ECLI:NL:RBLIM:2026:3865

ECLI:NL:RBLIM:2026:3865

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 14-04-2026
Datum publicatie 21-04-2026
Zaaknummer C/03/23/178 F
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Afwijzing omzetting faillissement naar schuldsaneringsregeling. De situatie van verzoeker is niet zodanig stabiel dat de nakoming van de schuldsaneringsverplichtingen is gewaarborgd, zoals de wetgever heeft overwogen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling na faillissement

Toezicht / insolventies

insolventienummer: C/03/23/178 F

Vonnis van 14 april 2026

in de zaak van

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] ,

woonadres: [woonplaats] , [adres] ,

voorheen handelend onder de naam [handelsnaam] ,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [KvK nummer] ,

verzoeker.

1. Het verloop van de procedure

Het verzoekschrift strekt tot opheffing van het op 17 oktober 2023 uitgesproken faillissement van verzoeker en het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Het faillissement is uitgesproken op eigen aangifte.

Ter behandeling van het verzoek op 26 maart 2026 zijn verschenen:

de heer [verzoeker] , verzoeker;

mr. J.P.M. Dexters, advocaat van verzoeker;

mevrouw [naam partner] , partner van verzoeker;

mr. [naam curator] curator;

mevrouw [naam kantoorgenoot] , kantoorgenoot van de curator.

In het faillissement is nog geen verificatievergadering gehouden.

2. De beoordeling

Een verzoek om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen indien (a.) voldoende aannemelijk is dat [verzoeker] niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, (b.) hij ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van de schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoek is ingediend te goeder trouw is geweest en (c.) hij zich aan de verplichtingen van de regeling zal houden en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.

De rechtbank heeft geen reden eraan te twijfelen dat aan de criteria onder a. is voldaan.

Ten aanzien van het criterium onder b. is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de ruim € 260.000,- aan schulden die zijn ontstaan in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoek is ingediend te goeder trouw zijn aangegaan. In beginsel staat dit aan toelating tot de schuldsaneringsregeling in de weg. Dit is anders indien voldoende aannemelijk is dat [verzoeker] de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van de schulden onder controle heeft gekregen; dit is de zogenoemde hardheidsclausule.

[verzoeker] doet een beroep op deze hardheidsclausule. Hij heeft geen eigen bedrijf meer en is volgens eigen zeggen ook niet meer van plan ooit nog voor zichzelf te beginnen. Het overgrote deel van de schulden, zo niet alle, zijn gemaakt in het kader van zijn eigen bedrijf. Hij is twee dagen na faillietverklaring fulltime in dienst getreden bij zijn huidige werkgever, waar hij een fulltime baan heeft. Hij heeft dus direct het heft in eigen handen genomen door fulltime in dienst te treden. Inmiddels voldoet hij dus al 2,5 jaar aan de arbeidsplicht zoals die geldt in de schuldsaneringsregeling. Hij heeft ook afgedragen conform het Vtlb. Aldus is voldoende aannemelijk dat [verzoeker] zijn gedrag wezenlijk heeft veranderd en qua schulden een stabiele situatie heeft gecreëerd die wezenlijk anders is dan de situatie waarin hij zich bevond op het moment dat hij niet te goeder trouw handelde bij het aangaan van die schulden. Het beroep op de hardheidsclausule wordt gehonoreerd. Criterium b. staat derhalve niet in de weg aan toelating tot de schuldsaneringsregeling.

Problematischer is criterium c. [verzoeker] is afgelopen december is uitgevallen met burn-outklachten en zit nog altijd in de re-integratiefase (hij werkt momenteel zes uur per dag). Bij psychische klachten bepaalt het toepasselijke landelijke procesreglement dat verzoeker in beginsel alleen wordt toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, indien aannemelijk is dat deze problemen al enige tijd beheersbaar zijn, wat dient te worden bevestigd door een hulpverlener of hulpverlenende instantie. Of de problemen beheersbaar zijn is niet te beoordelen, en wordt in ieder geval niet bevestigd in een zogenaamde beheersbaarheidsverklaring. De vraag is dan of hij zich aan de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling zal kunnen houden. [verzoeker] voert aan dat hij ook na de einddatum van de huidige arbeidsovereenkomst (oktober 2026) bij zijn huidige werkgever kan blijven werken, aangezien deze werkgever een vroegere zakenrelatie betreft en zij elkaar dus al lange tijd kennen en met elkaar samenwerkten. Maar wat als hij een terugval krijgt of weer helemaal uitvalt? Dat dit een onaannemelijk scenario is, is – nu er geen beheersbaarheidsverklaring is overgelegd – onvoldoende aangetoond en de schuldsaneringsregeling is nadrukkelijk niet op hulpverlening gericht. Dat hij aan de overige verplichtingen zal blijven voldoen (de informatieplicht, afdrachtplicht, meewerkplicht en de plicht om geen nieuwe schulden aan te gaan) is wel aannemelijk, want de curator heeft aangevoerd dat hij gedurende het faillissement al deze verplichtingen – ondanks zijn burn-out – is blijven nakomen. Dat doet er echter niet aan af dat onvoldoende is komen vast te staan dat de problematiek in voldoende mate beheersbaar is, laat staan dat voldoende is komen vast te staan dat die beheersbaarheid duurzaam is. Immers is de uitval recent en de re-integratie nog gaande. Aldus is niet voldaan aan criterium c.

Ook ten aanzien van criterium c. bestaat de mogelijkheid om een beroep te doen op de hardheidsclausule, maar anders dan bij criterium b. slaagt dit beroep niet. Op dit punt kan immers niet worden geconcludeerd dat de problemen inmiddels zijn overwonnen en de situatie zodanig stabiel is dat de nakoming van de schuldsaneringsverplichtingen is gewaarborgd, zoals de wetgever heeft overwogen. Om deze reden wordt het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.

3. De beslissing

De rechtbank

wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026 in tegenwoordigheid van R.P.E.M. Hammes, griffier.

Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?