ECLI:NL:RBLIM:2026:5368

ECLI:NL:RBLIM:2026:5368

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 17-06-2026
Datum publicatie 01-06-2026
Zaaknummer 12045614 \ CV EXPL 26-101
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Geschil over welke afspraken partijen mondeling hebben gemaakt over de verkoop van een aantal partijen (parket)vloeren die door gedaagde in opdracht van eiseres zijn opgehaald uit een door haar gehuurde loods.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats [plaats 2]

Zaaknummer: 12045614 \ CV EXPL 26-101

Vonnis van 17 juni 2026

in de zaak van

[eisende partij] B.V.,

te [plaats 1],

eisende partij,

gemachtigde: mr. B.H.A. Augustin,

tegen

[gedaagde partijen] B.V.,

te [plaats 2],

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. J.T.J. Gorissen.

Partijen worden hierna aangeduid als [eisende partij] en [gedaagde partijen].

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het exploot van dagvaarding van 9 december 2025 met producties 1 tot en met 7;

- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 3;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[eisende partij] is een bedrijf in het vervaardigen van houten (parket)vloeren. [eisende partij] huurde een loods aan het adres [adres] waarin zij een aantal restpartijen vloeren had opgeslagen.

[eisende partij] heeft [gedaagde partijen] medio mei 2025 verzocht om die restpartijen te komen ophalen omdat zij de huur van de loods had opgezegd en de loods leeg moest worden opgeleverd.

Eind juni 2025 heeft [gedaagde partijen] restpartijen uit de loods opgehaald. De heer [persoon] was hierbij namens [eisende partij] aanwezig en heeft een lijst opgesteld van de palletnummers en de hoeveelheid vierkante meters die door [gedaagde partijen] zijn meegenomen. Op de lijst stond vermeld dat een totaal van 1.252 m2 door [gedaagde partijen] was meegenomen. De lijst is aan [gedaagde partijen] overhandigd.

3. Het geschil

[eisende partij] vordert, na wijziging en vermindering van eis, bij vonnis:

- een verklaring voor recht dat partijen een consignatieafspraak hebben gemaakt ter zake van de verkoop van de parketvloeren waarbij [gedaagde partijen] aan [eisende partij] een bedrag van € 20,- exclusief btw diende te betalen voor iedere verkochte vierkante meter;

- een verklaring voor recht dat de consignatieafspraak zag op 1.252 m2 parket, welke allen aan [gedaagde partijen] (onder consignatie) zijn geleverd;

- [gedaagde partijen] te veroordelen tot betaling van € 8.474,84 inclusief btw, dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 september 2025, dan wel vanaf een door de kantonrechter te bepalen datum.

- [gedaagde partijen] te veroordelen tot betaling van de proceskosten.

[eisende partij] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde partijen] 1.252 m2 aan parketvloer heeft meegenomen uit de loods, dat partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde partijen] zou zorgdragen voor de verkoop van die vloeren en dat [eisende partij] een bedrag van € 20,- exclusief btw per verkochte vierkante meter van [gedaagde partijen] zou ontvangen. [gedaagde partijen] heeft zich echter niet gehouden aan die afspraken, aldus [eisende partij].

[gedaagde partijen] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eisende partij], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisende partij] in de kosten van deze procedure. Het primaire verweer van [gedaagde partijen] bestaat uit een betwisting van de gemaakte afspraak. Er is volgens [gedaagde partijen] nooit tussen partijen overeengekomen dat [gedaagde partijen] ook maar enig bedrag zou betalen aan [eisende partij] voor de vloeren die zij zou verkopen. Zij heeft [eisende partij] enkel willen helpen bij het leegmaken van de loods en in ruil daarvoor mocht zij de restpartijen verkopen. Subsidiair voert [gedaagde partijen] aan dat tot nu toe 93,5 m2 is verkocht, waarvan al 34 m2 met [eisende partij] is afgerekend zodat [eisende partij] slechts een vordering op [gedaagde partijen] kan hebben van maximaal 59,5 m2. Bovendien zou de consignatie-overeenkomst op 21 augustus 2025 beëindigd zijn door [gedaagde partijen] zodat er geen aanspraak meer gemaakt kan worden op enige betaling.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde partijen] circa 1.200 m2 aan (parket)vloeren heeft opgehaald uit de loods die [eisende partij] huurde. Tussen partijen is wel in geschil welke financiële afspraken zij over de verkoop van die vloeren hebben gemaakt, om hoeveel vierkante meter het precies ging en hoeveel vierkante meter nu nog aanwezig is bij [gedaagde partijen].

De tussen partijen gemaakte afspraak

De kantonrechter stelt voorop dat partijen niets op papier hebben gezet over de tussen hen gemaakte afspraken. Hoewel [gedaagde partijen] primair betwist dat er ook maar enige afspraak is gemaakt over de verkoop van de vloeren in opdracht van [eisende partij] en stelt dat zij de vloeren als tegenprestatie voor het ophalen daarvan (voor eigen rekening) mocht verkopen, voert zij subsidiair aan dat zij tot nu toe (slechts) 93,50 m2 aan vloeren heeft verkocht waarvan 34 m2 al met [eisende partij] is ‘afgerekend’ en dat [eisende partij] dus een vordering voor maximaal 59,5 m2 op haar kan hebben. De kantonrechter concludeert dat deze verweren elkaar tegenspreken en dat uit het subsidiaire verweer juist blijkt dat partijen dus kennelijk wel een financiële afspraak hebben gemaakt over de verkoop van de vloeren door [gedaagde partijen]. Waarom zou [gedaagde partijen] anders een bedrag hebben afgerekend met [eisende partij]? Dit volgt bovendien ook uit het e-mailbericht van de heer T. [gedaagde partijen] van 27 augustus 2025. Weliswaar betwist de heer [gedaagde partijen] in dat bericht de hoogte van het bedrag dat is afgesproken maar hij erkent wel dat in elk geval een financiële afspraak is gemaakt met [eisende partij].

[eisende partij] heeft gesteld dat [gedaagde partijen] voor de verkochte pallets met nummers 24 en 26, in totaal 34 m2, de overeengekomen prijs van € 20,00 exclusief btw per vierkante meter aan haar heeft voldaan. [gedaagde partijen] heeft erkend dat zij die betreffende pallets met [eisende partij] heeft afgerekend. [gedaagde partijen] heeft niet aangevoerd dat zij voor die pallets een ander bedrag per vierkante meter aan [eisende partij] heeft voldaan zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat € 20,00 exclusief btw daadwerkelijk de tussen partijen overeengekomen prijs was, zoals ook door [eisende partij] is onderbouwd aan de hand van de getuigenverklaring van de heer [persoon]. Zonder nadere toelichting, die [gedaagde partijen] niet heeft gegeven, valt immers niet in te zien waarom [gedaagde partijen] die pallets wel met [eisende partij] heeft afgerekend conform de door [eisende partij] gestelde afspraak, als een dergelijke afspraak niet gemaakt zou zijn of een ander bedrag zou zijn overeengekomen. [gedaagde partijen] heeft evenmin aangevoerd dat voor de overige meegenomen pallets een andere afspraak zou gelden.

Gelet op het voorgaande zal de door [eisende partij] gevorderde verklaring voor recht, dat partijen een consignatieafspraak hebben gemaakt ter zake van de verkoop van de parketvloeren waarbij [gedaagde partijen] aan [eisende partij] een bedrag van € 20,- exclusief btw aan [gedaagde partijen] diende te betalen voor iedere verkochte vierkante meter, worden toegewezen.

Betaling voor de verkochte 93,50 m2 vloeren

[gedaagde partijen] heeft erkend dat 93,50 m2 van de vloeren is verkocht, bestaande uit palletnummers 24, 26 en 72. Het staat vast dat palletnummers 24 en 26 al zijn afgerekend tussen partijen. Dit betekent dat de pallet met nummer 72 (van 59,50 m2) nog door [gedaagde partijen] moet worden afgerekend met [eisende partij] conform de hiervoor vastgestelde afspraak, hetgeen neerkomt op een bedrag van € 1.439,90 inclusief btw. Dit bedrag ligt dan ook voor toewijzing gereed.

Aantal meegenomen vierkante meters

[eisende partij] vordert tevens betaling van [gedaagde partijen] van 256,70 m2 aan vloeren die, zo heeft [gedaagde partijen] althans aangevoerd, niet meer aanwezig zijn bij [gedaagde partijen]. [eisende partij] stelt dat deze vloeren wel degelijk zijn meegenomen door [gedaagde partijen] en onderbouwt dit aan de hand van de getuigenverklaring van de heer [persoon] en de door hem opgemaakte lijst van vloeren die zijn meegenomen door [gedaagde partijen]. Deze lijst is aan [gedaagde partijen] ter hand gesteld, hetgeen [gedaagde partijen] ook heeft erkend. [gedaagde partijen] geeft daarbij echter aan dat zij bij het meenemen van de vloeren de betreffende lijst niet heeft bekeken, laat staan op juistheid heeft gecontroleerd.

[gedaagde partijen] voert pas in deze procedure aan dat deze 256,70 m2 aan vloeren wel op de door [eisende partij] opgemaakte lijst van meegenomen vloeren staan maar dat deze vloeren nooit aanwezig zijn geweest bij [gedaagde partijen] en dus nooit door hem zijn meegenomen. Ter onderbouwing daarvan heeft [gedaagde partijen] foto’s overgelegd van de nog aanwezige palletnummers. Die foto’s dateren echter van 23 en 26 januari 2026 en dus van ruim een half jaar na het moment dat [gedaagde partijen] de vloeren heeft opgehaald bij [eisende partij]. Hieruit valt naar het oordeel van de kantonrechter niet op te maken welke vloeren oorspronkelijk door [gedaagde partijen] zijn meegenomen. Ook de door [gedaagde partijen] gearceerde lijsten tonen dit niet aan nu daaruit niet blijkt dat die betreffende pallets nooit aanwezig zijn geweest bij [gedaagde partijen], ze staan immers wel op de aan [gedaagde partijen] overhandigde lijst. Het had op de weg van [gedaagde partijen] gelegen om meteen na het meenemen van de vloeren zelf een deugdelijke inventarisatie van de vloeren te maken of op zijn minst de juistheid van de door [eisende partij] opgestelde lijst te controleren. Dat dit niet gebeurd is, komt voor rekening en risico van [gedaagde partijen]. De kantonrechter gaat voor de verdere beoordeling daarom uit van de juistheid van de door [eisende partij] overgelegde lijst en het daarop vermelde aantal vierkante meters van in totaal 1.252.

Nu [gedaagde partijen] geen concreet verweer heeft gevoerd tegen de door [eisende partij] gevorderde verklaring voor recht dat de consignatieafspraak zag op 1.252 m2 parket (het totaal zoals vermeld op lijst), welke allen aan [gedaagde partijen] (onder consignatie) zijn geleverd, zal ook deze vordering worden toegewezen.

Betaling van 256,70 m2 vloeren

Aangezien 256,70 m2 van de meegenomen vloeren niet meer aanwezig is bij [gedaagde partijen] acht de kantonrechter het redelijk dat [gedaagde partijen] een vergoeding voor deze vloeren gelijk aan de vastgestelde afspraak aan [eisende partij] voldoet. Of die vloeren door [gedaagde partijen] verkocht zijn of op een andere manier zijn onttrokken aan het totale aantal kan in het midden blijven, vast staat dat ze in elk geval niet meer kunnen worden geretourneerd aan [eisende partij]. Dit komt erop neer dat [gedaagde partijen] nog een bedrag van € 6.212,14 inclusief btw aan [eisende partij] dient te voldoen, bovenop het eerder toegewezen bedrag van € 1.439,90. In totaal dient [gedaagde partijen] dus nog een bedrag van € 7.652,04 inclusief btw aan [eisende partij] te voldoen.

De wettelijke rente over dit bedrag zal eveneens worden toegewezen, zoals hierna vermeld in de beslissing.

[gedaagde partijen] heeft nog aangevoerd dat zij de overeenkomst met [eisende partij] inmiddels heeft opgezegd, hetgeen [eisende partij] heeft betwist. Aangezien [gedaagde partijen] aan die stelling echter geen vordering (in reconventie) heeft verbonden, kan een oordeel van de kantonrechter daarover achterwege blijven.

Proceskosten

[gedaagde partijen] zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten (inclusief nakosten), met dien verstande dat de in de kosten van de dagvaarding begrepen vergoeding voor ‘leges DBR’ zullen worden afgewezen nu daarvoor een wettelijke grondslag ontbreekt aangezien [gedaagde partijen] een rechtspersoon en geen natuurlijk persoon is. De proceskosten van [eisende partij] worden daarom begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

148,04

- griffierecht

€

1.504,00

- salaris gemachtigde

€

720,00

(2 punten × € 360,00)

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

2.516,04

5. De beslissing

De kantonrechter

verklaart voor recht dat partijen een consignatieafspraak hebben gemaakt ter zake van de verkoop van de parketvloeren waarbij [gedaagde partijen] aan [eisende partij] een bedrag van € 20,- exclusief btw aan [gedaagde partijen] diende te betalen voor iedere verkochte vierkante meter;

verklaart voor recht dat de consignatieafspraak zag op 1.252 m2 parket, welke allen aan [gedaagde partijen] (onder consignatie) zijn geleverd;

veroordeelt [gedaagde partijen] om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € € 7.652,04 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 4 september 2025 tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde partijen] in de proceskosten van € 2.516,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partijen] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand