ECLI:NL:RBLIM:2026:5436

ECLI:NL:RBLIM:2026:5436

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 04-06-2026
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer ROE 26/957
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening

Samenvatting

Voorlopige voorziening hangende bezwaar. Artikel 13b van de Opiumwet. Aantreffen harddrugs en softdrugs in woning. Daarnaast zijn een luchtbuks, mortier en een geldtelmachine aangetroffen. In de bij de woning behorende kelderbox is een verzameling goederen aangetroffen die past bij de productie van amfetamine. Woningsluiting voor de duur van negen maanden. De burgemeester is bevoegd om de woning te sluiten en mocht van deze bevoegdheid gebruik maken. De voorzieningenrechter verwacht wel dat de burgemeester in het besluit op bezwaar beter motiveert waarom een sluiting voor de duur van negen maanden noodzakelijk is en waarom een kortere periode niet voldoende is om de doelen die met sluiting zijn gediend te bereiken.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 juni 2026 in de zaak tussen

[naam] , uit Venlo, verzoeker

de Burgemeester van de gemeente Venlo,

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROE 26/957

(gemachtigde: mr. E.M.A. Baetsen),

en

(gemachtigde: mr. E.B.P. Moors).

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van de burgemeester om de woning van verzoeker voor de duur van negen maanden te sluiten. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoeker.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 13 april 2026 heeft de burgemeester besloten om de woning die verzoeker huurt en waarvan hij de bewoner is, te sluiten voor de duur van negen maanden vanaf 28 april 2026 om 11:00 uur. Verzoeker heeft hiertegen op 23 april 2026 bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

De burgemeester heeft de rechtbank laten weten dat met sluiting van de woning wordt gewacht totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan. De burgemeester heeft verder op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 20 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de burgemeester.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat deze zaak over?

3. Verzoeker is de huurder en bewoner van de woning. De burgemeester heeft op 10 februari 2026 een bestuurlijke rapportage ontvangen waaruit blijkt dat er op 29 december 2025 zowel in de woning als in de kelderbox bij de woning, onder andere een handelshoeveelheid hard- en softdrugs is aangetroffen en in beslag is genomen. Het gaat om de volgende verdovende middelen en goederen:

In de kelderbox werd het volgende aangetroffen en inbeslaggenomen:

De burgemeester heeft op 11 februari 2026 het voornemen tot woningsluiting voor de duur van negen maanden aan verzoeker toegezonden en hem in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Verzoeker heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt. De burgemeester heeft in de zienswijze van verzoeker geen aanleiding gezien om van het voornemen om tot sluiting over te gaan af te zien en heeft het bestreden besluit genomen.

Is er sprake van spoedeisend belang?

4. De door verzoeker gevraagde voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen indien er een spoedeisend belang is, waardoor verzoeker niet kan wachten op een beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter moet dus eerst beoordelen of sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.

5. De burgemeester heeft in het verweerschrift het standpunt ingenomen dat geen sprake is van spoedeisend belang omdat verzoeker in zijn verzoekschrift heeft gesteld dat hij afspraken heeft gemaakt met zijn verhuurder (Woonwenz) over het vrijwillig verlaten van de woning. De inhoud van de afspraken is niet bekend maar bij gebrek aan wetenschap stelt de burgemeester dus dat geen sprake is van onverwijlde spoed.

6. Ter zitting is gebleken dat verzoeker weliswaar aan Woonwenz heeft aangegeven dat hij vrijwillig uit de woning vertrekt, maar dat er nog geen concrete afspraken zijn gemaakt. Ook niet over de datum van het vertrek uit de woning. Gelet op het feit dat verzoeker (nog) de bewoner is van de woning en in het geval van sluiting daarvan, de woning zal moeten verlaten, is de voorzieningenrechter van oordeel dat voldoende is gebleken van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. De zaak zal dan ook inhoudelijk worden beoordeeld.

Wat voert verzoeker aan?

7. Verzoeker is van mening dat niet wordt voldaan aan het evenredigheidsbeginsel. Allereerst is de sluiting volgens verzoeker geen geschikt middel gelet op het tijdsverloop. Hij verwijst in dit kader naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 16 juli 2022. Het besluit dateert namelijk van 13 april 2026 en de verdovende middelen zijn aangetroffen op 29 december 2025. Er is een periode van bijna vier maanden verstreken, zonder dat is gebleken van nieuw overtredingen of aanwijzingen van een soortgelijke situatie. Onder deze omstandigheden moet worden aangenomen dat de overtreding is beëindigd en dat van een actuele verstoring van de openbare orde geen sprake meer is. Verzoeker vindt van belang dat geen enkele overdracht of andere concrete aanwijzing voor drugshandel vanuit de woning is vastgesteld en daarom ontbreekt volgens verzoeker de feitelijke grondslag om aan te nemen dat de woning een rol speelt in de vermeende handel in verdovende middelen of dat sprake is van een verstoring van de openbare orde. Het enkel aantreffen van verdovende middelen, zonder bijkomende indicaties van handel, is onder deze omstandigheden onvoldoende om een ingrijpende maatregel als woningsluiting te rechtvaardigen. Daarmee ontbreekt ook de noodzakelijkheid. Een woningsluiting is in dit stadium geen effectief middel meer, maar zou enkel nog een punitief karakter hebben. De doelen zijn door het tijdsverloop al bereikt. Er kan worden volstaan met een minder ingrijpende maatregel, zoals het opleggen van een last onder dwangsom of een waarschuwing. Onderzoekers zijn van mening dat dit effectievere maatregelen zijn. De sluiting van de woning is volgens verzoeker bovendien niet evenwichtig. Verzoeker huurt de woning en heeft geen andere woning. Als de woning gesloten wordt komt verzoeker op straat te staan. De verhuurder heeft verzoeker, nu hij heeft aangegeven vrijwillig te willen vertrekken meer tijd gegeven om een woning te vinden. Verzoeker is nu bezig om via Moveo andere woonruimte te vinden, omdat dit zo min mogelijk kosten met zich meebrengt. Verzoeker kan namelijk geen andere woning financieren, nu er in de periode van januari 2025 tot en met april 2026 meer uitgaven dan inkomsten zijn geweest. Als de woning alsnog gesloten wordt, brengt dit aanzienlijk schade voor Woonwenz met zich mee. De kans bestaat dat Woonwenz die schade dan gaat verhalen op verzoeker. Dit zou kunnen betekenen dat verzoeker in de schulden terecht komt. Ook heeft verzoeker bij een sluiting op 28 april 2026 niet de mogelijkheid om de woning leeg te halen, de ontruimingskosten zal Woonwenz dan wellicht ook op verzoeker verhalen. Verzoeker wijst er tot slot op dat zijn twee minderjarige dochters om het weekend en gedurende (een deel van) de schoolvakanties bij hem verblijven. Dit is vanwege de huidige omstandigheden tijdelijk opgeschort, maar zodra verzoeker weer over een stabiele privésituatie beschikt zal hij zijn dochters weer om het weekend ontvangen. Een woningsluiting zal de bestaande spanningen en stress vergroten waardoor het naar verwachting nog langer zal duren voor verzoeker zijn dochters kan ontvangen. Dit is niet in het belang van de kinderen. Verzoeker heeft ter zitting bovendien gesteld dat hij clusterhoofdpijnen heeft en een adres nodig heeft om de zuurstof die hij hiervoor gebruikt te kunnen ontvangen.

Wat is het toetsingskader?

8. Op grond van artikel 13, eerste lid, van de Opiumwet, is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien een woning of lokaal of een daarbij behorend erf:

a. een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, of een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of een preparaat

daarvan, met uitzondering van de middelen bedoeld in artikel 2a, tweede lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;

b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.

9. De burgemeester heeft beleidsregels “Beleidsregels ter voorkoming en bestrijding van drugsoverlast, -handel en -productie” vastgesteld voor de toepassing van deze bevoegdheid.

10. Als de burgemeester gebruik wil maken van zijn bevoegdheid om een woning op grond van artikel 13b, van de Opiumwet te sluiten, geldt daarvoor het beoordelings- en toetsingskader van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). Dit kader is beschreven in de uitspraken van 6 juli 2022 en van 16 juli 2025. Hierbij moet beoordeeld worden of de sluiting van de woning in het concrete geval geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.

Is de burgemeester bevoegd om tot sluiting over te gaan?

11. Verzoeker betwist niet dat de burgemeester bevoegd was om tot sluiting van de woning over te gaan. Dit is dan ook niet in geschil en de voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester gelet op de hoeveelheid aangetroffen harddrugs, bevoegd was om de woning te sluiten.

Mocht de burgemeester gebruik maken van deze bevoegdheid?

Is het middel van woningsluiting geschikt?

12. De last onder bestuursdwang om een woning, waarin drugs worden gevonden, tijdelijk te sluiten is een herstelsanctie om een geconstateerde overtreding van de Opiumwet en de negatieve gevolgen daarvan te beëindigen en om verdere overtreding te voorkomen. Tijdsverloop tussen enerzijds het constateren van de overtreding en anderzijds het tijdstip waarop de burgemeester ingevolge de besluitvorming tot sluiting overgaat, kan ertoe leiden dat het sluiten van de woning niet meer zal bijdragen aan het bereiken van de doelen, die met de sluiting worden gediend. Door tijdsverloop kan namelijk de situatie ontstaan dat de onrechtmatige situatie al is hersteld en de negatieve gevolgen al ongedaan zijn gemaakt. De burgemeester zal altijd in zijn besluitvorming moeten beoordelen of sluiting op het beoogde tijdstip, gelet op het tijdsverloop in samenhang bezien met de overige omstandigheden van het geval, een geschikt middel is en zo ja, of sluiting noodzakelijk is. Als de situatie is hersteld en de burgemeester daardoor zijn beoogde doelen niet meer kan bereiken, is sluiting niet langer geschikt.

13. In dit geval bedraagt het tijdsverloop tussen het aantreffen van de verdovende middelen in de woning van verzoeker (29 december 2025) en het tijdstip waarop de burgemeester ingevolge het bestreden besluit tot sluiting wil overgaan (28 april 2026) ongeveer vier maanden. Ten tijde van de uitspraak zijn ongeveer vijf maanden verstreken. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit tijdsverloop niet zodanig is dat sluiting redelijkerwijs geen geschikt middel meer zou zijn om de doelen te kunnen bereiken die met een dergelijke sluiting worden gediend. Dat de verdovende middelen niet meer in de woning zijn en sindsdien niet is gebleken van een nieuwe overtreding of soortgelijke situatie, maakt het voorgaan de niet anders. Dit is namelijk niet het enige doel van een sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De doelen (waaronder bijvoorbeeld het voorkomen van herhaling en het tenietdoen van de gevolgen van de overtreding) kunnen met het sluiten van de woning nog steeds worden bereikt. De voorzieningenrechter betrekt bij dit oordeel dat sprake was van een ernstige situatie. Naast de handelshoeveelheid aangetroffen harddrugs zijn in de woning ook verschillende attributen aangetroffen die verband houden met drugshandel. Zo heeft de politie een geldtelmachine, een grote hoeveelheid gripzakjes en sealtjes en een mortier aangetroffen. In de kelderbox bij de woning is blijkens de bestuurlijke rapportage bovendien een verzameling van goederen aangetroffen die past bij de productie van amfetamine.

Is het middel van woningsluiting noodzakelijk?

14. Als de burgemeester bevoegd is om een pand te sluiten dan moet er ook een noodzaak bestaan om een pand te sluiten. Daarbij is van belang of de burgemeester met een minder ingrijpend middel dan een sluiting had kunnen en moeten volstaan, omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Toepassing van artikel 13b van de Opiumwet is een herstelsanctie en strekt tot beëindiging van de overtreding van de Opiumwet, het beëindigen van de negatieve effecten van de overtreding en het voorkomen van herhaling van de overtreding. Herstel van de openbare orde is dus niet op zichzelf het doel van deze toepassing. Dit neemt niet weg dat een overtreding van de Opiumwet, ook wanneer deze plaatsvindt in of vanuit een woning, gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat in de omgeving en in meer of mindere mate gepaard gaat met verstoring van de openbare orde. Het ligt voor de hand dat de burgemeester die effecten op de omgeving betrekt in zijn beoordeling of het noodzakelijk is om over te gaan tot sluiting van een woning. Deze beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval.

15. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester zich ook terecht op het standpunt heeft gesteld dat de sluiting van de woning noodzakelijk is en verwacht dan ook dat het bestreden besluit op dit punt in bezwaar stand zal houden. De burgemeester heeft de situatie als een ernstig geval mogen beschouwen. Weliswaar is de hoeveelheid (hard)drugs die is aangetroffen niet erg groot. Het gaat wel om een veelvoud aan verschillende drugs, waarbij ook meerdere handelsindicaties en metamfetamina-afval zijn aangetroffen. De voorzieningenrechter verwijst in dit kader ook naar wat is overwogen onder 13. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt ook dat als uitgangspunt geldt dat als in een pand een handelshoeveelheid drugs wordt aangetroffen, aangenomen mag worden dat dat pand een rol vervult binnen de keten van drugshandel. Dat levert op zichzelf al een belang op bij sluiting, ook als ter plaatse geen overlast of feitelijke drugshandel is geconstateerd. In het beleid van de burgemeester is bovendien toegelicht waarom niet wordt volstaan met een waarschuwing in dit soort situaties en hier is in het bestreden besluit ook naar verwezen. Gelet op de ernst van de overtreding, de bijkomende omstandigheden die duiden op handel en de aangetroffen situatie in de kelderbox, kan de voorzieningenrechter de burgemeester erin volgen dat in dit geval een ander (minder zware) maatregel minder geschikt was om de doelen die zijn gediend met sluiting te bereiken. De sluitingsduur van negen maanden acht de voorzieningenrechter, ondanks dat het minder is dan door het beleid is voorgeschreven wel lang. Uit de motivering van het bestreden besluit blijkt onvoldoende waarom de doelen niet kunnen worden bereikt met een kortere sluitingsperiode De burgemeester moet dan ook in het nog te nemen besluit op bezwaar een kortere sluitingsduur toepassen of beter motiveren waarom een sluiting van negen maanden volgens hem nodig is.

Is de sluiting van de woning evenwichtig?

16. Als sluiting van de woning in beginsel noodzakelijk wordt geacht, neemt dat niet weg dat de sluiting ook evenwichtig moet zijn. Daarbij gaat het erom of de maatregel voldoende is afgestemd op de concrete situatie. In dit verband kunnen verschillende omstandigheden van belang zijn, zoals de mate van verwijtbaarheid en de gevolgen van de sluiting.

17. De voorzieningenrechter stelt voorop dat uit vaste rechtspraak van de Afdeling blijkt dat het feit dat iemand zijn woning moet verlaten, een inherent gevolg is van de sluiting van de woning, en dat dit op zichzelf daarom geen bijzondere omstandigheid is die de sluiting onevenwichtig maakt. Verder is verzoeker zelf verantwoordelijk voor het vinden van andere (tijdelijke) woonruimte. Waarmee verzoeker in dit geval al een start heeft gemaakt, zo blijkt uit het verzoekschrift. Niet is gebleken dat dit verzoeker niet zal gaan lukken. Dat verzoeker een tijdelijke, andere, woonruimte niet kan betalen is niet aannemelijk gemaakt. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker in dit geval ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een bijzondere binding heeft met de woning. Dat hij, naar hij stelt, zijn dochters in de woning ontving en weer wil gaan ontvangen, maakt niet dat van een bijzondere binding sprake is. Niet is gebleken dat verzoeker zijn dochters niet elders kan ontvangen. Ter zitting heeft verzoeker nog verklaard dat hij vanwege clusterhoofdpijn een adres nodig heeft om de zuurstof, als medicatie, te ontvangen. Ook deze, overigens niet onderbouwde, verklaring maakt niet dat de voorzieningenrechter van oordeel is dat verzoeker bijzondere binding heeft met de woning. Uit de verklaring blijkt namelijk dat verzoeker op een adres ingeschreven moet staan voor het ontvangen van de medicatie en niet dat het specifiek het adres moet zijn van de huidige woning van verzoeker. Dat de verhuurder verzoeker na een sluiting aansprakelijk zal stellen voor geleden schade/ontruimingskosten maakt niet dat de sluiting van de woning daardoor onevenwichtig is. Hoewel de gevolgen voor verzoeker groot zijn, zijn de belangen van de burgemeester ook groot, gelet op de verschillende handelsindicaties die zijn aangetroffen. Wel zal de burgemeester, zoals hiervoor overwogen, moeten onderzoeken of een kortere sluiting niet ook voldoende kan zijn om de beoogde doelen te bereiken. De voorzieningenrechter overweegt bovendien dat niet is gebleken dat verzoeker niet terecht kan bij familie of vrienden. In het verzoekschrift gaat verzoeker op die mogelijkheid niet in en tijdens de zitting heeft verzoeker hierover verklaard dat hij eventueel een paar dagen bij familie of vrienden kan logeren, maar daar niet voor een langere tijd kan verblijven. Zijn moeder heeft hem bovendien duidelijk gemaakt dat hij niet bij haar ingeschreven mag zijn en daar ook niet mag wonen. Uit deze verklaringen volgt, los van dat ze niet zijn onderbouwd, naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet dat het voor verzoeker absoluut onmogelijk is om tijdelijk onderdak te vinden bij familie of vrienden. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat niet is gebleken dat vanwege bijzondere omstandigheden het sluiten van de woning voor verzoeker onevenwichtig uitpakt.

Conclusie en gevolgen

18. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de burgemeester de woning van verzoeker in afwachting van de beslissing op bezwaar niet (meer) open hoeft te houden. Hoewel de burgemeester zal moeten bezien of een kortere sluitingsduur kan volstaan, ziet de voorzieningenrechter daarin geen aanleiding om de voorlopige voorziening deels toe te wijzen omdat de burgemeester nog voldoende tijd heeft om een gewijzigde of beter gemotiveerde beslissing op bezwaar te nemen. Verzoeker kan eventueel een nieuwe voorlopige voorziening (hangende beroep) verzoeken. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.J. Sprakel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.G.G.M. van Buggenum, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 4 juni 2026

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.G.G.M. van Buggenum

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand