proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
15 januari 2026 in de zaak tussen
[naam] , verzoekster
[naam] , verzoeker
(tezamen verzoekers)
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Simpelveld, het college
(gemachtigden: mr. P.E.M. Jeukens, I. Kurtic en V. Coenen).
Inleiding
Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van het college van de aanvraag van verzoekers voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op basis van een Sociaal Medische Indicatie (SMI).
Het college heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 11 november 2025 afgewezen. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 15 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers en de gemachtigden van het college.
Na afloop van zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en treft de voorlopige voorziening dat het college de tegemoetkoming voor de kosten van de kinderopvang moet blijven betalen tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. Het college heeft in het bestreden besluit de aanvraag van verzoekers voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op basis van een SMI afgewezen voor het jaar 2026. Daarbij heeft het college verwezen naar een analyseverslag. In het verslag staat dat verzoekers onvoldoende gezocht hebben naar een oplossing vanuit eigen kracht. De voorzieningenrechter heeft haar twijfels bij de deugdelijkheid van het onderzoek door het college. Betwijfeld wordt of het college wel voldoende heeft uitgevraagd naar de eigen mogelijkheden van verzoekers.
4. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. In deze zaak is er voor verzoekers een financieel belang. De voorzieningenrechter acht verder in het kader van de vereiste spoedeisendheid van belang dat verzoekers ter zitting een invoelbaar groot belang hebben geuit bij het continueren van de opvang van [naam] . Het is een onrustige tijd voor het gezin van verzoekers en ze zijn vooral gebaat bij rust en continuïteit waarbij de opvang in stand kan worden gelaten. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat het belang van verzoekers bij de rust en continuïteit voor het gezin in dit geval zwaarder weegt dan het belang van het college. In bezwaar zal er nader onderzoek moeten plaatsvinden door het college.
Conclusie en gevolgen
5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening dan ook toe en treft de voorlopige voorziening dat het college de tegemoetkoming voor de kosten van de kinderopvang moet blijven betalen tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, dient het college het door verzoekers betaalde griffierecht te vergoeden. De vergoeding van de proceskosten vindt plaats volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Verzoekers hebben geen professionele gemachtigde, dus zij hebben hiervoor geen kosten gemaakt. Wel kent de voorzieningenrechter een vergoeding toe voor reiskosten.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2026 door mr. K.M.P. Jacobs, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.K.M. Bohnen, griffier.
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: 16 januari 2026.