RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11951782 \ CV EXPL 25-4744
Vonnis van 29 april 2026
in de zaak van
STICHTING SERVICEORGANISATIE DIRECTE AANSPRAKELIJKSTELLING (SODA),
te Amersfoort,
eisende partij,
hierna te noemen: SODA,
gemachtigde: YARDS Deurwaardersdiensten BV,
tegen
[bewindvoerder] B.V., IN DE HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER OVER DE GOEDEREN VAN [gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
gemachtigde: mr. Q.J. van Riet.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 juni 2025,
- het mondeling antwoord,
- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Op 6 februari 2025 is met een personenauto van het merk Peugot, met [kenteken] (hierna: “de auto”) getankt bij Shell AQS Oost (hierna: het tankstation) voor een bedrag van € 15,03 zonder daarvoor te betalen. De auto staat op naam van mevrouw [gedaagde] (hierna: “ [gedaagde] ”).
3. Het geschil
SODA vordert - samengevat - dat gedaagde wordt veroordeeld om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad aan SODA te betalen een bedrag van € 146,03 aan hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.
Ter onderbouwing hiervan voert SODA het volgende aan. SODA is door het tankstation gemachtigd om de schade die door het tanken zonder te betalen is ontstaan, te verhalen. SODA voert aan dat [gedaagde] degene is die heeft getankt op 6 februari 2025, zonder daarvoor te betalen. [gedaagde] is daarmee tekortgeschoten in de nakoming van de op 6 februari 2025 tot stand gekomen koopovereenkomst. Subsidiair stelt SODA dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld en daarom moet de bewindvoerder de schade die het tankstation heeft geleden betalen. De schade bestaat uit de brandstofkosten en een bedrag van € 131,- aan forfaitair vastgestelde kosten. SODA maakt daarnaast aanspraak op de wettelijke rente over de schade en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
De bewindvoerder voert verweer. De bewindvoerder concludeert tot niet-ontvankelijkheid van SODA, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van SODA, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van SODA in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Partijwissel
SODA heeft [gedaagde] gedagvaard. Tijdens de zitting van 26 november 2025 gehouden ter gelegenheid van mondeling antwoord is [gedaagde] verschenen samen met de bewindvoerder. [gedaagde] en de bewindvoerder hebben aangevoerd dat [gedaagde] sinds 2012 onder bewind staat. Bij dupliek heeft de bewindvoerder de beschikking ontslag bewindvoerder en benoeming opvolgend bewindvoerder van 22 maart 2021 van de kantonrechter van deze rechtbank overgelegd. Daaruit volgt dat de bewindvoerder tot bewindvoerder van [gedaagde] is benoemd. Uit de wet volgt dat tijdens het bewind het beheer en de beschikking over de onder bewind staande goederen niet toekomen aan de rechthebbende, maar aan de bewindvoerder, met inachtneming van de in de wet vermelde voorwaarden. De bewindvoerder vertegenwoordigt de rechthebbende tijdens het bewind bij de vervulling van zijn taak in en buiten rechte. De kantonrechter zal gelet hierop de bewindvoerder in dit geval aanmerken als (gedaagde) procespartij.
Tekortkoming in de nakoming koopovereenkomst
Vast staat dat op 6 februari 2025 met de auto die op naam staat van [gedaagde] bij het tankstation is getankt zonder daarvoor te betalen. Op grond van de wet ligt het op de weg van SODA om het bestaan van een koopovereenkomst tussen [gedaagde] en het tankstation te stellen en zo nodig te bewijzen. Uit het feit dat [gedaagde] de kentekenhouder/eigenaar is van de auto, kan het vermoeden worden afgeleid dat zij degene was die op die dag heeft getankt. De bewindvoerder heeft echter aangevoerd dat op de door SODA in het geding gebrachte foto’s is te zien dat niet zij, maar iemand anders, namelijk haar voormalige schoonzus, [persoon] , op die dag heeft getankt bij het tankstation. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter door SODA onvoldoende weersproken. Daarmee is het rechtsvermoeden dat [gedaagde] die dag heeft getankt, weerlegd. De kantonrechter neemt als vaststaand aan dat niet [gedaagde] maar [persoon] op 6 februari 2025 heeft getankt zonder daarvoor te betalen. Dit brengt mee dat niet kan worden vastgesteld dat tussen [gedaagde] en het tankstation een koopovereenkomst tot stand is gekomen. Daarom kan ook niet worden geoordeeld dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst door [gedaagde] .
Onrechtmatige daad
SODA stelt dat [gedaagde] onrechtmatig ten opzichte van haar heeft gehandeld omdat zij niet tijdig de naam en adresgegevens van degene die heeft getankt aan SODA heeft verstrekt. Daarom is [gedaagde] als kentekenhouder/eigenaar ten opzichte van haar gehouden om de door het tankstation geleden schade te vergoeden.
De kantonrechter stelt vast dat uit de door SODA al bij dagvaarding bijgevoegde registratie, die is ingevuld door het tankstation, volgt dat het tankstation als “bijzonderheid over de werkwijze” het volgende heeft vermeld: klant tankt, kon niet betalen, is niet terug geweest om te betalen. tankbon blijft onbetaald. Mevr. Tankt en komt naar binnen. Ze zegt dat ze geen geld bij zich heeft en laat een Belgisch rijbewijs achter. Ze is niet meer teruggekomen. Hieruit volgt dat degene die de betreffende dag heeft getankt ( [persoon] ) haar rijbewijs heeft achtergelaten. Het tankstation beschikte daarmee kennelijk al op 6 februari 2025 over de NAW-gegevens van de persoon die in dit geval daadwerkelijk heeft getankt zonder ervoor te betalen. Onder die omstandigheden kan SODA [gedaagde] niet verwijten dat [gedaagde] haar niet tijdig de NAW-gegevens van degene die heeft getankt heeft verstrekt. Door de gegevens op het achtergelaten rijbewijs en de gegevens van de kentekenhouder/eigenaar van de auto te vergelijken, had SODA eenvoudig zelf kunnen vaststellen dat in dit geval de kentekenhouder/eigenaar van de auto niet degene is die heeft getankt zonder te betalen. Van een onrechtmatige daad van [gedaagde] is dan ook geen sprake. Het enkele feit dat [gedaagde] niet heeft gereageerd op een tweetal aan haar (en niet aan haar bewindvoerder) gerichte brieven is onder deze omstandigheden daarvoor onvoldoende.
Omdat geen sprake is van een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst of van een onrechtmatige daad, moet de vordering inclusief de nevenvorderingen worden afgewezen.
Proceskosten
SODA is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de bewindvoerder worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
43,00
(1 punt × € 43,00)
- nakosten
€
21,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
64,50
5. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van SODA af,
veroordeelt SODA in de proceskosten van € 64,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als SODA niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.