ECLI:NL:RBLIM:2026:5223

ECLI:NL:RBLIM:2026:5223

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 27-05-2026
Datum publicatie 27-05-2026
Zaaknummer 03.290131.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Veroordeling ontuchtige handelingen + seksueel binnendringen met minderjarige ondergeschikte. Oplegging gevangenisstraf.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond.

Strafrecht

Parketnummer: 03.290131.25

tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 27 mei 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1993,

wonende te [adres] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. G.J.J.G. Stevens-Waltmans, advocaat kantoorhoudende te Roermond.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 mei 2026. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

[naam 1] (wettelijk vertegenwoordiger: [naam 2] (moeder van [naam 1] ) heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en is ter zitting bijgestaan door mr. F. Oehlen, advocaat kantoorhoudende te Sittard. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er – na wijziging van de tenlastelegging –, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte in de periode van 1 januari 2023 tot en met 22 oktober 2023 in Limburg met zijn toen 14/15-jarige medewerkster [naam 1] ontuchtige handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam.

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 primair tenlastegelegde feit. Er is sprake van ontuchtige handelingen met seksueel binnendringen. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de verklaringen van het slachtoffer, [naam 1] , betrouwbaar en consistent zijn en worden ondersteund door de getuigenverklaring van getuige [naam 3] . De door [naam 3] waargenomen gedragsverandering bij [naam 1] vormt het belangrijkste steunbewijs in deze zaak.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt dat de verdachte enkel met [naam 1] heeft getongzoend en dat hij haar billen en benen heeft aangeraakt, omdat [naam 1] op zijn schoot ging zitten/zat tijdens het autorijden. Achter dat laatste zou volgens de verdachte echter geen seksuele intentie achter hebben gezeten. De verdachte ontkent de overige gedragingen die in de tenlastelegging zijn opgenomen. De raadsvrouw heeft om deze reden vrijspraak bepleit van het onder 1 primair tenlastegelegde feit. Met betrekking tot het onder 1 subsidiair tenlastegelegde feit heeft zij daarom bepleit dat de verdachte partieel moet worden vrijgesproken van het laten betasten en/of aftrekken van zijn penis. Daarnaast heeft de raadsvrouw aangevoerd dat [naam 3] in deze zaak mogelijk een dubbelrol heeft gespeeld en heeft gehandeld uit wraakgevoelens. [naam 3] had rond die tijd namelijk zelf een seksuele relatie met de verdachte. Voorts heeft de verdediging gesteld dat de periode waarin de ontuchtige handelingen zouden hebben plaatsgevonden, dient te worden ingekort.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelenoverzicht

[naam 1] , geboren op [geboortedag 2] 2008, deed aangifte van seksueel misbruik in de periode van 1 januari 2023 en 28 oktober 2023 en verklaarde op 20 november 2023 – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:

V: Als jij moet zeggen waarvan jij aangifte komt doen, wat is dat dan?

A: Aanranding en verkrachting.

V: Waar is het gebeurd?

A: In de kelder en in de auto.

V: Waar is die kelder?

A: In een hotel-restaurant in Vlodrop.

[…]

V: Wie zijn daar de leidinggevenden?

A: [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] .

[…]

V: Wat zijn [naam 4] werkzaamheden?

A: Hij doet alles regelen bij [hotel-restaurant] . Hij is eigenlijk de baas van [hotel-restaurant] . Hij

overlegt wel alles.

[…]

V: Je vertelde in het informatieve gesprek dat jij wel eens mocht autorijden van [naam 4] . Vertel daar eens alles over.

A: We reden weg van het werk en brachten eerst een andere collega naar huis. We reden

daarna bij [slagerij] , dat is een slagerij, een boerenwinkel en daarachter is een open

veld. [naam 4] vroeg of ik een stukje wilde rijden. Ik zei ja want dat leek me leuk.

[naam 4] zei dat ik dan wel bij hem op schoot moest maar dat er niks achter zat. […]

[…]

V: Je liep om en wie doet de deur open?

A: Hij maakte de deur open. Hij zette zijn stoel naar achteren en toen zette ik een

voet in de auto en hij zette mij op zijn schoot. Hij pakte met zijn handen mijn heupen vast.

[…]

V: En toen?

A: Hij had eerst zijn handen naast mij liggen. Daarna legde hij zijn handen op mijn

benen en zei er ‘sorry’ bij. Hij deed allemaal dingen om te kijken hoe ik zou reageren.

[…]

V: Weet je wat er is gebeurd?

A: Ik was aan het rijden en hij trok mijn string omhoog. Ik zei dat ik dan weer mijn

broek goed moest doen. Hij zei dat hij dat wel zou doen. En dat deed hij. Toen heeft

hij mij op de bijrijdersstoel gezet en begon mij te vingeren, beffen en ik hem pijpen.

[…]

V: Waar waren zijn handen?

A: Bij mijn string aan de onderkant.

[…]

V: Hij ging met zijn hand voor je langs en je zei dat hij je begon te vingeren, vertel?

A: Hij begon te vingeren en daarna zette hij mij op de bijrijdersstoel en ging verder.

[…]

V: Waar deed hij dat?

A: Met zijn vingers in mijn vagina.

[…]

V: Doet hij dan wat met zijn vingers in jouw vagina?

A: Bewegen, op en neer.

[…]

V: Je zat op de bijrijdersstoel en toen?

A: Hij ging verder met vingeren op dezelfde manier. En hij ging beffen.

V: Wat is beffen?

A: Met zijn mond naar de vagina en likken.

[…]

V: Je zei dat je hem moest pijpen, vertel?

A: Hij deed zijn broek half uit en hij pakte mij bij mijn hoofd, mijn nek van achteren en bracht mijn naar zijn geslachtsdeel. Na een tijdje pijpen was hij helemaal stijf.

V: Wat doe jij dan als je hem pijpt?

A: Mijn mond op zijn geslachtsdeel en op en neer gaan.

[…]

V: Is er nog iets gezegd voordat jullie naar huis reden?

A: dat ik mijn mond moest houden en het tegen niemand mocht zeggen.

V: Zei jij er nog iets op?

A: Dat ik mijn mond zou houden.

V: Waarom zou jij je mond houden?

A: Omdat niemand het mocht weten.

[…]

V: Maar waarom besloot jij om op dat moment te zeggen dat jij je mond zou houden.

Wat maakte dat jij je mond zou houden.

A: Omdat hij dat tegen mij zei.

[…]

V: Wanneer is het aftrekken gebeurd?

A: Voor het pijpen. Hij pakte mijn hand en die deed hij naar zijn geslachtsdeel.

[…]

V: Je vertelde in het informatieve gesprek dat [naam 4] en jij de volgende handelingen hebben gedaan:

- pijpen 4 à 5 keer

- beffen 5 à 6 keer

- gevingerd 7 à 8 keer

- aftrekken 5 à 6 keer

Klopt dat?

A: Ja.

[…]

V: Hoe oud was je toen het voor het eerst begon?

A: 15 jaar. Ook 14 jaar trouwens want ik werd in juli 15.

[…]

V: Je vertelde dat het in de auto gebeurd is maar ook in de kelder. Hoe vaak is het in de kelder gebeurd?

A: Drie tor vijf keer.

V: Kun je een keer vertellen die je goed kunt herinneren?

A: […] Die keer ging hij achter mij staan en deed mijn schort aan de kant en maakte mijn broek open. Hij ging me vingeren.

[…]

V: Je voelde zijn lichaam en doet je broek open en dan?

A: Hij gaat mij vingeren met zijn vingers in mijn broek.

V: Wat doet hij met zijn vingers?

A: Op en neer gaan.

V: Waar?

A: In mijn vagina.

[…]

V: Hoe gaat dat met jouw hand op zijn geslachtsdeel leggen?

A: Ik heb mijn handen naast mij. Hij pakte mijn rechterhand en deed die naar achteren en legde die op zijn geslachtsdeel.

[…]

V: Wat voor relatie/band hadden jij en [naam 4] voordat dit begon?

A: Een baas en verder niks.

[…]

V: Wanneer is de eerste keer dat je hebt verteld over [naam 4] en jou?

A: Dat was tegen [naam 3] . […] Ik zie in mijn gsm dat we zijn gaan eten op 3 augustus 2023. Ongeveer twee à drie maanden daarvoor heb ik het haar verteld.

V: Hoe komt het dat je dat vertelde?

A: Ik moest het aan iemand vertellen en tegen [naam 3] kan ik alles zeggen. [naam 3] merkte aan mij dat er iets was. Ik zei dat er niets was. [naam 3] vroeg mij of er iets was tussen mij en [naam 4] . Ik zei dat het niet was omdat ik mijn mond moest houden. Maar uiteindelijk heb ik het haar verteld.

Getuige [naam 3] verklaarde op 30 september 2025 – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:

O: [naam 3] , zoals reeds besproken word je vandaag gehoord als getuige in de zedenzaak van [naam 1] .

[…] A: Ik weet dat zij [verdachte] heeft moeten pijpen. Het gebeurde meestal in de auto op de terugweg, maar het is ook wel eens in de kelder voorgevallen. […] Het is begonnen met eerst aanrakingen en opmerkingen, zeg maar. Dat is steeds verder gegaan dat zij iets bij hem moest doen. Hij heeft haar ook gevingerd. Ze hebben ook gezoend. […]

V; Wanneer heeft [naam 1] de eerste keer daarover verteld?

A: Dat was toen ik haar appte. Ik weet niet welke datum. Ik had al heel lang het gevoel dat er toen ook iets gebeurde. Ik heb haar toen letterlijk geappt met de vragen wat er gebeurd was. […]

[…]

V: Hoezo had jij het gevoel dat er iets was met [naam 1] ?

A: Ik merkte dat aan haar. […] Maar elke keer als ik ernaar vroeg deed ze heel anders.

[…]

V: Wat merkte je aan [naam 1] ?

A: Dat ze niet als zichzelf reageerde

V: Hoe was dat dan?

A: Dat ze lacherig deed, dat ze het afwimpelde. Dat ze zei “nee nee, en lacherig deed, en er is niks". Ik heb wel vaker met haar over serieuze dingen gepraat en dan was ze echt heel anders. Ik herkende haar niet zo.

V: Op welk moment heeft [naam 1] dit dan aan jou verteld?

A: Tijdens dit Whatsapp gesprek. Die ochtend dus. Op de 28ste. Daar is alles naar boven gekomen dat er wel iets aan de hand was.

O: [naam 3] leest de Whatsappgesprekken tussen haar en [naam 1] op 28 oktober 2023 voor.

[…]

V: Als jij er met [naam 1] over sprak, hoe was haar gemoedstoestand?

A: Het zat haar denk ik zo hoog dat ze het helemaal wegduwde. Later heeft ze wel verteld dat ze er moeite mee had en niet meer in de bediening wilde werken. Verder heeft ze zich nooit echt heel emotioneel opengesteld. Ze was echt heel gesloten. Ik kreeg het idee van haar dat ze maar gewoon doorging alsof het niet bestond.

V: Je had het over dat [naam 1] [naam 4] moest pijpen en [naam 4] haar had gevingerd. Nog andere dingen die [naam 1] heeft verteld?

A: Die dingen in detail hoe het is gelopen bijvoorbeeld met het pijpen dat hij haar echt hardhandig naar zich toetrok. En dat hij zelf de bewegingen maakte. Zij had zoiets van ik doe het maar dan ben ik er zo snel mogelijk vanaf. Zij had haar ogen dicht. En ook dat zij hem heeft moeten aftrekken. Ik zag dat net terug in de WhatsApp gesprekken.

[…]

De verdachte verklaarde ter terechtzitting – zakelijk weergegeven – als volgt:

[naam 1] werkte destijds in ons horecabedrijf. Ik heb veel te veel contact gehad met [naam 1] in die tijd. [naam 1] heeft 6 of 7 keer met mij in mijn auto gereden. Zij zat dan op mijn schoot of tussen mijn benen. Als ze op schoot zat, moest ik mijn handen ergens laten. Tijdens het op schoot zitten heb ik wel eens aan haar billen en benen gezeten. Ook als ze uit de auto stapte, heb ik haar billen wel eens aangeraakt. Dat was niet noodzakelijk, maar ik heb het wel gedaan. Dit is gebeurd in de zomer van 2023. Ik heb ook met [naam 1] gezoend. Dat was met tong, mond op mond. Het is daarnaast één keer gebeurd dat ik aan de string van [naam 1] heb getrokken toen ze bij mij op schoot zat. Ik zag haar ondergoed zitten en trok eraan. Dat gebeurde in een opwelling. Hier is daarna nog over gesproken, omdat ik merkte aan haar reactie dat zij het onprettig vond.

Overwegingen van de rechtbank

[naam 1] heeft op 20 november 2023 aangifte gedaan van ontucht door de verdachte. Zij was ten tijde van de ontucht 14 en 15 jaar oud. Haar verklaring is consequent en gedetailleerd over de aard van de seksuele handelingen en de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden. De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de door haar afgelegde verklaring. Het enkele feit zij niet concreet aangeeft wanneer het seksuele contact is begonnen, doet niet af aan de betrouwbaarheid van haar verklaring.

Zedenzaken zijn bewijstechnisch lastige zaken en kenmerken zich doorgaans door het feit dat er slechts twee personen aanwezig waren bij de (veronderstelde) seksuele handelingen: het (veronderstelde) slachtoffer en de (veronderstelde) dader. Andere getuigen van de gebeurtenissen zijn er vaak niet. Ook in deze zaak is dit het geval. Dit brengt met zich dat, bij een zwijgende of ontkennende verdachte, veelal slechts de verklaringen van het (veronderstelde) slachtoffer als wettig bewijsmiddel voorhanden zijn. Op grond van het bepaalde in artikel 342, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, is de enkele verklaring van één getuige (in dit geval [naam 1] ) in beginsel onvoldoende. Dat is ook het geval als de rechter deze verklaring betrouwbaar acht. Om tot een bewezenverklaring te komen, moet er steunbewijs zijn dat afkomstig is van een andere bron dan het vermeende slachtoffer. Daarvoor volstaat niet dat het vermeende slachtoffer haar ervaringen met een ander heeft gedeeld en die ander daarover dan een getuigenverklaring aflegt. Die getuigenverklaring is dan immers nog altijd afkomstig uit dezelfde bron (het vermeende slachtoffer). Of er voldoende steunbewijs is, is sterk afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval. Toch zijn daarvoor wel aanknopingspunten in de rechtspraak geformuleerd. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een getuige die een verklaring heeft afgelegd over de emotionele toestand die hij of zij zelf heeft waargenomen bij een slachtoffer kort na het strafbare feit. Dergelijke waarnemingen kunnen voldoende zijn om als steunbewijs te fungeren.

Getuige [naam 3] heeft bij de politie verklaard dat zij in de periode waarin de seksuele handelingen tussen [naam 1] en de verdachte zouden hebben plaatsgevonden, een gedragsverandering bij [naam 1] heeft waargenomen. [naam 3] had al langere tijd het gevoel dat er iets tussen [naam 1] en de verdachte speelde en heeft dat vervolgens aan [naam 1] gevraagd. [naam 1] zou daarop anders dan normaal en lacherig hebben gereageerd. Zij wimpelde de vragen van [naam 3] af en reageerde niet zoals zij gebruikelijk deed. [naam 3] herkende [naam 1] daarin niet. Uiteindelijk heeft [naam 1] aan [naam 3] tijdens een appgesprek in detail verteld wat er is gebeurd en wat [naam 3] daarover heeft verklaard sluit op belangrijke punten aan op de verklaring van [naam 1] . De rechtbank is van oordeel dat de door [naam 3] waargenomen gedragsverandering goed past bij wat [naam 1] heeft verklaard. Zij heeft immers verklaard dat zij van de verdachte tegen niemand mocht vertellen wat er gebeurd was. Uiteindelijk heeft zij het toch tegen [naam 3] gezegd, omdat zij het tegen iemand moest zeggen.

Het dossier bevat geen aanwijzingen dat [naam 3] (uit wraak omdat zij eerder een relatie met de verdachte had) [naam 1] heeft beïnvloed (bij het afleggen van haar verklaring). Bovendien wordt een groot deel van de gebeurtenissen die in de verklaringen van [naam 1] en [naam 3] worden beschreven door de verdachte erkend. Kleine inconsistenties met betrekking tot de datum waarop [naam 1] aan [naam 3] zou hebben verteld wat er tussen haar en de verdachte speelde, doen niet af aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [naam 3] . De rechtbank acht de verklaring van [naam 3] betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.

De verklaring van [naam 1] wordt daarnaast op een aantal belangrijke punten ondersteund door de verklaring van de verdachte ter terechtzitting. De verdachte heeft bekend dat [naam 1] meermalen in zijn auto heeft gereden, waarbij zij bij hem op schoot zat en hij haar benen en billen heeft aangeraakt. De verdachte heeft hierover verklaard dat aan deze aanrakingen geen seksuele bedoelingen ten grondslag lagen. De rechtbank overweegt echter dat, nu de verdachte tevens heeft verklaard dat hij met [naam 1] heeft getongzoend, deze handelingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm moeten worden aangemerkt als seksuele en ontuchtige handelingen.

De rechtbank deelt voorts het standpunt van de officier van justitie dat de onder het primair tenlastegelegde feit beschreven gedragingen, waaronder het seksueel binnendringen van het lichaam van [naam 1] , kunnen worden bewezen, ook nu de verdachte dit onderdeel nadrukkelijk heeft betwist. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat als de verklaring van het slachtoffer op zichzelf geloofwaardig en betrouwbaar is en op een of meer onderdelen door andere bewijsmiddelen wordt ondersteund, de gehele verklaring tot het bewijs kan worden gebezigd.

Gelet op het bewijsmiddelenoverzicht en hetgeen hiervoor is overwogen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte ontuchtige handelingen, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, heeft gepleegd met [naam 1] , die destijds nog geen 16 jaar oud was. De rechtbank zal feit 1 primair wettig en overtuigend bewezen verklaren.

De verdachte heeft verklaard dat de ontuchtige handelingen in de zomer van 2023 plaatsvonden. In zijn voordeel zal de rechtbank de bewezenverklaarde periode beperken van 21 juni 2023 tot en met 22 oktober 2023.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

T.a.v. feit 1 primair:

in de periode van 21 juni 2023 tot en met 22 oktober 2023 in Limburg met zijn minderjarige ondergeschikte, te weten [naam 1] , geboren op [geboortedag 2] 2008, die toen de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam 1] , te weten- brengen en/of bewegen en/of houden van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [naam 1] en - brengen en/of bewegen en/of houden van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [naam 1] en - het likken en/of kussen aan/van de vagina en/of in de schaamstreek - het laten betasten en/of aftrekken van zijn, verdachtes, penis door die [naam 1] en/of-(tong-)zoenen en - betasten en/of knijpen en/of aanraken van de billen en/of benen van die [naam 1] .

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

T.a.v. feit 1 primair:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn minderjarige ondergeschikte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van bijzondere voorwaarden. De officier van justitie heeft bij de bepaling van de strafeis rekening gehouden met de ernstige inbreuk door de verdachte op de lichamelijke integriteit van [naam 1] . Hierdoor is het veiligheidsgevoel van [naam 1] ernstig aangetast. Daarnaast deelt de officier van justitie de zorgen van de reclassering met betrekking tot het contact van de verdachte met minderjarigen. De officier van justitie heeft in de strafeis rekening gehouden met het tijdsverloop.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat bij de bepaling van de strafmaat rekening moet worden gehouden met het tijdsverloop in deze zaak en de verantwoordelijkheid die de verdachte heeft genomen voor zijn handelen. De raadsvrouw heeft verzocht om de verdachte, bij een bewezenverklaring, een taakstraf en een voorwaardelijke (gevangenis)straf op te leggen. De voorwaarden van de reclassering zijn volgens de raadsvrouw achterhaald en met name de voorwaarde met betrekking tot het contact met minderjarigen is niet langer passend.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ontuchtige handelingen jegens de destijds 14/15-jarige [naam 1] , die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. [naam 1] was ten tijde van de feiten ondergeschikt aan de verdachte, aangezien zij werkzaam was in het hotel van de verdachte en zijn ouders waar de verdachte een leidinggevende functie vervulde.

Door zijn handelen heeft de verdachte op ernstige wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en lichamelijke en seksuele integriteit van [naam 1] . De verdachte heeft daarbij uitsluitend gehandeld ter bevrediging van zijn eigen seksuele behoeften. De rechtbank weegt daarbij ook mee dat het seksueel misbruik op meerdere momenten heeft plaatsgevonden. Hoewel de verdachte tussentijds gelegenheid had om zijn gedrag te overdenken, is hij daar desondanks mee doorgegaan. De ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden tijdens werktijd en tijdens autoritten als de verdachte [naam 1] na werktijd naar huis bracht. Dit waren situaties waaraan [naam 1] zich niet kon onttrekken. De verdachte heeft de veiligheid en grenzen van [naam 1] volledig genegeerd. Naar algemene ervaringsregels kan dergelijk misbruik langdurige negatieve (psychische) gevolgen veroorzaken, zoals de rechtbank ook is gebleken uit de onderbouwing van de vordering tot schadevergoeding en de namens [naam 1] voorgedragen slachtofferverklaring.

De rechtbank is, evenals de officier van justitie, van oordeel dat, gelet op de ernst van het feit, niet kan worden volstaan met een andere straf dan een (deels onvoorwaardelijke) gevangenisstraf. De rechtbank zal echter een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist vanwege het lange tijdsverloop en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Uit het reclasseringsadvies van 21 april 2026 volgt dat de verdachte zijn leven op alle leefgebieden op orde heeft. De rechtbank volgt de reclassering in haar advies dat maatregelen nodig zijn om het slachtoffer te beschermen en te voorkomen dat de verdachte in contact komt met mogelijke andere slachtoffers. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht, ambulante behandeling, een contactverbod met het slachtoffer en het vermijden van contact met minderjarigen.

Gelet op het reclasseringsadvies ziet de rechtbank aanleiding een deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen, met daaraan verbonden de door de reclassering in haar advies geformuleerde voorwaarden. De voorwaarde over het vermijden van contact met minderjarigen wordt door de rechtbank nader gespecificeerd. Die nadere specificatie houdt in dat het de verdachte tijdens de proeftijd niet is toegestaan om minderjarige werknemers van de horecaonderneming waar hij werkzaam is te vervoeren of alleen met hen in een auto te verblijven. De rechtbank acht het immers wenselijk dat de verdachte zijn werk in het hotel kan blijven doen. Tegelijkertijd acht de rechtbank het noodzakelijk om ter bescherming van minderjarige werknemers het contact van de verdachte met hen te beperken.

Het voorwaardelijk strafdeel dient als forse stok achter de deur om de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal de daaraan te verbinden proeftijd stellen op twee jaren.

Alles overwegende zal de rechtbank aan de verdachte opleggen een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Aan deze proeftijd zal de rechtbank de door de reclassering geformuleerde bijzondere voorwaarden opleggen, inhoudende: een meldplicht, ambulante behandeling, een contactverbod met het slachtoffer en het beperken van contact met minderjarige werknemers.

7. De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [naam 1] vordert schadevergoeding tot een bedrag van

€ 26.233,27 ter zake van het tenlastegelegde feit. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:

reiskosten: € 98,27

studievertraging: € 17.750,00

toekomstige schade: € 2.385,00

immateriële schade: € 6.000,00

De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering, met uitzondering van een bedrag van € 2.000,00 ter zake van toekomstige schade. De benadeelde partij dient in zoverre niet-ontvankelijk te worden verklaard. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd het toe te wijzen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair verzocht om de schadevordering af te wijzen, omdat de verdachte stelt dat er geen ontuchtige seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. Subsidiair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat het gevorderde bedrag aan immateriële schade slechts gedeeltelijk kan worden toegewezen, omdat aansluiting is gezocht bij het hoogste bedrag van de Rotterdamse Schaal, terwijl dit bedrag ziet op ernstigere ontuchtige handelingen. Daarnaast zou de benadeelde partij niet-ontvankelijk moeten worden verklaard ten aanzien van de € 2.000,00 euro ter zake van toekomstige schade.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat vaststaat dat aan de benadeelde partij [naam 1] als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde strafbare feit schade is toegebracht en dat de gevorderde schade het rechtstreeks gevolg is van het door de verdachte gepleegde feit.

Materiële schade

Ten aanzien van de posten a. en b. is de rechtbank van oordeel dat de kosten door de benadeelde partij voldoende zijn onderbouwd en niet door de verdediging zijn betwist. De rechtbank zal daarom deze schade toewijzen.

Met de officier van justitie, de verdediging en de raadsvrouw van de benadeelde partij is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde partij in de gevorderde toekomstige schade niet-ontvankelijk moet worden verklaard, aangezien deze schade thans nog niet geleden is en om die reden niet voor vergoeding in aanmerking komt. Het gedeelte van de toekomstige schade dat ziet op het eigen risico van 2026 voor het volgen van therapie, te weten € 385,00, zal de rechtbank wel toewijzen.

De rechtbank stelt de totale toewijsbare materiële schade vast op € 18.223,27, bestaande uit de posten:

reiskosten: € 98,27

studievertraging: € 17.750,00

toekomstige schade: € 385,00

Immateriële schade

De rechtbank is van oordeel dat door de benadeelde partij immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreekse gevolg is van het bewezenverklaarde. De aard en de ernst van de normschending brengen mee dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat de in artikel 6:106, aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek, bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ zonder meer kan worden aangenomen. De rechtbank acht de vordering van de benadeelde partij voldoende onderbouwd en het gevorderde bedrag billijk. De rechtbank zal het gevorderde bedrag van € 6.000,00 daarom volledig toewijzen.

Conclusie

De rechtbank komt aldus tot toewijzing van de schadevordering tot een bedrag van

€ 24.223,27 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 oktober 2023 tot de dag van algehele voldoening. Voorts zal de rechtbank de verdachte veroordelen in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank ziet verder aanleiding om de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

De verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 245 en 248 van het Wetboek van Strafecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

a. Meldplicht bij reclassering

De veroordeelde meldt zich gedurende de proeftijd op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de veroordeelde zich binnen vijf dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Slachthuisstraat 31, 6041 CB Roermond of telefonisch op het nummer: 088 804 1501. De reclassering zal contact met de veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak.

b. Ambulante behandeling

De veroordeelde laat zich gedurende de proeftijd onderzoeken en indien nodig behandelen door De Rooyse Wissel ambulant behandelen of een soortgelijk zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op seksueel grensoverschrijdend gedrag.

c. Contactverbod

De veroordeelde zoekt of heeft gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met [naam 1] , geboren op [geboortedag 2] 2008 te [geboorteplaats 2] .

d. Beperkt contactverbod met minderjarigen

Het is de veroordeelde niet toegestaan om gedurende de proeftijd minderjarige werknemers van de horecaonderneming waar hij werkzaam is te vervoeren of om alleen met hen in een motorvoertuig te verblijven.

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Feuth, voorzitter, mr. M.J.A.G. van Baal en mr. S.S. Vijn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.H.G. Staals, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 27 mei 2026.

mr. S.S. Vijn is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

T.a.v. feit 1 primair:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met 22 oktober 2023 te Vlodrop en/of St. Odiliënberg, althans in Limburg,

met zijn pupil en/of een aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige en/of zijn minderjarige bediende en/of ondergeschikte

te weten [naam 1] , geboren op [geboortedag 2] 2008, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

buiten echt,

een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of

mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam 1] , te weten

- brengen en/of bewegen en/of houden van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [naam 1] en/of

- brengen en/of bewegen en/of houden van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [naam 1] en/of

- het likken en/of kussen aan/van de vagina en/of in de schaamstreek

- het laten betasten en/of aftrekken van zijn, verdachtes, penis door die [naam 1] en/of

- ( tong-)zoenen en/of

- betasten en/of knijpen en/of aanraken van de billen en/of benen van die [naam 1] ;

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand