RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
zaaknummers : 12112298 BM VERZ 26-903 en 12112292 BM VERZ 26-356
dossiernummer : BM 387125datum : 14 april 2026
beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
Ausilio B.V.,
correspondentieadres: Postbus 8053, 5901 AB Venlo,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
wonende te [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene.
1. procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
de beschikking van 23 december 2024 met zaaknummer 11457735 BM VERZ 24-6113 waarbij de vorige bewindvoerder van betrokkene (mw. [naam] , zijn moeder) is ontslagen en de huidige bewindvoerder (Ausilio B.V.) is benoemd, inclusief de hieraan ten grondslag liggende stukken
de brief van Ausilio van 10 maart 2025
de door Ausilio over 2022 tot en met 2024 opgestelde rekeningen en verantwoordingen, met de hierbij gegeven toelichting
de brief van de griffier aan de vorige bewindvoerder, met een verzoek om een reactie,
de door [naam] bij e-mail van 4 maart 2026 meegestuurde reactie.
Ten slotte is beschikking bepaald.
2. feiten
Bij beschikking van 19 april 2018 zijn met ingang van 20 april 2018 de goederen die (zullen) toebehoren aan betrokkene onder bewind gesteld. Hierbij is tevens een mentorschap
ingesteld ten behoeve van betrokkene. De bewindvoerder en mentor was voorheen [naam] .
Bij beschikking van 23 december 2024 is [naam] per 1 januari 2025 op eigen verzoek ontslagen als bewindvoerder en is Ausilio B.V. benoemd per dezelfde datum. [naam] is ontslagen van de verplichting om eindrekening en -verantwoording af te leggen. Ausilio heeft de opdracht gekregen de rekening en verantwoordingen over de jaren 2022, 2023 en 2024 af te leggen, met de bepaling dat zij hiervoor vijf extra uren aan beloning in rekening mag brengen.
Vervolgens is nog een aanvullende beloning toegekend van 26 uur, omdat het opstellen van de eindrekeningen en -verantwoordingen meer tijd in beslag nam dan aanvankelijk begroot.
3. standpunten
De bewindvoerder brengt het volgende naar voren.
“In de beschikking onder bewindstelling werd aan ons als opvolgend bewindvoerder verzocht R&V op te stellen over de voorgaande jaren 2022 t/m 2024. Dit in verband met het door mevrouw [naam] uitgevoerde familiebewind over deze periode zonder dat hiervoor R&V werd afgelegd aan uw rechtbank.
Toen bleek dat de in de beschikking onder bewindstelling toegekende extra uren niet toereikend waren voor de volledige inventarisatie heeft u 26 aanvullende extra uren toegekend. Voor de volledigheid laten wij u weten dat de toegekende 31 uren - op 1 uur na - toereikend zijn gebleken.
Uit de inventarisatie blijkt een schadebedrag van in totaal € 43.259,58. Als bijlagen sturen wij u separate overzichten 2022, 2023 en 2024 waarbij op de voorbladen de totalen van dat jaar zichtbaar zijn. In de maandoverzichten achter de totaalstaat hebben wij gespecificeerd waar en op welke datum werd gegokt, welke bedragen [naam] naar haar eigen rekening overboekte en soms terugboekte, de winsten die vanuit de goksites werden overgeboekt en tot slot de pintransacties die werden uitgevoerd. Dit laatste is specifiek vermeld omdat hij [lees: betrokkene] zelf niet het beheer over zijn rekening en bankpas had. Ook doet het pingedrag vermoeden - vanwege b.v. de tijdstippen, locaties en meerdere pintransacties snel na elkaar in opvolgende tijdstippen - dat ook deze gelden werden gebruikt om te gokken.
Nu het schadebedrag is berekend verzoeken wij u de schade ambtshalve vast te stellen.”
[naam] heeft geen verweer gevoerd. Zij gaat akkoord met de aangeleverde bevindingen van Ausilio en is zich er zelf bewust van hoe de situatie is ontstaan, zo schrijft zij in een brief die ze aan de rechtbank heeft gestuurd.
4. beoordeling
Een bewindvoerder is aansprakelijk jegens een betrokkene als die in de zorg van een goed bewindvoerder te kort schiet. Dit is alleen anders als de tekortkoming de bewindvoerder niet kan worden toegerekend.
[naam] betwist niet dat zij geld van betrokkene heeft gebruikt om te gokken, dat ze geld van betrokkene aan zichzelf heeft overgemaakt en dat ze voor zichzelf bedragen heeft gepind van de rekening van betrokkene. Zij betwist ook niet dat zij als bewindvoerder hierdoor is tekortgeschoten in de zorg van een goed bewindvoerder en voert ook niet aan dat die tekortkoming haar niet kan worden toegerekend. Dit betekent dat in rechte vaststaat dat zij is tekortgeschoten in de zorg van een goed bewindvoerder en dat zij aansprakelijk is voor de schade die betrokkene hierdoor heeft geleden.
De kantonrechter kan ambtshalve de schade vaststellen die betrokkene door slecht bewind heeft geleden en de bewindvoerder veroordelen tot vergoeding daarvan. De vraag is dan hoe hoog die schade is.
Ausilio heeft begroot dat de schade € 43.259,58 bedraagt en [naam] heeft hiertegen geen verweer gevoerd. De kantonrechter vindt daarom voldoende aannemelijk dat de bewindvoerder dit bedrag onrechtmatig aan zichzelf heeft besteed in plaats van aan betrokkene en dat dit dus als schade moet worden aangemerkt. Immers, had de bewindvoerder dit geld niet aan zichzelf besteed, dan had dit bedrag nog op de rekeningen van betrokkene gestaan.
Hierbij komt het bedrag dat Ausilio in rekening heeft mogen brengen bij betrokkene in het kader van het onderzoek en het opstellen van de rekening en verantwoording, te weten 31 uur. Uit de toelichting blijkt dat daar bovenop nog één uur aan beloning in rekening moet worden gebracht. Deze kosten zouden niet zijn gemaakt als [naam] niet was tekortgeschoten als bewindvoerder. Ook voor het hiermee gemoeide bedrag is [naam] dus aansprakelijk, zodat zij ook tot betaling hiervan zal worden veroordeeld.
beslissing
De kantonrechter:
kent aan Ausilio op grond van artikel 3 lid 6 van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren in aanvulling op de reeds toegekende 5 en 26 uur nog een aanvullende beloning toe van 1 uur,
stelt vast dat [naam] toerekenbaar is tekortgeschoten in de zorg van een goed bewindvoerder in de zin van artikel 1:444 BW,
stelt vast dat [naam] aansprakelijk is jegens betrokkene voor de door deze geleden schade,
stelt ambtshalve de door [naam] door tekortschietend bewind veroorzaakte schade vast op € 43.259,58 plus het bedrag van de aan Ausilio B.V. toegekende aanvullende beloning van 32 uur,
- veroordeelt [naam] tot betaling hiervan aan betrokkene,
- verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.M. Drenth, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.