ECLI:NL:RBLIM:2026:5315

ECLI:NL:RBLIM:2026:5315

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 29-05-2026
Datum publicatie 29-05-2026
Zaaknummer 03.312536.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Veroordeling wegens medeplegen van brandstichting bij een woning. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte in opdracht van zijn broer samen met een minderjarig neefje brand heeft gesticht bij familieleden vanwege relatieproblemen tussen de broer van de verdachte en diens partner. Oplegging van een gevangenisstraf van 3 jaar met aftrek.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03.312536.25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 29 mei 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 1] 2002 te [geboorteplaats 1] ,

thans gedetineerd in de [P.I.] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. H.L. Hendriks, waarnemend voor mr. S. Konya, advocaten te Bodegraven.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 mei 2026. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Deze zaak is gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [naam 1] onder parketnummer 03.312544.25.

2. De tenlastelegging

De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er feitelijk weergegeven op neer dat de verdachte:

op 22 oktober 2025, samen met (een) ander(en), brand heeft gesticht bij een woning waardoor gevaar te duchten was voor de bewoners van die woning en de zich daar bevindende spullen (primair), dan wel dat hij aan deze brandstichting medeplichtig is geweest (subsidiair).

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht feit 1 primair wettig en overtuigend bewezen. Daartoe heeft zij onder meer naar voren gebracht dat er sprake is van een brandstichting waarbij levensgevaar te duchten was voor personen, gezien het tijdstip van deze brandstichting en de aanwezigheid van vijf personen in de bewuste woning. Het is de minderjarige medeverdachte [naam 2] die de brand heeft aangestoken. Van een volledig gezamenlijke uitvoering is geen sprake. De verdachte is samen met de minderjarige [naam 2] in de nachtelijke uren vanuit Almere afgereisd naar de plaats delict, waarbij de verdachte diegene was die de auto bestuurde, betalingen deed en bij autopech het initiatief nam om alternatief vervoer richting de plaats delict te regelen, terwijl hij hiervoor geen verklaring heeft gegeven. Gezien deze handelingen was bij de onderlinge taakverdeling de rol van de verdachte onmisbaar, reden waarom de officier van justitie concludeert dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking bij de brandstichting, waardoor de verdachte als medepleger dient te worden aangemerkt. De wetenschap en het opzet leidt de officier van justitie mede af uit de lange reis die de verdachte heeft afgelegd waarbij de bestemming vanaf het begin duidelijk was.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit en daartoe primair aangevoerd dat de verdachte helemaal niet bij dit feit betrokken is geweest, en subsidiair dat de verdachte, net zoals de chauffeur, niets heeft gezien van de brandstichting en daarvan dus ook niet op de hoogte was. Verder blijkt uit zijn telefoon ook niet dat hij naar de plaats delict heeft genavigeerd. Het dossier bevat volgens de raadsvrouw geen bewijs dat de verdachte wist wat er zou gaan gebeuren in Sittard en evenmin volgt hieruit dat de verdachte opzet heeft gehad op de brandstichting. De enkele aanwezigheid in de auto is volgens haar onvoldoende om tot bewezenverklaring van medeplegen of medeplichtigheid aan de brandstichting te kunnen komen.

Voorts heeft zij bepleit dat er geen daadwerkelijk levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel bestond. De aanwezigheid van enkele jassen die mogelijk vlam zouden kunnen vatten is onvoldoende om van daadwerkelijk gevaar te kunnen spreken. Bovendien is de brand snel geblust.

Het oordeel van de rechtbank

Inleiding

Op 22 oktober 2025 is rond 06.00 uur in de ochtend een brand ontstaan aan de voordeur van de woning aan de [adres 1] te Sittard. In de woning waren op dat moment aangever [naam 3] en zijn vrouw en drie kinderen aanwezig.

Bewijsmiddelen

Het proces-verbaal van bevindingen van 4 november 2025, onder meer inhoudende:

Naar aanleiding van een brandstichting gepleegd aan de [adres 1] te Sittard op 22 oktober 2025 omstreeks 06.00 uur in de ochtend werd er, door onderzoek, een kenteken [kentekennummer 1] bekend. Op basis van dit kenteken maakte ik een Proces Verbaal Aanvraag Bevel Raadplegen Kentekengegevens ANPR. Ik kreeg de resultaten en zag het volgende:

Op 22-10-2025 om 01:46:52 passeerde het voertuig met Nederlands kenteken [kentekennummer 1] de ANPR-camera "A27 Li 64.7 R3+VS Nieuwegein" ter hoogte van A27 Li 64.7 Nieuwegein.

Op 22-10-2025 om 02:02:57 passeerde het voertuig met Nederlands kenteken [kentekennummer 1] de ANPR- camera "A 2 Re 110.1 R1+R2 Oud-Empel V”ter hoogte van A2 Re 110.1 Oud-Empel, baanpositie Re.

Op 22-10-2025 om 02:46:25 passeerde het voertuig met Nederlands kenteken [kentekennummer 1] de ANPR- camera “A 2 Re 176.4 RS1 RS2 VS Leende” ter hoogte van A2 Re 176.4 Leende.

Het proces-verbaal van bevindingen van 25 november 2025, onder meer inhoudende:

In het strafrechtelijke onderzoek ter zake een brandstichting, gepleegd op de [adres 1] te Sittard werden verschillende mobiele telefoons in beslag genomen. Zo ook de mobiele telefoon van [verdachte] .

De gebruikersgegevens van de genoemde Apple IPhone 15 blijkt uit de volgende opgeslagen data:

Instagram

Name: [verdachte]

Username: [gebruikersnaam]

Instagram ID: [nummer 1]

Op 21-10-2025 23:42:41 is er contact tussen [verdachte] en [naam 4] . [naam 4] is de ouder van [verdachte] . Uit de berichten is te lezen dat [naam 4] tegen [verdachte] zegt: "mama is bang ofz” en "ze zegt kom naar huis”. Deze conversatie vindt plaats op 22 oktober 2025 omstreeks 00:45 (UTC+0) (de rechtbank: daadwerkelijke tijd 2:45 uur).

Het proces-verbaal van bevindingen van 25 november 2025, onder meer inhoudende:

In het strafrechtelijk onderzoek ter zake een brandstichting, gepleegd op de [adres 1] te Sittard werden verschillende mobiele telefoons in beslag genomen. Zo ook de mobiele telefoon van de verdachte [naam 2] . De gebruikersgegevens van de genoemde Apple iPhone blijkt uit de volgende opgeslagen data:

E-mail: [e-mailadres]

Op 22 oktober 2025, omstreeks 00:33 (UTC+0) (de rechtbank: daadwerkelijke tijd 2:33 uur) werd de applicatie “Chrome Google zoeken” geopend en werd er gezocht naar: [adres 1] sittard

Het proces-verbaal van bevindingen van 3 november 2025, onder meer inhoudende:

Camerabeelden Total tankstation Maarheeze

Pintransactie 22 oktober 2025, 02:50 uur

Ik zag dat er op de camera met de naam “Klant kassa 1” om 02:50 uur een man aan de kassa komt en 3 flesjes Spa blauw afrekende. De man op de beelden kan ik als volgt omschrijven:

- Licht getinte man

- Donkere haren

- Gezet postuur

- Groen trainingsvest van het merk Puma met witte strepen op beide armen

- Zwarte broek

- Witte schoenen

Deze man wordt verder in dit proces-verbaal verdachte 1 genoemd.

Pintransactie 22 oktober 2025, 03:05 uur

Ik zag vervolgens op de camera met de naam “Klant kassa 1” om 03:05 uur een man aan de kassa komen met zijn telefoon in zijn handen. Ik zag dat hij vervolgens middels een pinpas betaalde en een kassabon aannam. Deze man kan ik als volgt omschrijven:

- Licht getinte man

- Snorretje

- Donker haar

- Geheel in het zwart gekleed (merk jas Under Armour)

- Zwarte pet

Deze man wordt verder in dit proces-verbaal verdachte 2 genoemd.

Vervolgens werd door mij op de verstrekte camerabeelden gezocht naar de aankomst van beide verdachten. Ik zag vervolgens dat op de camera genaamd “Overzicht vrachtwagens” een personenauto aankomen van het merk Ford, type Mondeo, kleur grijs.

Door mij werd vervolgens met een technisch hulpmiddel, welke beschikbaar is gesteld voor de politie, getracht het kenteken te lezen. Ik zag vervolgens dat de mogelijke uitkomst van het kenteken, met 92%, betrof: [kentekennummer 1] . Ik zag dat de tenaamgestelde van de personenauto betrof:

[naam 5]

Verblijfsadres: [adres 2]

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam 6] van 6 november 2025, onder meer inhoudende:

Op woensdag 5 november 2025 zag ik een briefings-slide waarop een aandachtvestiging van de Districtsrecherche Zuid-West Limburg. Daarin werd op basis van de volgende informatie en beeldmateriaal de herkenning van een persoon gevraagd. De aandachtvestiging bevatte 1 still van videobeelden.

De persoon op still 1 herken ik als:

[naam 2] ( [geboortedag 2] 2009 te [geboorteplaats 2] ), adres [adres 3] .

Ik ken deze persoon vanuit mijn werkzaamheden als Generalist GGP bij het basisteam Lelystad-Zeewolde. Ik ben deze persoon meerdere keren tijdens werkzaamheden tegengekomen, zowel bij incidenten als tijdens de dienst. De afgelopen recente periode komt deze persoon regelmatig in beeld bij ons basisteam Lelystad-Zeewolde. Ik heb de persoon meerdere malen gesproken en meerder keren aangehouden als verdachte.

De laatste keer dat ik hem zag was op 8 juli 2025 om 15.30 uur. Het contact duurde

toen ongeveer 30 minuten. Ik herkende hem aan het totaalbeeld van zijn kenmerken. Ik herkende de persoon aan het geheel van kenmerken, waaronder zijn postuur, snor, vorm van wenkbrauwen, huidskleur, petje en jas.

Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [naam 7] , van 8 november 2025, onder meer inhoudende:

Op zaterdag 8 november 2025 zag ik via briefing een aandachtvestiging van District

Zuid West Limburg. Daarin werd op basis van de volgende informatie en beeldmateriaal de herkenning van een persoon gevraagd. De aandachtvestiging bevatte 2 stills van videobeelden.

De persoon op still 1 herken ik als:

[verdachte] ( [geboortedag 1] 2002 te [geboorteplaats 1] ), adres [adres 4] .

Ik ken hem vanuit mijn werkzaamheden binnen basisteam Lelystad-Zeewolde en mijn taakaccent ondermijning.

Ik ben tijdens mijn werkzaamheden meermaals met deze persoon in aanraking geweest. Rond december 2024 heeft persoon een terugval gehad door het gebruik van softdrugs in combinatie met alcohol. Hij heeft toen meerdere gezicht tattoos genomen, waaronder een 'smile' tattoo van hechtingen van oor tot oor.

Ik herkende hem aan het totaalbeeld van zijn kenmerken.

De tattoos in combinatie met het geheel aan kenmerken, zoals het iets wat

vierkant/geblokt hoofd en daarbij oren die aan boven- en onderzijde verder uitsteken

dan het midden van zijn oren.

Het proces-verbaal van bevindingen van 4 november 2025, onder meer inhoudende:

In het strafrechtelijke onderzoek ter zake brandstichting op 22 oktober 2025 omstreeks op de [adres 1] te Sittard, kwamen meerdere camerabeelden naar voren waaronder ook de camerabeelden op het Tankstation TotalEnergies te Maarheeze ’t Haasje.

Ik zag dat om 05.08.55 uur man 2 sprak tegen de caissière en hierna een pas onder in het pinautomaat stopte en een code invoerde op het pinautomaat. Ik zag dat de caissière hierna iets op de schuivende toonbank legde en deze schuivende toonbank richting man 2 schoof. Ik zag dat man 2 dit pakte en wegliep. Ik zag dat man 2 zich omdraaide. Ik zag dat het voorwerp dat deze vasthield geld was. Ik zag dat dit

twee briefgeld waren, waarvan ik zag dat de bovenste 20 euro was. Ik zag dat man 2 iets zei tegen de caissière. Ik zag dat de caissière zich omdraaide en hierna een bruin gekleurde tas op de schuivende toonbank legde. Ik zag dat op dat moment man 1 richting man 2 en de kassa liep. Ik zag dat man 2 de bruin gekleurde tas pakte.

Ik bekeek de beelden van Dome Pompen en Camera zijkant shop. Ik zag dat om 04.30.50 uur een voertuig aan kwam rijden. Ik herkende het voertuig als een Nissan Micra. Ik zag dat deze Nissan Micra een 3-deurs versie was. Ik zag dat er bij dit voertuig een persoon was. Deze persoon wordt later Man 3 genoemd.

Ik zag dat om 04.50.33 uur Man 3 langs Man 2 en de Ford liep. Ik zag dat Man 3 voor de Ford stil stond en richting Man 2 stond gedraaid. Lijkend erop dat deze met elkaar praten.

Ik zag dat om 05.11.01 uur Man 1 en Man 2 naar de Nissan Micra en Ford liepen. Ik zag dat Man 1 bij de Nissan Micra bleef staan en dat Man 2 richting de Ford liep. Ik zag dat Man 2 de deur op de achterbank aan de bestuurderszijde opende. Ik zag dat Man 2 nu een bruin gekleurde zak in handen had. Ik zag dat deze zak plat was. Ik zag dat Man 2 doende was op de achterbank van de Ford. Ik zag dat Man 2 vanuit de achterbank met de zak kwam. Ik zag dat de zak bol stond en dat hier iets in zat. Ik had geen zicht op wat er in de zak zat. Ik zag dat Man 1 naast Man 2 kwam staan. Ik zag dat Man 2 hierna naar de Nissan Micra liep. Ik zag dat om 05.12.41 uur Man 1 en Man 2 richting de Nissan Micra liepen. Ik zag dat Man 2 via de passagiersdeur achter instapte en Man 1 nam plaats op de passagiersstoel aan de voorzijde.

Ik bekeek de beelden van de uitrit. Ik zag dat om 05.14.03 uur rechts in beeld een Nissan Micra kwam. Ik zag dat deze vanuit rechts rechtdoor ging en om 05.14.08 uur uit beeld was.

(…)

Man 1 werd door collega [naam 7] herkend als [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] 2002 te [geboorteplaats 1] . Man 2 werd door collega's [naam 8] , [naam 6] en [naam 9] herkend als [naam 2] , geboren op [geboortedag 2] 2009 te [geboorteplaats 2]

Het proces-verbaal van bevindingen van 29 oktober 2025, onder meer inhoudende:

Naar aanleiding van een brandstichting gepleegd aan de [adres 1] te Sittard op 22 oktober 2025 omstreeks 06.00 uur in de ochtend werd er, door buurtonderzoek, een kenteken [kentekennummer 2] bekend. Op basis van dit kenteken maakte ik een Proces Verbaal Aanvraag Bevel Raadplegen Kentekengegevens ANPR. Ik kreeg de resultaten en zag het volgende:

Het voertuig met kenteken [kentekennummer 2] kwam op 22-10-2025 om 05:38:53 op locatie 2158053 met de naam A 2 Re 222.5 Echt met cameranaam A 2 Re 222.5 R1+R2+VS Echt rijstrook Re.

Het voertuig met kenteken [kentekennummer 2] kwam op 22-10-2025 om 05:48:01 op locatie 1926156 met de naam N297 Re 12.0 Born met cameranaam N297 Re 12.0 Born GO NL UIT rijstrook Re.

Het voertuig met kenteken [kentekennummer 2] kwam op 22-10-2025 om 06:02:08 op locatie 2187895 met locatienaam 10 SITTARD Tudderenderwg GO BE met cameranaam 10 SITTARD Tudderendrwg NL UIT.

Het proces-verbaal van bevindingen van 8 november 2025, onder meer inhoudende:

Een van de camerabeelden was afkomstig van het adres [adres 5] te Sittard. Deze camera's hadden zicht op het aldaar passerende verkeer dan wel voertuigen en of personen. Bij de start van het bekijken van deze camerabeelden zag ik als datum en tijdsweergave vermeld staan: 2025-10-22 05:55:26.

Om 05:55:26 uur komt een zilverkleurige personenauto de [adres 1] te Sittard ingereden. Het voertuig komt tot stilstand ter hoogte van de voorzijde van de [adres 5] huisnummer [nummer 2] te Sittard. Ik, verbalisant [naam 10] , herkende het zilverkleurige voertuig als een Nissan Micra. Ik, verbalisant [naam 10] , zag dat het voertuig voorzien was van een Nederlands kentekenplaat zijnde " [kentekennummer 2] 8”. In deze personenauto zijn twee personen te zien. Persoon 1 zit achter het stuur en naast hem op de bijrijdersstoel zit persoon 2. Persoon 1 draagt donkerkleurige bovenkleding met een donkerkleurige, vermoedelijk groene, muts op zijn hoofd.

Om 05:58:06 uur komt één persoon aangelopen vanuit de richting van de Oude weg. Deze persoon loopt rustig, over de [adres 1] , in de richting van de [adres 1] . Deze persoon houdt in zijn rechterhand een lichtkleurige voorwerp vast. Deze persoon is geheel in het donker gekleed inclusief zwarte schoenen. Het hoofd van deze persoon is bedekt met donkerkleurige capuchon. Het gezicht van deze persoon is bedekt waardoor enkel zijn ogen zichtbaar zijn.

Om 05:59:03 verschijnt dezelfde persoon, welke eerder voorbij kwam gelopen, nu rennend, komende vanuit de richting van de [adres 1] . Deze persoon heeft in zijn rechterhand een lichtkleurig voorwerp vast. Deze persoon rent terug in de richting van de Oude weg te Sittard.

Het proces-verbaal van bevindingen van 9 november 2025, onder meer inhoudende:

In het strafrechtelijk onderzoek terzake brandstichting op de [adres 1] te Sittard, gepleegd op 22 oktober 2025, kwamen meerdere camerabeelden naar voren van onder andere de omgeving van de plaats delict en het tankstation TotalEnergies ’t Haasje te Maarheeze. Deze beelden werden eerder beschreven in andere proces-verbalen van bevindingen. Ik bekeek deze beelden en vergeleek deze met elkaar.

Voertuig:

Tankstation TotalEnergies ’t Haasje Maarheeze:

Omgeving [adres 1] te Sittard:

Ik zag de volgende gelijkenissen:

Nissan Micra

3-deurs

Grijs van kleur

Ronde vorm

Ronde afwerking van ramen

Donker gekleurde handvaten

Streep over beiden gehele zijdes net boven de handvaten

Zwarte strip laag aan beide zijdes

Zilverkleurige wieldoppen/velgen

Ter hoogte van het kenteken een strip aan de gehele voorzijde

Onder de strip aan de voorzijde, ronde lampen (uit)

Man 1:

Tankstation TotalEnergies ’t Haasje te Maarheeze:

Omgeving [adres 1] te Sittard:

Ik zag dat er voorin in de Nissan Micra twee personen zaten. Ik zag dat Man 1 de persoon aan de passagierszijde betrof

Ik zag de volgende gelijkenissen:

Groen gekleurde bovenkleding

Wit gekleurde kraag of onderkleding

Wit gekleurde details op de gehele lengte van de linkermouw

Man 2:

Tankstation TotalEnergies ’t Haasje te Maarheeze:

Omgeving [adres 1] te Sittard:

Ik zag de volgende gelijkenissen:

Zwarte schoenen

Zwarte broek

Zwarte jas

Gladde structuur van de jas

Capuchon van jas en/of trui

Bruin gekleurde zak

Het proces-verbaal van bevindingen van 9 november 2025, onder meer inhoudende:

Op zaterdag 8 november 2025, was ik doende met werkzaamheden voor de districtsrecherche Zuid­ west ten behoeve van opsporing. Mij werd verzocht de camerabeelden te beschrijven van de locatie [adres 6] te Sittard van 22 oktober 2025, in het opsporingsonderzoek genaamd Pulsar.

De camerabeelden van de [adres 6] betreffen de beelden van twee cameraposities. Op de beelden is rechtsboven in beeld de datum en tijd te zien (de rechtbank begrijpt: de datum- en tijdinstellingen van de betreffende camera’s) en linksonder de tekst Oprit en Voordeur.

Beschrijving camerabeelden Oprit:

Omstreeks 05:06:46 uur is te zien dat het voertuig ter hoogte van de t-splitsing met de Oude weg stilstaat en een persoon, later genoemd persoon 1, zonder hoofdbedekking uit de auto stapt. En in de opening van het passagiersportier blijft staan.

Enig moment later stapt een ander persoon, later genoemd persoon 2, uit het voertuig en loopt richting de nabijgelegen parkeervakken op de [adres 1] , deze loopt tussen twee voertuigen en stopt ter hoogte van de portieren. Na enig moment loopt deze persoon weg in de richting van de plaats delict, [adres 1] .

Ik zag omstreeks 05:08:36 uur dat de auto vooruit reed en op de splitsing [adres 1] met de Oude weg de voorzijde van het voertuig richt naar de Sportcentrumlaan toe. Tijdens het oprijden werd zichtbaar dat de persoon 1 op de achterbank zat.

Omstreeks 05:09:10 uur is te zien dat de voorgevel van de woning aan de overzijde nabij [adres 1] plotseling opgelicht wordt.

Vervolgens is het zichtbaar dat persoon 2 vanuit de richting [adres 1] kwam aangerend met een licht voorwerp in zijn hand en vervolgens in het voertuig stapte aan passagierszijde. Vervolgens reed het voertuig weg richting Sportcentrumlaan.

Beschrijving camerabeelden Voordeur:

Ik zag dat omstreeks 05:08:12 uur, een persoon lopend tevoorschijn kwam komende vanuit de richting van het voertuig lopende naar rechts toe in de richting van de [adres 1] . Ik zag dat de persoon iets vasthield in zijn rechterhand.

Ik zag dat om 05:09:00 de bestuurder van het voertuig plotseling naar links keek in de richting van het plaats delict en vervolgens achteruit reed met stuur naar rechts ingestuurd gezien de beweging. Dat vervolgens de voorzijde van het voertuig gericht is naar het PD toe. En vervolgens naar voren reed richting de stoeprand en iets voor de stoeprand tot stilstand kwam. Ik zag dat op dit moment, komende vanuit het plaats delict, een persoon rennend tevoorschijn kwam en rende richting de passagierszijde van het voertuig en vervolgens in het voertuig instapte. Ik zag dat de persoon tijdens het rennen iets in zijn rechterhand vasthield, dit was licht van kleur (rechtbank: foto op p. 235).

Het proces-verbaal van aangifte door [naam 3] van 22 oktober 2025, alsmede bijlagen van berichtenverkeer tussen [verdachte] en [naam 3] , onder meer inhoudende:

Ik doe aangifte van brandstichting aan mijn woning gelegen aan de [adres 1] te Sittard. Op 22 oktober 2025, omstreeks 6.00 uur bevond ik mij in de woning. Mijn vrouw en 3 kinderen waren ook in de woning. Iedereen lag te slapen behalve ik.

Ik kon niet slapen door bepaalde dreigementen die ik had ontvangen van [naam 1] . Ik hoorde ineens een harde knal. Toen ik uit het raam keek zag ik een rode flits. Ik hoorde hierna ook gelijk het brandalarm afgaan. Ik zag toen bij de voordeur vuur en rook.

Ik word al 4 a 5 dagen bedreigd door [naam 1] . [naam 1] betreft de ex-vriend van mijn zus, [naam 11] . Bij [naam 11] en [naam 1] is de relatie helemaal uit de hand gelopen. 5 dagen geleden is het tussen [naam 11] en [naam 1] geëscaleerd. Hierdoor is mijn zus in veiligheid gebracht en kan [naam 1] haar niet meer vinden. Maar [naam 1] wil haar terug, hij wil niet dat zij bij hem weggaat. Hij wil haar onder dwang terug. Na dit incident belde [naam 1] mij op. [naam 1] zei dat er ernstige dingen gingen gebeuren als [naam 11] niet bij hem terug zou komen. Ik hoorde [naam 1] via de telefoon de volgende dreigementen uiten:

- (…)

- ik steek jullie in de fik

Gisteren op dinsdag 21 oktober 2025 heb ik nog gebeld met [naam 1] . Tijdens dit telefoongesprek werd ik ook bedreigd door [naam 1] . Ik hoorde dat [naam 1] aan de telefoon zei: ik ga jullie in de fik steken maar het is niet persoonlijk en je bent een goede jongen maar ik moet dit doen. En wat komt dat komt. Ook al krijg ik 20 jaar.

Berichtenverkeer 21 oktober 2025 vanaf 22:29 uur

[naam 3] :

ik ga hem niet serieus nemen omdat ie dronken is maar laat hem geen domme dingen doen want ik laat niemand iets m’n kinderen aandoen

[verdachte] :

Tuurlijk niet

Komt goed bro

Hij is niet zo dom

[naam 3] :

Ik snap z’n pijn wel

Ik kannhem niks kwalijk nemen

[verdachte] :

Jaaa man bro

Kan je [naam 12] niet bereiken ofz

Om hem rustig te maken

[verdachte] :

Het probleem is heb geen contact met d’r

Moet je via [naam 13] proberen

Heb ook niet d’r nummer

[naam 3] :

Okee bro geen probleem

Ik praat met hem

[naam 3] :

Als die zich normaal gedraagd kan het misschien ooit goedkomen tussen hun twee maar als die zich zo blijft gedragen gaat die wijf nooit terugkomen

[verdachte] :

Ik weett het bro maar je ziett hij wilt niet luisteren

Hij zegt alleen domme dingen

En maakt iedereen gek

[naam 3] :

Laat hem geen domme dingen doen want we zijn al meer dan 20 jaar familie door [naam 13]

We zijn samen opgegroeid

Want als m’n kinderen iets overkomt dan kan ik niet anders bro snap je zelf wel

[verdachte] :

Je kinderen gaan niks over komen bro

En niemand niet

[naam 3] :

[bijnaam] zit zich helemaal druk te maken is fucking zielig wat ie aant aanrichten is

[verdachte] :

Ik weet hij belde net

In paniek

[verdachte] :

Hij moet het gewoon tussen hun twee houden

Maar hij betrekt iedereen

Het proces-verbaal forensisch onderzoek woning van 22 oktober 2025, onder meer inhoudende:

Op 22 oktober 2025 kwamen wij, naar aanleiding van een brandstichting, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 1] , Sittard.

Wij zagen rook- en roetsporen op de voordeur, op de tegels voor de voordeur en op de overkapping van de voordeur. Op de voordeur zagen wij een patroon dat passend is bij het gieten van een vloeistof over de voordeur. Met een Minirae werden door ons metingen gedaan rondom de voordeur en de klinkers voor de voordeur. Bij de klinkers werd een verhoogde concentratie vluchtige koolwaterstoffen gemeten. Door ons werd een klinker verwijderd en een grondmonster genomen. Hierbij roken wij de geur van benzine. Aan de binnenzijde van de voordeur zagen wij rook- en roetsporen. Een technische oorzaak is uitgesloten. Er is opzettelijk vuur ingebracht. Gelet op het vloeistofpatroon op de voordeur, de geur van benzine en de gemeten hoge concentratie vluchtige koolwaterstoffen is de brand gesticht met een brandversnellende vloeistof.

Gelet op het tijdstip van de brand en de aanwezigheid van meerdere personen, waaronder drie kinderen (twee van 7 jaar en een van 8 jaar), in de woning ontstond levensgevaar voor personen. Door het vuur ontstond rook- en roetschade. Achter de voordeur lag veel brandlast, waaronder kleding en andere synthetische materialen, waardoor de brand zich had kunnen ontwikkelen en een ongecontroleerde brand had kunnen ontstaan. De brand werd gedoofd door snel handelen van de bewoner. Bewoner gaf aan dat hij hierbij rook heeft geïnhaleerd en last heeft van zijn keel. De rook is bij een brand bijzonder giftig en irriterend. Bij deze brand is sprake geweest van gemeen gevaar voor goederen en was levensgevaar voor personen te duchten.

Monster spoor: SIN AASK7098NL (onder klinker voor voordeur)

Het NFI-rapport ontbrandbare vloeistoffen van 20 november 2025, onder meer inhoudende:

Monster: AASK7098NL

Conclusie

In het monster zijn vluchtige stoffen aangetoond die afkomstig zijn van motorbenzine.

Het proces-verbaal van bevindingen van 8 november 2025, onder meer inhoudende:

Middels een vordering werden de saldo- en transactiegegevens van [naam 1] bevraagd. Uit deze gegevens kwam naar voren dat met genoemde rekening op 22 oktober 2025 om 06.56 uur was betaald bij tankstation “De Haan Weert”, gelegen aan de Ringbaan-Zuid 31 te Weert.

Bevindingen camerabeelden

Om 06.55.03 komt Nissan Micra met het Nederlands kenteken [kentekennummer 2] het tankstation oprijden.

Om 06.55.11 rijdt de auto tot aan de ingang van de winkel van het tankstation. Op de

onderstaande stil is het kenteken van de auto te zien, [kentekennummer 2] . Ook is te zien dat de bijrijder, een man, uitstapt. Deze man had het volgende signalement: gezet postuur, blank, donkergekleurde korte haren, mogelijk een tattoo aan de linkerzijde van zijn hals, groen vest, een wit t-shirt daaronder, donkergekleurde broek, zwart-witte sportschoenen.

Om 06.55.34 uur loopt deze man naar de kassa en vind er een woordenwisseling plaats met de kassière.

Deze man legt een pinpas op de pinapparaat, toetst kennelijk een code in, waarna de

kassalade opengaat en de man van de kassière geld meekrijgt. Deze man loop daarna naar buiten. Bij de auto houdt de man met zijn rechterhand het geld omhoog en loopt hij naar de bijrijdersportier van de auto. De man stapt vervolgens in als bijrijder en dan vertrekt de auto.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 14] van 18 november 2025, onder meer inhoudende:

De nacht voor 22 oktober 2025 verzamelde ik lege flesjes bij een tankstation in Maarheeze langs de snelweg. Toen heb ik twee mannen ontmoet. Hun auto was defect. Ze vroegen mij om hen te helpen de motor te laten starten. Het lukte niet om de auto met de kabel te starten. Ze hebben mij gevraagd of ik hen naar Sittard kon brengen. De eigenaar van de auto nam het initiatief, de oudste. Ieder heeft 20 euro aan mij gegeven. Ik zei wat is jullie adres. Ik heb hen naar dat adres gebracht. Het was 5 uur ’s morgens. Ik heb hen naar Sittard gebracht, toen hebben ze met mij gesproken om hen weer terug te brengen en ik kreeg geld extra. Toen stopten wij op een tankstation. Hij had geld kunnen krijgen bij de kassa en heeft mij 50 euro gegeven. De auto op de beelden is mijn grijze Nissan Micra.

V: Kon u verstaan of begrijpen wat er verteld werd door hen?

A: Nee. Ze hebben mij geld gegeven en ze hebben met hun telefoon mij aanwijzingen gegeven hoe ik moest rijden.

V: Wie van hen nam het initiatief om hen weg te brengen naar Sittard?

A: De eigenaar van de auto.

M: Hebben we het dan over de man van in de 30?

A: Ja de oudste. Het was regen en hij had mij gevraagd, kun je mij naar Sittard brengen. (…) In Weert is hij naar een tankstation gegaan en daar heeft hij mij 50 euro gegeven. Ik heb hen toen naar het treinstation van Weert gebracht.

V: Waar in Sittard hebt u ze heen gebracht? Welk adres?

A: Hij vroeg om hen naar het station in Sittard te brengen. Hij zei links rechts. Ik zei hier is geen station. Ik ken de stations via de treinen. Die jongeman ging uitstappen en ging een paar minuten weg en kwam terug. De volwassen man stapte ook uit. Hij vroeg om hen naar Weert te brengen.

V: Is de volwassen man ook een paar minuten weg geweest of niet?

A: Die volwassen man was aan het bellen en is uitgestapt, de jonge man is een paar minuten weggeweest en is daarna terug gekeerd. De oudere man is dicht bij mijn auto gebleven op een paar meter afstand, 2 a 3 meter. Ik wilde draaien en wegrijden en toen vroeg deze man aan mij of ik hen naar Weert wilde brengen.

V: Man 2 rent naar de Nissan , stapt weer in en je rijdt weg. Wat dacht je toen? Die komt kennelijk aanrennen naar zijn auto.

A: Ja goed heb ik niet opgelet. De volwassene heeft die toen geholpen.

Het proces-verbaal van bevindingen verstrekte gegevens van 12 november 2025, onder meer inhoudende:

Door de bank zijn op 29 oktober 2025 de volgende gegevens verstrekt:

De banktransacties van bankrekening [bankrekeningnummer] ten name van [naam 1] , geboren op [geboortedag 3] 1989, over de transactieperiode 21 t/m 25 oktober 2025. Deze banktransacties werden door mij, verbalisant, nader onderzocht op relevante transacties. Hierbij werden de volgende transacties aangetroffen, welke voornamelijk plaatsvonden bij tankstations en een NS station. Deze transacties zijn hieronder weergegeven.

(afbeelding)

Het proces-verbaal van bevindingen van 8 november 2025, onder meer inhoudende:

Middels een vordering werden de saldo- en transactiegegevens van [naam 1] bevraagd. Uit deze gegevens kwam naar voren dat met genoemde rekening op 21 oktober 2025 om 20.00 uur was betaald bij de Albert Heijn Voorhof in Lelystad.

Aan de hand van vernoemde informatie werden camerabeelden opgevraagd bij de Albert Heijn Voorhof.

uur Vanuit de rechterzijde van het camerabeeld komt een zilverkleurige personenauto aangereden.

Opmerking verbalisant:

Het gaat om een zilverkleurige personenauto voorzien van een Nederlands kenteken.

Ik, verbalisant [naam 10] , herken het merklogo op de voorzijde van de personenauto als zijnde het FORD logo.

uur De bestuurder van de auto stapt uit. De koplampen van de auto gaan uit. De man loopt richting de ingang van de Albert Heijn. Op dit moment is zichtbaar dat er een man op de bijrijdersstoel van de auto zit. Deze man blijft in de auto zitten.

uur De man loopt de Albert Heijn binnen.

uur De man pakt iets uit de koelkast en loopt door naar zelfscan kassa nummer 8. De man scant de goederen en stopt vervolgens een voorwerp bovenin het

pinautomaat. De man pakt zijn goederen en opent met zijn kassabon de poort om de

zelfscanruimte te verlaten. De man loopt langs de servicebalie richting de uitgang van de Albert Heijn.

uur De man verlaat de Albert Heijn en loopt naar de zilverkleurige auto.

De koplampen van de auto branden. De man stapt in als bestuurder van de auto.

Onderzoek politiesystemen - herkenning [naam 1]

Het bankpasje waarmee gepind is in de Albert Heijn staat op naam van [naam 1] , geboren op [geboortedag 3] 1989 te [geboorteplaats 3] .

Ik, verbalisant [naam 10] , vergeleek de foto van [naam 1] uit SKDB met de persoon op de camerabeelden van de Albert Heijn. Ik. verbalisant [naam 10] , zag dat het gaat om dezelfde persoon.

Het proces-verbaal van bevindingenvan 23 januari 2026, onder meer inhoudende:

De verdachten [naam 1] , [verdachte] en [naam 2] werden op 18 november 2025 aangehouden. Na hun aanhoudingen moesten de verdachten worden overgebracht van politiebureau te Almere naar het politiebureau te Maastricht. De verdachten werden gezamenlijk met een arrestantenbus vervoerd. In het belang van het onderzoek werd de arrestantenbus, waarmee de verdachten werden getransporteerd, voorzien van een technisch hulpmiddel voor het opnemen van de vertrouwelijke communicatie tussen de verdachten tijdens het transport.

J: verdachte [naam 1]

V: verdachte [verdachte]

M: verdachte [naam 2]

J: wat ben je stil. Je bent in paniek hé... Jo...jo.je bent in paniek hé V: jij bent in paniek. Jij bent in paniek bro J: wie, wie, wie, wie V: ik chili hem laag broer J: oh la jullie zijn fucked G M: lay low V: lay low in de fucking bus broer

V: Bro je moet nog blij zijn dat we met popo’s zijn. Hé bro. Stel je voor iemand zou je dit aandoen, hij gooit in de bus of zo en je weet niet wie het is of weet ik veel wat

J: ik zou maar goed opletten wat jullie zeggen, anders kom je hier niet weg vriend

Bewijsoverwegingen

Wetenschap, opzet

De verdachte is in de nacht van 22 oktober 2025 samen met de minderjarige medeverdachte [naam 2] vanuit Lelystad naar Sittard afgereisd. Uit de bewijsmiddelen volgt dat zij zich midden in de nacht in een nagenoeg rechte lijn richting Sittard hebben begeven. De rechtbank leidt daaruit af dat Sittard vanaf het begin van de reis de beoogde eindbestemming was. Dat volgt niet alleen uit de afgelegde reis zelf, maar ook uit de zoekslag die door medeverdachte [naam 2] is verricht met betrekking tot de eindbestemming, waarbij precies de straatnaam in Sittard is gehanteerd waar later die nacht de brandstichting heeft plaatsgevonden. Ook nadat de verdachte en medeverdachte [naam 2] onderweg pech kregen met de auto waarmee zij waren vertrokken, hebben zij hun reis niet afgebroken, maar alles in het werk gesteld om alsnog in Sittard te komen. Uiteindelijk zijn zij daar ook aangekomen.

De rechtbank betrekt daarbij verder dat uit berichten van de vader van de verdachte aan hem lijkt te volgen dat meerdere personen binnen de familie op de hoogte waren van een plan met kwaadwillende intenties. Kennelijk trachtte de vader te bewerkstelligen dat de verdachte, als één van zijn jongere zonen, niet meedoet met wat ze van plan zijn. Deze berichten passen bij het beeld dat geen sprake was van een spontane, toevallige of ondoordachte rit naar Sittard, maar van een vooraf bestaand plan waarvan de uitvoering door de verdachte en medeverdachte [naam 2] is voortgezet, ook nadat zich onderweg praktische problemen voordeden.

Eenmaal in Sittard aangekomen, heeft [naam 14] , die met de verdachte en zijn medeverdachte daarnaartoe gekomen was, zijn auto op hun aanwijzingen stilgezet in de onmiddellijke nabijheid van de plaats van het latere delict en is door medeverdachte [naam 2] feitelijk brand gesticht bij de woning van aangever. De verdachte is ondertussen van plaats gewisseld naar achter in de auto, zodat de medeverdachte na de brandstichting voorin de driedeursauto kon plaatsnemen. Direct daarna zijn de verdachte en medeverdachte [naam 2] weer vertrokken in de richting van het noorden. Deze gang van zaken duidt erop dat hun aanwezigheid in Sittard uitsluitend was gericht op de uitvoering van de brandstichting en dat zij na voltooiing daarvan zo snel mogelijk de omgeving van de plaats delict wilden verlaten.

Daarbij neemt de rechtbank nog in overweging dat de medeverdachte [naam 2] in Sittard te voet een grote (papieren) bruine zak met inhoud meedraagt naar de brandstichting en ook weer terug. Een voorwerp van dezelfde vorm is zichtbaar bij het overstappen in een andere auto nadat pech was opgetreden; de verdachte en zijn medeverdachte zijn beiden bewust betrokken bij het nemen van dat voorwerp - in een ter plaatse aangeschafte tas - uit de auto waarmee ze pech hadden naar de auto waarmee de tocht naar Sittard wordt voortgezet. De rechtbank concludeert dan ook dat hetgeen in die tas gedragen wordt, van wezenlijke betekenis moet zijn geweest voor de feitelijke brandstichting en dat de verdachte en zijn medeverdachte zich daarvan bewust waren.

Deze omstandigheden zijn in onderlinge samenhang bezien voldoende redengevend om aan te nemen dat de verdachte het opzet heeft gehad op de brandstichting. Mocht dat anders zijn geweest, dan mocht van de verdachte worden verwacht dat hij voor zijn handelingen die nacht en ochtend een die redengevendheid ontzenuwende verklaring zou hebben gegeven. Een dergelijke verklaring heeft de verdachte niet afgelegd. Dat betrekt de rechtbank in het nadeel van de verdachte bij haar beoordeling van de bewijsmiddelen.

De rechtbank is gezien het voorgaande dan ook van oordeel dat er naar de uiterlijke verschijningsvorm sprake is geweest van het willens en wetens plegen van de brandstichting. De rechtbank duidt dit juridisch als zijnde dat sprake is geweest van vol opzet op de brandstichting.

Deelnemingsvorm

De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is welke deelnemingsvorm aan de verdachte kan worden toegeschreven. De raadsvrouw heeft als subsidiair standpunt betoogd dat de rol van de verdachte beperkt is geweest en dat hij hooguit als chauffeur kan worden aangemerkt. De rechtbank volgt dat verweer niet. De verdachte zegt zelf niets over enige beperktheid van zijn eigen rol. Naar het oordeel van de rechtbank is de bijdrage van de verdachte aan het feit van zodanig gewicht geweest dat sprake is van medeplegen.

Daarbij acht de rechtbank allereerst van belang dat de verdachte samen met een minderjarige medeverdachte op pad is gegaan, waarbij die minderjarige uiteindelijk het vuile werk heeft kunnen opknappen door de brandstichting daadwerkelijk te plegen. Zonder de aanwezigheid en bijdrage van de verdachte zou deze minderjarige medeverdachte niet op de plaats delict in Sittard zijn geraakt. Dat de verdachte niet op de hoogte zou zijn geweest van het plan acht de rechtbank, gelet op hetgeen hiervoor omtrent het opzet is overwogen, volstrekt onaannemelijk. Het ging om een nachtelijke reis van Lelystad naar Sittard en terug, naar een vooraf bepaalde bestemming, gevolgd door een zeer kort verblijf ter plaatse en een onmiddellijk vertrek nadat de brand was gesticht. Die omstandigheden laten zich niet rijmen met de stelling dat de verdachte slechts onwetend heeft meegereden of heeft gereden zonder wetenschap van het doel van de reis.

Verder weegt de rechtbank mee dat de verdachte meerdere malen op verschillende locaties heeft gepind met de pinpas van zijn broer en medeverdachte [naam 1] . Ook medeverdachte [naam 2] heeft van die pinpas gebruikgemaakt. Daarnaast zijn de verdachte en medeverdachte [naam 2] hun reis begonnen in een auto waarin [naam 1] kort vóór hun vertrek nog is gezien. Deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, ondersteunen de conclusie dat de verdachte en medeverdachte [naam 2] handelden in opdracht van [naam 1] en dat zij bij de uitvoering van dat plan gebruikmaakten van door [naam 1] ter beschikking gestelde middelen.

De rechtbank acht de rol van de verdachte dan ook aanzienlijk groter dan enkel die van chauffeur. Hij heeft op meerdere cruciale momenten een wezenlijke bijdrage geleverd aan de voltrekking van het feit. Zo was de verdachte degene die als bestuurder met de minderjarige [naam 2] afreisde naar Sittard en was hij diegene die, nadat de auto waarmee de reis was begonnen pech kreeg, vervangend vervoer heeft geregeld. Daarmee heeft hij ervoor gezorgd dat het plan desondanks kon worden voortgezet. Ook was de verdachte degene die de chauffeur van het vervangend vervoer aan het einde van de retourrit nogmaals heeft betaald nadat vooraf door beiden al een vergoeding voor de heenreis was betaald. Voor die betaling aan het eind van de retourrit had de verdachte kort daarvoor geld gepind bij een tankstation. Hij heeft daarmee niet alleen vervoer gefaciliteerd, maar ook actief bijgedragen aan het mogelijk maken en voortzetten van de reis naar de plaats delict en weer terug.

Dat de verdachte niet naast medeverdachte [naam 2] stond op het moment dat deze de brand feitelijk stichtte, maakt dit oordeel niet anders. De daadwerkelijke brandstichting was het sluitstuk van een langer durend gezamenlijk handelen. Een brandstichting als deze vergt niet noodzakelijk dat alle deelnemers bij de feitelijke uitvoeringshandeling aanwezig zijn. Integendeel, de feitelijke handeling van het aansteken van de brand kan door één persoon worden verricht, terwijl de ander een belangrijke bijdrage levert door vervoer te regelen, de voortgang van de uitvoering van het plan te bewaken en ervoor te zorgen dat degene die de auto bestuurde bleef wachten zodat ze samen weg konden rijden van de plaats delict.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte, medeverdachte [naam 2] en medeverdachte [naam 1] . De verdachte heeft niet slechts gelegenheid geboden of behulpzaam gehandeld op ondergeschikte wijze, maar heeft door zijn aanwezigheid, het organiseren van vervoer, het voortzetten van de reis na autopech, het betalen van het vervangend vervoer, het gebruik van de pinpas van [naam 1] en het faciliteren van de snelle vlucht een materiële bijdrage van voldoende gewicht geleverd aan de brandstichting.

Gevaar voor personen

De raadsvrouw heeft voorts aangevoerd dat geen levensgevaar voor andere personen heeft bestaan. De rechtbank verwerpt dat verweer. Daarbij stelt de rechtbank voorop dat voor bewezenverklaring van brandstichting niet is vereist dat daadwerkelijk gevaar voor personen of goederen is ontstaan. Het wettelijke criterium voor een strafbare brandstichting is of daarvan gevaar te duchten was. Dat betekent dat moet worden beoordeeld of naar algemene ervaringsregels voorzienbaar was dat door de brandstichting gevaar voor goederen dan wel levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen kon ontstaan.

Naar het oordeel van de rechtbank was daarvan sprake. De brand is gesticht bij een woning. Een woning is naar haar aard een plaats waar personen aanwezig kunnen zijn, met name gedurende de nachtelijke uren. Dat was hier ook daadwerkelijk het geval, waaronder de drie jonge kinderen van aangever die zo vroeg in de ochtend nog lagen te slapen. Daar komt bij dat brand zich onvoorspelbaar kan ontwikkelen en kan overslaan naar andere delen van een woning of naar naastgelegen objecten. Dat achteraf mogelijk geen personen letsel hebben opgelopen of dat het gevaar zich niet daadwerkelijk heeft verwezenlijkt, doet aan het te duchten gevaar niet af. Het verweer van de raadsvrouw vindt derhalve geen steun in het recht en wordt verworpen.

De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van brandstichting.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

primair

op 22 oktober 2025 te Sittard tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk brand heeft gesticht aan een woning, door open vuur in aanraking te brengen met een voordeur en motorbenzine, ten gevolge waarvan die voordeur gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten de woning en naastgelegen panden en andere in de woning en naastgelegen panden aanwezige goederen en

- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen, te weten personen aanwezig in de woning, te duchten was.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. In het bijzonder zal de rechtbank vrijspreken van gevaar voor personen in naastgelegen panden, nu het dossier over de aanwezigheid van personen in die woningen geen informatie bevat.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

primair

medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is en terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de strafeis te hoog is en de gevangenisstraf dient te worden gematigd. Bovendien zou een aanzienlijk deel van die gevangenisstraf in voorwaardelijke zin moeten worden opgelegd.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van brandstichting. Hij is midden in de nacht samen met een minderjarige medeverdachte vanuit Lelystad naar Sittard gereisd. De brand is vroeg in de ochtend gesticht bij een woning, midden in een woonwijk. Daarmee is welbewust een buitengewoon gevaarlijke situatie in het leven geroepen. Brand is naar zijn aard onvoorspelbaar. Vuur kan zich immers snel uitbreiden, overslaan naar andere delen van een woning of naar naastgelegen woningen en kan leiden tot zeer schadelijke rookontwikkeling, paniek, letsel en dodelijke gevolgen. Dat geldt temeer wanneer brand wordt gesticht bij een woning waarin mensen liggen te slapen. Niet alleen de bewoners van de betreffende woning, maar ook omwonenden worden door een dergelijke brandstichting getroffen in hun (gevoel van) veiligheid. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij heeft gehandeld in de wetenschap dat in de woning een gezin met jonge kinderen lag te slapen. Dat de verdachte en de medeverdachten daarvan op de hoogte waren, is evident, nu zij familie van elkaar zijn.

Dat de gevolgen uiteindelijk beperkt zijn gebleven, is niet aan de verdachten te danken. Uit het dossier volgt dat de auto waarmee de verdachte en zijn medeverdachte naar Sittard reisden onderweg pech kreeg. Daardoor vond de brandstichting pas tegen de ochtend en dus uren later plaats dan aanvankelijk kennelijk was gepland. Er mag van geluk worden gesproken dat de bewoner op dat latere moment niet (meer) sliep, de brand tijdig heeft opgemerkt en het vuur snel heeft kunnen blussen. Als de brand eerder in de nacht was gesticht, terwijl de bewoners mogelijk in diepe slaap verkeerden, waren de gevolgen mogelijkerwijs aanzienlijk ernstiger geweest. Uitdrukkelijk neemt de rechtbank afstand van de gedachte van de raadsvrouw dat rond een uur of zes ’s ochtends iedereen wakker en op zou zijn.

De verdachte heeft daarnaast een minderjarige jongen betrokken bij de brandstichting. De rechtbank rekent hem dat zwaar aan. De verdachte was de volwassen persoon die samen met deze minderjarige op pad ging en zonder de bijdrage van de verdachte zou de minderjarige medeverdachte de plaats delict niet hebben bereikt. De verdachte heeft daarmee niet alleen bijgedragen aan de brandstichting zelf, maar ook aan het betrekken van een minderjarige bij een ernstig strafbaar feit. Het lijkt momenteel een soort teneur te zijn om voor het uitvoeren van smerige klussen minderjarigen te misbruiken, al dan niet tegen vergoeding, of al dan niet onder druk. Dat de verdachte hieraan die hele nacht openlijk heeft bijgedragen wordt in strafverzwarende zin bij de bepaling van de strafmaat betrokken.

De rechtbank betrekt verder dat het motief voor de brandstichting lag in de relationele sfeer tussen de broer van de verdachte en diens partner. De verdachte heeft zich laten inzetten in een conflict dat werd gedreven door controledrang van zijn broer ten opzichte van diens ex-partner. Op het moment dat zij de gezamenlijke woning met haar kinderen had verlaten, is die controledrang geëscaleerd tot het laten stichten van brand bij haar familie. Dat de verdachte daaraan zijn medewerking heeft verleend acht de rechtbank zeer zorgelijk.

Verder heeft de verdachte geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. Tot tijdens de inhoudelijke behandeling heeft hij geprobeerd de strafrechtelijke consequenties van zijn handelen te ontlopen. De rechtbank ziet in die proceshouding, in combinatie met het ogenschijnlijke gemak waarmee de verdachte aan de uitvoering van de brandstichting heeft meegewerkt, een aanzienlijk risico op herhaling. De verdachte heeft geen blijk gegeven van inzicht in de ernst van het feit of in het gevaar dat hij voor anderen heeft veroorzaakt.

Het behoeft voor de rechtbank geen betoog dat slechts bestraffing met onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming in zo’n zaak in beeld komt; vergelding voor het begane geweld is daarbij het strafdoel. Door de officier van justitie is een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden geëist. Hoewel de verdachte ten tijde van het plegen van het feit nog relatief jong was, ziet de rechtbank daarin geen strafverminderende omstandigheid. De ernst van het feit, de bewuste rol van de verdachte bij de uitvoering daarvan, het erbij betrekken van een minderjarige en zijn proceshouding rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank een straf die langer is dan door de officier van justitie is geëist. Juist nu brandstichtingen en ontploffingen bij woningen tegenwoordig in toenemende mate en met groot gemak worden gepleegd bij wijze van intimidatie, brengt de eis de ernst van het gepleegde feit volgens de rechtbank onvoldoende tot uitdrukking.

Alles afwegend acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van

3 jaren passend en zal zij de verdachte daartoe veroordelen, met aftrek van de tijd die reeds door de verdachte in voorarrest is doorgebracht.

De verdachte verblijft tijdens de executie van de gevangenisstraf in een penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47 en 157 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Bastiaans, voorzitter, mr. K. Mestrom en mr. L.H.M. Geuns, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.H.R.G. van Kerkhof, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 29 mei 2026.

Mr. Mestrom, mr. Geuns en mr. Van Kerkhof zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is – na aanpassing van de tenlastelegging – ten laste gelegd dat

primair

hij of omstreeks 22 oktober 2025 te Sittard tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing teweeg heeft gebracht aan of in een woning, door open vuur in aanraking te brengen met een brievenbus en/of voordeur en/of motorbenzine, althans een brandbare stof, ten gevolge waarvan die voordeur geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten de woning en/of naastgelegen panden/percelen en/of andere in de woning en/of naastgelegen panden/percelen aanwezige goederen en/of

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander/anderen, te weten één of meer personen aanwezig in de woning en/of in de naastgelegen panden, te duchten was;

subsidiair

[naam 2] op of omstreeks 22 oktober 2025 te Sittard, opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing teweeg heeft gebracht aan of in een woning, door open vuur in aanraking te brengen met een brievenbus en/of voordeur en/of motorbenzine, althans een brandbare stof, ten gevolge waarvan die voordeur geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten de woning en/of naastgelegen panden/percelen en/of andere in de woning en/of naastgelegen panden/percelen aanwezige goederen en/of

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander/anderen, te weten één of meer personen aanwezig in de woning en/of in de naastgelegen panden, te duchten was,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 22 oktober 2025 te Almere en/of Liempde, gemeente Boxtel, en/of Maarheeze, gemeente Cranendonck en/of Sittard en/of Weert, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- als chauffeur voor die [naam 2] op te treden en hem naar Maarheeze te brengen,

- ( vervolgens) het vervoer van Maarheeze naar Sittard te regelen en die [naam 2] daarbij te vergezellen en/of

- de bestuurder van dit vervangend vervoer te betalen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand