RECHTBANK LIMBURG
beslissing
Zittingsplaats Roermond
Wrakingskamer
Zaaknummer: C/03/349468 / HA RK 26-27
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
dat strekt tot wraking van “het zittingscluster rechtbank Maastricht”.
1. De procedure
Op 10 februari 2026 is bij de griffie een e-mailbericht ontvangen van verzoeker inhoudende een verzoek tot wraking. Verzoeker wraakt het zittingscluster van de rechtbank Maastricht.
2. De beoordeling
Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering kan een rechter die een zaak behandelt worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
De wrakingskamer heeft kennisgenomen van het verzoek tot wraking van het zittingscluster van de rechtbank Maastricht (naar de wrakingskamer begrijpt: het zittingscluster van het team Toezicht) en de daarin genoemde lange geschiedenis van bewindvoering- van de verzoeker. Verzoeker spreekt in zijn gronden over ‘institutionele instrumentalisatie’, ‘actieve rechtsweigering’, schending van verdragsrechtelijke waarborgen’ en ‘fundamentele ontmenselijking en bestaansvernietiging binnen het bewindvoeringsregime’. Verzoeker concludeert dat de schijn van partijdigheid de individuele rechter overstijgt en het gehele cluster beslaat.
Een verzoek tot wraking dient te zijn gericht tegen de rechter die de zaak behandelt en de gronden voor wraking dienen feiten of omstandigheden te zijn die deze behandelend rechter betreffen. De wet biedt niet de mogelijkheid om het hele zittingscluster van de rechtbank te wraken, zodat het verzoek om die reden niet in behandeling kan worden genomen. Hieruit volgt dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoek. Gelet op artikel 4, tweede lid, aanhef en onder e, van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg zal de wrakingskamer dit bepalen zonder mondelinge behandeling ter zitting.
3. De beslissing
De wrakingskamer:
verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.M.M. Kleijkers, mr. R.A J van Leeuwen en
mr. H.M.J. Quaedvlieg, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken
op 26 februari 2026.