ECLI:NL:RBLIM:2026:5053

ECLI:NL:RBLIM:2026:5053

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 29-04-2026
Datum publicatie 21-05-2026
Zaaknummer 03.268910.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

veroordeling voor bezit molotovcocktail tot een gevangenisstraf van 60 dagen, waarvan 56 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf van 120 uur. Niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03.268910.25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 29 april 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortedatum] 2005,

wonende te [adres 1] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. K.E.J. Dohmen, advocaat te Venlo.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 april 2026. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Het slachtoffer [naam slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij is niet op zitting verschenen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.

Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [naam medeverdachte] met het parketnummer 03.268871.25.

2. De tenlastelegging

De (ter terechtzitting gewijzigde) tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort weergegeven, op neer dat de verdachte op 11 oktober te Baarlo 3 molotovcocktails voorhanden heeft gehad.

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het aan de verdachte tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het aan de verdachte tenlastegelegde feit, nu niet bewezen kan worden dat de verdachte de molotovcocktails bewust aanwezig had, noch dat hij de beschikkingsmacht had over alle drie de molotovcocktails.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het aan de verdachte tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Bewijsmiddelen

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] vermeldt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende:

V: Vertel ons eens, vanaf het begin, precies wat er [op 11 oktober 2026] allemaal is gebeurd?

A: Een feestje bij [naam medeverdachte] . Toen belde een jongen genaamd [naam 1] of zo en die ging ruzie maken. Hij zei tegen ons dat wij naar de [naam 2] moesten komen. Daarna had [naam medeverdachte] een idee van Khalasnikovs om hun bang te maken. Toen zijn we naar Baarlo gegaan.

O: De raadsvrouw breekt in en geeft aan dat de verdachte iets anders bedoelt met Khalasnikovs.

A: Ik bedoel een glas met een doek met benzine.

V: Vertel verder.

A: Toen reden we verder door naar Baarlo. (…)Wij hebben toen die glazen gevuld, dat klaar maken. (…) Toen reden wij terug. Ik was benieuwd hoe dat werkte dus ik gooide dat in het veld kapot en toen reden wij door naar Venlo. (…)V: [naam medeverdachte] vertelde dat jullie daar gestopt zijn en die twee molotov cocktails hebben gemaakt. Vertel?

A: Dat klopt, dat heb ik toch al verteld.

V: Hoe hebben jullie die gemaakt?

A: Wij hadden alcohol gedronken dus wij hadden een paar flessen. Deze hebben wij leeggemaakt Toen hebben we er benzine in gedaan. Wij hebben [naam medeverdachte] zijn shirt kapot gemaakt. Dit hebben we in de flessen gestopt, de dop erop gedaan en dat was het.

V: En toen, jullie hadden twee molotov cocktails?

A: Drie.

V: Drie?

A: Ja [naam medeverdachte] had er één, [naam 3] had er één en ik had er één.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam medeverdachte] vermeldt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende:

V: Wat gebeurde er met de jerrycan?

A: Ik heb met de jongens bij een bos gestaan. Ik had de jerrycan vast. We stonden bij een splitsing en toen was ik weer op de terugweg.

V: En toen?A: We hadden geen doek. Ik had een zwart T-shirt aan. Die hebben we kapot gescheurd, minimaal met twee man, misschien met drie. Voor die fles. Die fles had ik vast en daar zat benzine in en mijn T-shirt ook. Ik weet niet meer alles. Daarna stond ik bij een splitsing en toen was ik onderweg naar huis. Het T-shirt zat in de fles om die fles aan te steken, om daarmee te gooien, dat was dan een molotov.

Verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] relateerden – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende:

Bij onze aankomst op de [ [adres 2] te Baarlo] zagen wij een rechercheur van de politie staan in de nabijheid van een door brand/hitte aangetaste opberg box. (…) Deze rechercheur wees ons een flessenhals aan die hij had aangetroffen tijdens onderzoek in deze opberg box. Dit onderzoek had hij ingesteld naar aanleiding een afgelegde verklaring van één van de verdachten. Wij zagen in deze opberg box, ter hoogte van een kwast, een flessenhals liggen. In deze flessenhals zat een verbrande lap stof.

Verbalisant [naam verbalisant 3] relateerde – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende:

Onderzoek: In het proces-verbaal voorzien van het proces-verbaalnummer 2025172539-53 blijkt dat er een flessenhals werd aangetroffen met in deze flessenhals een (lap)stof (lont). Deze onderdelen werden door de verbalisanten fotografisch vastgelegd en beschreven.

Categorisering: Tot Molotovcocktail wordt ook gerekend: "een fles gevuld met een licht ontvlambare vloeistof ( bijvoorbeeld benzine), met in de flessenhals een ( provisorische) lont die de vloeistof, na het breken van de fles, tot ontbranding brengt". (tekst uit het "meertalig verklarend woordenboek wapens en munitie").

De bestemming van een molotovcocktail, betreft het treffen van personen of zaken door middel van vuur. Artikel 2 lid 1, categorie II sub 7, van de Wet wapens en munitie.

Voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of doormiddel van ontploffing, met uitzondering van explosieven voor civiel gebruik indien met betrekking tot deze explosieven erkenning is verleend overeenkomstig de Wet explosieven voor civiel gebruik.

Bewijsoverweging

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte met twee andere jongens op 11 oktober 2026 te Baarlo gezamenlijk een drietal zogenaamde molotovcocktails heeft gemaakt. Ze hebben gezamenlijk de drie flessen, die ze daarvoor bij zich hadden, met benzine gevuld en het T-shirt van [naam medeverdachte] kapot gescheurd en in de fles gestopt bij wijze van lont. Die aldus geprepareerde flessen zijn onmiskenbaar geschikt en bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur. Sterker nog: zo zijn ze uiteindelijk in feite ook alle drie gebruikt, door ze brandend stuk te gooien. Daarmee hebben ze een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1, categorie II onder 7 van de Wet wapens en munitie gemaakt en dus ook voorhanden gehad.

Op het moment dat de verdachte samen met die twee anderen deze drie molotovcocktails gemaakt had, hadden zij per persoon zowel de wetenschap van de aanwezigheid van als de beschikkingsmacht over alle drie de molotovcocktails. Het verweer van de verdediging dat de verdachte niet bewust de molotovcocktails aanwezig had, wordt door de rechtbank verworpen. Uit het hiervoor weergegeven verhoor van de verdachte blijkt immers duidelijk dat de verdachte wist hoe een dergelijk wapen gemaakt moet worden, dat hij de molotovcocktails samen met de twee anderen ook daadwerkelijk heeft gemaakt en eveneens dat hij wist dat dit gebruikt wordt om mensen “bang mee te maken”. Het volgende verweer van de verdediging dat de verdachte slechts de beschikking had over één molotovcocktail en dat drie dus niet bewezen kunnen worden, wordt gelet op het voorgaande eveneens door de rechtbank ter zijde geschoven. Dat de in totaal erbij betrokken drie jongens (de verdachte en de beide anderen) na het op enig moment uiteengaan ieder een eigen molotovcocktail meenamen, doet niets af aan het feit dat ze deze drie molotovcocktails daarvoor samen vervaardigd en dus allemaal samen voorhanden hadden waarbij zij elk de beschikkingsmacht hadden over alle drie de molotovcocktails. Het tenlastegelegde feit kan dan ook wettig en overtuigend worden bewezen en de aangebrachte wijziging van de tenlastelegging was voor de rechtbank niet nodig geweest. Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat de deelnemingsvorm van medeplegen zich bij dit feit nadrukkelijk aandient, maar niet is verweten; naast medeplegen is evenwel zonder enig voorbehoud (ook) sprake van het per persoon plegen van dit feit ten aanzien van alle drie de wapens.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

op 11 oktober 2025 te Baarlo een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten drie molotovcocktails (te weten glazen flessen gevuld met brandstof en een lap stof welke deels uit de flessen hingen), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 7°, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 116 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en dat aan deze proeftijd de bijzondere voorwaarden als geadviseerd door de reclassering worden verbonden. Daarnaast heeft zij gevorderd dat aan de verdachte een taakstraf voor de duur van 180 uur wordt opgelegd, te vervangen door 90 dagen hechtenis bij niet (volledig) voldoen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat, indien het tenlastegelegde feit bewezen wordt verklaard, aan de verdachte een taakstraf wordt opgelegd voor de duur van 240 uren waarvan 160 uren voorwaardelijk. Daarnaast heeft de verdediging bepleit dat het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis dient te worden opgeheven.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een drietal molotovcocktails. Dit betreffen wapens waarbij, indien ze bijvoorbeeld tegen personen of woningen worden gebruikt, het risico op het ontstaan van levensgevaar zeer aannemelijk is. Het voorhanden hebben en gebruiken van molotovcocktails vormt naast gebruik van explosief vuurwerk een steeds groter wordend probleem binnen de maatschappij. Dit soort wapens staat veelal in direct verband met ernstige geweldsmisdrijven en werkt ontwrichtend voor de maatschappij. Dat de verdachte deze wapens heeft gemaakt om anderen af te schrikken, draagt dan ook bij aan het gevoel van onveiligheid in de maatschappij. De rechtbank betrekt hier tenslotte bij dat de verdachte “zijn” molotovcocktail ook daadwerkelijk brandend heeft stukgegooid in de natuur; hij wilde de werking ervan kennelijk in het echt uitproberen.

Op het voorhanden hebben van een dergelijk wapen van categorie II, onderdeel 7°, verboden in artikel 26, lid 1 van de Wet wapens en munitie en strafbaar gesteld in artikel 55, lid 7 van die wet staat een maximale gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren. Het geldt dus zonder meer als een ernstig misdrijf. De rechtbank realiseert zich vanzelfsprekend dat onder deze verbodsbepaling ook wapens vallen zoals vlammenwerpers, bommen en granaten of andere vormen van explosieven, maar dit neemt niet weg dat ook een wapen als een molotovcocktail dus door de wetgever wordt aangemerkt als zwaarder aanvalswapen.

De officier van justitie heeft in haar requisitoir verwezen naar de strafvorderingsrichtlijnen van het openbaar ministerie, waar voor één molotovcocktail een gevangenisstraf van 4 maanden als eis benoemd staat. Het oriëntatiepunt van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht kent voor het bezit van een molotovcocktail als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, wat in essentie geen groot verschil in benadering oplevert. Met de officier van justitie acht de rechtbank het reëel om die straf in principe per wapen te bezien; bij voorhanden hebben van twee of drie vuurwapens of handgranaten wordt immers doorgaans ook hoger gestraft dan bij voorhanden hebben van één enkel vuurwapen of één enkele handgranaat.

De reclassering heeft in haar advies overwogen of het adolescentenstrafrecht moet worden toegepast, maar heeft hier negatief over geadviseerd. De rechtbank ziet, samen met de officier van justitie en de verdediging, geen aanleiding om het adolescentenstrafrecht toe te passen. Wel houdt de rechtbank bij het bepalen van de op te leggen straf rekening met de jonge leeftijd van de verdachte. Daarnaast weegt de rechtbank in positieve zin mee dat de verdachte geen relevante justitiële documentatie heeft. De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf langer dan de duur van het voorarrest op dit moment niet opportuun. De verdachte langer in de gevangenis opsluiten heeft maatschappelijk gezien geen meerwaarde. Het onvoorwaardelijke gedeelte van de straf moet echter wel groter zijn dan enkel de dagen die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, dit om de ernst van de feiten voldoende tot uitdrukking te brengen. Ook is de rechtbank van oordeel dat daarnaast een voorwaardelijke straf aangewezen is als stok achter de deur ter voorkoming van herhaling en met het oog op de benodigde behandeling en begeleiding.

Alles overwegend veroordeelt de rechtbank de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen, waarvan 56 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Aan deze proeftijd zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden verbinden zoals geadviseerd door de reclassering, te weten een meldplicht, het volgen van een ambulante behandeling, begeleid wonen en het vinden van dagbesteding. Voor het geadviseerde contactverbod ziet de rechtbank geen aanleiding, nu uit het dossier niet volgt dat de verdachte enige vorm van bedreiging heeft geuit richting Julia Polonska.

Daarnaast zal de rechtbank de verdachte nog een taakstraf voor de duur van 120 uur opleggen, te vervangen door 60 dagen hechtenis bij niet (volledig) voldoen. Gelet op de bepaalde strafmodaliteit zal het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis worden opgeheven.

7. De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 4.752,47. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:

kosten camera’s en abonnement beveiligingsdienst huis: € 2.837,32;

kosten opbergkist met spullen: € 471,20;

reparatiekosten schutting: € 69,00;

reparatiekosten buitenlamp: € 99,95;

immateriële schade: € 675,00.

De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het oordeel van de rechtbank

Nu aan de vordering een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet wordt vervolgd en daardoor hiervoor ook niet zal worden veroordeeld – immers verdachte is niet degene die een molotovcocktail tegen de woning van de benadeelde partij heeft gegooid –, zal de rechtbank de benadeelde niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9. De beslissing

Strafbaarheid

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Straf

- geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de hiervoor genoemde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de veroordeelde:

Benadeelde partij

Voorlopige hechtenis

- heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.B.A. Ferwerda, voorzitter, mr. L.H.M. Geuns en mr. D.W.H.M. Wolters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.V. Haring, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 29 april 2026.

Buiten staat

Mr. L.H.M. Geuns en mr. D.W.H.M. Wolters zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 11 oktober 2025 te Baarlo, althans in Nederland, een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten drie, in elk geval, één molotovcocktail(s) (te weten glazen flessen gevuld met brandstof en een lap stof welke deels uit de flessen hingen, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. D.W.H.M. Wolters

Griffier

  • mr. D.V. Haring

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand