ECLI:NL:RBLIM:2026:5318

ECLI:NL:RBLIM:2026:5318

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 29-05-2026
Datum publicatie 29-05-2026
Zaaknummer Maastricht
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Veroordeling wegens medeplegen van diefstal, gepleegd in het kader van babbeltrucfraude. Bij die fraude werd een hoogbejaard slachtoffer beroofd van kostbare bezittingen. Schending redelijke termijn. Oplegging van een gevangenisstraf van 120 dagen, waarvan 116 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een taakstraf van 240 uur.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03/122416-24

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 29 mei 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. J. Engels, advocaat te Venlo.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 21 april 2026 en 29 mei 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen de volgende medeverdachten:

Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op de zitting van 29 mei 2026. Na sluiting heeft de rechtbank direct uitspraak gedaan.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

op 19 januari 2024, al dan niet samen met een ander, uit een woning een tasje met geld heeft gestolen (primair), dan wel dat hij, al dan niet samen met een ander, door een babbeltruc [naam] heeft opgelicht en zo geld en/of andere waardevolle goederen heeft verkregen (subsidiair).

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de primair tenlastegelegde diefstal in vereniging wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van de primair ten laste gelegde diefstal in vereniging. Voor zover de rechtbank van oordeel is dat daarvoor geen bewezenverklaring kan volgen, heeft de verdediging vrijspraak bepleit van de subsidiair ten laste gelegde oplichting wegens een onjuist vermelde pleegplaats.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair tenlastegelegde diefstal in vereniging. De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, omdat de verdachte het feit heeft bekend en namens hem geen vrijspraak is bepleit (artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).

De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- het proces-verbaal van aangifte van [naam] ;

- de verklaring van de verdachte.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

op 19 januari 2024 in de gemeente Horst aan de Maas, tezamen en in vereniging met anderen, uit een woning gelegen aan de [adres 2] te Sevenum, een tasje met een hoeveelheid geld dat aan [naam] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 4 maanden met aftrek van het voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit te volstaan met een taakstraf, in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal in vereniging. Hij heeft als uitvoerder deelgenomen aan een feit waarbij een kwetsbaar, hoogbejaard slachtoffer van kostbare bezittingen is beroofd. De verdachte heeft zich laten overhalen door anderen om voor een gering geldbedrag mee te werken aan een laffe daad die voor het slachtoffer zeer ingrijpend moet zijn geweest.

De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat het slachtoffer een oudere vrouw was. Ouderen zijn in het bijzonder kwetsbaar voor dit soort criminaliteit. Wanneer zij in of nabij hun woning worden geconfronteerd met diefstal en geweld, kan dat verstrekkende gevolgen hebben voor hun gevoel van veiligheid. Zij kunnen angstig, wantrouwend en onzeker worden, juist op een plek waar zij zich veilig zouden moeten voelen. Daarbij komt dat de buitgemaakte goederen voor slachtoffers niet alleen financiële, maar vaak ook emotionele waarde hebben.

De rechtbank heeft echter ook oog voor de houding van de verdachte. Hij heeft al in een vroeg stadium van het onderzoek een volledige, bekennende verklaring afgelegd. Daardoor heeft hij bijgedragen aan de voortgang van het onderzoek. Ook ter terechtzitting heeft hij vragen openlijk beantwoord. Zijn berouw komt op de rechtbank oprecht over. Verder weegt de rechtbank mee dat de verdachte geen faciliterende of leidinggevende rol had, maar als uitvoerder heeft gehandeld.

De rechtbank stelt vast dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. Gelet op de beperkte duur van die overschrijding zal de rechtbank volstaan met de enkele constatering daarvan en daaraan geen strafvermindering verbinden.

Voor feiten als het onderhavige worden normaliter onvoorwaardelijke gevangenisstraffen opgelegd. De rechtbank ziet in dit geval echter aanleiding om daarvan gedeeltelijk af te wijken. Daarbij zijn vooral de rol van de verdachte, zijn vroege en volledige verklaring, zijn open proceshouding en zijn oprechte berouw van belang. De rechtbank acht het daarom niet noodzakelijk om aan de verdachte een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die hij reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

Daarnaast zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van 116 dagen, met een proeftijd van twee jaren. Daarmee wordt beoogd de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Wel acht de rechtbank, gelet op de ernst van het feit en de kwetsbaarheid van het slachtoffer, een forse taakstraf passend en geboden. Daarmee wordt aan de verdachte duidelijk gemaakt dat dergelijk handelen geenszins wordt geduld. De rechtbank zal daarom daarnaast een taakstraf opleggen voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

Voorlopige hechtenis

- heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.M.W. Nuijts, voorzitter, mr. D. Osmić en mr. J.P.E. Mullers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.H.R.G. van Kerkhof en mr. M.H.C. van den Munckhof, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 29 mei 2026.

Buiten staat

De griffiers zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

feit 1 primair

hij op of omstreeks 19 januari 2024 in de gemeente Horst aan de Maas, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, uit een woning gelegen aan de [adres 2] te Sevenum, een tasje met een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

feit 1 subsidiair

hij op of omstreeks 19 januari 2024 in de gemeente Peel en Maas, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te wetende afgifte van waardevolle goederen zoals sieraden en/of geldbedragen, door

- voornoemde [naam] meermalen te bellen,

- ( vervolgens) zich naar de woning van die [naam] te begeven en zich voor te doen tegenover die [naam] als een betrouwbaar persoon,

- ( vervolgens) de woning van die [naam] te betreden,

- ( vervolgens) te zeggen dat er foto's moeten worden gemaakt en/of die [naam] te vragen waar die [naam] haar geld bewaart en/of

- ( vervolgens) met een tasje met een geldbedrag de woning van die [naam] te verlaten.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand