RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer : 03.136146.24
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 3 juni 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 1971,
wonende te [adres] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.A. Aaldijk, advocaat kantoorhoudende te 's-Gravenhage.
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 mei 2026. De verdachte en haar raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
[slachtoffer] (hierna ook: [slachtoffer] ) heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partij is op de zitting gehoord mr. L.P.H. Hameleers, advocaat kantoorhoudende te Roermond. De benadeelde partij is niet op zitting verschenen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
Feit 1: op 14 april 2024 samen met anderen heeft geprobeerd [slachtoffer] van het leven te beroven, gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan door een diefstal in vereniging (primair), dan wel op die dag samen met anderen die [slachtoffer] heeft geprobeerd van het leven te beroven (subsidiair), dan wel op die dag samen met anderen aan die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht (meer subsidiair);
Feit 2: op 14 april 2024 samen met anderen de telefoon van [slachtoffer] heeft gestolen voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd met geweld;
Feit 3: in de periode van 31 maart 2024 tot en met 14 april 2024 een portemonnee met inhoud heeft gestolen van [slachtoffer] .
3. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van feit 1 en feit 2. Feit 3 kan volgens de officier van justitie wel wettig en overtuigend bewezen worden.
Ten aanzien van feit 1 en feit 2 heeft de officier van justitie aangevoerd dat behalve de verklaring van [slachtoffer] het dossier geen bewijsmiddelen bevat waaruit geconcludeerd kan worden dat de verdachte geweld heeft toegepast tegen [slachtoffer] of als medepleger van het op [slachtoffer] toegepaste geweld kan worden aangemerkt. Getuige [naam] heeft weliswaar verklaard dat de verdachte een paar keer de woonkamer inliep waar het geweld tegen [slachtoffer] plaatsvond. Dat is echter onvoldoende om te concluderen dat de verdachte ook samen met anderen geweld heeft gebruikt tegen het slachtoffer.
Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie eveneens aangevoerd dat niet vastgesteld kan worden dat de verdachte de telefoon van [slachtoffer] heeft weggenomen.
Ten aanzien van feit 3 heeft de officier van justitie aangevoerd dat [slachtoffer] heeft verklaard dat de verdachte zijn portemonnee, met daarin onder andere zijn bankpas, heeft gestolen. [slachtoffer] heeft hier op 31 maart 2024 een melding van gemaakt bij de politie. De weggenomen bankpas van [slachtoffer] is later gevonden in een vuilniszak in de woning van de verdachte. De officier van justitie acht de verklaring van de verdachte dat zij de bankpas mocht lenen en dat zij deze was vergeten terug te geven en deze per ongeluk heeft weggegooid ongeloofwaardig.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 1 primair op het standpunt gesteld dat de verdachte integraal vrijgesproken dient te worden. Daartoe heeft de verdediging aangevoerd dat de verklaringen van [slachtoffer] en van getuige [naam] op essentiële punten niet kloppen en daarom onbetrouwbaar zijn. Naast deze verklaringen bevat het dossier onvoldoende bewijs om de verdachte als (mede)pleger aan te merken ten aanzien van het onder feit 1 tenlastegelegde.
Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van de poging tot doodslag, omdat niet vastgesteld kan worden dat sprake is van (voorwaardelijk) opzet op de dood van [slachtoffer] .
Meer subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van feit 1 primair wegens het ontbreken van een bijzonder verband tussen de poging doodslag en de diefstal van de telefoon.
Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de verdachte daarvan vrijgesproken dient te worden omdat de verklaringen van [slachtoffer] en de getuige [naam] onbetrouwbaar zijn en ander (steun)bewijs in het dossier ontbreekt.
Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de verdachte vrijgesproken dient te worden. De verdachte had de pinpas van [slachtoffer] meegekregen waarna zij is vergeten deze pas terug te geven aan hem, zodat het oogmerk tot wederrechtelijke toe-eigening ontbreekt. Voorts is de portemonnee waar de pas in zou zitten niet aangetroffen bij de verdachte en heeft [slachtoffer] bij de politie geen melding gemaakt van de diefstal van zijn portemonnee.
Het oordeel van de rechtbank
Vrijspraak ten aanzien van feit 1 en feit 2
De rechtbank stelt aan de hand van het dossier vast dat de verdachte samen met drie medeverdachten in de woning is geweest van [slachtoffer] en dat in diens woonkamer fors geweld naar hem is toegepast, waaraan [slachtoffer] letsel heeft overgehouden, met levensbedreigend bloedverlies tot gevolg. [slachtoffer] heeft verklaard dat de verdachte hem met een mes heeft gestoken en met een knuppel en een boksbeugel heeft geslagen. Getuige [naam] , die met de verdachte in de keuken aanwezig was, heeft verklaard dat zij de verdachte een paar keer naar de woonkamer heeft zien gaan. Zij verklaart echter dat zij niets gezien heeft met betrekking tot het geweld richting [slachtoffer] in de woonkamer. De drie medeverdachten hebben ook niets verklaard over een eventuele rol van de verdachte in het gebruikte geweld. Medeverdachte [medeverdachte 1] bevestigt de verklaring van de verdachte dat zij enkel in de keuken is geweest en in het geheel niet in de woonkamer. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij de politie bekend [slachtoffer] twee keer in zijn been gestoken te hebben om hem bang te maken. Er is naar het oordeel van de rechtbank dan ook onvoldoende bewijs dat de verdachte een rol heeft gehad in het geweld richting [slachtoffer] . Dit geldt eveneens voor de diefstal van de telefoon van [slachtoffer] . Aan de hand van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de verdachte betrokken is geweest bij het wegnemen van de telefoon. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank daarom van oordeel dat feit 1 en feit 2 niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden en zal de verdachte daarvan vrijspreken.
Vrijspraak ten aanzien van feit 3
De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer] heeft verklaard dat de verdachte zijn portemonnee met inhoud heeft gestolen en dat de pinpas van [slachtoffer] is aangetroffen in een vuilniszak bij de verdachte thuis. De verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat zij de auto van [slachtoffer] mocht lenen en dat zij de pinpas van hem meekreeg zodat ze kon tanken. Zij zou de pinpas in haar tas hebben gedaan. Toen ze haar tas leeg wilde maken zou ze de pinpas niet gezien hebben, waardoor de pinpas per ongeluk in de vuilniszak is beland. De rechtbank acht deze verklaring van de verdachte, gezien de inhoud van het dossier en de vriendschappelijke verhouding van destijds tussen de verdachte en [slachtoffer] , niet onaannemelijk. De rechtbank is daarom van oordeel dat niet vastgesteld kan worden dat de verdachte de portemonnee met inhoud van [slachtoffer] heeft gestolen en zal de verdachte ook vrijspreken van feit 3.
Opheffing geschorste bevel tot voorlopige hechtenis
Gelet op de integrale vrijspraak zal de rechtbank het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.
4. De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij [slachtoffer] vordert schadevergoeding tot een bedrag van
€ 595,92 aan materiële schade en € 20.000 aan immateriële schade.
Omdat de verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij zal worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de verdachte, tot op heden begroot op nihil.
5. De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten;
Voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;
Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. S.A.M.C. van de Winkel en mr. L.M.W. Peters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.A.M. Tubée, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 3 juni 2026.
BIJLAGE: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
Feit 1:
zij op of omstreeks 14 april 2024 in Hoensbroek, gemeente Heerlen, in elk geval in
Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter
uitvoering van het door verdachte en/of haar mededader(s) voorgenomen misdrijf
om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven,
samen met haar mededaders gewapend met een boksbeugel, mes en/of knuppel
(met pinnen er op) naar de woning van die [slachtoffer] is gegaan en/of
die [slachtoffer] met een boksbeugel en/of een knuppel op zijn hoofd heeft geslagen
en/of
die [slachtoffer] meermalen met een mes heeft gestoken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
welke poging doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan door enig
strafbaar feit, te weten een diefstal in vereniging, en welke poging doodslag werd
gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden,
gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan
andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het
wederrechtelijk verkregene te verzekeren;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
zij op of omstreeks 14 april 2024 te Hoensbroek, gemeente Heerlen, in elk geval in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of haar mededader(s) voorgenomen
misdrijf om
[slachtoffer]
opzettelijk
van het leven te beroven,
samen met haar mededaders gewapend met een boksbeugel, mes en/of knuppel
(met pinnen er op) naar de woning van die [slachtoffer] is gegaan en/of
die [slachtoffer] met een boksbeugel en/of een knuppel op zijn hoofd heeft geslagen
en/of die [slachtoffer] meermalen met een mes heeft gestoken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:
zij op of omstreeks 14 april 2024 te Hoensbroek, gemeente Heerlen, in elk geval in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
aan [slachtoffer]
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere steekwonden, heeft toegebracht, door
samen met haar mededaders gewapend met een boksbeugel, mes en/of knuppel
(met pinnen er op) naar de woning van die [slachtoffer] te gaan en/of die [slachtoffer]
met een boksbeugel en/of een knuppel op zijn hoofd te slaan en/of die [slachtoffer]
meermalen met een mes te steken;
Feit 2:
zij op of omstreeks 14 april 2024 te Hoensbroek, gemeente Heerlen, in elk geval in
Nederland, omstreeks 00:26 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust
bestemde tijd,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een mobiele
telefoon van het type Samsung S20, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan
[slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar
mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of
gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd
met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken,
en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan
het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te
verzekeren,
door samen met haar mededaders gewapend met een boksbeugel, mes en/of
knuppel (met pinnen er op) naar de woning van die [slachtoffer] te gaan en/of
die [slachtoffer] met een boksbeugel en/of een knuppel op zijn hoofd te slaan en/of die
[slachtoffer] meermalen met een mes te steken;
Feit 3:
zij in of omstreeks de periode tussen 31 maart 2024 en 14 april 2024 te Hoensbroek,
gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland,
een portemonnee met inhoud, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan
[slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.