoende geen sprake van schending van de algemene voorwaarden. Subsidiair heeft hij verzocht om de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen onder verlenging van de proeftijd met 1 jaar.
Het oordeel van de rechtbank
Het vonnis in de zaak met parketnummer 03.014625.24 is gewezen op 3 september 2024 en de proeftijd is blijkens het strafblad van de verdachte aangevangen op 17 september 2024. De officier van justitie heeft de zaak met parketnummer 03.062480.25 ten grondslag gelegd aan de vordering tenuitvoerlegging. De pleegdatum van het tenlastegelegde feit onder parketnummer 03.062480.25 ligt nog vóór 3 september 2024. Van de tenuitvoerlegging van die later opgelegde voorwaardelijke straf kan derhalve geen sprake zijn. Daar komt bij dat aan de vordering tenuitvoerlegging een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor de verdachte niet zal worden veroordeeld. Voorts is de rechtbank - gelet op jurisprudentie van de Hoge Raad - van oordeel dat de grondslag van de vordering tenuitvoerlegging niet wordt uitgebreid als gevolg van de voeging van verschillende parketnummers. De vordering tenuitvoerlegging zal daarom worden afgewezen.
9. Het beslag
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen goederen verbeurd worden verklaard, omdat een deel van de bewezenverklaarde feiten met behulp van deze telefoons zijn begaan. Bovendien staat er beeldmateriaal op deze telefoons dat als kinderporno grafisch kan worden beschouwd. De rechtbank zal de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen telefoons dan ook verbeurd verklaren.
10. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 55, 62, 63, 77aa, 77c, 77gg, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 266, 285d, 310 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet.
11. De beslissing
Beslag
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van het onder 03.062480.25 tenlastegelegde feit;
Bewezenverklaring
Strafbaarheid
Straf
a. Begeleiding door jeugdreclassering
De veroordeelde werkt mee aan het toezicht door de jeugdreclassering van de William Schrikker Groep en meldt zich op afspraken met de jeugdreclassering zo vaak de jeugdreclassering dat nodig vindt;
Ambulante behandeling
Dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Mondriaan of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start zodra er plek is. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op seksueel grensoverschrijdend gedrag, seksuele ontwikkeling. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken;
Dagbesteding
De veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk of vrijwilligerswerk met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
- Geeft aan Bureau Jeugdzorg Limburg, Centraal Bureau, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 03.014625.24
- wijst de vordering tenuitvoerlegging af;
Benadeelde partijen
- verklaart verbeurd de volgende in beslag genomen voorwerpen:
Dit vonnis is gewezen door mr. M. el Jerrari, voorzitter, mr. R.C.A.M. Philippart en mr. E.B.A. Ferwerda, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.M.A. Curfs, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 25 maart 2026.
Buiten staat
De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
T.a.v. 03.062480.25:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 mei 2024 tot en met 28 mei 2024 in de gemeente Heerlen,
met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,
buiten echt,
een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of
mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die
[slachtoffer 2] ,
te weten het (meerdere malen) brengen van zijn penis in haar vagina en/of anus;
T.a.v. 03.038225.25:
hij op of omstreeks 18 november 2024 te Heerlen
een fiets, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
T.a.v. 03.043528.25:
hij, op of omstreeks 19 november 2024 te Heerlen, een fatbike, althans een fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
T.a.v. 03.206091.25 feit 1:
hij op of omstreeks 7 juli 2025 te Heerlen, althans in Nederland, al dan niet opzettelijk een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, te weten 5,36 MDMA aanwezig heeft gehad;
T.a.v. 03.206091.25 feit 2:
hij op of omstreeks 7 juli 2025 te Heerlen, althans in Nederland, aanwezig heeftgehad ongeveer 9,6 gram, in elk geval een hoeveelheid van niet meer dan 30 gramvan een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen vanhennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesjeen middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
T.a.v. 03.271316.25 feit 1:
hij op of omstreeks 12 oktober 2025 te Heerlen, althans in Nederland,
een tas met inhoud, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
T.a.v. 03.271316.25 feit 2:
hij op of omstreeks 12 oktober 2025 te Heerlen, althans in Nederland,
een of meer persoonsgegevens van een ander/of een derde, te weten namen en/of adressen van [slachtoffer 5] en/of haar ouders
zich heeft verschaft, heeft verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld,
met het oogmerk om die [slachtoffer 5]
- vrees aan te (laten)jagen en/of
- ernstige overlast aan te (laten) doen;
T.a.v. 03.271316.25 feit 3 (primair):
hij op of omstreeks 12 oktober 2025 te Heerlen, althans in Nederland,
een visuele weergave van seksuele aard, te weten (een screenshot van) een foto en/of video's van een persoon, te weten [slachtoffer 5] , waarop te zien was dat die [slachtoffer 5] handelingen van seksuele aard bij een ander verricht,
openbaar heeft gemaakt,
terwijl verdachte wist dat die openbaarmaking nadelig voor die [slachtoffer 5] kon zijn;
T.a.v. 03.271316.25 feit 3 (subsidiair):
hij op of omstreeks 12 oktober 2025 te Heerlen, althans in Nederland,een ander, te weten [slachtoffer 5] ,door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enigeandere feitelijkheid gericht tegen die anderwederrechtelijk heeft gedwongen iets te dulden,door (een screenshot van) een foto en/of video's van die [slachtoffer 5] , waaropte zien was dat zij handelingen van seksuele aard bij een ander verricht, openbaar temaken;
T.a.v. 03.271316.25 feit 4:
hij op of omstreeks 12 oktober 2025 te Heerlen, althans in Nederland,
opzettelijk
[slachtoffer 6] ,
in haar tegenwoordigheid,
door feitelijkheden,
heeft beledigd,
door op en/of in de richting van die [slachtoffer 6] te spugen.