ECLI:NL:RBLIM:2026:4465

ECLI:NL:RBLIM:2026:4465

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 07-05-2026
Datum publicatie 07-05-2026
Zaaknummer ROE 24/5203
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Beroep niet-ontvankelijk omdat eiseres geen belanghebbende is bij het verzoek om handhaving. Geen concurrentiebelang omdat er sprake is van verschillende marktsegmenten en verzorgingsgebieden. De overlap in het assortiment is niet aantoonbaar substantieel.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: ROE 24/5203

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2026 in de zaak tussen

(gemachtigde: mr. I. Laurijssen),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Peel en Maas, verweerder.

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam derde-partij] , te [woonplaats]

(gemachtigde: mr. J.H.D. Elings).

Procesverloop

Bij besluit van 24 juni 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder een last onder dwangsom opgelegd in verband met strijdige detailhandelsactiviteiten op het adres [adres] in [vestigingsplaats] .

Bij besluit van 11 november 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van [naam derde-partij] , handelend onder de naam [handelsnaam] , derde-partij, gegrond verklaard en het primaire besluit herroepen.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 april 2026. Voor eiseres is [naam] verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.H.A.M. van der Steen. Derde-partij is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Zoals bij het doen van de mondelinge uitspraak al aangekondigd, is voor een goed begrip van de beslissing de uitspraak hieronder iets uitgebreider gemotiveerd door onder meer het procesverloop op te nemen en verwijzingen naar relevante wetsartikelen en rechtspraak.

2. Op 25 april 2023 heeft eiseres een verzoek om handhaving ingediend tegen illegale detailhandelsactiviteiten (verkoop aan particulieren) op het adres [adres] te [vestigingsplaats] . Op dat adres exploiteert derde-partij een groothandel in diervoeders. Verweerder heeft bij het primaire besluit beslist op dat verzoek van eiseres en een last onder dwangsom opgelegd ten aanzien van met het geldende bestemmingsplan strijdige detailhandelsactiviteiten. Bij het bestreden besluit is verweerder daarvan teruggekomen, het bezwaar van de derde-partij gegrond verklaard en het primaire besluit herroepen. Daarbij heeft verweerder zich in navolging van de bezwaarschriftencommissie op het standpunt gesteld dat op basis van de aard (zowel buitenzijde als inpandig), indeling en inrichting van het pand, de maatregelen die de exploitant na 28 februari 2024 heeft getroffen, het feit dat bij geen enkele controle (potentiële) particuliere klanten in het pand zijn aangetroffen, de door de exploitant aangeleverde zakelijke transacties en het ontbreken van prijzen bij de producten in het pand, onvoldoende aannemelijk is dat ter plaatse strijdige detailhandelsactiviteiten (kunnen) plaatsvinden.

3. Naar aanleiding van het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit heeft derde-partij de belanghebbendheid van eiseres in twijfel getrokken.

4. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een verzoek om handhaving van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op dat verzoek onherroepelijk wordt. Het verzoek om handhaving van de Wabo is gedaan op 25 april 2023. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

5. In artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt moet er volgens vaste jurisprudentie sprake zijn van een objectief bepaalbaar, eigen (persoonlijk, individualiseerbaar) en voldoende actueel belang, dat bovendien rechtstreeks bij het desbetreffende besluit is betrokken. Het begrip 'rechtstreeks' in deze definitie accentueert dat er in voldoende mate een onlosmakelijk en direct verband moet bestaan tussen het gevraagde besluit tot handhavend optreden van verweerder en het (persoonlijk) belang waarin eiseres wordt getroffen bij de beslissing op haar handhavingsverzoek en het achterwege blijven van handhaving.

Volgens vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken is degene wiens concurrentiebelang rechtstreeks is betrokken bij een besluit belanghebbende (zie bijvoorbeeld de uitspraak van Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2881 en 3 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1392). Een onderneming heeft alleen een concurrentiebelang als zij in hetzelfde verzorgingsgebied en hetzelfde marktsegment bedrijfsactiviteiten ontplooit als waarin de bedrijfsactiviteiten van haar concurrent plaatsvinden. Het is aan eiseres om dat aannemelijk te maken. Dat volgt uit de rechtspraak.

6. De rechtbank stelt vast dat de producten die eiseres aanbiedt en verkoopt duidelijk verschillen van die van Schepens. Terwijl eiseres een bouwmarkt exploiteert onder de Hubo-formule, met een breed assortiment aan klus- en bouwmaterialen gericht op de particuliere doe-het-zelver op de lokale markt, is Schepens een groothandel in diervoeders, die voornamelijk aan zakelijke klanten in binnen- en buitenland levert. Hierdoor bedienen zij verschillende marktsegmenten en is sprake van een wezenlijk onderscheid in zowel aanbod als doelgroep. Het feit dat eiseres ook diervoeders en aanverwante producten verkoopt, verandert het voorgaande niet, omdat het assortiment grotendeels verschilt. Eiseres heeft gesteld dat de verkoop van diervoeders en -benodigdheden ongeveer 30% van haar totale assortiment bedraagt, maar heeft dit niet voldoende onderbouwd, terwijl onbestreden is gebleven dat het verzorgingsgebied van beide ondernemingen anders is en eiseres op geen enkele manier heeft aangetoond dat haar concurrentiepositie negatief wordt beïnvloed als niet handhavend wordt opgetreden. Bovendien heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat, en in welke mate, haar concurrentiepositie op een substantiële manier negatief zal worden beïnvloed als er geen handhavingsbeslissing wordt genomen.

7. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiseres geen concurrentiebelang heeft en ook anderszins niet als belanghebbende is aan te merken als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb, waardoor haar handhavingsverzoek geen aanvraag betreft als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Dat betekent dat op dat verzoek geen inhoudelijk besluit moest worden genomen en dat er voor eiseres ook geen beroep open staat tegen de beslissing van 11 november 2024. De rechtbank komt dan ook niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het besluit en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Voor vergoeding van griffierecht en voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.J.J. Derks-Voncken, rechter, in aanwezigheid van J.N. Buddeke, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op: 7 mei 2026

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N.J.J. Derks-Voncken

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand