ECLI:NL:RBLIM:2026:5320

ECLI:NL:RBLIM:2026:5320

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 29-05-2026
Datum publicatie 29-05-2026
Zaaknummer 03/231949-24 en 03/153615-25 (ttz.gev.)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Veroordeling wegens het medeplegen van drie diefstallen, twee pogingen tot diefstal en een diefstal met geweld, alle feiten gepleegd in het kader van babbeltrucfraude. Bij die fraude werden met name hoogbejaarde vrouwen als slachtoffer gekozen en werden onder andere minderjarige daders gebruikt als uitvoerders. Schending van de redelijke termijn. Oplegging van een gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. Gedeeltelijke hoofdelijke toewijzing vordering benadeelde partij wegens materiële schade.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers : 03/231949-24 en 03/153615-25 (ttz.gev.)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 29 mei 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. C.C. Haanappel, advocaat te Venlo.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 21 april 2026 en 29 mei 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Het slachtoffer [naam 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij is niet ter terechtzitting verschenen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.

Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaken tegen de volgende medeverdachten:

Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op de zitting van 29 mei 2026. Na sluiting heeft de rechtbank direct uitspraak gedaan.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

03/231949-24

feit 1

op 19 januari 2024, al dan niet samen met een ander, een kluis met geld en/of sieraden heeft gestolen, waarbij geweld is gepleegd tegen [naam 5] door haar hardhandig te duwen (primair), dan wel dat hij, al dan niet samen met een ander, door zich valselijk voor te doen als medewerker van de politie die in opdracht van de bank iets kwam controleren, [naam 5] heeft opgelicht en zo sieraden en/of geld heeft verkregen (subsidiair);

feit 2

op 19 januari 2024, al dan niet samen met een ander, uit een woning een tasje met geld heeft gestolen (primair), dan wel dat hij, al dan niet samen met een ander, door een babbeltruc [naam 6] heeft opgelicht en zo geld en/of andere waardevolle goederen heeft verkregen (subsidiair);

feit 3

op 8 maart 2024, al dan niet samen met een ander, heeft geprobeerd uit een woning geld en/of andere waardevolle goederen te stelen (primair), dan wel dat hij, al dan niet samen met een ander, heeft geprobeerd [naam 7] door een babbeltruc op te lichten, door zich voor te doen als medewerker van de Rabobank en te zeggen dat iemand langs zou komen (subsidiair);

feit 4

op 9 maart 2024, al dan niet samen met een ander, uit een woning een geldkist met waardepapieren heeft gestolen (primair), dan wel dat hij, al dan niet samen met een ander, door een babbeltruc [naam 1] heeft opgelicht en zo een geldkist met waardepapieren en/of andere waardevolle goederen heeft verkregen (subsidiair);

feit 6

op 9 maart 2024, al dan niet samen met een ander, uit een woning sieraden heeft gestolen (primair), dan wel dat hij, al dan niet samen met een ander, door zich voor te doen als medewerker van de ING-bank [naam 8] heeft opgelicht en zo sieraden en/of geld heeft verkregen (subsidiair);

03-153615-25

op 9 maart 2024, al dan niet samen met een ander, heeft geprobeerd uit een woning geld en/of sieraden en/of andere waardevolle goederen te stelen (primair), dan wel dat hij, al dan niet samen met een ander, heeft geprobeerd [naam 9] door een babbeltruc op te lichten, door haar op te bellen, te zeggen dat haar bank was geplunderd, te vragen naar geld, goud en haar pincode en vervolgens naar die woning te gaan (subsidiair).

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de (pogingen tot) diefstal in vereniging zoals primair tenlastegelegd onder feit 1, 2, 3, 4 en 6 van parketnummer 03/231949-25 en de diefstal in vereniging zoals primair tenlastegelegd onder parketnummer 03/153615-25.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op de onderzoeksresultaten en de verklaring van de verdachte voor de belastende omstandigheden, niet kan worden gesproken van een bijdrage van voldoende gewicht aan de diefstallen en hij om die reden moet worden vrijgesproken. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat de verdachte geen (voorwaardelijk) opzet had op het plegen van de diefstallen, omdat hij geen wetenschap had van de te plegen strafbare feiten. Ten aanzien van feit 1 heeft de verdediging verzocht de verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde geweld, nu niet kan worden bewezen dat sprake is geweest van een ‘hardhandige duw’.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

03/231949-24

Feit 1

[naam 10] deed aangifte namens [naam 5] van diefstal met geweld gepleegd op 19 januari 2024 aan de [adres 2] te Panningen, gemeente Peel en Maas en heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Op 19 januari 2024 vertelde mijn moeder, [naam 5] , mij dat haar kluis weg was. Zij vertelde tegen mij het volgende: er is een man binnengekomen. Deze man stelde zich voor als van de politie. Er zou nog een collega buiten staan te wachten. De man was in normale kleding gekleed en niet in een politie-uniform. De man kwam iets controleren in opdracht van de bank. Hij moest van de bank foto's maken van de binnenkant van de kluis. Mijn moeder heeft op enig moment een black-out gehad. Ze werd vervolgens wakker in de stoel in de woonkamer.

Ik zag dat de kluis die normaal gesproken in de kamer naast de woonkamer staat weg was. Ik weet dat de kluis diverse sieraden bevatte. Er zat ongeveer 300 euro contant geld in de kluis.

De bovenbuurvrouw constateerde dat mijn moeder een flinke bult op haar achterhoofd had en we zagen dat ze nog een flinke schram op haar linker onderarm had.

[naam 5] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Op 19 januari 2024 ben ik slachtoffer geworden van een diefstal. Er belde een man bij mijn woning. Ik opende de deur en hoorde dat de man zei dat hij mij kwam beschermen. De man vroeg of ik een kluis in mijn huis had. Dit heb ik vervolgens verteld.

De medische informatie van Forensische Geneeskunde GGD Limburg-Noord over het letselonderzoek van [naam 5] op 19 november 2024 vermeldt onder meer dat [naam 5] een zwelling op het achterhoofd had en een krasverwonding op de linkerarm.

Feit 2

[naam 6] deed aangifte van diefstal gepleegd op 19 januari 2024 aan de [adres 3] te Sevenum en heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Er is een man binnengekomen in mijn woning. De man heeft aangebeld en wilde in mijn woning zien waar het geld lag. Hij moest ook foto's maken. Hij is uiteindelijk vertrokken met een tasje met 250 tot 300 euro.

Feit 3

[naam 7] deed aangifte en heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Op 8 maart 2024 was ik thuis in mijn woning aan de [adres 4] in Leusden. Ik werd gebeld door een man die zei dat hij een medewerker van de Rabobank was. De medewerker vertelde mij dat er drie keer geprobeerd was om 180 euro van mijn rekening af te schrijven door ene [naam 11] uit Doetinchem. Hij vertelde dat er een geldezel actief was. Hij zou mijn computer al binnen zijn. Ik moest van de medewerker kijken of ik mijn bankpasje nog had en ik moest kijken of er al geld van mijn rekening was gehaald. De medewerker vroeg of al het geld wat ik in huis had liggen er nog is. Hij vroeg mij om in de kluis te kijken. De medewerker van de bank vertelde mij dat er iemand langs zou komen om de ellende uit mijn computer te halen en er zou iemand komen om foto's te maken van hang- en sluitwerk, de kluis, het geldkistje en de brandkast. De medewerker verbond mij toen door met zijn meerdere. Ik dacht een andere stem te horen. Deze persoon zei tegen mij dat de man voor de foto's er aan komt. Op vrijwel hetzelfde moment ging mijn deurbel.

Ik liep naar de voordeur, terwijl ik de medewerker nog aan de telefoon had. Ik deed de deur open en ik zag een man staan op de stoep. Ik heb deze man binnengelaten. Ik hoorde de medewerker aan de telefoon zeggen dat de politie naar mij onderweg was. Ik herhaalde hardop dat de politie onderweg was. De man die in het halletje van mijn woning stond schrok van deze woorden en rende snel mijn woning uit. Er is door de jongen niks weggenomen uit mijn woning. Ook is er geen geld van mijn rekening afgeschreven.

Feit 4

[naam 12] deed aangifte namens [naam 1] en heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Op 9 maart 2024 kreeg ik een telefoontje van mijn moeder. Ze vertelde mij dat er iemand in haar huis aan de [adres 6] in Maastricht was geweest die direct naar haar geldkistje vroeg. Mijn moeder gaf aan dat het geldkistje op zolder stond en wees de man de trap op richting de zolder. Zij zag toen de man de zolder oplopen en vervolgens naar beneden komen met een plastic tas die niet van haar was. De man haalde de geldkist uit de zak en liep hiermee naar buiten. Ik ben naar mijn moeder gegaan. Ik liep de zolder op en zag dat de geldkist weg was. Het enige dat wordt vermist is een zilverkleurige geldkist met hierin de waardepapieren.

Feit 6

[naam 8] deed aangifte en heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Op 9 maart 2024 was ik in mijn woning gelegen aan de [adres 7] te Maastricht. Ik werd gebeld op mijn huistelefoon. Toen ik opnam hoorde ik een man praten. Hij gaf aan dat hij van de ING-bank was. Deze man noem ik verder NN1. Ik had de telefoon opgehangen. NN1 bleef terug bellen, hierdoor ging ik er vanuit dat het dan misschien toch wel de ING-bank was. Volgens mij was er iets met mijn bankpas. NN1 hield mij de hele tijd aan de praat. Op een gegeven moment zei NN1 aan de telefoon dat er een collega van de ING bij mijn woning stond. NN1 aan de telefoon vroeg aan mij of ik de voordeur kon open maken. Ik heb mijn voordeur toen open gedaan. Ik zag toen een man staan. Deze man noem ik verder NN2. NN2 is direct naar de kast gelopen waar mijn koffer stond. Ik weet niet hoe hij dit wist. Ik ben bang dat ik zelf via de telefoon aan NN1 heb verteld waar mijn sieraden lagen. In de koffer zaten verschillende sieraden. NN2 is hierna weer naar buiten gelopen. Ik bedacht mij dat ik nog een klein doosje met armbanden had. Deze lag in een lade in mijn kast die in mijn woonkamer staat. Ik heb gekeken in de la, maar ook dit doosje is weggenomen.

03-153615-25

Feit 1

[naam 9] deed aangifte van het feit gepleegd op 9 maart 2024 aan het [adres 8] te Maastricht en heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Op 9 maart 2024 werd ik gebeld door een man via een onbekend geheim telefoonnummer. Hij zei mij dat drie mannen hier op de straat [straat] in Maastricht, mijn bank hadden geplunderd. Hij zei mij dat mijn zoon het zou regelen met de recherche. Hij vroeg mij hoeveel contant geld ik in huis had en of ik goud in huis had. Hij zei mij dat hij kon zien dat er 120 euro was afgeschreven van mijn rekening. Hij vroeg mij om mijn pincode van mijn bankrekeningnummer. Ik zei dat ik niets zou doen zolang mijn zoon er niet was. Hij bleef aandringen en mijn pincode vragen. Vervolgens nam een andere man het gesprek over. Ik hoorde twee verschillende mannen aan de telefoon. Ik hoorde één van de mannen zeggen dat ik het contant geld samen met mijn bankpasje moest klaarleggen en dat iemand van hen dit zou komen fotograferen. Omstreeks 15.45 uur belde er inderdaad een man aan. Ik liet de man niet binnen.

Verklaringen verdachten

[naam 4] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Mijn oude baas [verdachte] en [naam 14] kwamen naar mij toe. Hij vroeg mij of ik dit wilde doen en zei: “Doe dit alsjeblieft.” Hij wist van mijn situatie met mijn bewind. [naam 2] ken ik van DPD. Hij heeft ook voor [verdachte] gewerkt. De achternaam van [verdachte] is [verdachte] of [verdachte] .

Tegen mij werd verteld dat ik geld moest ophalen. Ze zeiden: “Als jij doet wat wij zeggen, dan krijg je geld mee. Dan kun je dat aan ons geven en dan krijg jij een deel”. Pas toen we onderweg waren legden ze het hele idee uit en werd alles steeds duidelijker. Het idee was dat één jongen, de jongen met de BMW, deed alsof hij van de Belastingdienst of bank was. Zij gingen dan mensen bellen en dan wist ik daarna wat ik moest doen om dat geld op te halen.

Op 19 januari 2024 werden ik en [naam 3] opgehaald door [naam 2] . [naam 2] bestuurde de auto en hij wist waar we naartoe moesten. Hij kreeg die informatie via Snapchat via de jongen van de BMW. In Sevenum moesten we uitstappen. Ik moest mijn telefoon meenemen en de jongen van de BMW belde mij via Snapchat. Ik heb het gevoel dat [verdachte] bij die jongen was. Hij vertelde me wat ik moest doen. Ik was met hun aan het videobellen en ik moest alles filmen via Snapchat. Ze zeiden dat het het adres was met nummer [nummer] . Toen ik aankwam bij de mevrouw en de jongen met de BMW aan de telefoon had, hoorde ik dat hij ook met die mevrouw aan de telefoon was. Ze moeten dus meer telefoons hebben. Hij zei: “Mevrouw, mijn collega is nu aan uw deur.”. Tegen mij zeiden ze dat ik naar binnen moest gaan en een toilettas moest meenemen. Ik moest de roze toilettas pakken en toen ben ik het huis uit gerend. Hij keek live met me mee. Ik moest alles filmen. Ik moest de toilettas aan [naam 2] geven. In de toilettas zag ik geld. [naam 2] heeft het geld geteld en uit de toilettas gehaald. Hij wilde het bij zich houden.

[naam 3] ging daarna weg. Hij liep weg en [naam 2] reed ook weg. Ik stond buiten. Twintig of dertig minuten later kwamen ze aan rijden. Ik sprong achterin. Er was heel veel paniek. [naam 3] was aan de telefoon met de jongen van de BMW. Ik zag dat [naam 3] helemaal aan het zweten was. Hij zei: “Wolla, ik moest haar omver beuken.” Toen hoorde ik dat [naam 2] mij zei: “ [naam 4] , doe mijn jas over de kloezoe.” Ik keek achterom in de auto en zag ineens een grote kluis. [naam 3] heeft verteld dat hij die vrouw omver moest beuken en dat hij de kluis had meegenomen. De jongen van de BMW zei: “Jullie moeten luisteren naar wat ik zeg, dan overkomt jullie niks.”

We gingen naar Eindhoven. De kluis hebben we aan [verdachte] en de jongen van de BMW gegeven. We moesten alles aan hen meegeven. Na twee tot drie uur belde [verdachte] [naam 2] . [verdachte] heeft mij, [naam 3] en [naam 2] 260 euro gegeven. [naam 3] en ik zijn toen weggegaan en [naam 2] bleef toen bij [verdachte] en de jongen van de BMW achter.

[naam 3] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Ik heb samen met [naam 4] een paar keer gewerkt bij DPD. Een van de keren dat we samen waren, kwamen twee jongens langs. Een van hen herkende ik van DPD. Er werd mij verteld om op een snelle manier snel geld te verdienen. Ik had op dat moment veel schuld en deurwaarders bleven komen. Ik heb het een paar keer afgewezen maar er werd flinke druk op mij gezet. Er zijn twee locaties geweest, maar ik ben maar bij eentje bij geweest. Er werd mij verteld: een iemand is aan de lijn met het slachtoffer. De ander gaat naar de deur. Terwijl de ene aan de lijn is met het slachtoffer en het slachtoffer probeert af te leiden, moest degene die daar was kijken of er waardevolle spullen, zoals geld en sieraden, aanwezig waren.

U houdt mij voor dat ik wordt verdacht van een diefstal met geweld in vereniging gepleegd op 19 januari 2024. Ik was met [naam 4] en met de chauffeur. We waren aan het wachten op de ene meneer die de locaties doorgaf en die contact had met de slachtoffers. We waren onderweg vanaf Eindhoven naar Limburg. Bij de eerste locatie in Sevenum aangekomen ben ik met de chauffeur in de auto blijven wachten tot [naam 4] terugkwam. Daarna kregen wij nog een locatie. Ik ben uitgestapt in Panningen. Dat was bij een oud vrouwtje. Ik kreeg een belletje van tevoren en moest mij voordoen als belastingadviseur. Het enige wat ik heb gezegd was: 'Hallo mevrouw, ik moet foto’s komen maken voor de bank want ik ben belastingadviseur voor de belasting”. Dit werd mij via de telefoon gezegd. Ik werd gebeld op Snapchat en daar kreeg ik te horen wat er verteld werd tegen die mevrouw, zodat ik hetzelfde tegen haar kon vertellen. De mevrouw deed na een paar minuten open. Ik zei dat ik belastinginspecteur was. Ze vertrouwde mij eerst niet, maar liet mij uiteindelijk toch binnen. Mevrouw was aan de lijn met de jongen die met haar aan het praten was. Ik kreeg de telefoon van mevrouw. Ik hoorde dat hij zei dat er iets moest zijn, een kist of zo. Ik zag een kistachtigs iets dat die mevrouw mij liet zien. Tegen de mevrouw werd gezegd om een pen of papier of zo te pakken in de woonkamer. Dat deed ze ook. Op dat moment pakte ik die kist en wilde zo snel als mogelijk wegrennen. Het was een kist of een kluis. Die mevrouw kwam echter terug. Ze viel. Ik heb die kist om de hoek achtergelaten. De chauffeur heeft mij opgehaald.

Ik weet dat de jongen die ik ken van DPD onder Snapchat de naam ' [gebruikersnaam] ' gebruikt. Hij was met degene die contact had met de slachtoffers. Hij is degene die de locaties zoekt en belt met de slachtoffers. U toont mij een foto van een persoon (bijlage 1). Dat is hem. Dit is de jongen die bij DPD werkte en die zich op Snapchat uitgeeft als ' [gebruikersnaam] '.

We kregen een locatie door van de jongen van die BMW. De man van de BMW was daar en ' [gebruikersnaam] ' kwamen bij elkaar. Verder waren daar [naam 4] en de chauffeur van onze auto bij. We hebben de kluis overgeladen in de BMW. Zij gingen de kluis openmaken en daarna zou het geld verdeeld worden. Wij kregen via de Snapchat van ‘ [gebruikersnaam] ’ en filmpje te zien van de inhoud van de geopende kluis. Ik zag een paar sieraden en wat los geld, een paar briefjes van 50 euro liggen. Ik kreeg toen 150 tot 250 euro.

U toont mij een foto van een persoon (bijlage 2). Dat is de chauffeur van het hele gebeuren bij Panningen en Sevenum. Hij zou ons ophalen en zo dichtbij als mogelijk bij de locatie brengen.

De persoon op de foto die als bijlage 1 aan [naam 3] is getoond betreft [verdachte].

De persoon op de foto die als bijlage 2 aan [naam 3] is getoond betreft [naam 2].

[naam 2] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Het klopt dat ik betrokken was bij diefstallen gepleegd op 19 januari 2024 in Sevenum en Panningen. Ik ben ook bij de locaties geweest in Leusden en Maastricht op 8 en 9 maart 2024.

Ik ben in de maand januari aangesproken door een jongen. Die jongen heeft mij overgehaald om iets te doen waar ik geld mee kon verdienen. Ik ben ermee ingestemd. Een week later heeft hij contact met mij opgenomen via Snapchat. Ik moest een jongen ophalen en daarna gingen we een voor mij onbekende jongen ophalen. Toen kregen wij te horen dat we richting Limburg moesten rijden en daar moesten wachten tot we een telefoontje kregen. In Limburg hebben we ergens gewacht in de buurt van Panningen. [naam 4] , de jongen bij mij in de auto, kreeg een telefoontje met een adres waar wij naartoe moesten. Hij heeft toen iets opgehaald. Er zat geld in. Toen hij terugkwam hebben we dit samen gefilmd. Toen zijn we naar de volgende locatie gegaan. Die andere jongen is uitgestapt in Panningen. Hij was aan het telefoneren met die andere jongen aan de lijn die hem instructies gaf. Ik kreeg een telefoontje dat ik de straat in moest rijden. Toen kwam ik [naam 3] tegen en die stapte in. Hij was bezweet. Er was wel iets aan de hand. Toen zijn we de kluis gaan ophalen en zijn we naar Eindhoven gereden. Toen we in Eindhoven waren is de kluis opgehaald en later hebben we daar geld voor gekregen. Dit was op 19 januari. We zijn met mijn auto naar Panningen en Sevenum gegaan. Ik heb gereden. Ik ben een keer uitgestapt toen we bij die kluis aankwamen. Omdat hij zo zwaar was, heb ik [naam 3] geholpen om deze in de auto te krijgen. [naam 3] en [naam 4] kregen pas informatie toen ze waren uitgestapt. De jongen die mij benaderd heeft gaf instructies aan een van ons drieën.

Nadat ik mijn geld had gekregen zei ik tegen die jongen die instructies gaf aan ons dat ik hier niks meer mee te maken wilde hebben en dat ik hier niet van gediend was. Vervolgens ben ik een paar weken later weer benaderd door dezelfde jongen. Hij vroeg of ik met zijn neefje wilde meerijden om iets op te halen. Ik ben toen op 8 maart naar de plek in Leusden gegaan. Die jongen moest blijkbaar iets ophalen. Toen zijn we naar huis gereden. Toen vroeg hij of ik de volgende dag weer met hem mee zou rijden. Daar zou ik dan 250 euro voor krijgen. Toen zijn we naar Maastricht gereden. Toen we daar aankwamen heeft hij een tas opgehaald en daarna nog een koffer. Toen zijn we naar Eindhoven gereden. Ik ben bij de locaties geweest. Ik heb gereden. Ik ben op drie adressen in Maastricht geweest. Afspraak was dat ik 250 euro zou krijgen op het einde van de dag. Op 8 maart heb ik inderdaad 250 euro gekregen. Op 9 maart niet.

[naam 15] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Ik was met een paar man in de stad en die jongen vroeg of ik voor hem pakketjes wilde halen. Ik heb via via hun Snapchat gekregen en ben met hen in contact gekomen. Het waren twee personen. Hen zag ik pas later. Toen we klaar waren reden we terug naar Eindhoven. Daar hebben twee jongens die dingen gepakt en toen reden ze weg.

U houdt mij voor dat op 8 maart 2024 een poging tot diefstal heeft plaatsgevonden uit de woning aan de [adres 4] te Leusden. De bijrijder gaf mij instructies. Ik moest bellen met iemand anders. Ik moest de auto uit en had dan contact met iemand, dat was niet de chauffeur. Hij vertelde mij een verhaaltje en dat moest ik tegen de mensen zeggen. Ik moest doen alsof ik iemand anders was. Volgens mij moest ik doen alsof ik van de belasting was. Ze zeiden tegen mij dat ik naar de deur moest lopen, ze zeiden tegen haar dat ze de deur open moest maken. Ik ging naar binnen en zei dat ik iets kwam ophalen en foto’s maken.

Het klopt dat [naam 2] de bestuurder was van de groene Ford Focus en dat ik bij hem in de auto zat en op 8 en 9 maart 2024 in Leusden en Maastricht ben geweest.

U vraagt mij wat de afspraak was op 9 maart 2024 op het adres [adres 8] in Maastricht. Weer dingen ophalen. Ik kreeg instructies via dezelfde persoon via Snapchat. U vraagt mij wat ik kan vertellen over de diefstal uit de woning op de [naam 13] te Maastricht op 9 maart 2024. Ik moest uitstappen en bellen met diegene. Ik moest naar de woning lopen en zeggen dat ik spullen moest pakken. Die vrouw wees me waar het lag, dat was op zolder ergens. Het was een houten bakje zoiets. Dat moest ik pakken. Ik moest laten zien wat ik zag. Ik was aan het filmen. Dit was videobellen via Snapchat. De jongen die ik belde via Snapchat stuurde mij aan bij deze diefstal.

U vraagt mij wat ik kan vertellen over de diefstal uit de woning op de [adres 5] te Maastricht. Ik kwam binnen en het ging precies hetzelfde. Die man praatte eerst met haar. Ik moest doen alsof ik foto's maakte van de koffer en toen moest ik de koffer meenemen. Ik mocht niet in de koffer kijken. Ik moest ook in de auto de koffer filmen. Ik werd aangestuurd door die man op Snapchat. Hij zei wat ik moest doen. Toen we terug waren in Eindhoven hebben de twee mannen door wie ik werd benaderd de spullen gepakt. De stem van die mannen leek wel op de stem van Snapchat. U laat mij een foto zien. Die lijkt heel veel op de jongen die de spullen kwam halen, alleen hier is hij minder dik.

De persoon op de foto die aan de medeverdachte [naam 15] is getoond betreft [verdachte].

Telefoongegevens [verdachte]

Het telefoonnummer gekoppeld aan de simkaart in de telefoon die bij de aanhouding van [verdachte] op 16 juli 2025 in beslag werd genomen betrof [telefoonnummer 1].

Het toestel met telefoonnummer [telefoonnummer 1] en het toestel met telefoonnummer [telefoonnummer 2] , beide in gebruik bij [verdachte], hebben zich diverse malen in eenzelfde tijdsbestek in hetzelfde geografisch gebied bevonden als de gebruiker(s) van de telefoonnummers die gebruikt zijn bij het telefonisch benaderen van de slachtoffers.

Bewijsoverwegingen

3.3.2.1 Feit 1 en 2 (03/231949-24)

Op 19 januari 2024 reden [naam 2] , [naam 4] en [naam 3] naar een tweetal woningen in Panningen en Sevenum om daar bij (hoog)bejaarde mensen goederen weg te nemen. [naam 2] was de chauffeur. [naam 4] en [naam 3] waren de uitvoerders. Zowel [naam 4] en [naam 3] als [naam 2] hebben verklaard dat zij voorafgaand aan de diefstallen werden benaderd door een of twee jongens om (snel) geld te verdienen. Van tevoren werd het plan doorgesproken: de slachtoffers zouden worden gebeld door een mededader, hij zou zich voordoen als iemand van de Belastingdienst of de bank en zou proberen het slachtoffer af te leiden en [naam 4] en [naam 3] zouden vervolgens aan de deur komen. [naam 4] en [naam 3] kregen tijdens de diefstal telefonisch instructies via de mededaders/verdachte, die tevens contact had met het slachtoffer. Zij kregen de opdracht om de waardevolle spullen te fotograferen of te filmen en ze vervolgens weg te nemen.

De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van [naam 4] en [naam 3] op essentiële onderdelen overeen komen, in het bijzonder waar het gaat om de benadering, de vooraf bedachte werkwijze, de telefonische benadering van het slachtoffer, het zich voordoen als een ander, de gelijktijdige aansturing en het in de woning maken van beeldopnamen, alvorens de goederen werden weggenomen. De verklaringen vullen elkaar aan en vinden (op onderdelen) ook steun in de aangiftes en in de verklaring van [naam 2] .

Rol verdachte [verdachte]

Ten aanzien van de rol van [verdachte] overweegt de rechtbank als volgt. [naam 4] heeft verklaard dat hij door zijn oude baas [verdachte] werd benaderd. [naam 3] heeft verklaard dat hij samen met [naam 4] heeft gewerkt bij DPD. Een van de jongens door wie hij werd benaderd en die later ook degene was die contact had met de slachtoffers, herkende hij van DPD. [naam 3] heeft [verdachte] vervolgens op een foto herkend als diegene die hij beschreef van DPD.

Volgens de verklaring van [naam 4] was [verdachte] betrokken bij het plan van de diefstallen. Ook had hij het vermoeden dat [verdachte] tijdens de diefstallen, samen was met degene die hem via de telefoon instructies gaf en die tegelijkertijd belde met de slachtoffers. Zowel [naam 4] als [naam 3] hebben bovendien verklaard dat ze na het plegen van de diefstallen de buit aan [verdachte] en de mededader hebben gegeven en dat ze vervolgens van hen hun beloning kregen.

De rechtbank stelt op basis hiervan vast dat [verdachte] een initiërende en sturende rol heeft gehad bij zowel de voorbereiding als de uitvoering van de feiten, waaronder het bedenken van het plan en het telefonisch benaderen van de slachtoffers. Gelet op deze gedragingen, in onderlinge samenhang bezien, is sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en de medeverdachten. De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de diefstallen zoals tenlastegelegd onder feit 1 primair en 2 primair.

Toegepaste geweld feit 1

Met betrekking tot het ten laste gelegde geweld bij feit 1 overweegt de rechtbank dat [naam 4] meermaals uitdrukkelijk heeft verklaard dat [naam 3] in de auto zei dat hij aangeefster omver moest beuken. Deze verklaring vindt steun in de medische informatie omtrent het letsel van [naam 5] en de aangifte. [naam 3] zelf ontkent geweld te hebben gebruikt en heeft met betrekking tot de oorzaak van het letsel van aangeefster wisselende verklaringen afgelegd. In eerste instantie heeft hij verklaard dat aangeefster hem probeerde de weg te versperren bij de deur, dat hij toen om haar heen liep en dat hij vervolgens zag dat ze viel. Later heeft hij verklaard dat aangeefster aan kwam lopen en over een kleedje viel. Dit doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van zijn verklaring en sterkt de rechtbank in haar overtuiging dat [naam 3] aangeefster omver heeft gebeukt, zoals [naam 4] heeft verklaard. Hoewel geweld niet door de verdachte [verdachte] werd gepleegd, is hij daar wel mede verantwoordelijk voor, nu bij diefstallen waarbij de bewoners gewoon thuis zijn -in dit geval was dat ook zo en de verdachte en medeverdachten wisten dit ook- de geweldscomponent een ingecalculeerd onderdeel uitmaakt van het plan, wanneer geweldpleging binnen het plan niet expliciet is uitgesloten. Van dit laatste ontbreekt elke aanwijzing in het procesdossier. De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat sprake is geweest van diefstal in vereniging met geweld.

Plaatsbepaling feit 2

De rechtbank overweegt voorts ten aanzien van feit 2 dat het een feit van algemene bekendheid is dat Sevenum in de gemeente Horst aan de Maas ligt.

Conclusie

De rechtbank acht feit 1 primair en feit 2 primair wettig en overtuigend bewezen.

3.3.2.2 Feit 3, 4 en 6 (03/231949-24) en feit 1 (03-153615-25)

De rechtbank stelt vast dat bij de onder feit 3 tot en met 6 tenlastegelegde diefstallen en pogingen daartoe gebruik is gemaakt van een werkwijze die op essentiële onderdelen overeenkomt met de werkwijze bij de feiten 1 en 2. De aangeefsters werden (in de meeste gevallen) telefonisch benaderd door iemand die zich voordeed als bankmedewerker of een anderszins hulpverlenende persoon. De aangeefsters werden afgeleid en ongerust gemaakt. Er was bijvoorbeeld iets mis met hun bankpas en er was geld van hun rekening afgeschreven, althans dit zou zijn geprobeerd. Er werd geïnformeerd naar de aanwezigheid van waardevolle goederen in de woning en er werd verteld dat iemand langs zou komen om foto’s te maken. Vervolgens kwam een persoon aan de deur om de waardevolle goederen te fotograferen en deze persoon heeft vervolgens de goederen weggenomen, dan wel getracht dit te doen. Met de uitvoerder van de diefstallen werd net als bij feit 1 en 2 vooraf het plan besproken. Tijdens de diefstallen werd hij telefonisch aangestuurd en (vervolgens) kreeg hij de opdracht om foto’s te maken van wat hij in de woning zag of de buit te filmen.

De rechtbank is van oordeel dat deze werkwijze, ondanks kleine verschillen in de concrete uitvoering, op essentiële punten overeenkomt met de bij de feiten 1 en 2 vastgestelde modus operandi.

Hoewel het in twee gevallen niet is gelukt om daadwerkelijk goederen weg te nemen uit de woning, is de rechtbank van oordeel dat de bovengenoemde modus operandi van de feiten voldoende specifiek is om in onderling verband bij te kunnen dragen tot het bewijs. Nu de modus operandi bij de feiten op essentiële punten overeenkomt, zal de rechtbank de bewijsmiddelen die ten grondslag liggen aan het ene feit, ook gebruiken bij de bewijsvoering van een ander feit. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat het steeds het opzet is geweest van de verdachte en zijn medeverdachten om bij alle aangeefsters waardevolle goederen weg te nemen.

De rechtbank overweegt voorts dat anders dan bij oplichting niet is gebleken dat de aangeefsters ertoe zijn bewogen de goederen zelf af te geven. Gezien de volstrekt overeenkomende werkwijze en doel bij alle vier de feiten, acht de rechtbank daarom ook in alle gevallen (een poging tot) diefstal in vereniging bewezen.

Rol verdachte [verdachte]

De rechtbank heeft vastgesteld dat [verdachte] bij de diefstallen van feit 1 en 2 een initiërende en sturende rol heeft gehad, onder meer in de voorbereiding en het samen met een ander telefonisch benaderen van de slachtoffers. Naast de hiervoor vastgestelde overeenkomende modus operandi, blijkt uit de telecomgegevens dat de telefoon van [verdachte] zich ten tijde van de onder feit 3 tot en met 6 ten laste gelegde diefstallen en pogingen daartoe, in dezelfde omgeving bevond als de telefoons waarmee contact werd gelegd met de slachtoffers.

[verdachte] heeft pas ter terechtzitting een verklaring afgelegd. De rechtbank is van oordeel dat deze verklaring onvoldoende concreet en verifieerbaar is en geen afdoende verklaring biedt voor de hiervoor genoemde belastende feiten en omstandigheden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, een zodanig sterk en specifiek verband opleveren dat het niet anders kan dan dat [verdachte] ook bij deze diefstallen en pogingen daartoe betrokken is geweest en dat hij ook hier heeft gehandeld in een nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten.

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de (pogingen tot) diefstal zoals tenlastegelegd onder feit 3 primair, feit 4 primair en feit 6 primair van parketnummer 03/231949-24 en feit 1 primair van parketnummer 03/153615-22)

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

03/231949-24

feit 1 primair

op 19 januari 2024 in de gemeente Peel en Maas, tezamen en in vereniging met anderen,

een kluis met geld en sieraden, die aan [naam 5] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd gevolgd van geweld tegen die [naam 5] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [naam 5] (hardhandig) te duwen;

feit 2 primair

op 19 januari 2024 in de gemeente Horst aan de Maas, tezamen en in vereniging met anderen uit een woning gelegen aan de [adres 3] te Sevenum, een tasje met een hoeveelheid geld, dat aan [naam 6] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

feit 3 primair

op 8 maart 2024 in Leusden tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om uit een woning gelegen aan de [adres 4] , waardevolle goederen zoals sieraden en/of geldbedragen, die aan [naam 7] toebehoorde, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

- die [naam 7] heeft opgebeld en zich tijdens dat telefoongesprek hebben voorgedaan als medewerker van de Rabobank,

- ( tijdens dat telefoongesprek) tegen die [naam 7] hebben gezegd dat er meerdere malen geld is overgeschreven van haar rekening naar ene [naam 11] uit Doetinchem, dat er een geldezel actief is en dat die persoon al in haar computer zou zijn,

- ( tijdens dat telefoongesprek) dat die [naam 7] in haar huis diende te kijken of al haar geld er nog is,

- ( tijdens dat telefoongesprek) dat er iemand langs zou komen om de ellende uit haar computer te halen en om foto’s te maken en

- zich (vervolgens) naar de woning van die [naam 7] hebben begeven en voornoemde woning binnen zijn gegaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 4 primair

op 9 maart 2024 in Maastricht, tezamen en in vereniging met anderen, uit een woning gelegen aan de [naam 13] , een geldkist met waardepapieren, die aan [naam 1] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

feit 6 primair

op 9 maart 2024 in Maastricht, tezamen en in vereniging met anderen, uit een woning gelegen aan de [adres 5] , sieraden, die aan [naam 8] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

03-153615-25

feit 1 primair

op 9 maart 2024 in Maastricht tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om uit een woning gelegen aan het [adres 8] , waardevolle goederen zoals sieraden en geldbedragen, die aan [naam 9] , toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

- die [naam 9] hebben opgebeld,

- ( tijdens dat telefoongesprek) tegen die [naam 9] hebben gezegd dat drie mannen hier op straat haar bank hadden geplunderd

- ( tijdens dat telefoongesprek) dat de zoon van die [naam 9] het zou regelen met de recherche,

- ( tijdens dat telefoongesprek) aan die [naam 9] hebben gevraagd hoeveel contant geld en goud ze in huis had

- ( tijdens dat telefoongesprek) aan die [naam 9] meerdere malen haar pincode hebben gevraagd,

- ( tijdens dat telefoongesprek) die [naam 9] vragen om het contant geld en haar bankpasje klaar te leggen zodat iemand van hen dit kon fotograferen,

- zich (vervolgens) naar de woning van die [naam 9] hebben begeven en bij de voornoemde woning hebben aangebeld,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

03/231949-24

feit 1 primair

diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2 primair

diefstal door twee of meer verenigde personen

feit 3 primair

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen

feit 4 primair

diefstal door twee of meer verenigde personen

feit 6 primair

diefstal door twee of meer verenigde personen

03/153615-25

feit 1 primair

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 36 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest en een fikse voorwaardelijke gevangenisstraf.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie diefstallen in vereniging, twee pogingen tot diefstal en één diefstal in vereniging met geweld. Deze feiten vonden plaats in het kader van bankhelpdeskfraude. De verdachte heeft daarbij een leidinggevende rol vervuld en anderen, waaronder jongeren en zelfs een minderjarige jongen van 15 jaar, geronseld om de feiten uit te voeren. Ook heeft hij de uitvoerders op afstand aangestuurd. Uit het dossier komt het beeld naar voren van een langdurige en goed georganiseerde operatie, waarin verschillende personen ieder een eigen rol hadden en waarin op geraffineerde wijze werd toegewerkt naar het buitmaken van waardevolle goederen van de slachtoffers.

De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat de slachtoffers hoogbejaarde vrouwen waren. Zij vormen een uiterst kwetsbare doelgroep. Juist bij deze slachtoffers mag worden verwacht dat zij in hun eigen woning en in hun dagelijks leven worden beschermd tegen dit soort indringende vermogenscriminaliteit. Door zich voor te doen als betrouwbare personen en gebruik te maken van de kwetsbaarheid en het vertrouwen van deze slachtoffers, is ernstig misbruik gemaakt van hun ver gevorderde leeftijd en afhankelijkheid. De gevolgen van dergelijke laffe daden zijn groot. Naast de financiële schade en het verlies van vaak dierbare en emotioneel waardevolle bezittingen, kunnen slachtoffers gevoelens van angst, schaamte, wantrouwen en onveiligheid ervaren. Dat geldt temeer wanneer het feit plaatsvindt in of nabij de eigen woning, een plek waar men zich veilig zou moeten kunnen voelen.

In de proceshouding van de verdachte ziet de rechtbank geen aanleiding om een lagere straf op te leggen dan waartoe de bewezenverklaarde feiten aanleiding geven. De verdachte heeft tot op heden stellig ontkend enige betrokkenheid bij de feiten te hebben gehad, terwijl uit de bevindingen van de politie het tegenovergestelde blijkt. Vragen daarover heeft de verdachte naar het oordeel van de rechtbank ongenoegzaam beantwoord. Daarmee heeft hij geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen en evenmin blijk gegeven van inzicht in de ernst daarvan.

De rechtbank stelt vast dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. Gelet op de beperkte duur van die overschrijding zal de rechtbank volstaan met de enkele constatering daarvan en daaraan geen strafvermindering verbinden.

Gelet op de ernst van de feiten, de leidinggevende rol van de verdachte en zijn proceshouding, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Bij het bepalen van de duur daarvan heeft de rechtbank acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten en op straffen die in vergelijkbare zaken plegen te worden opgelegd.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden passend, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Van deze gevangenisstraf zal de rechtbank 4 maanden voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van twee jaren. Daarmee beoogt de rechtbank de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Aan het voorwaardelijke strafdeel zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden verbinden zoals door de reclassering zijn geadviseerd. Daaronder valt onder meer het meewerken aan schuldhulpverlening. De rechtbank acht deze voorwaarden passend, omdat aannemelijk is dat de financiële situatie en het sociale netwerk van de verdachte hebben bijgedragen aan het plegen van de feiten. Begeleiding en toezicht zijn daarom noodzakelijk om het risico op recidive te beperken.

7. De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [naam 1] vordert ten aanzien van het onder feit 4 ten laste gelegde schadevergoeding tot een bedrag van in totaal € 267, bestaande uit de volgende posten:

i. geldkist € 200,-

ii. reiskosten € 32,-

iii. beveiligingscamera’s € 35,-

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering voor wat betreft post i, alsmede tot toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde dient voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, omdat de vordering niet is onderbouwd.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is, mede gelet op artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW), voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 4 bewezenverklaarde schade heeft geleden, in zoverre de vordering ziet op post i. Die schade blijkt voldoende uit het dossier. De overige posten acht de rechtbank, bij gebrek aan een verdere toelichting, niet toewijsbaar.

De rechtbank zal daarom een bedrag van € 200 toewijzen en de verdachte hoofdelijk veroordelen tot betaling daarvan, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 maart 2024 totdat volledig is betaald. Bovendien zal de rechtbank aan de verdachte hoofdelijk de schadevergoedingsmaatregel opleggen, zodat de benadeelde is gevrijwaard van inning van dit bedrag.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 57, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan

4 maanden voorwaardelijk;

a. meldplicht bij reclassering

de veroordeelde meldt zich gedurende de proeftijd op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de veroordeelde zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op Polluxstraat 114, 5631 ES Eindhoven of het telefoonnummer 088-8041504. De veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

b. ambulante behandeling

de veroordeelde laat zich gedurende de proeftijd behandelen door De Rooyse Wissel of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start zo spoedig als mogelijk. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De

behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, schuldenproblematiek, en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken;

c. dagbesteding

de veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

d. aflossing schulden

de veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

e. ambulante begeleiding

de veroordeelde laat zich begeleiden door Rentree of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De ambulante begeleiding start zo spoedig als mogelijk en duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding. Huisbezoeken zijn standaard onderdeel van deze begeleiding;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Voorlopige hechtenis

- heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.M.W. Nuijts, voorzitter, mr. D. Osmić en mr. J.P.E. Mullers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.H.R.G. van Kerkhof en mr. M.H.C. van den Munckhof, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 29 mei 2026.

Buiten staat

De griffiers zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

03/231949-24

feit 1 primair

hij op of omstreeks 19 januari 2024 in de gemeente Peel en Maas tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een kluis met geld en/of sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachten en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [naam 5] (hardhandig) te duwen;

feit 1 subsidiair

hij op of omstreeks 19 januari 2024 in de gemeente Peel en Maas, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van waardevolle goederen zoals sieraden en/of geldbedragen, door

- voornoemde [naam 5] meermalen te bellen en zich voor te doen als een medewerker van de politie die in opdracht van de bank iets komt controleren,

- ( vervolgens) zich naar de woning van die [naam 5] te begeven,

- ( vervolgens) de woning van die [naam 5] te betreden,

- ( vervolgens) te zeggen dat (de binnenkant van de kluis) wordt gefotografeerd en/of

- ( vervolgens) met die kluis de woning van die [naam 5] te verlaten;

( art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

feit 2 primair

hij op of omstreeks 19 januari 2024 in de gemeente Horst aan de Maas, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, uit een woning gelegen aan de [adres 3] te Sevenum, een tasje met een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 6] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

feit 2 subsidiair

hij op of omstreeks 19 januari 2024 in de gemeente Peel en Maas, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam 6] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van waardevolle goederen zoals sieraden en/of geldbedragen, door

- voornoemde [naam 6] meermalen te bellen,

- ( vervolgens) zich naar de woning van die [naam 6] te begeven en zich voor te doen tegenover die [naam 6] als een betrouwbaar persoon,

- ( vervolgens) de woning van die [naam 6] te betreden,

- ( vervolgens) te zeggen dat er foto's moeten worden gemaakt en/of die [naam 6] te vragen waar die [naam 6] haar geld bewaart en/of

- ( vervolgens) met een tasje met een geldbedrag de woning van die [naam 6] te verlaten;

feit 3 primair

hij op of omstreeks 8 maart 2024 in de gemeente Leusden tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om uit een woning gelegen aan de [adres 4] , waardevolle goederen zoals sieraden en/of geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 7] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

- die [naam 7] heeft opgebeld en zich tijdens dat telefoongesprek heeft/hebben voorgedaan als medewerker van de Rabobank,

- ( tijdens dat telefoongesprek) tegen die [naam 7] heeft/hebben gezegd dat er meerdere malen geld is overgeschreven van haar rekening naar ene [naam 11] uit Doetinchem, dat er een geldezel actief is en/of dat die persoon al in haar computer zou zijn,

- ( tijdens dat telefoongesprek) dat die [naam 7] in haar huis diende te kijken of al haar geld er nog is,

- ( tijdens dat telefoongesprek) dat er iemand langs zou komen om de ellende uit haar computer te halen en om foto’s te maken en/of

- zich (vervolgens) naar de woning van die [naam 7] heeft/hebben begeven en/of voornoemde woning binnen is/zijn gegaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 3 subsidiair

hij op of omstreeks 8 maart 2024 in de gemeente Leusden, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam 7] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, de afgifte van waardevolle goederen zoals sieraden en/of geldbedragen,

- die [naam 7] heeft opgebeld en zich tijdens dat telefoongesprek heeft/hebben voorgedaan als medewerker van de Rabobank,

- ( tijdens dat telefoongesprek) tegen die [naam 7] heeft/hebben gezegd dat er meerdere malen geld is overgeschreven van haar rekening naar ene [naam 11] uit Doetinchem, dat er een geldezel actief is en/of dat die persoon al in haar computer zou zijn,

- ( tijdens dat telefoongesprek) dat die [naam 7] in haar huis diende te kijken of al haar geld er nog is,

- ( tijdens dat telefoongesprek) dat er iemand langs zou komen om de ellende uit haar computer te halen en om foto’s te maken en/of

- zich (vervolgens) naar de woning van die [naam 7] heeft/hebben begeven en/of voornoemde woning binnen is/zijn gegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 4 primair

hij op of omstreeks 9 maart 2024 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, uit een woning gelegen aan de [naam 13] , een geldkist met waardepapieren, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

feit 4 subsidiair

hij op of omstreeks 9 maart 2024 in de gemeente Maastricht, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van waardevolle goederen zoals sieraden en/of geldbedragen, door

- voornoemde [naam 1] meermalen te bellen,

- ( vervolgens) zich naar de woning van die [naam 1] te begeven en zich voor te doen tegenover die [naam 1] als een betrouwbaar persoon,

- ( vervolgens) de woning van die [naam 1] te betreden,

- ( vervolgens) te vragen waar die [naam 1] haar geldkistje bewaart, te zeggen dat de zoon van die [naam 1] onderweg is en/of de zolder van die [naam 1] te doorzoeken en/of

- ( vervolgens) met een kistje met daarin waardepapieren de woning van die [naam 1] te verlaten;

feit 6 primair

hij op of omstreeks 9 maart 2024 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen uit een woning gelegen aan de [adres 5] , sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 8] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

feit 6 subsidiair

hij op of omstreeks 9 maart 2024 te Maastricht, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam 8] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van waardevolle goederen zoals sieraden en/of geldbedragen, door

- voornoemde [naam 8] meermalen te bellen en zich tijdens dat telefoongesprek voor te doen als een medewerker van de ING-bank,

- ( tijdens dat telefoongesprek) tegen die [naam 8] te zeggen dat er iets met haar bankpas was,

- ( tijdens dat telefoongesprek) aan die [naam 8] te vragen of zij de voordeur kon openmaken,

- ( vervolgens) de woning van die [naam 8] te betreden en/of

- ( vervolgens) sieraden te pakken en hiermee de woning van die [naam 8] heeft verlaten;

( art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

03/153615-25

feit 1 primair

hij op of omstreeks 9 maart 2024 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om uit een woning gelegen aan het [adres 8] , waardevolle goederen zoals sieraden en/of geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 9] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

- die [naam 9] heeft/hebben opgebeld,

- ( tijdens dat telefoongesprek) tegen die [naam 9] heeft/hebben gezegd dat drie mannen hier op straat haar bank hadden geplunderd

- ( tijdens dat telefoongesprek) dat de zoon van die [naam 9] het zou regelen met de recherche,

- ( tijdens dat telefoongesprek) aan die [naam 9] heeft/hebben gevraagd hoeveel contant geld en/of goud ze in huis had

- ( tijdens dat telefoongesprek) aan die [naam 9] meerdere malen haar pincode heeft/hebben gevraagd,

- ( tijdens dat telefoongesprek) die [naam 9] vragen om het contant geld en haar bankpasje klaar te leggen zodat iemand van hen dit kon fotograferen,

- zich (vervolgens) naar de woning van die [naam 9] heeft/hebben begeven en/of bij de voornoemde woning hebben aangebeld,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 1 subsidiair

hij op of omstreeks 9 maart 2024 in de gemeente Maastricht, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam 9] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten

- die [naam 9] heeft/hebben opgebeld,

- ( tijdens dat telefoongesprek) tegen die [naam 9] heeft/hebben gezegd dat drie mannen hier op straat haar bank hadden geplunderd

- ( tijdens dat telefoongesprek) dat de zoon van die [naam 9] het zou regelen met de recherche,

- ( tijdens dat telefoongesprek) aan die [naam 9] heeft/hebben gevraagd hoeveel contant geld en/of goud ze in huis had

- ( tijdens dat telefoongesprek) aan die [naam 9] meerdere malen haar pincode heeft/hebben gevraagd,

- ( tijdens dat telefoongesprek) die [naam 9] vragen om het contant geld en haar bankpasje klaar te leggen zodat iemand van hen dit kon fotograferen,

- zich (vervolgens) naar de woning van die [naam 9] heeft/hebben begeven en/of bij de voornoemde woning hebben aangebeld,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand