ECLI:NL:RBLIM:2026:5473

ECLI:NL:RBLIM:2026:5473

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 05-06-2026
Datum publicatie 04-06-2026
Zaaknummer ROE 26/272 en ROE 26/811
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening+bodemzaak

Samenvatting

Afwijzing handhavingsverzoek over geluidsoverlast van horecagelegenheid van tennis- en padelvereniging. Onduidelijk wat de beslissing op bezwaar inhoudt en die beslissing is ook onvoldoende gemotiveerd. Beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

[naam 1] en [naam 1] , uit Gennep, eisers

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gennep

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummers: ROE 26/272 en 26/811

uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 juni 2026 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen

en

(gemachtigde: mr. B. Boci).

Procesverloop

1. Op 29 augustus 2025 hebben eisers het college verzocht om handhavend op te treden tegen gestelde overtredingen door Tennisvereniging Gennep (TVG). Het college heeft dit verzoek met het besluit van 13 oktober 2025 afgewezen. Eisers hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Met het bestreden besluit van 27 maart 2026 op het bezwaar van eisers is het college bij de afwijzing van het verzoek gebleven. Eisers hebben hiertegen beroep ingesteld, zodat het verzoek om een voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.

2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 29 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers en de gemachtigde van het college. TVG heeft zich niet als partij gesteld.

3. Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist hij ook op het beroep van eisers daartegen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Totstandkoming van het bestreden besluit en het verzoek om voorlopige voorziening

4. Eisers wonen aan de [adres] in Gennep. Tegenover hun perceel, aan de [adres] in Gennep, ligt het perceel van TVG. Op het perceel van TVG bevinden zich tennis- en padelbanen en een kantine met terras. Eisers ondervinden geluids- en lichtoverlast van TVG.

5. Eisers hebben de afgelopen jaren al meerdere malen bij het college geklaagd over deze overlast en hebben ook meerdere handhavingsverzoeken ingediend bij het college. Onder meer in 2022 hebben eisers een handhavingsverzoek gedaan dat heeft geleid tot een beroepsprocedure bij deze rechtbank (zaaknummer ROE 23/1003). Op dat beroep is geen uitspraak gevolgd door de rechtbank omdat het college ter zitting heeft toegezegd dat ten aanzien van licht- en geluidhinder een nieuw onderzoek zou worden uitgevoerd. Eisers hebben vervolgens hun beroep ingetrokken.

6. Onderhavige zaak gaat over een handhavingsverzoek dat op 29 augustus 2025 is ingediend. Eisers hebben dit verzoek ingediend naar aanleiding van een incident in de nacht van 27 op 28 augustus 2025. Eisers hebben toen overlast ervaren van het terras van TVG in de vorm van geschreeuw en hebben ter plekke beeldmateriaal verzameld. De situatie is geëscaleerd en uiteindelijk is de politie ter plaatse geweest. Eisers hebben in het handhavingsverzoek het college verzocht om ervoor te zorgen dat de afgesproken sluitingstijden van het terras nageleefd worden en onderzoek te doen naar de overlast die plaatsvindt.

7. Het college heeft het handhavingsverzoek bij besluit van 13 oktober 2025 (het primaire besluit) afgewezen. Volgens het college is geen sprake van een overtreding van enige wet- of regelgeving.

8. Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Tijdens de bezwaarprocedure hebben eisers de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. In dit verzoek schrijven eisers over een handhavingsverzoek dat zij op 6 januari 2025 hebben ingediend. Op dat verzoek had het college ten tijde van het verzoek om voorlopige voorziening echter nog niet beslist. De voorzieningenrechter heeft eisers verzocht om het besluit waartegen het verzoek om voorlopige voorziening is gericht na te zenden, omdat niet duidelijk was tegen welk besluit het verzoek was gericht. In reactie op dit bericht hebben eisers, voor zover relevant, de volgende bescheiden ingediend:

9. Op 9 maart 2026 heeft de bezwaarschriftencommissie van de gemeente Gennep het college geadviseerd om het bezwaar van eisers gegrond te verklaren, en wel om de volgende redenen:

Volgens de bezwaarschriftencommissie is onduidelijk in hoeverre het bovenstaande bij de beoordeling van het handhavingsverzoek is betrokken. Ook is onduidelijk aan welke wettelijke bepalingen het handhavingsverzoek is getoetst.

10. Het college heeft met het bestreden besluit van 27 maart 2026 - zo neemt de voorzieningenrechter aan - het bezwaar van eisers gegrond verklaard. Daarin verwijst het college naar het advies van de bezwaarschriftencommissie, waaraan het college zich grotendeels conformeert. Het college stelt echter, in tegenstelling tot de bezwaarschriftencommissie, dat niet relevant is of aan TVG een exploitatievergunning is verleend, omdat niet is waargenomen dat sprake zou zijn van een overtreding van artikel 2:34b van de APV. Volgens het college beperkt het handhavingsverzoek zich tot een specifieke avond.

11. Desgevraagd hebben eisers de rechtbank te kennen gegeven zich niet te kunnen verenigen met het bestreden besluit. Zij hebben beroep ingesteld. Het nog lopende verzoek om voorlopige voorziening geldt daarmee, gelet op artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb, als ware dit verzoek gedaan tijdens de beroepsprocedure.

Beoordeling van het bestreden besluit

Tegen welk besluit is het verzoek om voorlopige voorziening gericht?

12. Het college is van mening dat het verzoek om voorlopige voorziening van eisers zich richt tegen het uitblijven van een besluit op het handhavingsverzoek van eisers van 6 januari 2025. Het college heeft bij besluit van 3 maart 2026 inmiddels op dit verzoek besloten.

13. De voorzieningenrechter kan deze stelling van het college niet volgen. Hoewel eisers in hun voorlopige voorziening verwijzen naar het handhavingsverzoek van 6 januari 2025, hebben zij op het verzoek van de voorzieningenrechter om het bestreden besluit te overleggen enkel stukken ingediend die verband houden met het handhavingsverzoek van 29 augustus 2025. Na ontvangst van de beslissing op bezwaar van het college van 27 maart 2026, ten aanzien van het handhavingsverzoek van 29 augustus 2025, hebben eisers kenbaar gemaakt hiertegen beroep te willen instellen en het verzoek om voorlopige voorziening in dat verband voort te willen zetten. Bij brief van 6 april 2026 hebben eisers vervolgens, onder verwijzing naar de correspondentie over het verzoek om voorlopige voorziening, beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van 27 maart 2026 (met verwijzingen naar het primaire besluit van 13 oktober 2025).

14. Daarnaast neemt de voorzieningenrechter in overweging dat nog geen beslissing was genomen op het handhavingsverzoek van 6 januari 2025 toen eisers het verzoek om voorlopige voorziening indienden. Het verzoek kon daarom op het moment van indienen enkel verband houden met de lopende bezwaarprocedure tegen het afwijzen van het handhavingsverzoek van 29 augustus 2025. Van een beroep niet tijdig beslissen (op het handhavingsverzoek van 6 januari 2025) is geen sprake en de voorzieningenrechter kan een dergelijk beroep ook niet inlezen in het ingediende verzoek om voorlopige voorziening, waarin (weliswaar) wordt gesproken over “het uitblijven van handhavend optreden” maar verder niet wordt gewezen op niet tijdig beslissen door het college.

15. Uit het voorgaande concludeert de voorzieningenrechter dat het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening zich (inmiddels) richten tegen de beslissing op bezwaar van het college van 27 maart 2026 (het bestreden besluit).

Kan de beslissing op bezwaar van het college in stand blijven?

16. In hun beroepschrift schrijven eisers dat zij niet begrijpen waarom het college is afgeweken van het advies van de bezwaarschriftencommissie. In het bestreden besluit schrijft het college het volgende:

“Wij kunnen ons vinden in het advies van de commissie en de overwegingen die hieraan ten grondslag liggen. Om die reden besluiten wij het handhavingsverzoek gegrond te verklaren.

De opmerkingen van de commissie over de exploitatievergunning nemen wij ter kennisgeving aan, aangezien het handhavingsverzoek uitsluitend betrekking heeft op geluidsoverlast op één specifieke avond. In deze zaak is de vraag of een exploitatievergunning is verleend niet relevant. Onze toezichthouders hebben namelijk geen enkele keer waargenomen dat na sluitingstijd sprake was van een overtreding van artikel 2:34b van de APV. Het handhavingsverzoek ziet bovendien niet op het ontbreken van een eventuele exploitatievergunning, maar op de gestelde geluidsoverlast.”

17. Het college heeft zich, afgaand op voorgaand citaat, geconformeerd aan het advies van de bezwaarschriftencommissie, behalve ten aanzien van het ontbreken van de exploitatievergunning. Het bestreden besluit bevat echter niet meer dan de mededeling dat “het handhavingsverzoek” van eisers gegrond wordt verklaard. Het is de voorzieningenrechter onduidelijk wat het college daarmee bedoelt. De door de bezwaarschriftencommissie geadviseerde nadere motivering ten aanzien van het afwijzen van het handhavingsverzoek ontbreekt in het bestreden besluit. Een dictum ten aanzien van het bezwaar ontbreekt. Dat kan een verschrijving zijn, maar uit het bestreden besluit volgt niet dat in plaats van het handhavingsverzoek, het bezwaar gegrond wordt verklaard. Het primaire besluit wordt in het bestreden besluit niet herroepen. Ook wordt er geen nieuw besluit genomen ter vervanging van het primaire besluit. En in weerwil van de “gegrondverklaring” van het handhavingsverzoek, wordt niet handhavend opgetreden.

18. Ter zitting heeft het college zich verder op het standpunt gesteld dat voor TVG een exploitatievergunning niet verplicht is. De motivering hiervan ontbreekt echter in het bestreden besluit, nu daarin alleen gesteld wordt dat artikel 2:34b van de APV niet wordt overtreden, maar niet wordt ingegaan op de vraag of sprake is van een exploitatievergunningplichtige openbare inrichting zoals bedoeld in de artikelen 2:27 en 2:28 van de APV.

19. In tegenstelling tot hetgeen het college in het bestreden besluit heeft vermeld, is het bestreden besluit niet genomen conform het advies van de bezwaarschriftencommissie. Eisers hebben om handhaving verzocht vanwege geluidsoverlast bij de TVG in de nachtelijke uren, zowel bij handhavingsverzoek van 29 augustus 2025, welk verzoek het onderwerp is van deze uitspraak, als bij het eerdere handhavingsverzoek van 6 januari 2025. Zoals de bezwaarschriftencommissie in haar advies heeft aangegeven, is het aan het college om te controleren of TVG zich houdt aan de wet- en regelgeving die geldt voor de horecagelegenheid en voor het produceren van geluid. Daarvoor dient het college in ieder geval inzichtelijk te maken welke wet- en regelgeving op TVG van toepassing is en vervolgens deugdelijk onderzoek te verrichten naar de vraag of TVG deze wet- en regelgeving naleeft. Ter zitting heeft het college gesteld dat TVG beschikt over een drank- en horecawetvergunning en zich houdt aan de voorschriften van deze vergunning. Deze vergunning maakt echter geen onderdeel uit van de gedingstukken. De voorzieningenrechter kan daarom dit standpunt van het college niet verifiëren.

20. Ter voorlichting van het college merkt de voorzieningenrechter nog het volgende op. Het besluit van het college van 3 maart 2026, waarbij het handhavingsverzoek van eisers van 6 januari 2025 is afgewezen, is gebaseerd op slechts twee controles, terwijl eisers van diverse gestelde overtredingen bewijsmateriaal aan het college hebben doen toekomen. Twee controles zijn in de gegeven omstandigheden in beginsel onvoldoende om te kunnen spreken van deugdelijk onderzoek, zoals hiervoor onder 19 bedoeld.

21. Het bestreden besluit kan om voornoemde redenen niet in stand blijven. Het college moet daarom een nieuwe beslissing op het bezwaar nemen, met inachtneming van deze uitspraak (met name hetgeen onder 19 is vermeld), binnen acht weken na verzending van deze uitspraak. Ter voorlichting van eisers wijst de voorzieningenrechter erop dat deze uitspraak niet betekent dat het college handhavend moet optreden, maar slechts dat het college een nieuw besluit moet nemen op het bezwaar tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek. Dat kan leiden tot ofwel een beter gemotiveerde afwijzing van het handhavingsverzoek ofwel tot handhavend optreden.

Conclusie en gevolgen

22. Het beroep is gegrond en de voorzieningenrechter vernietigt het bestreden besluit. Het college dient daarom het door eisers betaalde griffierecht ter hoogte van € 400,- (€ 200,- voor het beroep en € 200,- voor het verzoek om voorlopige voorziening) aan hen terug te betalen. De voorzieningenrechter is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

23. Omdat de voorzieningenrechter meteen uitspraak doet op het beroep van eisers, wijst hij het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Snijders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L. van der Genugten, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op: 5 juni 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 5 juni 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand