ECLI:NL:RBLIM:2026:4059

ECLI:NL:RBLIM:2026:4059

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 28-04-2026
Datum publicatie 28-04-2026
Zaaknummer 03.000931.24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Bankhelpdeskfraude. Veroordeling voor het medeplegen van oplichting en diefstal in vereniging, beide meermalen gepleegd, tot een gevangenisstraf van 8 maanden met aftrek. Vordering benadeelde partij deels afgewezen en deels niet-ontvankelijk. Gevorderde schadevergoedingsmaatregelen afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03.000931.24

Tegenspraak (gemachtigde raadsvrouw)

Vonnis van de meervoudige kamer van 28 april 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] Burggraaf ,

geboren te [geboortegegevens] 2003,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. N.C.M.L. Bloebaum, advocaat te Maastricht.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 april 2026. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsvrouw. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Het slachtoffer [naam slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij is niet op zitting verschenen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.

Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaken tegen [naam medeverdachte 1] (parketnummer 03.083831.23) en [naam medeverdachte 2] (parketnummer 03.000956.24).

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: in de periode van 6 april 2023 tot en met 22 april 2023 al dan niet samen met een of meer anderen [naam slachtoffer 2] , [naam slachtoffer 3] en [naam slachtoffer 1] heeft opgelicht door middel van bankhelpdeskfraude;

Feit 2: in de periode van 6 april 2023 tot en met 22 april 2023 al dan niet samen met een of meer anderen geld heeft gestolen van die [naam slachtoffer 2] , [naam slachtoffer 3] en [naam slachtoffer 1] met gebruikmaking van de door bankhelpdeskfraude verkregen bankpassen en pincodes.

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen feiten 1 en 2

Ten aanzien van het slachtoffer [naam slachtoffer 2] :

[naam slachtoffer 2] verklaarde in haar aangifte – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:

Adres: [adres 1] Brunssum. Hierbij doe ik aangifte van fraude. Op 6 april 2023 omstreeks 11:00 uur werd ik gebeld door een medewerker van de bank ‘ABN AMRO’. Hij stelde zich voor als [naam 1] . Hij vertelde mij dat er onregelmatigheden aan de gang waren en noemde een Marokkaanse naam die probeerde om op mijn rekening te komen. Om te voorkomen dat er geld van de rekening afgeschreven zou worden, zou ik een nieuwe bankpas en e.dentifier krijgen. Hij vertelde dat ik eerst een nieuwe pincode moest pakken. Daarna moest ik achtereenvolgens de oude en de nieuwe pincode inspreken. Dit heb ik gedaan. Hij zei dat alles in orde was en de verbinding is toen verbroken. Later in de middag werd ik weer door een persoon van de ABN AMRO gebeld. Hij stelde zich voor als [naam 2] . Hij zei tegen mij dat de bankpas en e.dentifier opgehaald zouden worden door een collega. Hij vroeg of ik een envelop had waar ik deze in kon doen. Op de envelop moest ik een code schrijven.

Binnen enkele minuten werd er bij mij aangebeld. Er stond een jonge man aan de deur. Hij vertelde dat hij de bankpas kwam halen. Hij identificeerde zich met een pasje. Ik heb hem de envelop gegeven en hij is weer weggegaan. Daarna heb ik mijn zoon gebeld en verteld wat er gebeurd was. Mijn zoon heeft gelijk op de rekening gekeken. Hij zag dat er om 19:01 uur bij de pinautomaat Albert Heijn gelegen aan de Kennedylaan te Brunssum 500 euro was gepind.

Verbalisant [naam verbalisant 3] relateerde over de pintransacties onder meer als volgt:

Ik werd op 12 april 2023 gebeld door de heer [naam 3] , de zoon van [naam slachtoffer 2] . Hij gaf aan dat zij van de bank hadden vernomen dat sinds de pinpas weggenomen was de volgende transacties en pogingen hiertoe plaatsgevonden hadden:- 6 april 2023, te 19.01 uur, op een automaat van Geldmaat, locatie Albert Heijn, Kennedylaan 90 te Brunssum. Hier bleek 500 euro te zijn gepind;- 6 april 2023, te 19.03 uur, op een automaat van Geldmaat, locatie Albert Heijn, Kennedylaan 90 te Brunssum. Dit betrof een poging om geld af te halen;- 6 april 2023, te 19.34 uur, op een automaat van Geldmaat, nummer 910428. Dit betrof een poging om geld af te halen; - 7 april 2023, te 20.10 uur, op een automaat van Geldmaat, nummer 910428. Dit betrof een poging om geld af te halen. Na telefonisch contact met Geldmaat bleek de automaat 910428 te horen bij de locatie Laurastraat 51 te Eygelshoven.

Verbalisant [naam verbalisant 2] relateerde over de camerabeelden onder meer als volgt:

Uit een gehouden buurtonderzoek in de directe nabijheid van de woning (de rechtbank begrijp: van [naam slachtoffer 2] ) zijn meerdere camerabeelden veiliggesteld. In dit proces-verbaal werden deze beelden in chronologische volgorde verwerkt.

Beelden [adres 2] te Brunssum:

Op donderdag 6 april 2023 omstreeks 17:57:03 uur kwam vanuit de Schepenstraat te Brunssum een grijze auto, merk: Daihatsu Cuore. Op de bewegende beelden was te zien dat er in de auto twee personen zichtbaar waren. Het Nederlandse kenteken van de auto was zeer vermoedelijk [nummer kenteken] .

Beelden Leenheerstraat 56 en 62 te Brunssum:

Omstreeks 17:57:34 uur parkeerde de auto naast het hekwerk van de woning [adres 3] .

Omstreeks 18:30:59 uur kwam vanuit de richting van de [adres 3] een onbekende man aanlopen (foto 3).

Omstreeks 18:38:12 uur rende dezelfde persoon terug richting de Leenheerstraat (foto 4) om vervolgens omstreeks 18:38:15 uur als bijrijder in de auto te stappen.

Beelden Albert Heijn Kennedylaan te Brunssum: De geldautomaat in de Albert Heijn is niet voorzien van camera's. In de Albert Heijn zijn alleen camerabeelden beschikbaar van de eigen beveiligingscamera's. Omstreeks 18:58:04 uur zagen wij dat een onbekende persoon al bellend via "entree 2" de Albert Heijn binnenkwam (hierna: persoon 1). Omstreeks 18:59 uur zagen wij dat er een onbekende persoon via "entree 1" de Albert Heijn binnenkwam, met in zijn rechterhand een telefoon vast (hierna: persoon 2). Omstreeks 18:59:28 uur stond persoon 1ter hoogte van de pinautomaat te wachten om, vermoedelijk, te gaan pinnen. Persoon 1 en 2 maakten contact met elkaar. Persoon 1 gaat vervolgens naar de pinautomaat. Deze persoon verdween tussen 19:00 uur en 19:02:45 uur uit beeld, in deze periode vond er een pintransactie plaats waarbij 500 euro werd gepind van de rekening van het slachtoffer. Direct nadat persoon 1 wegliep van de pinautomaat liep persoon 2 richting de pinautomaat. Persoon 2 verdween in de periode 19:02:50 en 19:04:48 uit beeld. In deze periode werd nogmaals getracht geld van de rekening van het slachtoffer te halen, dit lukte niet.

Beelden Geldmaat Laurastraat 51 te Eygelshoven:

Op 6 april 2023 omstreeks 19:34:34 uur verscheen bij de Geldmaat gelegen aan de Laurastraat 51 te Eygelshoven een onbekende man. Tijdens het pinnen dekte de man met zijn rechterhand de camera in de geldautomaat af (foto 11).

Er werd tweemaal getracht geld te pinnen, omstreeks 19:34 uur en omstreeks 19:35 uur.

Qua kleding (broek en schoenen), kwam deze persoon zeer sterk overeen met de persoon die eerder die dag tweemaal op de Leenheerstraat liep en vervolgens bij de Albert Heijn te Brunssum probeerde te pinnen, persoon 2.

Op 7 april 2023 omstreeks 20:09:47 uur verscheen weer een onbekende man bij de pinautomaat aan de Laurastraat 51. Qua signalement, postuur en kleding, betrof dit zeer waarschijnlijk dezelfde persoon als de persoon die op 6 april 2023 omstreeks 19:34 uur trachtte te pinnen.

Verbalisant [naam verbalisant 3] relateerde over het aantreffen van de pinpas onder meer als volgt:

Ik was op 25 april 2023 bij een woning gelegen aan de [adres 4] te Kerkrade. Dit betrof het adres alwaar de verdachte [verdachte] ingeschreven stond. Wij betraden de slaapkamer van [verdachte] . Naast een tv-kastje, op een luidspreker, werd een pinpas van de ABN AMRO aangetroffen op naam van [naam 3] . Mij was bekend dat dit de meisjesnaam betrof van aangeefster [naam slachtoffer 2] .

De verdachte verklaarde in het derde verhoor bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:

O: We willen terugkomen op de zaak [adres 1] te Brunssum, van 6 april 2023. We laten je nog een keer de eerder getoonde foto zien (foto 1) (dit betreft foto 3 van de beelden van de Leenheerstraat 56 in Brunssum).

V: Wie is dit op de foto?

A: Dat ben ik.

V: Met wie was je daar?

A: Daar was ik met mijn vader, [naam medeverdachte 2] .

O: Wij tonen de verdachte de gemaakte camerabeelden van 7 april 2023 bij de geldmaat Laurastraat 51 te Eygelshoven.

A: Ik zie het al dat ben ik. Ik herken mij daar direct zelf in.

O: Wij tonen de verdachte de gemaakt camerabeelden van 6 april 2023 bij de geldmaat Laurastraat 51 te Eygelshoven.

A: Als ik zo de beelden zie dan herken ik mij daar ook in.

Ten aanzien van het slachtoffer [naam slachtoffer 3] :

[naam slachtoffer 3] verklaarde in haar aangifte – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:

Ik wil aangifte doen van oplichting, waarbij mijn bankpas is ontvreemd op 21 april 2023, vanaf mijn appartement aan het [adres 5] in Meerssen.Op 21 april 2023, om 17:08 uur zag ik dat een onbekend nummer mij belde. Bij het opnemen van de telefoon hoorde ik dat een man zich aan mij voorstelde als een medewerker van de Rabobank. Ik hoorde dat de man zei dat ik gehackt was op mijn internetbankieren. De man gaf aan dat hij me zou doorschakelen met een andere medewerker van de Rabobank om alles in orde maken. De man verbond mij door met die andere medewerker van de Rabobank. De medewerker zei dat hij iemand stuurde van de politie om de pinpas op te halen. Omstreeks 18.05 uur kreeg ik het tweede telefoontje. In dit tweede gesprek werd alles herhaald van het eerste gesprek en er werd gezegd dat ik aan de lijn moest blijven. Direct na het beëindigen van het tweede telefoongesprek of nog tijdens het tweede gesprek, belde een man aan bij de deur. Bij het opendoen van de deur stelde de man zich voor als iemand van de politie. Deze man kwam de pinpas ophalen zoals de medewerker van de Rabobank had gezegd. Ik gaf mijn pinpas aan de man. De man vroeg of ik ook de pincode wilde vertellen. Ik zei tegen de man mijn pincode.Mijn nichtje zag later op de avond dat er een bedrag was afgeschreven van 2.099 euro van mijn betaalrekening. Er was een aankoop gedaan bij de MediaMarkt in Maastricht en met mijn pinpas betaald.

Verbalisant [naam verbalisant 4] relateerde over de camerabeelden onder meer als volgt:

Het betreft camerabeelden van beveiligingscamera's van de MediaMarkt in Maastricht. De tijd op de beelden komt overeen met de werkelijke tijd. Ik zag dat NN1 in beeld kwam bij de ingang om 18.26:19 uur (de rechtbank begrijpt: op 21 april 2023). Ik zag dat NN1 de winkel inliep, richting de telefoonafdeling. Ik zag dat een medewerker een kast opende en twee telefoondoosjes eruit pakte. Ik zag dat deze goederen in ontvangst werden genomen door NN1. Ik zag dat NN1 vervolgens in de richting van de kassa's liep. Ik zag dat NN1 in beeld verscheen bij de kassa's. Ik zag dat hij in zijn rechterhand een pinpas vasthield. Ik zag dat NN1 met deze pinpas de goederen bij de kassa betaalde om 18.33:36 uur.

Verbalisant [naam verbalisant 5] relateerde over de herkenning van de verdachte op de camerabeelden onder meer als volgt:

Mij werd de herkenning gevraagd van een onbekende man welke verdacht werd van bankhelpdeskfraude gepleegd op het Gasthuispas (de rechtbank begrijpt: Gasthuispad) 14 te Meerssen. De dia's betroffen screenshots van de MediaMarkt waarbij twee iPhones werden aangekocht met de weggenomen pinpas. Ik zag direct dat de getoonde dia verdachte [verdachte] betrof.

Hierna heb ik de bewegende beelden nog bekeken. Ik herkende [verdachte] aan zijn postuur, gezicht, gezichtsbeharing (sikje) en haren. Ik had namelijk de dag ervoor, 25 april 2023, nog met [verdachte] in verhoor gezeten. Verdachte:

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [verdachte]

Geboren : [geboortedatum] 2003

Geboorteplaats : [plaats] in Nederland

De verdachte verklaarde in het tweede verhoor bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:

V: Vertel ons eens precies hoe het nu gegaan is vorige week?We zijn naar de MediaMarkt in Maastricht gereden. Ik moest daar twee iPhones 14 gaan halen. Ik ben dat ook gaan doen. Ik ben daarna bij mijn vader in de auto gestapt. Hij was me daar komen ophalen. Die gasten zijn later op de avond die telefoons komen ophalen. V: Dan over 21 april. Hoe reageerde de bewoner waar jij de pas moest ophalen?A: Ja heel kalm en heel voorbereid. Ze wist wat er ging gebeuren.

V: Waar is de bankpas?A: Die hebben de jongens ook meegenomen. Net als de telefoons.V: Welke telefoons?A: Die telefoons van de MediaMarkt.

V: Wat zegt jou het adres [adres 5] , te Meerssen?A: Ja dat is volgens mij dat adres waar ik geweest ben om dat pasje op te halen. V: Ben je bij deze mevrouw in de woning geweest?A: Ja.V: Wat heb je daar meegenomen?A: Alleen een pinpas. V: Met de bankpas van deze mevrouw [naam slachtoffer 3] is wederrechtelijk € 2.099 gepind. Wat kun jij hierover verklaren?A: Ja dat zijn die twee iPhones die ik heb gekocht bij de MediaMarkt in Maastricht.V: Door ons werden gegevens gevorderd bij de MediaMarkt te Maastricht. Volgens ons ben jij de persoon op deze beelden (foto 2). Op de beelden is te zien hoe jij een aankoop doet en hierbij een pintransactie verricht. Wat kun jij hierover verklaren?

A: Ja hierop zie je dat ik mijn telefoon gebruik en dat ik in contact moest blijven met die gasten. V : Van welke pinpas maakte jij gebruik?

A: (..) dat was het pasje van die persoon waar ik dat pasje heb opgehaald.

Ten aanzien van het slachtoffer [naam slachtoffer 1] :

[naam slachtoffer 1] verklaarde in zijn aangifte – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:

Adres: [adres 6] 4 Melick, gemeente Roerdalen. Op 22 april 2023 omstreeks 16.15 uur werd ik op mijn vaste telefoon gebeld. De man aan de telefoon gaf zich uit als hoofd van een afdeling van de Rabobank. Hij zei dat mijn rekening werd geplunderd, dat hij daarom mijn pincode moest weten en dat ze mijn pinpas binnen 15 minuten zouden komen ophalen. Ik moest de pinpas klaarleggen in een gesloten envelop. Ik moest de pincode inspreken tussen twee pieptonen. Dit deed ik. De man welke de pinpas zou komen ophalen zou zich met een identificatiecode identificeren.Omstreeks 16.30 uur werd er inderdaad aangebeld. Deze man zei de code en ik heb hem de envelop gegeven. Intussen hield de andere man mij aan de telefoon bezig en zei hij dat ze bezig waren om mij te helpen. Intussen kwamen twee vrienden van mij. Een van hen nam het gesprek over aan de telefoon. Hij vertrouwde het niet en hing op. Mijn zoon heeft toen de fraudedesk van de Rabobank gebeld. Toen bleek dat er al 2.698 euro gepind was bij de MediaMarkt te Roermond om 17.21 uur.

Verbalisant [naam verbalisant 5] relateerde over de camerabeelden onder meer als volgt:

4/22/2023, 4:57:37 PM (UTC + 02 00).

Op de camerabeelden van de entree van de MediaMarkt Roermond is te zien dat er twee personen de winkel binnenkomen welke later pinnen met de weggenomen pinpas. NN1 loopt door het middelste poortje. NN2 loopt door het rechter poortje.

Camerabeelden gericht op de kassa van de MediaMarkt Roermond, 4/22/2023, 5:20:47 tot 5:21:32.Te zien is dat NN1 en NN2 in de richting van de kassa lopen. NN1 heeft met twee handen iets wits, vermoedelijk een witte doos, in zijn handen. NN1 en NN2 lopen naar kassa 3.

Camerabeelden boven de kassa, 4/22/2023, 5:21:11 tot 5:22:05. Te zien is dat NN1 en NN2 aan de kassa staan en "iets", vermoedelijk de iPhones afrekenen. NN2 betaalt met een pinpas en vervolgens lopen ze uit beeld.

Verbalisant [naam verbalisant 2] relateerde over de herkenning van de verdachte op de camerabeelden onder meer als volgt:

Door het basisteam werden de camerabeelden van de MediaMarkt te Roermond gevorderd. Bij het bekijken van de beelden herkende ik verbalisant direct de verdachte [verdachte] aan het geheel van zijn kenmerken, zijn postuur, gezicht, gezichtsbeharing (sikje) en haren. Ik zag dat [verdachte] een soortgelijke zwarte trui droeg die hij ook tijdens zijn aanhouding op 25 april 2023 aan had. Ik had recent, 25 en 26 april 2023 met de verdachte [verdachte] in verhoor gezeten.

De verdachte verklaarde in het vierde verhoor bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:

V: Kun je me vertellen wie je ziet op de volgende foto?

A: Dat ben ik. De persoon rechts op de foto.

O: Je hebt die telefoons wel gekocht bij de MediaMarkt in Roermond met een van diefstal afkomstige pinpas. Dan weet je toch ook wel wat je vervolgens met die telefoons hebt gedaan.V: Vertel eens?A: Ik was er wel bij.

Bewijsoverweging feiten 1 en 2

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank met de officier van justitie en de raadsvrouw wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de periode van 6 april 2023 tot en met 22 april 2023 [naam slachtoffer 2] , [naam slachtoffer 3] en [naam slachtoffer 1] samen met anderen heeft opgelicht (feit 1) en dat hij in diezelfde periode samen met anderen geld van hen heeft gestolen door middel van een valse sleutel (feit 2).

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

t.a.v. feit 1:

in de periode van 6 april 2023 tot en met 22 april 2023 in de gemeente Brunssum, de gemeente Meerssen en de gemeente Roerdalen, tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam, een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, tezamen en in vereniging met anderen,

- [naam slachtoffer 2] ,

- [naam slachtoffer 3] en

- [naam slachtoffer 1] ,

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en het ter beschikking stellen van gegevens, te weten de afgifte van pinpassen en de bijbehorende pincodes, door

- telefonisch contact met voornoemde slachtoffers op te nemen,

- zich (daarbij) voor te doen als bankmedewerker,

- die [naam slachtoffer 2] te vertellen dat er onregelmatigheden aan de gang waren met betrekking tot haar bankrekening, dat geprobeerd werd geld van haar bankrekening af te halen, dat zij de oude en nieuwe pincode via de telefoon moest inspreken, dat de bankpas in een envelop gedaan moest worden die moest worden voorzien van een code en dat er een bankmedewerker langs zou komen om de envelop met de bankpas op te halen en zich vervolgens naar de woning van die [naam slachtoffer 2] te begeven en zich aldaar voor te doen als bankmedewerker en de bankpas van voornoemde [naam slachtoffer 2] in ontvangst te nemen,

- die [naam slachtoffer 3] te vertellen dat haar internetbankieren gehackt was en dat er iemand van de politie gestuurd zou worden om haar pinpas op te halen en zich vervolgens naar de woning van die [naam slachtoffer 3] te begeven en zich aldaar voor te doen als politiemedewerker, die [naam slachtoffer 3] te bewegen haar pincode te noemen en de bankpas van die [naam slachtoffer 3] in ontvangst te nemen en

- die [naam slachtoffer 1] te vertellen dat zijn rekening werd geplunderd, dat hij zijn pincode via de telefoon moest inspreken, dat hij zijn bankpas in een gesloten envelop moest doen en dat er een bankmedewerker langs zou komen om de envelop met de bankpas op te halen en zich vervolgens naar de woning van die [naam slachtoffer 1] te begeven en zich aldaar voor te doen als bankmedewerker en de bankpas van voornoemde [naam slachtoffer 1] in ontvangst te nemen,

waardoor die [naam slachtoffer 2] , die [naam slachtoffer 3] en die [naam slachtoffer 1] werden bewogen tot bovengenoemde afgifte;

t.a.v. feit 2:

in de periode van 6 april 2023 tot en met 22 april 2023 in de gemeente Brunssum, de gemeente Maastricht en de gemeente Roermond, tezamen en in vereniging met anderen,

- 500 euro toebehorende aan [naam slachtoffer 2] ,

- 2.099 euro toebehorende aan [naam slachtoffer 3] en

- 2.698 euro toebehorende aan [naam slachtoffer 1] ,

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders dat weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten bankpassen en bijbehorende pincodes tot het gebruik waarvan verdachte en zijn mededaders niet gerechtigd waren, immers hebben verdachte en zijn mededaders (telkens) met behulp van de (middels oplichting van die [naam slachtoffer 2] , die [naam slachtoffer 3] en die [naam slachtoffer 1] verkregen) pinpassen en bijbehorende pincodes bij geldautomaten geld opgenomen en in winkels gepind waarbij goederen (iPhones) werden gekocht.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

t.a.v. feit 1:

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

t.a.v. feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van één jaar. Hij heeft verder gevorderd om aan de verdachte (hoofdelijk) op te leggen een schadevergoedingsmaatregel voor een bedrag van € 500,- ten behoeve van [naam slachtoffer 2] , een schadevergoedingsmaatregel voor een bedrag van € 2.099,- ten behoeve van [naam slachtoffer 3] en – in de zaak van [naam slachtoffer 1] – een schadevergoedingsmaatregel voor een bedrag van € 2.698,- ten behoeve van Rabobank.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw acht de strafeis te hoog. Rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn, de proceshouding, de jeugdige leeftijd en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, is volgens de raadsvrouw een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke (gevangenis)straf met bijzondere voorwaarden passender. Zij heeft zich verder op het standpunt gesteld dat de door de officier van justitie gevorderde schadevergoedingsmaatregelen moeten worden afgewezen.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte is in een tijdsbestek van een kleine drie weken samen met anderen bezig geweest met het op doortrapte wijze oplichten van meerdere (hoog)bejaarde, kwetsbare, slachtoffers. De handelswijze was telkens soortgelijk: de ‘bankmedewerker’ belde de slachtoffers op en gaf te kennen dat er problemen waren met hun bankrekening of internetbankieren en dat iemand van de bank of politie naar de woning zou komen om de bankpas op te halen. En dat gebeurde. De verdachte verscheen bij de slachtoffers aan de deur om de pinpassen op te halen en ging hiermee vervolgens aan de haal.

De slachtoffers werden doelbewust uitgekozen en vervolgens werd hun een rad voor ogen gedraaid. Op doortrapte wijze werd zo misbruik gemaakt van hun vertrouwen, terwijl zij op hun beurt dachten te voorkomen dat zij geld zouden kwijtraken. Het tegendeel bleek helaas waar en de slachtoffers bleven achter met stress, angst, verdriet en schaamte. Slachtoffers van dit soort fraude durven ook vaak niet meer anderen te vertrouwen, terwijl zij het, gelet op hun leeftijd, vaak juist moeten hebben van hun omgeving en de helpende medemens. Deze feiten, die alle onder de noemer van bankhelpdeskfraude zijn te scharen, zijn in de ogen van de rechtbank een maatschappelijke plaag waartegen hard moet worden opgetreden.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf, gelet op de straffen die doorgaans worden opgelegd in vergelijkbare gevallen. Afhankelijk van de rol die iemand gehad heeft in de bankhelpdeskfraude, wordt het eenmalig gepleegd hebben van een dergelijke fraude niet zelden bestraft met een gevangenisstraf van 3 tot 5 maanden.

Als degene die aan de deur ging om de pinpassen op te halen en als degene die (met anderen) vervolgens met deze passen geld ging opnemen of spullen ging kopen, vervulde de verdachte wellicht geen hoofdrol in de fraude, die rol is doorgaans weggelegd voor het brein achter de hele operatie, maar dan toch wel een zeer belangrijke bijrol. Een bijrol waarbij, gelet op het aantal gepleegde misdrijven, de oplegging van een gevangenisstraf van 9 maanden eigenlijk passend zou zijn.

De rechtbank heeft echter ook moeten constateren dat verdachtes recht op een openbare behandeling binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is geschonden. Dit dient tot strafvermindering te leiden. Daarnaast dient de rechtbank ook nog rekening te houden met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Alles afwegende, komt de rechtbank tot het oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met aftrek van het voorarrest passend en geboden is. Hieruit volgt dat volgens de rechtbank niet kan worden volstaan met de oplegging van een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals de raadsvrouw heeft bepleit. Daarvoor zijn de feiten, ook rekening houdende met de rol van de verdachte, te ernstig. De rechtbank wijkt af van de eis van de officier van justitie, omdat hij een ander strafuitgangspunt neemt bij bankhelpdeskfraude.

De verdachte verblijft tijdens de gevangenisstraf in een penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor een programma dat de verdachte helpt terug te keren in de maatschappij (penitentiair programma).

Met betrekking tot de door de officier van justitie gevorderde schadevergoedingsmaatregelen overweegt de rechtbank als volgt. Ten aanzien van [naam slachtoffer 1] geldt dat hij de schade reeds door de bank vergoed heeft gekregen. Dit geldt mogelijk ook voor [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] . Voor de banken geldt dat zij hun schade mogelijk reeds via een verzekering vergoed hebben gekregen. Nu niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld wie de schade daadwerkelijk heeft geleden, wijst de rechtbank de vordering tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregelen af.

7. De benadeelde partij

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [naam slachtoffer 1] vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 4.278,-. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:

gestolen geld: € 2.698,-;

reiskosten: € 20,-;

kosten aanschaf deurbel met camera: € 60,-;

verlies aan inkomen zoon: € 500,-;

immateriële schade: € 1.000,-.

De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot een gedeeltelijke toewijzing van de vordering.

Voor wat betreft de materiële schade heeft hij zich op het standpunt gesteld dat deze niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De post ‘gestolen geld’ is al vergoed door de bank, de posten ‘reiskosten’ en ‘verlies aan inkomen zoon’ zijn onvoldoende onderbouwd en de post ‘kosten aanschaf deurbel met camera’ houdt onvoldoende rechtstreeks verband met de bewezen verklaarde feiten. Met betrekking tot de immateriële schade acht de officier van justitie een bedrag van € 300,- toewijsbaar, omdat ook zonder onderbouwing kan worden aangenomen dat de bewezen verklaarde feiten psychische gevolgen voor de benadeelde hebben meegebracht. Ten aanzien van de overige immateriële schade moet de benadeelde niet-ontvankelijk worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering, omdat de post ‘gestolen geld’ al is vergoed door de bank en de vordering voor het overige onvoldoende is onderbouwd.

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

Uit het verzoek tot schadevergoeding blijkt allereerst dat de post ‘gestolen geld’ door de bank reeds is vergoed, zodat de benadeelde in zoverre geen schade heeft geleden. Met betrekking tot de post ‘reiskosten’ overweegt de rechtbank dat reiskosten naar het politiebureau om aangifte te doen niet kunnen worden gekwalificeerd als kosten die zijn gemaakt ‘ter vaststelling van aansprakelijkheid of schade’, zoals bedoeld in artikel 6:96 lid 2 onder b van het Burgerlijk Wetboek (BW). Ditzelfde geldt naar het oordeel van de rechtbank voor de reiskosten die zijn gemaakt voor een bezoek aan de Rabobank. Verder is de rechtbank van oordeel dat een wettelijke grondslag voor de post ‘verlies aan inkomen zoon’ ontbreekt, omdat deze schade niet door de benadeelde zelf is geleden. De rechtbank zal de vordering voor dit deel dan ook afwijzen.

Ten aanzien van de post ‘kosten aanschaf deurbel met camera’ geldt dat deze schade niet rechtstreeks is toegebracht door de bewezen verklaarde feiten. De rechtbank zal de benadeelde partij voor dit deel niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Immateriële schade

De wet regelt in artikel 6:106 BW de vergoeding van ‘ander nadeel’ dan vermogensschade. Volgens artikel 6:106 lid 1 BW komt ander nadeel onder meer voor vergoeding in aanmerking wanneer sprake is van lichamelijk letsel of een aantasting van de persoon op andere wijze. De benadeelde partij heeft in grote lijnen samengevat gesteld dat sprake is van psychische schade, als gevolg van gevoelens van paniek, angst en schaamte. De rechtbank acht deze gevoelens begrijpelijk en invoelbaar. Zij leveren echter niet zonder meer een grondslag op voor immateriële schadevergoeding.

De rechtbank is van oordeel dat de aard en ernst van het handelen van de verdachte, hoe kwalijk zijn handelen ook was, niet dusdanig waren dat de nadelige gevolgen daarvan zo voor de hand liggen dat hieruit zonder meer een aantasting van de persoon kan worden afgeleid. Bij de vordering van de benadeelde partij zijn voorts geen concrete objectieve gegevens gevoegd waaruit kan volgen dat sprake is van geestelijk letsel. De benadeelde partij nog in de gelegenheid stellen dit nader de onderbouwen zou een onevenredige belasting van het strafproces opleveren. De benadeelde partij wordt dan ook voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard en hij kan zich voor dat deel tot de burgerlijke rechter wenden.

8. Het beslag

De rechtbank zal de bewaring van de inbeslaggenomen bankpas (G1601449) ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

9. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47, 57, 63, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

10. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregelen

Beslag

- gelast de bewaring van het volgende in beslag genomen voorwerp ten behoeve van de rechthebbende:

- een bankpas (G1601449).

Dit vonnis is gewezen door mr. M.B. Bax, voorzitter, mr. B. de Groot en mr. J. Linders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Mooijekind, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 28 april 2026.

Buiten staat

Mr. B. de Groot en mr. J. Linders zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

t.a.v. feit 1:

hij in of omstreeks de periode van 6 april 2023 tot en met 22 april 2023, in de gemeente Brunssum en/of de gemeente Meerssen en/of de gemeente Roerdalen, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- [naam slachtoffer 2] en/of

- [naam slachtoffer 3] en/of

- [naam slachtoffer 1]

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van een of meer pinpas(sen) en/of de bijbehorende pincode(s), door

- telefonisch contact met voornoemde slachtoffer(s) op te nemen en/of

- zich (daarbij) voor te doen als bankmedewerker en/of

- die [naam slachtoffer 2] te vertellen dat er onregelmatigheden aan de gang waren met betrekking tot haar bankrekening en/of dat geprobeerd werd geld van haar bankrekening af te halen en/of dat zij een nieuwe pinpas en pincode moest aanvragen en/of dat zij de oude en nieuwe pincode via de telefoon moest inspreken en/of dat de bankpas in een envelop gedaan moest worden die moest worden voorzien van een code en/of dat er een bankmedewerker langs zou komen om de envelop met de bankpas op te halen en/of zich (vervolgens) naar de woning van die [naam slachtoffer 2] te begeven en zich aldaar voor te doen als bankmedewerker en/of de bankpas van voornoemde [naam slachtoffer 2] in ontvangst te nemen en/of

- die [naam slachtoffer 3] te vertellen dat haar internetbankieren gehackt was en/of dat er iemand van de politie gestuurd zou worden om haar pinpas op te halen en/of zich (vervolgens) naar de woning van die [naam slachtoffer 3] te begeven en zich aldaar voor te doen als politiemedewerker en/of die [naam slachtoffer 3] te bewegen haar pincode te noemen en/of de bankpas van die [naam slachtoffer 3] in ontvangst te nemen en/of

- die [naam slachtoffer 1] te vertellen dat zijn rekening werd geplunderd en/of dat hij zijn pincode via de telefoon moest inspreken en/of dat hij zijn bankpas in een gesloten envelop moest doen en/of dat er een bankmedewerker langs zou komen om de envelop met de bankpas op te halen en/of zich (vervolgens) naar de woning van die [naam slachtoffer 1] te begeven en zich aldaar voor te doen als bankmedewerker en/of de bankpas van voornoemde [naam slachtoffer 1] in ontvangst te nemen,

waardoor die [naam slachtoffer 2] en/of die [naam slachtoffer 3] en/of die [naam slachtoffer 1] werd(en) bewogen tot bovengenoemde afgifte;

t.a.v. feit 2:

hij in of omstreeks de periode van 6 april 2023 tot en met 22 april 2023, in de gemeente Brunssum en/of de gemeente Maastricht en/of de gemeente Roermond, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- 500 EURO toebehorende aan [naam slachtoffer 2] en/of

- 2.099 EURO toebehorende aan [naam slachtoffer 3] en/of

- 2.698 EURO toebehorende aan [naam slachtoffer 1]

in elk geval (telkens) enig goed/een hoeveelheid geld, dat/die geheel of ten dele aan voornoemde slachtoffer(s), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,

te weten een of meer bankpas(sen) en/of bijbehorende pincode(s) tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren,

immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met behulp van de (middels oplichting van die [naam slachtoffer 2] en/of die [naam slachtoffer 3] en/of die [naam slachtoffer 1] verkregen) pinpas(sen) en/of bijbehorende pincode(s)) bij een of meer geldautoma(a)t(en) geld opgenomen en/of in een of meer winkel(s) gepind waarbij een of meer goed(eren) (Iphones) werden gekocht.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?