RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer: 03.137569.25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 31 maart 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te Venlo op [geboortedatum verdachte] 1997 ,
wonende te [adres verdachte] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. J. Engels, advocaat kantoorhoudende te Venlo.
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 maart 2026. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
Het slachtoffer [slachtoffer 1] (wettelijk vertegenwoordiger: Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg (voogd van het slachtoffer)) heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partij is op de zitting gehoord mr. B. Pernot, advocaat kantoorhoudende te Wijchen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.
Het slachtoffer [slachtoffer 2] (wettelijk vertegenwoordiger: [naam moeder slachtoffer] (moeder van het slachtoffer)) heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partij is op de zitting gehoord mr. P. Boonen, advocaat kantoorhoudende te Sittard. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld. Tevens hebben [slachtoffer 2] en [naam moeder slachtoffer] ter zitting het spreekrecht uitgeoefend.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er – na wijziging van de tenlastelegging –, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
feit 1: in de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2024 in de gemeente Venlo meermalen ontucht heeft gepleegd met de minderjarige [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] 2010 ), (mede) bestaande uit het seksueel binnendringen van haar lichaam;
feit 2: in de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2024 in Nederland meermalen kinderpornografische afbeeldingen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft verspreid, verworven, vervaardigd en in bezit heeft gehad;
feit 3: in de periode van 1 januari 2023 tot en met 1 maart 2024 in de gemeente Venlo een dickpic aan de minderjarige [slachtoffer 2] heeft verstrekt.
3. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten. Ten aanzien van feit 1 acht de officier van justitie het seksueel binnendringen bij [slachtoffer 1] en alle tenlastegelegde ontuchtige handelingen wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien van feit 2 acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen het vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van kinderporno. De officier van justitie acht ten aanzien van feit 3 wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte een seksuele afbeelding, te weten een dickpic, naar [slachtoffer 2] heeft gestuurd.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging refereert zich ten aanzien van alle feiten aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de bewezenverklaring.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte de tenlastegelegde feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit.
Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank de feiten 1, 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen gelet op:
feit 1
- de bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting;
- het proces-verbaal van verhoor de verdachte;
- het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] ;
feit 2
- de bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting;
- het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] ;
- het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] ;
- het proces-verbaal van bevindingen inzake het verspreiden van kinderporno;
- het proces-verbaal van bevindingen inzake de videofragmenten;
feit 3
- de bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting;
- het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] .
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
feit 1:
in de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2024, in de gemeente Venlo,
meermalen met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] 2010 , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten
- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer 1] en
- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 1] en
- het brengen van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] en
- het aanraken van de vagina en borsten van die [slachtoffer 1] en
- het (tong)zoenen met die [slachtoffer 1] ;
feit 2:
in de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2024, in Nederland, meermalen, afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , was betrokken, heeft verspreid, verworven, vervaardigd, in bezit gehad, waarop te zien is dat:
- een andere persoon oraal, vaginaal wordt gepenetreerd met een penis door verdachte en
- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die
kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij de borsten in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling;
feit 3:
in de periode van 1 januari 2024 tot en met 1 maart 2024, in de gemeente Venlo, een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, te weten een zogenaamde 'dickpic', heeft verstrekt aan een minderjarige, van wie hij, verdachte, wist dat deze jonger was dan zestien jaar, te weten [slachtoffer 2] .
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten voorkomen, zijn die in de weergave van de bewezenverklaring door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering niet in de verdediging geschaad.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
feit 1:
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;
feit 2:
een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, vervaardigen, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd;
feit 3:
een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, verstrekken aan een minderjarige van wie hij weet dat deze jonger is dan zestien jaar.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het de feiten uitsluiten.
5. De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6. De straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 4 jaren. Zij heeft zich daarbij gebaseerd op de Richtlijn voor strafvordering seksueel misbruik van minderjarigen en de Richtlijn voor strafvordering kinderpornografie, beide van het Openbaar Ministerie. De officier van justitie gaat ervan uit dat de verdachte de slachtoffers heeft benaderd. Daarnaast heeft de officier van justitie bij het formuleren van de strafeis rekening gehouden met de lange pleegperiode en het blanco strafblad van de verdachte.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om – voor zover de rechtbank tot een vrijheidsstraf komt – een aanzienlijk deel daarvan voorwaardelijk op te leggen. De verdachte heeft enkele keren seksueel contact gehad met [slachtoffer 1] en niet gedurende de gehele pleegperiode. Het initiatief kwam niet van de verdachte en hij heeft niemand onder druk gezet of gedwongen. Bovendien was sprake van een emotioneel moeilijke periode in het leven van de verdachte en hij is niet bewust op zoek gegaan naar minderjarige slachtoffers. Hij is erg naïef geweest en heeft een compleet verkeerde inschatting gemaakt. Hij beseft dat hij fout is geweest en heeft zelf actief psychosociale hulp gezocht en opgestart. De verdediging verzoekt met deze specifieke omstandigheden van de zaak rekening te houden. De verdediging heeft verder verzocht bij het bepalen van de strafmaat niet alleen naar de feiten te kijken, maar ook naar de mens achter de verdachte en de mogelijkheden voor herstel en toekomstperspectief.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie zedenfeiten. De verdachte wist dat de slachtoffers, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , ten tijde van de feiten 13/14 jaar oud waren. De verdachte kreeg via Snapchat contact met hen. Met [slachtoffer 1] heeft dit contact ook geleid tot fysieke ontmoetingen. Tijdens die ontmoetingen heeft de verdachte meermaals ontucht gepleegd met [slachtoffer 1] , waarbij de verdachte steeds verder is gegaan. De verdachte heeft twee filmpjes van de ontucht met [slachtoffer 1] gemaakt en deze vervolgens ook verspreid. Daarnaast heeft de verdachte een ‘dickpic’ naar [slachtoffer 2] gestuurd en heeft hij [slachtoffer 2] foto’s van haar borsten laten sturen. Uit het dossier blijkt tevens dat de verdachte contact had met een andere zedenverdachte. Zij hadden onderling contact over de slachtoffers en tussen hen werd kinderpornografisch materiaal uitgewisseld.
Door zijn handelen heeft de verdachte op ernstige wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en lichamelijke en seksuele integriteit van de slachtoffers. Ook als deze handelingen mogelijk niet tegen de wil van de slachtoffers hebben plaatsgevonden, is de verdachte daarvoor strafbaar. De wetgever heeft er juist voor gekozen deze feiten strafbaar te stellen, omdat jongeren zich in een kwetsbare ontwikkelingsfase bevinden en zij vaak onvoldoende in staat zijn om hun seksuele integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag te overzien.
De afbeeldingen die in feit 2 bewezen zijn verklaard, zijn als kinderpornografisch aan te merken. Het maken van kinderporno in het algemeen kan tot gevolg hebben dat de kinderen die zijn afgebeeld psychische schade oplopen die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. Bovendien wordt de schade voor de afgebeelde kinderen vergroot, omdat de beelden mogelijk voor altijd op het internet te vinden zijn. Het slachtoffer zal altijd bang moeten zijn dat de filmpjes of foto’s ergens opduiken. Daardoor wordt zij onvrijwillig steeds herinnerd aan het seksueel misbruik. Het aantal filmpjes en afbeeldingen dat de verdachte heeft vervaardigd, verworven, in zijn bezit heeft gehad en heeft verspreid is weliswaar gering, maar dit laat onverlet dat de verdachte voor alle kwalijke gevolgen daarvan verantwoordelijk is te achten. Bovendien heeft de verdachte door de filmpjes van [slachtoffer 1] te verspreiden het mogelijk gemaakt dat deze filmpjes steeds verder worden verspreid.
Het versturen van seksueel getinte beelden, zoals een dickpic, naar minderjarigen kan eveneens schadelijk zijn voor hun (seksuele) ontwikkeling en zij dienen hiertegen beschermd te worden.
Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van zedendelicten lange tijd op diverse vlakken ernstige gevolgen van het misbruik kunnen ondervinden en dat het misbruik de seksuele ontwikkeling kan verstoren. Dat de meisjes kwetsbaar waren en dat het handelen van de verdachte een grote impact heeft gehad op de persoonlijke levens en toekomst van de slachtoffers is ook gebleken uit de schriftelijke slachtofferverklaring van [slachtoffer 1] en de ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaringen van [slachtoffer 2] en haar moeder. De verdachte is aan de belangen van de slachtoffers voorbij gegaan en handelde enkel ter bevrediging van zijn eigen (lust)gevoelens. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan, temeer nu het seksueel misbruik op meerdere momenten heeft plaatsgevonden en de verdachte tussendoor periodes heeft gehad waarop hij kon reflecteren en hij zijn handelen desondanks heeft voortgezet.
De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, niet kan worden volstaan met een andere straf dan een (deels onvoorwaardelijke) gevangenisstraf. Bovendien dient van de straf een afschrikwekkende, preventieve werking uit te gaan om de verdachte, maar ook anderen, ervan te weerhouden dit soort feiten te plegen.
Met betrekking tot de persoon van de verdachte weegt de rechtbank in haar oordeel mee dat hij niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld, dat hij zich open en meewerkend heeft opgesteld en dat hij spijt heeft betuigd tegenover de slachtoffers. Ook heeft de rechtbank oog voor het feit dat de verdachte zich ten tijde van het tenlastegelegde in een emotioneel moeilijke periode bevond, omdat hij kort daarvoor een relatiebreuk had doorgemaakt.
De reclassering kan op dit moment geen volledige risico-inschatting maken. Daarvoor is nader diagnostisch onderzoek noodzakelijk. Er zijn aanwijzingen voor beperkte copingvaardigheden, mogelijke aanwezigheid van ADHD en ontoereikende vaardigheden voor het omgaan met negatieve emoties en gevoelens. In het contact met de reclassering geeft de verdachte geen blijk van seksuele devianties, preoccupatie of andere opvallende seksuele interesses. De reclassering ziet in hetgeen de verdachte vertelt aanwijzingen dat de verdachte zijn seksuele handelen onvoldoende kan controleren op het moment dat hij sociaal emotioneel ontregeld is. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht, ambulante behandeling, een contactverbod met de slachtoffers, het vermijden van contact met minderjarigen, het vermijden van digitale omgevingen waarbij hij in aanraking komt met seksueel kindermisbruik en een verbod op bepaalde werkzaamheden.
Alles overwegende zal de rechtbank aan de verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank zal aan het voorwaardelijke deel alle bijzondere voorwaarden verbinden die door de reclassering zijn geadviseerd, behalve het onbepaalde contactverbod met ‘minderjarigen’. Het concrete contactverbod met de slachtoffers in deze zaak, het verbod op werkzaamheden met minderjarigen en de gedragsvoorwaarde over en het digitale toezicht op risicovol online gedrag bieden naar het oordeel van de rechtbank voldoende bescherming.
De rechtbank legt een lagere straf op dan door de officier van justitie is geëist, vanwege de persoon van de verdachte en omdat de rechtbank niet buiten redelijke twijfel kan vaststellen dat de seksuele handelingen onder dwang hebben plaatsgevonden. Dat doet weliswaar niet af aan de strafbaarheid van de feiten, maar naar het oordeel van de rechtbank is dit wel een factor die van invloed is op de straftoemeting.
7. De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
De vorderingen van de benadeelde partijen
De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 8.000,00 aan immateriële schade.
De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 1.500,00 aan immateriële schade.
Beiden vorderen schadevergoeding onder vermeerdering van de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen en heeft tevens gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft de verdediging zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering. Op basis van het dossier en de overgelegde stukken kan namelijk niet worden vastgesteld dat sprake is van een rechtstreeks causaal verband tussen het aan de verdachte ten laste gelegde feit en de gestelde schade. Subsidiair heeft de verdediging bepleit dat, indien de rechtbank wel tot beoordeling van de vordering komt, aansluiting gezocht kan worden bij de Rotterdamse schaal, waarbij hooguit kan worden gedacht aan de categorie ‘tamelijk ernstig’, gelet op de omstandigheden van het geval, het beperkte aantal contacten en de mate van consensus.
Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft de verdediging verzocht om de vordering tot een lager bedrag toe te wijzen, nu in vergelijkbare zaken aanzienlijk lagere bedragen zijn toegekend voor het versturen van een zogenoemde ‘dickpic’.
Het oordeel van de rechtbank
[slachtoffer 1]
De rechtbank is van oordeel dat door [slachtoffer 1] immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreekse gevolg is van het bewezenverklaarde. De aard en de ernst van de normschending brengen mee dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat de in artikel 6:106, aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek, bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ zonder meer kan worden aangenomen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat bij [slachtoffer 1] schade is ontstaan als gevolg van het bewezenverklaarde. Doordat er in diezelfde periode sprake was van strafbaar seksueel contact met een andere dader, is het echter onduidelijk welke schade is toe te rekenen aan de verdachte. De rechtbank zal in deze zaak de door [slachtoffer 1] geleden immateriële schade daarom vaststellen op € 4.000,00. De verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade. De rechtbank zal de vordering tot schadevergoeding voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. De vordering kan voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
[slachtoffer 2]
De rechtbank is van oordeel dat door [slachtoffer 2] immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreekse gevolg is van het bewezenverklaarde. De aard en de ernst van de normschending brengen mee dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat de in artikel 6:106, aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek, bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ zonder meer kan worden aangenomen.
De rechtbank acht de vordering van [slachtoffer 2] voldoende onderbouwd. De verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade. De rechtbank zal het gevorderde bedrag van € 1.500,00 volledig toewijzen.
Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank veroordeelt de verdachte ten aanzien van beide benadeelde partijen tot betaling van de wettelijke rente over de toegewezen bedragen, te rekenen vanaf 30 juni 2024 tot aan de dag van volledige voldoening.
De rechtbank zal ten aanzien van beide benadeelde partijen tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 240a (oud), 240b (oud) en 245 (oud) van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9. De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
Strafbaarheid
Straf
a. meldplicht bij reclassering
Dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn.
Voor de eerste afspraak meldt de veroordeelde zich binnen vijf dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Slachthuisstraat 31 6041 CB te Roermond of telefonisch op het nummer 088-8041501. De reclassering zal contact met veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak;
ambulante behandeling
Dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat diagnosticeren en behandelen door De Rooyse Wissel ambulant behandelen of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op het seksueel grensoverschrijdende gedrag;
contactverbod
Dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] 2010 ) en [slachtoffer 2] ( geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] 2010 );
vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik
Dat veroordeelde gedurende de proeftijd:
1. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
2. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
3. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
4. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die veroordeelde in gebruik heeft.
Veroordeelde werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die veroordeelde in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past veroordeelde de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.
De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen.
De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal drie keer per aantal jaren proeftijd worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van veroordeelde zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd.
De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van veroordeelde;
verbod bepaalde werkzaamheden
Dat de veroordeelde geen werkzaamheden verricht als sportdocent, trainer of vrijwilliger binnen de sport- en vrijetijdssector met minderjarigen en geen andere beroepen en functies uitoefent waarmee hij beroepshalve in contact komt met minderjarigen, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
Dit vonnis is gewezen door mr. N.P.J. van de Pasch, voorzitter, mr. L. Bastiaans en mr. S.S. Vijn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M.E. Adams, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 31 maart 2026.
BIJLAGE: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
T.a.v. feit 1:
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2024,
in de gemeente Venlo,
telkens meermalen met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] 2010 , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] ,
te weten
- het duwen/brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer 1] en/of
- het duwen/brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 1] en/of
- het duwen/brengen van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] en/of
- het betasten en/of aanraken van de vagina en/of borsten en/of billen van die [slachtoffer 1] en/of
- het (tong)zoenen met die [slachtoffer 1] ;
T.a.v. feit 2:
hij in of omstreeks 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2024,
in de gemeente Venlo, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal, een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] was betrokken en/of schijnbaar was betrokken,
heeft
verspreid,
aangeboden,
openlijk tentoongesteld,
ingevoerd,
doorgevoerd,
uitgevoerd,
verworven,
vervaardigd,
in bezit gehad en/of
zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met
gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, te weten een mobiele telefoon, waarop te zien is dat:
-een ander persoon oraal, vaginaal wordt gepenetreerd met een penis door verdachte en/of
het eigen lichaam oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis door die persoon
(p. 69 dossier) en/of
- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die
kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (p. 16 dossier);
T.a.v. feit 3:
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met 1 maart 2024,
in de gemeente Venlo,
een afbeelding en/of een gegevensdrager bevattende een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, te weten een zogenaamde 'dickpic'
heeft verstrekt, aangeboden en/of vertoond aan een minderjarige, van wie hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze jonger was dan zestien jaar, te weten [slachtoffer 2] .