ECLI:NL:RBLIM:2026:3640

ECLI:NL:RBLIM:2026:3640

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 15-04-2026
Datum publicatie 16-04-2026
Zaaknummer 03.176538.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03.176538.25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 15 april 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,

wonende te [adres 1] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.H. Rump, advocaat kantoorhoudende te Zwolle.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 1 april 2026. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

[naam 1] en [naam 2] hebben zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partijen is op de zitting gehoord mevrouw [naam 3] van slachtofferhulp Nederland. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.

Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte] met het parketnummer 03.176577.25.

2. De tenlastelegging

De (gewijzigde) tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: op 8 juni 2025 te Hoensbroek [naam 1] en/of [naam 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling;

Feit 2: op 8 juni 2025 te Hoensbroek openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam 1] en/of [naam 2] (primair) dan wel hen heeft mishandeld (subsidiair).

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde onder feit 1 en feit 2 primair.

De verdachte en medeverdachte lopen op de oprit van de slachtoffers en blijven de confrontatie met hen opzoeken. Ze onttrekken zich even, maar komen dan terug met een wapen. Dat wapen gaat van hand tot hand, wordt doorgeladen en er wordt geroepen dat er geschoten gaat worden. Daarnaast wordt door beide verdachten geslagen en is sprake van inwisselbare rollen. De verdachten hebben daarmee beiden evenveel aandeel gehad in de openlijke geweldpleging. De officier van justitie verwijst hierbij naar de aangiften, de getuigenverklaringen van [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] en de (beschreven) camerabeelden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw stelt zich ten aanzien van feit 1 op het standpunt dat dit bewezen kan worden. Ten aanzien van feit 2 bepleit zij vrijspraak. Er is geen sprake van openlijke geweldpleging dan wel mishandeling, omdat door de verdachten geen geweld is gebruikt. Er is niet geslagen of geschopt. Er is enkel sprake geweest van duwen en trekken als reactie op het duwen en trekken van aangevers. Er kan ook niet gesproken worden van een nauwe en bewuste samenwerking, noch van een significante bijdrage aan geweld. In de visie van de verdediging is geen sprake van inwisselbare rollen.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

Feit 1:

De rechtbank acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte de feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit.

de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 1 april 2026;

proces-verbaal van aangifte [naam 1] ;

- proces-verbaal van aangifte [naam 2] ;

- proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 4] ;

- proces-verbaal van bevindingen;

- proces-verbaal van bevindingen;

- proces-verbaal van bevindingen;

Feit 2:

Aangever [naam 1], woonachtig [adres 2] te Hoenbroek, gemeente Heerlen, heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Ik doe aangifte van bedreiging en zware mishandeling, mishandeling. Op zaterdag 7 juni ben ik samen met mijn vriendin en een stel vrienden naar het festival [naam 7] in Houthalen te België gegaan. […] Omstreeks 01.45 uur krijg ik een melding op mijn telefoon van ons camerasysteem dat er beweging is in onze tuin. Ik keek op de beelden en zag dat er 2 mannen in onze tuin stonden. Ik zag dat er 1 aan het plassen was tegen mijn hekwerk. [naam 8] belde [naam 2] op dat moment dat er 2 mannen bij ons in de voortuin stonden. Ik ben daarna samen met [naam 2] naar de woning gegaan om te kijken wat er aan de hand was bij onze woning. Toen ik de mannen zag heb ik ze aangesproken dat ze weg moesten gaan. Ik zag dat de mannen dat niet deden en de confrontatie met mij wilde opzoeken. Ik heb ze meerdere keren gezegd dat ze weg moesten gaan. […] Ik hoorde dat ze tegen mij zeiden dat ze mij niet verstonden en steeds dichter naar mij toe kwamen. Ik weet niet hoe vaak ik ze heb verteld dat ze weg moesten gaan. Ik hoorde dat ze zelden: "Wat zeg je". Elke keer dat ze dat zeiden kwamen ze steeds dichterbij. Op een gegeven moment stonden ze zo dicht bij elkaar dat we neus op neus stonden. De mannen waren er echt op uit om ruzie te maken. [naam 2] wilde ons nog uit elkaar halen om het te sussen. Hierna voelde ik dat ik een duw kreeg van een van hen.

Hierna ben ik in gevecht geraakt met de kleinere man (man 2). […] Ik ben door hem ook geduwd, vastgepakt en geslagen.

Hierdoor is mij t-shirt gescheurd. Ik zag dat de andere man (man 2) (de rechtbank begrijpt: man 1) [naam 2] sloeg en haar aanviel. Ik heb de kleinere man losgelaten en ben [naam 2] gaan helpen. Ik zag dat [naam 2] de man in een houdgreep had. Ik zag dat de kleinere man (man 2) terugkwam gelopen. Ik zag dat hij een vuurwapen in zijn hand had. Ik zag dat het een soort shotgun/jachtgeweer was. Ik zag dat hij hem met 2 handen vast moest houden. Ik zag dat hij op ons af kwam gelopen. Ik zag en voelde dat hij mij met de achterkant van het wapen de kolf op mijn neus sloeg. Ik voelde hierdoor een pijnscheut in mijn gezicht en hierdoor is mijn neus gebroken. Deze staat nu scheef. Ik zag dat hij met het wapen op mij richtte. Ik hoorde dat hij zei: "Wat moet je" Dit heeft hij heel vaak gezegd. Ik voelde mij hierdoor bedreigd en was bang dat hij mij dood zou schieten. Ik zag dat hij het wapen op [naam 2] richtte. Ik was bang dat hij haar ook iets aan zou doen. […] Door de mishandeling heb ik mijn neus gebroken, handen opengehaald. Heb ik een kras op mijn borstkast en is mijn t-shirt gescheurd. Ik ben bedreigd met een vuurwaren en was bang dat ze mij en of [naam 2] zouden doodschieten.

Aangeefster [naam 2] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Op zondag 8 juni 2025, omstreeks 06.00, uur nam ik, [naam 10] , de aangifte op inzake een bedreiging met een vuurwapen en mishandeling van mevrouw [naam 2] . […] Ik wil graag aangifte doen van bedreiging met een vuurwapen en mishandeling. Wij, mijn vriend ( [naam 1] ) en ik, waren naar een festival geweest gisteren. [naam 7] in Houthalen (B). […] [naam 8] kwam na korte tijd terug naar [naam 11] , waar wij nog verbleven. Hij zei dat er ruzie/stress bij ons op de oprit was. Ik weet niet meer precies hoe hij het verwoorde. Hij liet blijken alsof er meerdere mensen waren bij ons op de oprit. Wij zijn toen naar buiten gegaan en gaan kijken, wat er bij ons op de oprit aan de hand was. […] [naam 1] heeft toen op een duidelijke manier, de twee mannen die bij ons op de oprit stonden, verzocht de oprit te verlaten. […] Wij kregen niet echt antwoord op de vraag wat ze aan het doen waren. Maar ze gingen ook niet weg. Het sloeg snel om naar een dreigende situatie waarin mijn stemming ook omsloeg en ik boos reageerde, omdat ik mij geïntimideerd voelde.

Ze kwamen allebei op ons af namelijk. Er was op dit moment nog geen sprake van een gevecht, misschien een beetje duwen. […] De kleinere persoon is toen midden in het conflict weggegaan en de langere persoon bleef bij ons steeds de confrontatie aangaan. Na een tijdsbestek van ongeveer een minuut (ik weet niet zeker of dit een minuut was, maar het was maar zeer kort) kwam de kleinere persoon opeens weer terug en nam ons onder schot met een lang vuurwapen. Hij had deze met twee handen vast en had een grote, open loop. De kleur was zwart, beige. Het was een groot vuurwapen waar je ook hagel mee kan schieten, in ieder geval daar dacht ik aan. Hij dreigde hierbij verbaal dat hij zou schieten. Hij stond ongeveer twee meter van ons af, maar wisselde zijn afstand af naar soms 4 meter. Toen hij het vuurwapen op ons richtte voelde ik mij met de dood bedreigd en zeer angstig. Ik dacht dat hij ons wilde doodschieten. De stress in mijn lichaam nam in ieder geval toe. Vanaf dat moment weet ik het niet meer zo goed. Volgens mij is [naam 1] toen op de kleinere persoon afgegaan en ik op de langere persoon. […] Ik zag dat de kleine persoon naar achteren stapte en een klikgeluid maakte met het vuurwapen. Alsof hij hem aan het laden was. Ik had zijn oom toen al losgelaten en stond rechtop. Ik had op dat moment het paspoort van de oom op de grond zien liggen. Dit is waarschijnlijk in de worsteling op de grond gevallen. […] Ik heb door de mishandeling op dit moment pijn aan mijn knieën, blauwe plekken op mijn armen, een bloeduitstorting en pijn op de linkerborst/ sleutelbeen en erge spierpijn in de nek.

Getuige [naam 4] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

[…] De persoon van het paspoort bleef op straat en wilde niet weg. Hij maakte hints dat ze iets gingen halen. De kleine jongen liep weg en kwam twee à drie minuten later terug met een wapen. Hij was met het wapen aan het richten en aan het laden. We hoorden vijf à tien keer het klikken van de trekker.

De rechtbank heeft ter terechtzitting de camerabeelden bekeken en daarbij vastgesteld dat de grotere man, in het dossier omschreven als NNMAN 1, de verdachte [verdachte] betreft en de kleinere man, omschreven als NNMAN 2 de medeverdachte [medeverdachte] .

Het proces-verbaal van bevindingen waarin de bevindingen omtrent de camerabeelden van [adres 3] zijn gerelateerd – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende:

[...] Dit houdt in dat de tijdsweergave van deze betreffende camerabeelden ongeveer 17 min achterlopen op de daadwerkelijke tijd. In dit proces-verbaal wordt verder de systeemtijd van de camerabeelden weergegeven. […]

[…] Om 1:34:17 draait NNMAN 2 zich om en rent weg in de richting van de [adres 4] . NNMAN 1 is dan in gesprek met de aangever, nog steeds voor het raam van de woning [adres 5] . Om 01:35:40 draait NNMAN1 zich om en loopt weg in de richting van [adres 4] […]. Aangever en aangeefster lopen dan via het trottoir voor hun woning, in de richting van hun oprit. Op dat moment, dan 01:36:32 uur, komen er links in beeld weer twee personen aangelopen, zijnde NNMAN 1 en NNMAN 2. NNMAN 1 heeft een op een lang vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn handen en richt deze in de richting van aangever en aangeefster. […] Dan is te zien dat NNMAN 1 over het muurtje stapt met het wapen in zijn handen, direct gevolgd door NNMAN 2. NNMAN 1 loopt op aangeefster af en duwt/slaat haar waarna er een duw en trek gevecht plaats vindt. Dan wordt aangeefster weggetrokken door NNMAN 1 en NNMAN 2 bukt zich op de oprit. […] Dan komt de aangever op NNMAN 2 aflopen. En NNMAN 1 komt ten val tijdens het duw en trekwerk met aangeefster, waarna hij direct opstaat en er weer over en weer getrokken en geduwd wordt. Aangever rent achter NNMAN 2 aan en probeert deze met zijn arm te omvatten. Dit gevecht tussen NNMAN 2 en aangever is slecht te zien daar dit deels voor de woning van [adres 5] plaats vindt en een geparkeerde bus het zicht blokkeert. Dan rent NNMAN 2 de weg op, gevolgd door de aangever. NNMAN 2 draait zich om en richt het lange wapen op de aangever. […] NNMAN 2 loopt met het lange op een vuurwapen gelijkend voorwerp naar NNMAN 1, aangever en aangeefster en richt ermee in hun richting. […]

Het proces-verbaal van bevindingen waarin een aanvulling op de camerabeelden van [adres 3] is gerelateerd – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende:

De ingestelde tijd is afwijkend van de daadwerkelijke tijd. De tijdsweergave van deze betreffende camerabeelden loopt ongeveer 17 min achter op de daadwerkelijke tijd.

[…] Om 01:35:46 uur zie ik dat rechts in beeld NNMAN 1 het beeld in komt lopen. Hij loopt in de richting van de [adres 6] . Hij heeft dan niets in zijn handen. […] NNMAN 2 geeft iets over aan NNMAN 1. NNMAN 1 en NNMAN 2 lopen in de richting van de plaats delict. Dan is goed te zien dat NNMAN 1 een lang, op een vuurwapengelijkend voorwerp, in zijn handen heeft. Ze lopen vervolgens verder in de richting van de plaats delict en lopen het zicht uit van de camera. […]

De eigen waarneming van de rechtbank benoemd ter terechtzitting:

De rechtbank heeft bij het bekijken van de beelden ter terechtzitting benoemd - dat de NNMAN 1 (verdachte) met het op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand over het scheidingsmuurtje van de oprit stapt in de richting van aangeefster, en vervolgens met dat voorwerp een slaande beweging maakt in de richting van de borst van aangeefster en dat aangeefster daarbij naar achter beweegt.

Het proces-verbaal van bevindingen waarin de bevindingen omtrent de camerabeelden van [adres 2] en [adres 5] zijn gerelateerd – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende:

[adres 2] Hoensbroek […] Bestand 3, 8/6/2025, 1:56:05 CEST

[…] Vermoedelijk NNMAN 2 zegt: “Wat zeg je?” Hij spreekt met een vermoedelijk Antilliaans accent. Hij trekt/pakt een voorwerp uit de handen van NNMAN 1 en loopt in de richting van de aangever en heeft een voorwerp in zijn handen. Dit voorwerp betreft een lang smal voorwerp. […] Hij richt het voorwerp wel op de man en laat deze daarna ook weer zakken langs zijn lijf. In de aangifte/verhoor van aangever, verklaart aangever dat de daders een shotgun/jachtgeweer bij zich hadden. Qua vorm en afmeting van het voorwerp op de camerabeelden, zou dit over een kunnen komen met een shotgun dan wel jachtgeweer. NNMAN 1 blijft staan. […] NNMAN 1 loopt richting NNMAN 2. NNMAN 1 zegt iets, echter dit is onverstaanbaar. Dan komt aangeefster weer in beeld en zegt ook iets, maar ook dit is niet te verstaan. NNMAN 2 zegt "Wat zeg jij nu?” Hierbij houdt hij het voorwerp in zijn handen gericht in de richting van aangever en aangeefster.

De eigen waarneming van de rechtbank:

De rechtbank heeft ter terechtzitting geconstateerd dat op de compilatie van de beelden, in aanvulling op hetgeen beschreven is in het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [adres 2] met betrekking tot de camerabeelden, te zien is (complicatie omstreeks 08:19) dat NNMAN2 vervolgens het wapen in de lucht steekt. Ter terechtzitting heeft de rechtbank besproken dat zij eerder bij de voorbereiding van de zaak op de beelden heeft waargenomen (noot griffier: ter terechtzitting was er bij het afspelen van de beelden geen geluid hoorbaar) dat op dat moment ook een klik-geluid te horen is, gelijkend op het geluid van het doorladen van een wapen.

Uit de medische informatie omtrent [naam 1] volgt – zakelijk weergegeven – onder meer:

Uitwendig waargenomen letsel: gezwollen neus, scheefstand (deviatie rechts), mogelijk fractuur, meerdere conturieplekken borstkas en arm

Geschatte duur van de genezing: 4-6 weken

Uit de medische informatie omtrent [naam 1] volgt – zakelijk weergegeven – onder meer:

Conclusie: neusfractuur waarvoor repositie onder lokaal anesthesie.

Uit de medische informatie omtrent [naam 2] volgt – zakelijk weergegeven – onder meer:

[…] – Pt heeft blauwe plekken opgelopen tijdens worsteling/gevecht. Is erg geschrokken. […]

Bewijsoverwegingen

Feit 2

De rechtbank stelt voorop dat van het ‘in vereniging’ plegen van geweld sprake is, indien de betrokkenen een voldoende significante of wezenlijke bijdrage leveren aan het geweld, met dien verstande dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. Voor wat betreft de ‘openlijkheid’ van het in vereniging plegen van het geweld gaat het er in de kern om dat de geweldpleging zich op zodanige wijze en op een zodanige plaats moet hebben voltrokken dat de openbare orde is verstoord. Of van openlijkheid zoals bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) sprake is, is mede afhankelijk van het antwoord op de vraag of bij de geweldpleging in zekere zin willekeurig publiek aanwezig was of had kunnen zijn.

De aangevers hebben uitgebreid verklaard over hetgeen zich op die 7 juni 2025 te Hoensbroek, gemeente Heerlen heeft afgespeeld. De door aangevers in hun aangiftes beschreven gebeurtenissen worden, afgezien van de volgorde, ondersteund door de zich in het dossier bevindende (beschrijving van de) camerabeelden, de verklaring van getuige [naam 4] en het door aangevers opgelopen letsel.

Op de camerabeelden is te zien dat er op de [straat] , een openbare weg, een discussie plaatsvindt tussen aangevers en de verdachten waarbij over en weer wordt geduwd en getrokken. Dat duwen en trekken kwalificeert de rechtbank nog niet als een openlijke geweldpleging. Dat verandert op het moment dat de verdachten, na even weg te zijn geweest, terugkomen met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp.

Samen lopen zij terug - waarbij het wapen door de medeverdachte aan de verdachte wordt overgegeven – en waarbij het wapen tijdens het aanlopen op aangever wordt gericht. De aangevers worden op deze manier in een hoek gedreven waarna de verdachten nagenoeg gelijktijdig over het scheidingsmuurtje heen stappen, de oprit van aangever op en in hun richting. De verdachte maakt dan met het wapen dat hij in zijn handen heeft een slaande beweging in de richting van de borst van aangeefster en de rechtbank stelt, op basis van de camerabeelden waarop te zien is dat aangeefster daarbij naar achteren beweegt en het geconstateerde letsel (bloeduitstorting op de linkerborst/sleutelbeen) vast dat zij daarbij geraakt wordt. Het wapen valt vervolgens uit de handen van de verdachte, waarna de medeverdachte het wapen, dat op de grond gevallen is, op pakt. Ondertussen trekt de verdachte aangeefster naar zich toen en raakt hij met haar in gevecht. Nadat de medeverdachte het wapen heeft opgepakt raakt hij op zijn beurt in gevecht met aangever. Dit gevecht speelt zich weliswaar deels af achter een busje en is daarom niet volledig zichtbaar op de camerabeelden, maar door aangever wordt verklaard dat hij met een wapen op zijn neus is geslagen door de kleinere man (naar de rechtbank begrijpt: medeverdachte) en uit de medische informatie volgt dat hij ook een gebroken neus heeft opgelopen. Het kan naar het oordeel van de rechtbank, op basis van de camerabeelden, waarop geen ander moment te zien is waarop de medeverdachte met het wapen in gevecht is met aangever, niet anders dan dat dat op dat moment is gebeurd.

Door samen op te trekken en allebei geweld te gebruiken hebben beide verdachten naar het oordeel van de rechtbank een voldoende significante of wezenlijke bijdrage geleverd aan het gepleegde geweld. De rechtbank acht dan ook het onder feit 2 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

T.a.v. feit 1:

op 8 juni 2025 te Hoensbroek, gemeente Heerlen tezamen en in vereniging, [naam 1] en [naam 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling door

- in een dreigende houding op die [naam 1] en die [naam 2] , af te lopen,

- die [naam 1] en die [naam 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen,

- dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [naam 1] en die [naam 2] te richten,

- dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, door te laden,

- met dat vuurwapen, althans met dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, (in de lucht) trachten te schieten, en

- dreigend die [naam 1] en/of die [naam 2] de woorden toe te voegen 'ik ga schieten',

in elk geval woorden van gelijke bedreigende aard en/of strekking;

T.a.v. feit 2 primair:

op 8 juni 2025 te Hoensbroek, gemeente Heerlen aan de [straat] , openlijk, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen meer personen, te weten [naam 1] en [naam 2] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit

- die [naam 2] te slaan en trekken, en

- die [naam 1] met een (vuur)wapen, in elk geval met enig voorwerp, in het gezicht te slaan, terwijl het door verdachte en zijn mededader gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge had.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging zijn in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet in zijn belangen geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

T.a.v. feit 1:

medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd

en

medeplegen van bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd

T.a.v. feit 2 primair:

openlijk en in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd aan het voorwaardelijk deel de bijzondere voorwaarden te verbinden zoals geadviseerd door de reclassering, waarbij het contact- en locatieverbod dadelijk uitvoerbaar dienen te worden verklaard.

De officier van justitie heeft bij het formuleren van haar eis rekening gehouden met de ernst van de feiten en de houding van de verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht te volstaan met een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de duur van het voorarrest, eventueel met een voorwaardelijk deel waaraan de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering verbonden kunnen worden. Een contact- en locatieverbod hoeft daar geen onderdeel van te zijn, nu de verdachte aangevers niet kent, niet meer in de straat is geweest en geen behoefte heeft daar terug te keren en/of contact te zoeken.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich in de nacht samen met zijn neef, de medeverdachte, opgehouden op het terrein van aangevers, waarbij de verdachte op de oprit van aangevers stond te urineren. Wanneer aangevers hen verzoeken om weg te gaan raken ze in discussie. In plaats van weg te gaan, waarvoor de verdachten voldoende gelegenheid hadden, is de medeverdachte naar de woning van de verdachte gelopen om een (op een) vuurwapen (gelijkend wapen) te halen en samen met de verdachte aangevers hiermee te bedreigen. Daarnaast heeft de verdachte zich samen met de medeverdachte schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Aangevers hebben hier niet alleen fysiek letsel, een gebroken neus en blauwe plekken, aan overgehouden, maar ook psychisch letsel. Dergelijke ernstige feiten hebben een grote impact op de slachtoffers en versterken ook gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.

Naar het oordeel van de rechtbank kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde en rekening houdend met strafopleggingen in andere vergelijkbare zaken, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank ziet in de persoon van de verdachte wel aanleiding een deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. De verdachte heeft weliswaar een strafblad, maar daarop staan geen recente veroordelingen. Het lijkt erop dat de verdachte zijn leven inmiddels heeft gebeterd. De rechtbank ziet in het strafblad van de verdachte dan ook geen aanleiding daarmee in strafverzwarende zin rekening te houden. De reclassering schrijft in haar advies van 14 oktober 2025 dat het delict in een opwelling lijkt te hebben plaatsgevonden waarbij de impulsbeheersing van de verdachte kan worden aangemerkt als risicofactor. Het risico op recidive wordt door de reclassering ingeschat als gemiddeld. Om die reden adviseert de reclassering een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. De verdachte is bereid mee te werken aan reclasseringstoezicht, ook als dat het volgen van een gedragstraining en ambulante behandeling inhoudt. De intake voor ambulante behandeling heeft inmiddels ook plaatsgevonden. De verdachte is vastberaden zijn leven weer op te pakken. Hij neemt op dit moment actief deel aan dagbesteding bij [instelling] , waar hij ook begeleid woont en is actief bezig met het zoeken naar werk.

De rechtbank legt, alles afwegende, aan de verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 83 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van 2 jaar. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf zal de rechtbank als bijzondere voorwaarden verbinden: meldplicht bij de reclassering, een gedragsinterventie cognitieve vaardigheden, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang en dagbesteding. De rechtbank zal geen contact- en locatieverbod opleggen omdat de noodzaak daartoe onvoldoende is gebleken. De verdachte woont immers niet meer in de buurt en kent aangevers niet. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis bij het niet of niet naar behoren verrichten van die taakstraf.

7. De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De vordering van de benadeelde partij

[naam 1]

De benadeelde partij [naam 1] vordert schadevergoeding tot een bedrag van 6.703,11 euro. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:

eigen bijdrage behandeling psycholoog: 2.880,48 euro

parkeerkosten ziekenhuisbehandeling: 6 euro

reiskosten: 16,53 euro

immateriële schade: 3.800 euro

De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[naam 2]

De benadeelde partij vordert schadevergoeding tot een bedrag van 4.163,47 euro. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:

eigen risico behandeling psycholoog: 517,72 euro

kosten behandeling fysiotherapeut: 97,25 euro

kosten rapport fysiotherapeut: 148,50 euro

immateriële schade: 3.400 euro

De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

[naam 1] en [naam 2]

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de gevorderde bedragen tot schadevergoeding vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

[naam 1] en [naam 2]

De verdediging heeft ten aanzien van de door [naam 1] gevorderde materiële schade bepleit dat de kosten voor de psycholoog enkel in ‘offerte-vorm’ zijn opgenomen. Het is niet duidelijk of de geoffreerde werkzaamheden hebben plaatsgevonden en de bijdragen zijn betaald. De verdediging verzoekt deze post niet toe te wijzen.

De door de benadeelden gevorderde bedragen aan immateriële schade zijn wat de verdediging betreft te hoog, zeker gelet op het aandeel dat aangevers zelf hebben gehad in het uiteindelijk escaleren van de situatie, hetgeen moet leiden tot een vermindering van het toe te kennen schadebedrag.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat door het handelen van de verdachte en zijn medeverdachte bij de benadeelde partijen rechtstreekse schade is toegebracht.

Eigen schuld

De verdediging heeft ten aanzien van de immateriële schade een beroep gedaan op eigen schuld aan de zijde van de benadeelde partijen. Gelet op artikel 6:101 BW kan de vergoedingsplicht van de verdachte worden verminderd als de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend (‘eigen schuld’).

De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt bij eigen schuld is dat de schade wordt verdeeld over de benadeelde en de aansprakelijke in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden aan de schade hebben bijgedragen. De rechtbank overweegt dat uit het dossier volgt dat zowel de benadeelden als de verdachten hebben bijgedragen aan de escalatie en het geweld en dat beide partijen de gelegenheid hebben gehad zich aan de situatie te onttrekken. De verdachten zijn (uiteindelijk) weg gegaan en hadden vooral niet terug moeten komen met een wapen. De benadeelden, die zich met name tijdens de eerste confrontatie (voorafgaand aan het halen van het wapen, niet onbetuigd hebben gelaten door meermaals de confrontatie met verdachten op te blijven zoeken en hen daarbij ook meermaals te duwen, hadden hun woning in kunnen gaan nadat de verdachten waren vertrokken. De rechtbank is daarom van oordeel dat beide partijen een even groot aandeel hebben in de ontstane schade. Zij zal daarom de helft van het volgens de rechtbank hierna toe te wijzen bedrag toewijzen en de vorderingen voor het overige afwijzen.

[naam 1]

De rechtbank is van oordeel dat de posten a tot en met c (de materiële schade) voldoende zijn onderbouwd en in voldoende rechtstreeks verband staan tot het bewezenverklaarde feit. Deze posten acht zij dan ook voor toewijzing gereed. Dat het niet alleen bij een offerte is gebleven en [naam 1] ook daadwerkelijk behandelingen bij de psycholoog heeft gehad, leidt de rechtbank mede af uit het gegeven dat er door de psycholoog ook een diagnose wordt gesteld.

Ten aanzien van post d (de immateriële schade) overweegt de rechtbank dat zij voor de hoogte acht heeft geslagen op de Rotterdamse schaal. Een bedrag van 3.800 euro zoals gevorderd komt haar gelet hierop niet onredelijk voor en acht zij voor toewijzing gereed.

Gelet op de hiervoor vastgestelde mate van eigen schuld, zullen deze bedragen voor de helft worden toegewezen. Dat betekent dat ten aanzien van de materiële schade een bedrag van 1.451,55 euro zal worden toegewezen en ten aanzien van de immateriële schade een bedrag van 1.900 euro. De rechtbank wijst de vordering voor het overige af.

[naam 2]

De rechtbank is van oordeel dat de posten a tot en met c (de materiële schade) voldoende zijn onderbouwd en onvoldoende gemotiveerd zijn betwist. Deze posten acht de rechtbank dan ook voor toewijzing gereed.

Ten aanzien van post d (de immateriële schade) overweegt de rechtbank dat zij voor de hoogte acht heeft geslagen op de Rotterdamse schaal. Zij is van oordeel dat in dit geval een bedrag van 1.500 euro passend is en zal het gevorderde bedrag aan immateriële schade dan ook tot 1.500 euro matigen.

Gelet op de hiervoor vastgestelde mate van eigen schuld, zullen deze bedragen voor de helft worden toegewezen. Dat betekent dat ten aanzien van de materiële schade een bedrag van 381,74 euro wordt toegewezen en voor de immateriële schade 750 euro. De rechtbank wijst de vordering voor het overige af.

Wettelijke rente, schadevergoedingsmaatregel en hoofdelijk

Het toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 november 2025 tot aan de dag der algehele voldoening en het bedrag aan immateriële schadevergoeding dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank ziet verder aanleiding om de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen, waarbij ook het bedrag aan materiële schadevergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 november 2025 tot aan de dag der algehele voldoening en het bedrag aan immateriële schadevergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de vorderingen van de benadeelde partijen hoofdelijk toewijzen en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk opleggen, aangezien deze vorderingen tevens in de strafzaak van medeverdachte zijn ingediend. De verdachte wordt aldus veroordeeld tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te voldoen voor zover deze vorderingen niet reeds door of namens een medeverdachte zijn betaald.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 57, 141, 285 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

meldplicht bij reclassering

de veroordeelde houdt zich aan afspraken met toezichthouder [naam 12] van [reclassering] . De veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

gedragsinterventie cognitieve vaardigheden

(afhankelijk van het verloop van zijn behandeltraject) neemt de veroordeelde actief deel aan de CoVa, I-respect of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden danwel een opfriscursus, nader te bepalen door de reclassering. De veroordeelde houdt zich aan afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;

ambulante behandeling

de veroordeelde laat zich behandelen door de Rooyse Wissel of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;

begeleid wonen of maatschappelijke opvang

de veroordeelde verblijft bij [instelling] zo lang als de reclassering dat nodig acht. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

dagbesteding

de veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk. Tot de veroordeelde erin is geslaagd werk te vinden, zal hij blijven deelnemen aan dagbesteding bij [instelling] .

Voorlopige hechtenis:

- heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

[naam 1]

[naam 2]

Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.A. Wouters, voorzitter, mr. E.B.A. Ferwerda en mr. J. Linders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.M.N.F. Roelofs, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 april 2026.

Buiten staat

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

T.a.v. feit 1:

hij op of omstreeks 8 juni 2025 te Hoensbroek, gemeente Heerlen tezamen en in vereniging, althans alleen [naam 1] en/of [naam 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling door

- in een dreigende houding op die [naam 1] en/of die [naam 2] , af te lopen,

- die [naam 1] en/of die [naam 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen,

- dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [naam 1] en/of die [naam 2] te richten,

- dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, door te laden,

- met dat vuurwapen, althans met dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, (in de lucht) trachten te schieten, en/of

- dreigend die [naam 1] en/of die [naam 2] de woorden toe te voegen 'ik ga schieten',

in elk geval woorden en/of gedragingen van gelijke bedreigende aard en/of strekking;

T.a.v. feit 2

primair:

hij op of omstreeks 8 juni 2025 te Hoensbroek, gemeente Heerlen op de oprit van een woning aan de [straat] , in elk geval openlijk, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [naam 1] en/of [naam 2] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit

- die [naam 1] en/of die [naam 2] (meermaals) te slaan en/of duwen en/of trekken en/of schoppen, en/of

- die [naam 1] met een (vuur)wapen, in elk geval met enig voorwerp, in het gezicht te slaan,

terwijl het door verdachte en/of zijn mededader(s) gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge had;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 8 juni 2025 te Hoensbroek, gemeente Heerlen [naam 1] en/ [naam 2] heeft mishandeld, door

- die [naam 1] en/of die [naam 2] (meermaals) te slaan en/of duwen en/of

trekken en/of schoppen, en/of

- die [naam 1] met een (vuur)wapen, in elk geval met enig voorwerp, in het

gezicht te slaan.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?