ECLI:NL:RBLIM:2026:4063

ECLI:NL:RBLIM:2026:4063

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 28-04-2026
Datum publicatie 28-04-2026
Zaaknummer 03.208297.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Veroordeling voor mishandeling, het aanwezig hebben van hennep en het voorhanden hebben van een revolver, pepperspray en kogelpatronen. Gevangenisstraf van 270 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden. Tevens oplegging van een 38v-maatregel. Bijzondere voorwaarden en de 38v-maatregel zijn dadelijk uitvoerbaar verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/208297-25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 28 april 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1994 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. M.J.E. Kallen en mr. S. Weening, beiden advocaat in Maastricht.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 14 april 2026. De verdachte en zijn raadslieden zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: op 7 juli 2025 een revolver, pepperspray en 26 kogelpatronen voorhanden heeft gehad;

Feit 2: op 7 juli 2025 opzettelijk ongeveer 1,048 kilo hennep aanwezig heeft gehad;

Feit 3: in de periode van 25 juni 2025 tot en met 7 juli 2025 [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling;

Feit 4: op 25 juni 2025 [slachtoffer] heeft mishandeld.

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle feiten, met dien verstande dat de verdachte van feit 4, de mishandeling, partieel moet worden vrijgesproken van de handelingen “bij de keel te grijpen en/of in de keel/nek te knijpen”.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit de verdachte vrij te spreken van feit 3, de bedreiging, omdat niet kan worden bewezen dat de bedreigingen zijn geuit in de ten laste gelegde periode.

Verder heeft ook de raadsvrouw verzocht de verdachte van feit 4, de mishandeling, partieel vrij te spreken van de handelingen “bij de keel te grijpen en/of in de keel/nek te knijpen”.

Voor het overige heeft de raadsvrouw zich wat betreft het bewijs gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met dien verstande dat het bij feit 2 om 1,005 kilo hennep gaat.

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

Bewijsmiddelen

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte een revolver, pepperspray en 26 kogelpatronen voorhanden heeft gehad. Omdat de verdachte hierover een bekennende verklaring heeft afgelegd en namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank op grond van artikel 359 lid 3 Wetboek van Strafvordering met een opgave van de bewijsmiddelen:

de bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 14 april 2026;

het proces-verbaal van bevindingen;

- de processen-verbaal wapenbeschrijving;

Feit 2

Bewijsmiddelen

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte opzettelijk ongeveer 1,005 kilo hennep aanwezig heeft gehad. Omdat de verdachte hierover een bekennende verklaring heeft afgelegd en namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank op grond van artikel 359 lid 3 Wetboek van Strafvordering met een opgave van de bewijsmiddelen:

de bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 14 april 2026;

het proces-verbaal van bevindingen;

- het proces-verbaal van bevindingen;

Feit 3

Vrijspraak

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij in de periode van 25 juni 2025 tot en met 7 juli 2025 bedreigende berichten heeft gestuurd aan [slachtoffer] . [slachtoffer] verklaart hierover in haar aangifte van 7 juli 2025 dat zij drie weken geleden een punt achter de relatie heeft gezet en dat verdachte toen begon met berichten te sturen en haar begon te bedreigen. Ter verdere onderbouwing zijn bij de aangiften schermopnamen gevoegd van de telefoon van [slachtoffer] , met daarop de berichten die zij van verdachte heeft ontvangen. Deze schermopnamen zijn getiteld foto 1 t/m foto 49.

Op het eerste gezicht lijkt het alsof deze foto’s in chronologische volgorde de berichtenuitwisseling weergeven. Die indruk wordt echter gelogenstraft bij een verdere en nauwkeurigere bestudering; de teksten van de foto’s lopen niet in elkaar over, de strekking van de berichten loopt niet in elkaar over, hetgeen ook geldt voor de tijdstippen van de berichten en de tijdstippen (linksboven) van de schermopnamen. Het is zo, zeker bij gebreke aan een datumaanduiding en een proces-verbaal van bevindingen waarin de juiste volgorde van de berichten wordt beschreven, niet mogelijk om vast te stellen wanneer de dreigementen zijn geuit en dus of de dreigementen in de ten laste gelegde periode zijn gedaan of er buiten; niet vergeten mag worden dat de aangifte spreekt van een ruimere periode waarin de bedreigingen zouden hebben plaatsgehad, dan uiteindelijk ten laste is gelegd. De verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.

Feit 4

Bewijsmiddelen

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte [slachtoffer] heeft mishandeld door haar bij de boven- en/of onderarm vast te pakken en in de boven- en/of onderarm te knijpen. Omdat de verdachte hierover een bekennende verklaring heeft afgelegd en namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank op grond van artikel 359 lid 3 Wetboek van Strafvordering met een opgave van de bewijsmiddelen:

de bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 14 april 2026;

de aangifte van [slachtoffer] ;

- de foto’s van het letsel van [slachtoffer] ;

Partiële vrijspraak

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat niet bewezen kan worden dat de verdachte aangeefster ook op 25 juni 2026 bij de keel heeft gegrepen en in de keel/nek heeft geknepen. De rechtbank zal de verdachte daarvan partieel vrijspreken.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

feit 1

op 7 juli 2025 te Elsloo, gemeente Stein,

- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen (revolver), van het merk/type Smith & Wesson, kaliber .38 zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver

en

- een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen

en

- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 26 kogelpatronen (van het merk Winchester Western Division) van het kaliber 38 S&W CTG,

voorhanden heeft gehad;

feit 2

op 7 juli 2025 te Elsloo, gemeente Stein, opzettelijk aanwezig heeft gehad een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten (in totaal) ongeveer 1,005 kilo hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

feit 4

op 25 juni 2025 te Elsloo, gemeente Stein, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] bij de bij de boven- en/of onderarm vast te pakken en in de boven- en/of onderarm te knijpen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Taal- en schrijffouten in de tenlastelegging zijn in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet in zijn belangen geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, met uitzondering van onderdeel 2º of onderdeel 7º

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

feit 2

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;

feit 4

mishandeling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf en/of de maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 273 dagen (9 maanden), waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, met aftrek van de dagen die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, alsmede een taakstraf voor de duur van 100 uren, te vervangen door 50 dagen hechtenis bij niet (volledig) voldoen. Daarnaast heeft de officier van justitie de oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr) gevorderd, inhoudende een contactverbod met het slachtoffer en een gebiedsverbod voor de gemeente Landgraaf voor de duur van twee jaren, met veertien dagen vervangende hechtenis per overtreding met een maximale duur van 6 maanden. De officier van justitie heeft gevorderd om zowel de bijzondere voorwaarden als de 38v-maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om te volstaan met een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het reeds ondergane voorarrest. Eventueel kan in het kader van vergelding nog een taakstraf worden opgelegd.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf en/of maatregel is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zijn (inmiddels) ex-partner en moeder van zijn twee kinderen mishandeld en via WhatsApp bedreigd, omdat hij niet kon verkroppen dat zij de relatie met hem had beëindigd. Nadat de verdachte, vanwege de dreigende situatie, door een speciale eenheid was aangehouden, bleken in zijn woning ongeveer een kilo hennep, een revolver, pepperspray en munitie te liggen.

De verdachte heeft verklaard de WhatsApp-berichten te hebben gestuurd uit emotie en frustratie, omdat hij afspraken wilde maken over de verdeling van de zorg over de kinderen. De verdachte bestempelt de geuite bedreigingen als grootspraak en heeft ter terechtzitting verklaard zijn ex-partner nooit iets aan te willen doen. De verdachte dacht daar geen maand geleden bij de reclassering kennelijk toch nog anders over. Daar verklaarde hij immers niet voor de gevolgen in te staan als hij zijn kinderen niet op korte termijn zou zien. Gevraagd wat hij daarmee bedoelde, verklaarde hij zijn ex iets te kunnen aandoen.

Vanwege een onvolkomenheid in het onderzoek en in de tenlastelegging, zal de rechtbank de verdachte vrij moeten spreken van het verwijt dat ziet op de bedreigingen, maar de rechtbank wil niet verhelen dat het gedrag van de verdachte de rechtbank grote zorgen baart. De verdachte denkt alleen aan zijn eigen belangen en zijn gedrag getuigt van een verontrustende mate van controleverlies en emotionele instabiliteit. Het aantreffen van een vuurwapen, munitie en pepperspray bij verdachte roept nog meer zorgen op; was dit wapen wel bedoeld voor zelfverdediging, zoals hij ter zitting opperde, of was verdachte iets anders van plan? Een bevredigend antwoord op deze vraag heeft de rechtbank nimmer gekregen, en doet de rechtbank voor ergere dingen vrezen. De vraag is nu hoe de geweldsspiraal kan worden doorbroken, nu de verdachte al eens in 2020 is veroordeeld voor huiselijk geweld, hij tijdens de eerste schorsing van de voorlopige hechtenis het contactverbod met zijn ex-partner heeft overtreden (terwijl hij al een waarschuwing én een berisping had gekregen voor het overtreden van het contact-/locatieverbod) en het de verdachte ontbeert aan ieder inzicht van de strafwaardigheid van zijn eigen handelen. Bij de bepaling van de straf dient er dan ook met name gekeken te worden naar de wijze waarop voorkomen kan worden dat de verdachte in de toekomst opnieuw in de fout zal gaan.

De reclassering heeft voor het laatst op 31 maart 2026 over de verdachte gerapporteerd. Uit dat rapport volgt dat de verdachte ook naar betrokken hulpinstanties dreigende uitspraken uit en de ernst en impact van zijn handelen ook daar niet lijkt te onderkennen. Gelet op de beperkte mate van probleeminzicht, de onduidelijkheid in de leefomstandigheden en de eenzijdige focus op de eigen belangen schat de reclassering de kansen op herhaling en letsel in als hoog. Om de risico’s enigszins in te perken adviseert de reclassering daarom een (deels) voorwaardelijke straf met een aantal bijzondere voorwaarden.

De rechtbank acht, alles afwegende, de strafeis van de officier van justitie passend en geboden. Weliswaar spreekt de rechtbank de verdachte van één feit vrij, maar oordeelt de feiten dusdanig ernstig dat een lagere straf onvoldoende recht zou dan aan de ernst van de wel bewezen verklaarde feiten. Dit betekent dat de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf oplegt voor de duur van 270 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, met aftrek van de dagen die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, alsmede een taakstraf voor de duur van 100 uren, te vervangen door 50 dagen hechtenis bij niet (volledig) voldoen. Deze straf dient als een stevige stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden om zich opnieuw belastend te gedragen richting het slachtoffer en om verdachte ervan te doordringen dat hij zich echt anders moet gaan gedragen en opstellen. De verdachte moet leren dat hij niet alles naar zijn hand kan zetten, dat hij rekening moet houden met de gevoelens en belangen van anderen (onder wie niet in de laatste plaats zijn eigen kinderen), dat hij, verdachte, niet altijd op de eerste plaats komt en dat hij soms ook moet slikken als het anders loopt dan dat hij zou willen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van het slachtoffer. Gelet hierop en gezien de mede door de reclassering beschreven risico’s is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. De rechtbank zal daarom bevelen dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar worden verklaard en dus direct gelden vanaf de datum van de einduitspraak, zijnde vandaag.

De rechtbank zal als extra waarborg, zoals ook door de officier van justitie is gevorderd, aan de verdachte een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid ex artikel 38v Sr opleggen, ter voorkoming van strafbare feiten gericht tegen het slachtoffer. De maatregel bestaat uit een contactverbod met het slachtoffer en een gebiedsverbod voor de gemeente Landgraaf. De maatregel wordt opgelegd voor de duur van 2 jaren. Voor iedere keer dat verdachte één van deze verboden overtreedt, zal vervangende hechtenis van 2 weken worden opgelegd, met een maximale duur van 6 maanden. De rechtbank zal ook bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is, omdat de rechtbank van oordeel is dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens het slachtoffer. Deze maatregel gaat dus ook direct in.

Gelet op de strafoplegging zal de rechtbank het (geschorste) bevel voorlopige hechtenis opheffen.

7. Het beslag

De rechtbank zal de in beslag genomen verdovende middelen, revolver, munitie en peperspray onttrekken aan het verkeer. De revolver, munitie en pepperspray zijn voorwerpen met betrekking tot welke het onder 1 bewezen verklaarde is begaan en zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. Dit geldt eveneens voor de verdovende middelen, met dien verstande dat het onder 2 bewezen verklaarde is begaan met betrekking tot die verdovende middelen.

De onder de verdachte in beslag genomen geldtelmachine en de computer worden aan de verdachte teruggegeven, nu het strafvorderlijk belang zich hier niet (meer) tegen verzet.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen:

9. De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het ten laste gelegde onder feit 3;

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

voor veroordeelde, een behandeling. De behandeling duurt dan de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig acht. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;

op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 1998, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. Een uitzondering hierop kan alleen plaatsvinden als het een noodzakelijk contact betreft met betrekking tot de kinderen én dit contact plaatsvindt met goedkeuring van de instelling die de begeleide omgang begeleidt. Er zal elektronische monitoring plaatsvinden. De veroordeelde is reeds aangesloten en hij zal meewerken aan het elektronisch toezicht op de naleving van het contactverbod, voor de genoemde periode of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt. De reclassering controleert het contactverbod mede door het inzien van de GPS-gegevens;

zich niet bevindt binnen de gemeente Landgraaf, zolang de reclassering dat nodigt vindt. De reclassering kan tijdens deze periode het verboden gebied laten vervallen, het verboden gebied verkleinen en/of aan de veroordeelde toestemming geven om zich voor een bepaalde periode in een bepaald deel van het verboden gebied te bevinden. Er zal elektronische monitoring plaatsvinden. De veroordeelde is reeds aangesloten en werkt mee aan elektronisch toezicht op de naleving van het locatieverbod, voor de genoemde periode of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt. De veroordeelde gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische monitoring nodig is dat de veroordeelde in Nederland blijft. Indien de veroordeelde opnieuw werkzaam wenst te zijn over de grens in Duitsland, zal de reclassering hierin meedenken over de mogelijkheden;

Vrijheidsbeperkende maatregel (contact- en locatieverbod)

- legt aan de verdachte de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid op en beveelt de verdachte dat hij zich voor de duur van 2 jaren:

Voorlopige hechtenis

- heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

Beslag

- onttrekt aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen:

- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte:

Dit vonnis is gewezen door mr. B. de Groot, voorzitter, mr. M.B. Bax en mr. J. Linders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Micheels, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 28 april 2026.

Buiten staat

Mr. B. de Groot en mr. J. Linders zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

feit 1

hij op of omstreeks 7 juli 2025 te Elsloo, gemeente Stein, althans in Nederland

- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te

weten een vuurwapen (revolver), van het merk/type Smith & Wesson, kaliber .38 zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool

en/of

- een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen

en/of

- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 26 kogelpatronen (van het merk Winchester Western Division) van het kaliber 38 S&W CTG,

voorhanden heeft gehad;

feit 2

hij op of omstreeks 7 juli 2025 te Elsloo, gemeente Stein, althans in Nederland opzettelijk aanwezig heeft gehad een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten (in totaal) ongeveer 1,048 kilo hennep, althans een grote hoeveelheid hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

feit 3

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 juni 2025 tot en met 7 juli 2025 te Elsloo, gemeente Stein, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] (telkens) via WhatsApp berichten te sturen met daarin (onder meer) de dreigende woorden:

- “ Ik ga jou over een week zoveel pijn doen”,

- “ Doe maar niet want sla je zo hard dat je ook aan de beademing moet”,

- “ Ik zweer ik klap jou”,

- “ Let op verbouw je hele gezicht”,

- “ Boh kom bloos niet in me buurt want sla je zo hard valt je niets meer in”,

- “ Kanker wijf boh ik klap jou nog eens en hard!!!!”,

- “ Ik ga jou ook vies vies vies vies pijn doen let maar op”,

- “ Ik trek jou kanker hart nog eruit”,

en/of

- “ Je moet er niet van opkijken als ik je eerste daags je kop van je romp sla”,

althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

feit 4

hij op of omstreeks 25 juni 2025 te Elsloo, gemeente Stein, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld, door die [slachtoffer] bij de keel te grijpen en/of in de keel/nek te knijpen en/of bij de boven- en/of onderarm vast te pakken en/of in de boven- en/of onderarm te knijpen;

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?