ECLI:NL:RBLIM:2026:4128

ECLI:NL:RBLIM:2026:4128

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 29-04-2026
Datum publicatie 29-04-2026
Zaaknummer 03.103622.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Bewezenverklaring poging doodslag: steken met samoeraizwaard richting hals. Succesvol beroep op noodweer. Ontslag van alle rechtsvervolging.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 03.103622.25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 29 april 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

ingeschreven te [P.I.] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. K. Moors, advocaat kantoorhoudende te Nuth.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 april 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partij is op de zitting gehoord mr. L. Bien. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte

op 3 april 2025 te Sittard heeft geprobeerd [slachtoffer] te doden door hem met een schep en/of schop te slaan, (vervolgens) met een (samoerai)zwaard naar en/of in de richting van de hals en/of het bovenlichaam van die [slachtoffer] te steken (primair), dan wel op deze wijze heeft geprobeerd die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (subsidiair).

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de primair tenlastegelegde poging tot doodslag.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft integrale vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit.

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging zullen, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs nader worden weergegeven dan wel impliciet worden besproken.

Het oordeel van de rechtbank

De verdachte heeft een noodweer verweer gevoerd. De rechtbank zal eerst nagaan welke feitelijke handelingen zij bewezen acht en tot welke kwalificatie dit leidt. Vervolgens zal de rechtbank het noodweerverweer bespreken.

Bewijsmiddelen

Verbalisanten [verbalisant] , [verbalisant] en [verbalisant] relateren – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 3 april 2025 omstreeks 19.20 uur kregen wij de opdracht om met spoed naar de [adres] te Sittard te gaan. Ter plaatse op de [adres] zagen wij een man lopen met een ontbloot bovenlichaam. Wij zagen dat deze man een doek had gewikkeld om zijn rechterbovenarm. (…) Wij hoorden dat de man zei: "Iemand heeft mij gestoken met een samoeraizwaard.” (...) Wij vroegen wie hij was. Wij hoorden hem zeggen dat zijn naam [slachtoffer] was. Wij hoorden dat [slachtoffer] zei: " [verdachte] heeft dat gedaan." (...)

Aangever [slachtoffer] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Op donderdag 3 april 2025 (…) omstreeks 14.00 uur ging ik langs op het adres de [adres] in Sittard. (…) Omstreeks 19.00 uur zat ik nog steeds in de woning. Ik zat op de bank in de woonkamer. Rechts van mij was de voordeur. Links van mij was de tuin aan de achterzijde van de woning omringd door een hek. Ik zag een persoon vanaf de achterzijde de woning binnen lopen. (...) Ik herkende de persoon als [verdachte] . (…) Ik zag dat [verdachte] op mij af kwam lopen. (…) Ik probeerde afstand te nemen en stond op van de bank om hem weg te duwen. (…) Ik zag vervolgens dat [verdachte] uit de hoek van de woonkamer een zwaard pakte en op me af kwam gelopen. Ik zag dat het zwaard er als volgt uitzag: circa 100 cm lang, zwart handvat, zilver blad. Ik zag dat [verdachte] het zwaard in zijn rechterhand nam en vervolgens richting mijn hals kwam. Ik weerde het zwaard af met mijn linker elleboog. Wanneer ik mijn elleboog niet omhoog had gebracht, had [verdachte] mij waarschijnlijk in mijn hals geraakt. Ik wist hoe scherp het zwaard was, ik had het idee dat mijn hoofd eraf was gesneden als ik mij niet had afgeweerd. Ik voelde in eerste instantie geen pijn. Ik zag vervolgens dat er bloed van mijn elleboog spoot. (…) Ik zag op dat moment er een stuk huid los aan mijn elleboog hing. (…)

Uit de medische informatie omtrent [slachtoffer] volgt – zakelijk weergegeven – onder meer:

A. Uitwendig waargenomen letsel:- Snijverwonding elleboog links tot in de fascie. Deze is gehecht.- Niet bloedende wond linker schouderblad 12 cm- Drukpijn en zwelling linker pols- Schaafwonden rechter oogkas

(…)

B. Is er vermoeden van niet uitwendig waarneembaar letsel?- Ja gezien zwelling/pijnlijke pols —> gebroken

(…)

Verbalisant [verbalisant] relateert over het zwaard – zakelijk weergegeven – als volgt:

Tijdens het forensisch onderzoek dat plaatsvond op 3 april 2025 werd op aanwijzen van de hoofdbewoner een samoerai zwaard aangetroffen in de schuur achter de woning [adres] . Door de hoofdbewoner werd medegedeeld dat hij dit zwaard van verdachte [verdachte] had afgenomen en vervolgens in de schuur had neergelegd.

Dit inbeslaggenomen samoerai zwaard is aan mij overgedragen om te beschrijven.

Ik constateerde dat:

- het een zogenaamd sier samoerai zwaard was

- het lemmet van een zilverkleurig metaal was gemaakt;

- het lemmet een snijkant had;

- de snijkant nagewerkt/geslepen was;

- het lemmet een totale lengte had van ongeveer 69 cm;

- de totale lengte van het samoerai zwaard ongeveer 95 centimeter was;

Aanduiding categorie

Gelet op de aard van het samoerai zwaard en/of de omstandigheden waaronder dit werd aangetroffen en/of het gedrag dat de verdachte hierbij vertoonde ben ik, verbalisant van mening dat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat dit samoerai zwaard voor geen ander doel bestemd was dan om letsel aan een persoon toe te brengen of hiermee te dreigen.

Derhalve is dit mes een wapen in de zin van artikel 2 lid 1 Categorie 4 onder sub 7 van de Wet wapens en munitie.

De verdachte heeft ter terechtzitting van 15 april 2026 onder meer het volgende verklaard:

Op 3 april 2025 trof ik [slachtoffer] in een woning op de [adres] te Sittard. Ik wilde hem aanspreken op zijn gedrag. Er ontstond toen een ruzie. [slachtoffer] viel mij aan en heeft mij fors geslagen op mijn hoofd. Volgens mij was ik even ‘out’. Ik had veel pijn aan mijn gezicht. Mijn neus stond scheef. Er ontstond een worsteling en wij kwamen toen op de grond terecht. Ik heb dat zwaard van de grond gepakt en daarmee gezwaaid om afstand te bewaren. Daarbij heb ik [slachtoffer] geraakt.

Bewijsoverwegingen

De rechtbank stelt op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen vast dat de verdachte op 3 april 2025 te Sittard met een samoeraizwaard in de richting van de hals of het bovenlichaam van [slachtoffer] heeft gestoken.

De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden, is hoe het door de verdachte toegepaste geweld gekwalificeerd dient te worden.

De verdachte heeft met een metalen zwaard van bijna een meter lang een beweging gemaakt richting [slachtoffer] . [slachtoffer] stelt dat de verdachte met het zwaard richting zijn hals kwam en dat hij het heeft afgeweerd met zijn linker elleboog met een snijwond tot gevolg, die in het ziekenhuis gehecht is. De locatie van dit letsel past bij een afwerende beweging ter bescherming van de hals. Het is een feit van algemene bekendheid dat zich in de hals vlak onder de huid vitale organen zoals de luchtpijp en (slag)aders bevinden en dat het raken daarvan met een zwaard gemakkelijk tot de dood kan leiden. De rechtbank leidt hieruit af dat indien [slachtoffer] zijn arm niet omhoog had bewogen, het zwaard [slachtoffer] in zijn hals had kunnen raken en [slachtoffer] hierdoor had kunnen komen te overlijden.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte door zo te handelen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij [slachtoffer] ergens in zijn hals dodelijk zou raken. Dat de verdachte in de veronderstelling verkeerde dat het zwaard enkel ter decoratie diende en niet wist dat het lemmet was geslepen, doet hier niet aan af. Het is namelijk een feit van algemene bekendheid dat een metalen lemmet doorgaans scherp is en er gelet op de lengte van het zwaard gemakkelijk veel kracht gezet kan worden.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde poging tot doodslag.

Partiële vrijspraak

Alleen [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte met een schep geslagen zou hebben. Geen van de in de woning aanwezige getuigen verklaart dat verdachte een schep in zijn handen gehad zou hebben. De verklaring van een getuige dat die schep na de gebeurtenissen op 3 april 2025 op een andere plek is aangetroffen dan waar die normaal gesproken zou staan, acht de rechtbank onvoldoende om de verklaring van [slachtoffer] te ondersteunen. De rechtbank acht dan ook niet bewezen dat verdachte met een schep heeft geslagen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Feit 1 primair:

op 3 april 2025 te Sittard, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet, met een samoeraizwaard, in de richting van de hals van die [slachtoffer] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging zijn in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet in zijn belangen geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich (subsidiair) op het standpunt dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat er sprake was van noodweer. Er was een wederrechtelijke aanranding van de zijde van aangever waartegen de verdachte zich mocht verdedigen. Hij wilde enkel verbaal, dus niet met geweld, verhaal halen, maar werd direct door [slachtoffer] geslagen. De verdachte heeft klappen tegen zijn hoofd gekregen, waardoor zijn neus is gebroken, en hij is in een hoek gedreven. Er was sprake van een noodweersituatie waaraan de verdachte zich niet kon onttrekken. Hij is met het pakken van het zwaard, om daarmee afstand te creëren, binnen de grenzen van de proportionaliteit gebleven. Op het moment dat de verdachte de verwonding bij [slachtoffer] ziet, is het geweld gestopt.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat een beroep op noodweer dient te worden verworpen, omdat er geen sprake is van een noodweersituatie. Het is de verdachte geweest die [slachtoffer] heeft opgezocht, de aanval heeft geopend en zelfs nadat [slachtoffer] de tuin wilde verlaten achter hem aan bleef lopen.

Het oordeel van de rechtbank

Voor een geslaagd beroep op noodweer is vereist dat de verdediging is gericht tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van het eigen - of een anders - lijf, eerbaarheid of goed. Indien door of namens de verdachte een beroep wordt gedaan op noodweer, dan moet de rechtbank eerst beoordelen of de feitelijke toedracht, zoals door de verdachte aan het verweer ten grondslag is gelegd en uit de wettelijke bewijsmiddelen moet worden afgeleid, aannemelijk is geworden. De rechtbank overweegt daarover als volgt.

Op 3 april 2025 treft de verdachte [slachtoffer] in de woning aan de [adres] te Sittard. Volgens de verdachte wilde hij [slachtoffer] aanspreken op zijn gedrag. Er ontstaat dan al gauw een ruzie met veel geschreeuw. De in de woning aanwezige personen verklaren dat zij daarom de woning verlaten. Er gebeurt in de woning vervolgens van alles waar behalve de verdachte en [slachtoffer] en aanvankelijk nog de vriendin van de verdachte verder niemand bij aanwezig is geweest. [slachtoffer] komt uiteindelijk naar buiten met een snee in zijn elleboog, een gebroken pols en een snee op zijn schouderblad. De verdachte komt even later ook naar buiten met een samoeraizwaard in zijn handen. Het gezicht van de verdachte is bont en blauw, zijn neus staat scheef en is naar alle waarschijnlijkheid gebroken. Over wat er precies in de woning is gebeurd verklaren de verdachte en [slachtoffer] verschillend. Voor zover relevant heeft [slachtoffer] verklaard dat de verdachte op hem af kwam lopen, dat hij gelijk meerdere klappen voelde, hij afstand probeerde te nemen en de verdachte weg wilde duwen, waarna hij zag dat de verdachte het zwaard uit de hoek pakte, op hem af kwam gelopen en daarmee richting zijn hals bewoog. De verdachte heeft daarentegen verklaard dat toen hij [slachtoffer] aansprak op zijn gedrag, hij meteen klappen van hem kreeg en vervolgens moest vechten voor zijn leven. De verdachte verklaart ook dat zij in een worsteling op de grond terecht zijn gekomen en dat hij het zwaard van de grond heeft gepakt en ermee heeft gezwaaid met de bedoeling om [slachtoffer] op afstand te houden. Verder verklaart hij dat toen hij zag dat [slachtoffer] gewond was, hij direct is gestopt met het geweld.

De verklaring van de verdachte wordt niet weerlegd door het dossier en is daarnaast ook overigens niet onaannemelijk. Daar komt bij dat het bij de verdachte geconstateerde letsel zijn verklaring dat [slachtoffer] zichzelf niet onbetuigd heeft gelaten, ondersteunt en niet te rijmen is met de verklaring van [slachtoffer] , die het alleen heeft over het ‘wegduwen’ van de verdachte. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] juist niet op alle punten wordt ondersteund door het dossier. Het is ook niet zo dat de verdachte met het zwaard in de hand de achtervolging heeft ingezet achter de vluchtende [slachtoffer] . [slachtoffer] is richting de straat gerend en de verdachte is met het zwaard naar de achtertuin gelopen. Hij is bij de hoofdbewoner in de tuin blijven zitten tot de politie kwam en hem riep. De rechtbank is gelet op het bovenstaande van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat er sprake is van een noodweersituatie waartegen de verdachte zichzelf mocht verdedigen.

De volgende vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of de verdediging door de verdachte noodzakelijk en geboden was. Er dient, met andere woorden, te zijn voldaan aan de subsidiariteits- en proportionaliteitseis. De verdachte heeft verklaard dat hij in een hoek stond en geen kant op kon. Deze verklaring wordt naar het oordeel van de rechtbank ondersteund door de foto van de plaats delict, waaruit blijkt dat er weinig beweegruimte in de kleine woonkamer was. De rechtbank is van oordeel dat onder deze omstandigheden het zich verwijderen uit de situatie of het zoeken naar een ander voorwerp om zich te verdedigen geen reëel alternatief was. Aan de subsidiariteitseis is dan ook voldaan. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat ook aan de proportionaliteitseis is voldaan. De gekozen geweldsvorm en de mate waarin dit geweld is gebruikt, te weten het eenmalig uithalen met het samoeraizwaard dat de verdachte achter zich van de grond heeft gepakt naar aanleiding van meerdere vuistslagen op het gezicht en het gegeven dat de verdachte direct is gestopt toen hij de verwonding bij [slachtoffer] zag, is binnen de grenzen van proportionaliteit gebleven.

De rechtbank komt op grond hiervan tot de conclusie dat het beroep op noodweer slaagt en de bewezenverklaarde poging tot doodslag niet strafbaar is. De verdachte zal dan ook worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

5. De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij vordert schadevergoeding tot een bedrag van 12.500 euro bestaande uit immateriële schade.

De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van een bedrag van 5.000 euro met vermeerdering van de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, primair gelet op de bepleite vrijspraak dan wel ontslag van alle rechtsvervolging, subsidiair omdat deze onvoldoende is onderbouwd.

Het oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij vordert schadevergoeding tot een bedrag van 12.500 euro, bestaande uit immateriële schade. De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Omdat de verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging, zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering.

6. Het beslag

Het in beslag genomen voorwerp (1 STK wapen, omschrijving: PL2300-2025053785-G1793758, meerkleurig) dient te worden onttrokken aan het verkeer, nu het bezit hiervan gelet op de aard van het samoeraizwaard en/of de omstandigheden waaronder dit zwaard werd aangetroffen op zichzelf strafbaar is.

7. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid van het feit

- verklaart het bewezenverklaarde feit niet strafbaar en ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Beslag

- onttrekt aan het verkeer het volgende in beslag genomen voorwerp:

1 stuk wapen (omschrijving: PL2300-2025053785-G1793758, meerkleurig).

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.W. Peters, voorzitter, mr. M.J.A.G. van Baal en mr. L. Feuth, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.M.N.F. Roelofs, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 29 april 2026.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij, op of omstreeks 3 april 2025 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet, meermalen, althans eenmaal, (met kracht)

- met een schep en/of schop, althans een (hard) voorwerp, naar en/of in de richting van de arm(en), in elk geval het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen,

- ( vervolgens) met een (samurai)zwaard, althans een scherp en/of puntig voorwerp, naar en/of in de richting van de hals en/of het bovenlichaam van die [slachtoffer] heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 3 april 2025 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, meermalen, althans eenmaal, (met kracht)- met een schep en/of schop, althans een (hard) voorwerp, naar en/of in de richting van de arm(en), in elk geval het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen,- (vervolgens) met een (samurai)zwaard, althans een scherp en/of puntig voorwerp, naar en/of in de richting van de hals en/of het bovenlichaam van die [slachtoffer] heeft gestoken,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand