ECLI:NL:RBLIM:2026:5491

ECLI:NL:RBLIM:2026:5491

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 05-06-2026
Datum publicatie 05-06-2026
Zaaknummer 03.320919.20 en 03.040626.22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een woningoverval. Daarnaast heeft de verdachte een semi-automatisch gaspistool voorhanden gehad en heeft hij bij een identiteitscontrole opzettelijk en wederrechtelijk persoonsgegevens van een ander genoemd. In deze zaak is de redelijke termijn met 3 jaar en 5 maanden overschreden. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 54 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummers : 03.320919.20 en 03.040626.22 (ttz.gev.)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 5 juni 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1994,

gedetineerd in [PI] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. N. van Vliet, advocaat kantoorhoudende te Breda.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 14 april 2023 en 22 mei 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partij is op de zitting gehoord mr. L.C.J. Schobbers. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.

Deze zaak is gelijktijdig (maar niet gevoegd) behandeld met de strafzaken tegen medeverdachte [medeverdachte 1] met het parketnummer 03.339256.21 en medeverdachte [medeverdachte 2] met het parketnummer 03.014046.21.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

In de zaak met parketnummer 03.320919.20

feit 1: op 15 juni 2020 in Venlo samen met anderen een gewapende overval met (bedreiging) met geweld heeft gepleegd op drie mannen in een woning waarbij geld en andere goederen zijn weggenomen;

feit 2: op 15 juni 2020 in Venlo en/of Eindhoven een gaspistool voorhanden heeft gehad.

In de zaak met parketnummer 03.040626.22

feit 1: op 15 juni 2020 in Venlo en/of Eindhoven een gaspistool voorhanden heeft gehad;

feit 2: op 19 december 2020 in Breda bij een identiteitscontrole opzettelijk en wederrechtelijk de naam, geboortedatum, geboorteplaats en het adres van [naam 1] heeft gebruikt.

3. De voorvragen: de ontvankelijkheid van de officier van justitie

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie

niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de strafvervolging van het onder feit 1 in de zaak met parketnummer 03.040626.22 ten laste gelegde, nu vervolging van de verdachte voor dit feit gelet op het onder de zaak met parketnummer 03.320919.20 feit 2 ten laste gelegde identieke feit in strijd is met het ne bis in idem-beginsel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich voor wat betreft het onder feit 1 in de zaak met parketnummer 03.040626.22 ten laste gelegde op hetzelfde standpunt gesteld als de officier van justitie.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is, evenals de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de strafvervolging van het onder feit 1 in de zaak met parketnummer 03.040626.22 ten laste gelegde, omdat de verdachte per ongeluk tegelijkertijd twee keer voor hetzelfde feit wordt vervolgd.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de feiten 1 en 2 in de zaak in de zaak met parketnummer 03.320919.20 en feit 2 in de zaak met parketnummer 03.040626.22.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van de feiten 1 en 2 in de zaak met parketnummer 03.320919.20. Daartoe heeft zij aangevoerd dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om vast te kunnen stellen dat de verdachte een van de overvallers is geweest en dat het dossier eveneens geen bewijs bevat dat de verdachte op die dag een semi-automatisch vuurwapen voorhanden heeft gehad.

Voor wat betreft feit 2 in de zaak met parketnummer 03.040626.22 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De zaak met parketnummer 03.320919.20

Bewijsmiddelen

[slachtoffer] , woonachtig aan de [adres 1] in Venlo, deed aangifte en verklaarde – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:

Op 15 juni 2020 om 19.30 uur had ik een afspraak met een jongen waar ik een Macbook van zou kopen. Ik heb 2,5 week geleden " [naam 2] " ontmoet op Marktplaats. Eerst had ik een iPhone XR gekocht en is [naam 2] deze bij mij thuis komen brengen. Vorige week heb ik een Macbook gekocht en is [naam 2] deze ook komen brengen. Gisteren had ik contact met [naam 2] via Whatsapp. Hij had een Macbook te koop voor € 2.300,-. Wij hebben afgesproken dat hij vandaag naar mij toe zou komen. Ik begreep van [naam 2] dat zijn neef zou komen en dat hij later kwam. Zijn neef zou de Macbook hebben. Voor 19.30 uur werd ik gebeld. Er zou onderweg iets zijn waardoor hij later zou komen. Hij zou nu rond 21.30 uur komen. Er werd rond 21.30 uur á 21.45 uur aangebeld en ik heb toen opengemaakt. Een donkere man met rastahaar en ongeveer 1.90m groot kwam als eerste binnen. Daar achteraan kwam een getinte man met een petje op binnen. En als laatste kwam nog een man. De rastaman had een zak bij zich. Ik zag dat de drie mannen in de keuken gingen staan. Ik vond dit vreemd. Mijn twee vrienden die bij mij op bezoek waren moesten ook bij mij komen staan. Dit waren [naam 3] en [naam 4] . Op een gegeven moment zag ik dat de drie mannen een vuurwapen onder hun shirts uit haalden. Ik zag dat ze de vuurwapens op ons richtten. De man met het petje pakte vervolgens zilveren tape uit de zak die de rastaman bij zich had. Hij heeft ons toen alle drie tape om gedaan. Ik kreeg tape om mijn polsen. Mijn beide polsen werden voor mijn buik aan elkaar getapet. Daarna kreeg ik tape over mijn mond geplakt. Deze werd geheel om mijn hoofd gedraaid. Ik hoorde daarna dat de man met het petje vroeg waar ik het geld had. Ik heb niks gezegd. Ik kreeg toen een klap met het vuurwapen tegen mijn hoofd. Daar heb ik nu nog steeds pijn aan. Ik heb ook al een bult op mijn hoofd. Er werd nogmaals gevraagd waar het geld was. Ik heb ook nu weer niks gezegd. Ik zag dat de man met het petje en de andere man mijn woning gingen doorzoeken. De rastaman bleef zijn vuurwapen op ons richten. De man met het petje voelde vervolgens in mijn broekzakken. In mijn linker broekzak had ik het geld zitten. Dit heeft hij eruit gehaald. Ik heb nu nog € 100,- in mijn zak. Hij heeft dus € 2.200,- er uit gehaald. Uit mijn rechter broekzak had hij mijn iPhone gepakt. Verder had ik een zwart Hugo Boss tasje om mijn nek hangen. Dit heeft hij ook afgenomen. In dit tasje zaten mijn huissleutels, ID-kaart, pinpas en Airpods. Deze spullen hebben ze in mijn zwart met oranje sporttas gedaan. Terwijl ze er mee bezig waren hoorde ik dat een van hen zei dat [naam 2] belde. En er klopte iemand op mijn raam. Daarna zijn ze naar buiten gegaan.

[slachtoffer] verklaarde aanvullend – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik heb eerder gehandeld met [naam 2] via Marktplaats via zijn mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Ik heb toen een iPhone bij hem gekocht. Ik heb toen ook een factuur gekregen. Dat is de factuur die de politie mij nu toont (opmerking rechtbank: deze factuur is bij dit proces-verbaal van aanvullend verhoor gevoegd en hierop staat de klantnaam ‘ [naam 5] ’). Op 15 juni 2020 rond 21.30 uur ging de bel van de voordeur en er stond een jongen aan de deur. Ik dacht dat dit de neef van [naam 2] was. Hij zei dat [naam 2] er zo aan kwam. Toen ging weer de bel en stonden er twee jongens aan de deur. De derde jongen had een witte tas bij zich. Nadat ze binnen waren belde ik [naam 2] , maar ik kreeg de voicemail. Toen werd er geschreeuwd: “dit is een overval” en toen gebeurde het. (…)

V : Hoe weet jij dat [naam 2] er bij betrokken is.

A : Hij heeft mij vooraf gebeld, de tijd gewijzigd. Hij zei dat zijn neef eerder kwam. De daders hebben het ook over hem gehad. Tijdens de overval zei een van de daders dat [naam 2] al 2 of 3 keer gebeld had en dat [naam 2] buiten in de auto zat. Dat zei de dader met het rastakapsel.

De medische informatie over aangever [slachtoffer] van de GGD Limburg-Noord vermeldt dat er sprake was van een zwelling en verkleuring rond het jukbeen rechts en een verkleuring boven het linker oog. Er is een hersenschudding ontstaan door de klappen op het hoofd.

[naam 4] verklaarde – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:

Op 15 juni 2020 was ik bij [slachtoffer] die woont op de [adres 1] te Venlo. [slachtoffer] en een voor mij onbekende jongen waren er ook. [slachtoffer] zei dat er meerdere jongens dan wel mannen zouden komen om 21.30 uur omdat hij iets van ze zou kopen. Omstreeks 21.30 uur werd er aangebeld. Toen ik in de woonkamer stond zag ik drie mannen. Man 1 kan ik als volgt omschrijven: kort donker haar, getinte huid. Man 2 als volgt: dreadlocks, donkerder getint dan de andere, lang ongeveer 1.85 m. Opeens zag ik dat alle drie de mannen een vuurwapen uit hun broeksband pakten. Ik hoorde de mannen roepen dat wij: [slachtoffer] , de onbekende jongen en ik moesten gaan liggen. Ik hoorde dat ze zeiden: "Ga liggen! Dit is geen grap!" en "Waar is het geld!". Hierop ben ik op de grond gaan liggen. Vervolgens hoorde ik dat man 1 zei: "Handen vooruit, één verkeerde beweging en we halen de trekker over." Hierop bonden ze mijn handen met duct-tape vast en moest ik mijn hoofd tegen de grond leggen. Man 1 zei nogmaals: "Nog één verkeerde beweging en we halen de trekker over." Een van de mannen ging naast mij staan, voelde aan mijn broek en vroeg of er wat in zat. Hierna pakte de man mijn sleutelbos en shag uit mijn broekzak. Ik hoorde meerdere keren een doffe klap. Het klonk alsof ze [slachtoffer] sloegen. Tijdens de klappen hoorde ik dat man 1 riep: "Waar is de doekoe! Waar is de doekoe!" Ik hoorde dat [slachtoffer] zei dat er geen geld in huis was. Waarop man 1 riep: "Haal alles overhoop!", "Zoeken!". Even later hoorde ik dat ze aan het zoeken waren. Ik hoorde dat er spullen verplaatst werden. Ineens hoorde ik dat één van de mannen zei: "Hier ligt het geld, wat lieg je nou!" en "Ik maak je kapot, ik wil je schieten!". De shag die was weggenomen is van het merk JPS.

[naam 3] verklaarde – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:

Ik was op 15 juni 2020 bij [slachtoffer] op het adres [adres 1] te Venlo. [slachtoffer] had een afspraak met iemand om wat te kopen. Ik ging ervan uit dat de persoon die aanbelde, deze persoon zou zijn. Er werd weer aangebeld en ik zag twee jongens binnen komen. Eén persoon was donker met zwart rastahaar naar achteren gebonden. Ik ging zitten op de stoel en hoorde een klik. Ik kijk en zag ineens drie vuurwapens op mij en mijn vriend [slachtoffer] gericht. Ook een vriend van [slachtoffer] , die buiten zat, moest naar binnen en werd toen ook bedreigd. Wij moesten op de grond gaan liggen en met het gezicht naar beneden. Ik zag nog dat ze handschoenen aan deden. Toen ik een auto twee keer hoorde toeteren, vervolgens een bonk op de raam hoorde, hoorde ik [slachtoffer] opstaan en ben toen ook opgestaan. Mijn polsen waren aan de voorzijde getaped. Toen ik op de grond lag hebben ze mijn zakken leeggemaakt en mijn sleutels, mijn bankpas, mijn ID-kaart, mijn spaarkaart van de dierenarts en mijn rijbewijs meegenomen.

[naam 3] verklaarde aanvullend over de overval op 15 juni 2020 in de woning aan de [adres 1] te Venlo en over een in de Volkswagen Polo aangetroffen ketting – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:

Ik zag dat in de hand van de man die als eerste binnenkwam een pistool zat. Hij droeg geen handschoenen. Op dat moment hoorde ik dat hij zei: “iedereen

liggen”. Ik zie dader 2 en 3 uit die grote tas handschoenen pakken. Dat ze daar handschoenen uithaalden en die eigenlijk heel klungelig aantrokken. Ze deden dit ondanks dat ze een pistool vasthielden. Ik hoorde iemand roepen: “naar beneden kijken". De halsketting op de foto die de politie mij toont en die in de auto is aangetroffen, is van mijn vriend [slachtoffer] .

[naam 3] verklaarde dat de in de Volkswagen Polo aangetroffen zwarte Nokia telefoons van [slachtoffer] zijn.

Verbalisant [naam 6] relateerde over de locatie van de gestolen iPhone – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:

Op 15 juni 2020 omstreeks 21.55 uur ontvingen wij, verbalisanten [naam 7] en [naam 8] de melding om te gaan naar de [adres 1] te Venlo, aldaar zou een woningoverval hebben plaatsgevonden. Wij kwamen samen met collega’s

[naam 9] en [naam 10] aan bij de woning. Ik zag dat [slachtoffer] aan zijn hoofd enkele verwondingen had en lichtjes bloedde. Ik zag eveneens dat [slachtoffer] grijze tape op zijn nek had. Deze tape herken ik, [naam 7] , als zijnde duct-tape. Ik, [naam 7] , hoorde onder andere dat er sporttassen, sleutels, waardepapieren, contant geld en de iPhone van [slachtoffer] waren weggenomen. Ik hoorde dat collega [naam 10] hierop vroeg of we de iPhone van [slachtoffer] mogelijk konden traceren. Ik hoorde dat [slachtoffer] hierop zei dat hij op zijn iCloud kon inloggen via de telefoon van [naam 3] en daarmee de locatie van zijn telefoon mogelijk kon zien. Ik hoorde van collega [naam 10] dat de iPhone van [slachtoffer] zich nu bevond op de autosnelweg A67. Ik nam de telefoon van [naam 10] over en zag dat de telefoon van [slachtoffer] vernoemd was onder: 'iPhone van [slachtoffer] .' Ik zag dat de iPhone actief was, hierdoor kon ik iedere paar minuten de actuele locatie van de iPhone zien.

Vervolgens ben ik de locatie van de iPhone door gaan geven aan collega’s.

Tijdspanne en locaties

uur: A67 ter hoogte van de Schatberg in Sevenum. Richting Eindhoven.

uur: Floralaan West, Eindhoven.

uur: Telefoon blijft uitstralen op de Floralaan West.

uur: Collega's van Eindhoven treffen op Floralaan West, de locatie waar de

iPhone uitstraalt, een zilverkleurige Volkswagen Polo met Nederlands kenteken

[kenteken] aan.

uur: In de kofferbak van de Volkswagen Polo, wordt een iPhone aangetroffen.

uur: Door mij, [naam 7] , werd via iCloud een geluidssignaal naar de weggenomen iPhone gestuurd.

uur: Collega’s in Eindhoven horen de iPhone afgaan in de aangetroffen Volkswagen Polo.

Verbalisanten [naam 11] en [naam 12] relateerden – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:

Op 15 juni 2020 omstreeks 22.15 hoorden wij dat er een woningoverval was gepleegd in Venlo. Dat hierbij een vuurwapen was gebruikt en dat het voertuig wat gebruikt was op de snelweg A67 zou rijden in de richting van Eindhoven. Via een collega hoorden wij dat er een iPhone telefoon was weggenomen en dat deze uitstraalde in de omgeving van de Floralaan-West in Eindhoven. Ik, verbalisant [naam 11] , zag een grijze Volkswagen Polo in een parkeervak staan met kenteken [kenteken] , gelegen naast de openbare weg, Floralaan-West. Ik ben naar het voertuig gelopen en scheen met mijn zaklamp aan de passagierszijde in het voertuig. Ik zag op de grond, tegen het middenconsole, een blauw schoudertasje staan met daarin een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Ik zag dat de handgreep met daarin een patronenhouder uit het tasje stak. Ik, verbalisant [naam 12] , zag door een gat in de hoedenplank een iPhone telefoon in de kofferruimte liggen. Wij hoorden via de porto dat de een collega uit Limburg tegen ons zei, dat ze op afstand een geluid naar de weggenomen telefoon kon sturen. Wanneer dit geluid op deze telefoon zou overgaan, wisten we zeker dat het om de weggenomen telefoon zou gaan. Op het moment dat ze aangaf dat ze het geluid verstuurde, hoorden wij een geluid en wij zagen dat de telefoon oplichtte.

De personenauto met kenteken [kenteken] is vervolgens op 15 juni 2020 in Eindhoven in beslag genomen. Verbalisant Kars heeft vervolgens op 18 juni 2020 de personenauto doorzocht. Hij heeft daarover – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

In de kofferbak zag ik enkele tassen, waaronder een zwarte sporttas met oranje streep, liggen. Ik heb deze tassen geopend en de inhoud bekeken. Ik zag onder andere een witte tas van de winkelketen “Action”. Uit deze tas zijn onder andere inbeslaggenomen:

- Apple iPhone, met zwart hoesje;

- Apple iPhone, wit;

- 3 zwarte Nokia’s;

- handschoenen;

- ID-kaart, rijbewijs, ov-kaart en bankpas op naam van [naam 3] ;

- bankpassen van Knab op naam van [slachtoffer] ;

- meerdere sleutelbossen;

- pak shag van het merk “JPS”;

- duct-tape;

- zilverkleurige ketting;

- zwart tasje met daarin een zwarte portemonnee met de identiteitskaart van

[slachtoffer] , cash geld € 13,40 en een sleutel.

Verbalisant [naam 13] heeft de camerabeelden van 15 juni 2020 van de [adres 2] te Venlo bekeken. Verbalisant heeft – zakelijk weergegeven – onder meer het navolgende waargenomen en gerelateerd:

uur:

Ik zag dat er een grijze personenauto in beeld reed. Ik zag dat het kenteken van deze personenauto begon met de cijfers 22. Ik zag dat de personenauto naar links een steeg in reed.

uur:

Ik zag dat er een persoon, welke donkere kleding droeg, uit eerder genoemde steeg aan kwam lopen en in de richting van het pand [adres 1] Venlo liep en daar aanbelde. Ik zag dat de deur van het pand werd geopend en de persoon naar binnen ging en de deur dicht ging.

uur:

Ik zag dat twee personen uit de steeg kwamen aan lopen. Ik zag dat deze personen donkere bovenkleding droegen. Ik zag dat de achterste persoon een witkleurige “boodschappentas” in zijn rechterhand droeg. Ik zag dat deze personen aanbelden bij het pand [adres 1] en dat beide personen het pand binnen gingen en de deur dicht ging.

uur:

Ik zag dat een grijze personenauto uit de steeg kwam aanrijden en parkeerde vlak bij het pand [huisnummer] . Ik zag vervolgens dat voornoemde personenauto achteruit de steeg weer in reed.

uur:

Ik zag dat voornoemde personenauto nog in de steeg stond. Ik zag dat enkele seconden later een persoon met donkere bovenkleding uit het pand kwam lopen. Ik zag dat deze persoon een witte ‘boodschappentas’ en een donkerkleurige tas in zijn rechterhand droeg en in de richting van de personenauto liep.

Ik zag dat enkele seconden later voornoemde persoon weer richting het pand [huisnummer] liep en ik zag dat de voornoemde personenauto weer uit de steeg kwam aanrijden. Ik zag dat de personenauto wederom op dezelfde plek parkeerde vlakbij pand [huisnummer] . Ik zag dat de voornoemde persoon richting het raam van het pand [huisnummer] liep en daar even bleef staan. Ik zag dat enkele seconden later 2 personen uit het pand [huisnummer] kwamen rennen. Ik zag dat deze 2 personen samen met de persoon die voor de raam stond naar de grijze geparkeerde personenauto renden. Ik zag dat 1 persoon voorin aan de bijrijderskant instapte en dat de andere 2 personen achter in de auto instapten, links en rechts.

uur:

Ik zag dat de grijze personenauto wegreed van de parkeerplaats.

Van de camerabeelden van 15 juni 2020 van de [adres 2] in Venlo zijn fotoprints gemaakt. Verbalisant [naam 14] relateerde over een tweetal van deze fotoprints – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:

Uit het DNA onderzoek is gebleken dat als een van de verdachten van dit feit kon worden aangemerkt: [medeverdachte 1] . De drie aangevers verklaren dat een van de drie daders een man betreft met een donkere huidskleur en lang rastahaar c.q. dreadlocks, gedragen in een staart. Op de bewegende camerabeelden waarop de daders zichtbaar zijn is te zien dat een van deze daders een man betreft die lang zwart haar heeft, gedragen in een staart. De andere twee verdachten dragen beiden een pet en hebben geen lang haar. Uit het onderzoek bleek voorts dat [medeverdachte 1] op 2 juni 2020, bij een bezoek aan het politiebureau te Breda, een rasta haardracht had van lange dreadlocks tot op zijn schouder.

Door verbalisant [naam 13] werd naar aanleiding van het bekijken van de camerabeelden van 15 juni 2020 van de [adres 2] te Venlo verzocht om beeldverbetering bij het Team Digitale Opsporing om het kenteken van de grijze personenauto te lezen. Uit het daarover opgemaakte rapport bleek dat het kenteken van de personenauto op de beelden [kenteken] betrof.

Op de verbeterde camerabeelden is ook de witte ‘boodschappentas’ beter zichtbaar. Verbalisant [naam 13] heeft over die witte ‘boodschappentas’ en de gelijkenis met de in de personenauto aangetroffen Action tas – zakelijk weergegeven – als volgt gerelateerd:

Op de camerabeelden is te zien dat een van de daders een lichtkleurige boodschappentas met opdruk met zich voert. De opdruk zou

kunnen betreffen de hoofdletters A, C en T. Het zou kunnen blijken dat de lichtkleurige boodschappentas, waarmee een van de daders de woning van de overval binnen ging en ook weer naar buiten kwam, dezelfde c.q. een soortgelijke witte boodschappen tas “Action” betrof als aangetroffen in de Volkswagen Polo.

Getuige [naam 15] verklaarde over de tenaamstelling van de Volkswagen Polo – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:

Het kenteken [kenteken] is van een auto die op mijn naam staat. Ik heb een relatie gehad met [medeverdachte 2] . Ik ben met hem ongeveer een maand geleden naar een verhuurbedrijf gegaan. Daar heeft [medeverdachte 2] een auto gehuurd zei hij. Hij vroeg mijn ID-kaart en ik dacht dat het ging over de verhuur van een auto. Achteraf bleek dat die auto op mijn naam was overgeschreven. [medeverdachte 2] heeft vanaf dat moment gebruik gemaakt van de auto.

In de personenauto met kenteken [kenteken] zijn in een zwart schoudertasje drie vuurwapens en munitie aangetroffen. Deze vuurwapens zijn vervolgens inbeslaggenomen en twee van deze drie vuurwapens zijn voorzien van SIN AAMP8021NL en AAMP8020NL. De bijbehorende munitie is apart verpakt. Door de Forensische Opsporing werd een onderzoek ingesteld naar de wapens en munitie. Voor zover in deze zaak relevant is het volgende naar voren gekomen:

Wapen/munitie

SIN

Resultaat onderzoek

Semi-automatisch pistool van het merk Bruni, model Mod. 92 in het kaliber 9 millimeter

AAMP8021NL

Wapen van categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie (pg. 521).

Drie aangepaste kogelpatronen in het kaliber 9 millimeter

AAMP8021NL

Munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie (pg. 521).

Semi-automatisch gaspistool van het merk Zoraki, model 914 in het kaliber 9 millimeter PAK

AAMP8020NL

Wapen van categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie (pg. 522).

Vervolgens werd door de Forensische Opsporing een forensisch onderzoek verricht naar biologische sporen aan onder meer de personenauto met kenteken [kenteken] en de volgende daarin aangetroffen spullen: de wapens, het zwarte schoudertasje waar de wapens inzaten, een plastic drinkflesje in het middenconsole, een zwarte handschoen op de vloer, een witte handschoen in de kofferbak en een witte tas van winkelketen Action in de kofferbak waarin zich twee in elkaar gedraaide handschoenen bevonden (een blauwe handschoen voorzien van SIN AAOE5322NL en een oranje handschoen voorzien van SIN AAFN3668NL). De volgende sporendragers werden bemonsterd:

SIN: AANP4214NL

Plaats veiligstellen: Stuurwiel

SIN: AANP4215NL

Plaats veiligstellen: Pook

SIN: AANP4216NL

Plaats veiligstellen: Portierhendel bestuurder

SIN: AANP4217NL

Plaats veiligstellen: Portierhendel bijrijder

SIN: AANP4219NL

Plaats veiligstellen: Portierhendel achterzitting aan bijrijderskant

SIN: AANP4220NL

Plaats veiligstellen: Bedieningsknop autoradio

SIN: AANP4221NL

Plaats veiligstellen: Middenconsole, drinkopening plastic drinkflesje

SIN: AANV2629NL

Plaats veiligstellen: Schouderband van tas

SIN: AANV2633NL

Relatie met SIN: AAMP8020NL

Plaats veiligstellen: Ruwe delen vuurwapen

SIN: AANV2636NL

Relatie met SIN: AAMP8021NL

Plaats veiligstellen: Eerste 1,5 cm binnenzijde loop vuurwapen

SIN: AANV2637NL

Relatie met SIN: AAMP8021NL

Plaats veiligstellen: Ruwe delen vuurwapen

SIN: AAOE5329NL

Relatie met SIN: AAOE5322NL

Plaats veiligstellen: Binnenzijde rand manchet blauwe handschoen

SIN: AAOE5323NL

Relatie met SIN: AAFN3668NL

Plaats veiligstellen: Buitenzijde rand manchet oranje handschoen

SIN: AANA3265NL

Relatie met SIN: AAFN3668NL

Plaats veiligstellen: Buitenzijde vingers oranje handschoen

SIN: AAOE5325NL

Relatie met SIN: AAFN3668NL

Plaats veiligstellen: Binnenzijde vingers oranje handschoen

SIN: AAOE5328NL

Relatie met SIN: AAOE5322NL

Plaats veiligstellen: Buitenzijde rand manchet blauwe handschoen

SIN: AANV2737NL

Plaats veiligstellen: Bovenzijde van de duim

SIN: AANV2738NL

Plaats veiligstellen: Binnenzijde witte handschoen de gehele handpalmzijde en manchet rondom

SIN: AANV2739NL

Plaats veiligstellen: Binnenzijde witte handschoen gehele handpalmzijde en manchet rondom

SIN: AANV2741NL

Plaats veiligstellen: Binnenzijde handschoen de gehele handpalmzijde + manchet rondom

SIN: AANV2447NL

Plaats veiligstellen: Binnenzijde handschoen gehele handpalmzijde en manchet rondom

Het NFI heeft over de aan en in de personenauto veiliggestelde sporen onder meer het volgende gerapporteerd:

Handschoenen en tas

AANA3265NL#01 (buitenzijde vingers oranje handschoen) (pg. 667)

Het DNA-mengprofiel AANA3265NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [medeverdachte 1] en twee willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.

AAQE5323NL#01 (buitenzijde rand manchet oranje handschoen) (pg. 667)

DNA-mengprofiel AAOE5323NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [medeverdachte 1] en drie willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van vier willekeurige onbekende personen.

DNA-mengprofiel AAOE5323NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [verdachte] en drie willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van vier willekeurige onbekende personen.

DNA-mengprofiel AAOE5323NL#01 is circa 12 miljoen keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [medeverdachte 2] en drie willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van vier willekeurige onbekende personen.

AAQE5328NL#01 (buitenzijde rand manchet blauwe handschoen) (pg. 668)

DNA-mengprofiel AAOE5328NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [medeverdachte 1] en drie willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van vier willekeurige onbekende personen.

DNA-mengprofiel AAOE5328NL#01 is circa 25 miljoen keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [medeverdachte 2] en drie willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van vier willekeurige onbekende personen.

AANV2447NL#01 (binnenzijde handschoen gehele handpalmzijde en manchet rondom) (pg. 669)

DNA-mengprofiel AANV2447NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [medeverdachte 2] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van twee willekeurige onbekende personen.

AANV2737NL#01 (bovenzijde van de duim) (pg. 669)

DNA-profiel AANV2737NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van verdachte [medeverdachte 1] , dan wanneer het DNA afkomstig is van een willekeurige niet-verwante onbekende persoon.

AANV2738NL#01 (binnenzijde witte handschoen de gehele handpalmzijde en manchet rondom) en AANV2739NL#01 (binnenzijde witte handschoen gehele handpalmzijde en manchet rondom) (pg. 669)

De afgeleide DNA-hoofdprofielen AANV2738NL#01 en AANV2739NL#01 zijn elk meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de relatief grote hoeveelheid DNA afkomstig is van verdachte [medeverdachte 1] , dan wanneer de relatief grote hoeveelheid DNA afkomstig is van een willekeurige (niet aan verdachte [medeverdachte 1] verwante) onbekende persoon.

DNA-mengprofiel AANV2738NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van aangever [slachtoffer] en twee willekeurige onbekende persoon, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.

DNA-mengprofiel AANV2739NL#01 is circa 400 miljoen keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van aangever [slachtoffer] en twee willekeurige onbekende persoon, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.

AANV2741NL (binnenzijde handschoen de gehele handpalmzijde + manchet rondom) (pg. 670).

DNA-mengprofiel AANV2741NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [verdachte] en twee willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.

DNA-mengprofiel AANV2741NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [medeverdachte 2] en twee willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.

AANV2629NL#01 (schouderband van tas) (pg. 577)

Het afgeleide DNA-hoofdprofiel AANV2629NL#01 is meer dan 1 miljard keer

waarschijnlijker wanneer de relatief grote hoeveelheid DNA afkomstig is van [verdachte] , dan wanneer de relatief grote hoeveelheid DNA afkomstig is van een willekeurige niet-verwante persoon.

AAQE5325NL#01 (binnenzijde vingers oranje handschoen) (pg. 654)

DNA-mengprofiel AAOE5325NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [medeverdachte 1] en drie willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van vier willekeurige onbekende personen.

AAOE5329NL#01 (binnenzijde rand manchet blauwe handschoen) (pg. 655)

DNA-mengprofiel AAOE5329NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [medeverdachte 2] en drie willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van vier willekeurige onbekende personen.

DNA-mengprofiel AAOE5329NL#01 is circa 2 miljoen keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [medeverdachte 1] en drie willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van vier willekeurige onbekende personen.

Personenauto

AANP4214NL#01 (stuurwiel) (pg. 668)

Het afgeleide DNA-hoofdprofiel AANP4214NL#01 is meer dan 1 miljard keer

waarschijnlijker wanneer de relatief grote hoeveelheid DNA afkomstig is van verdachte [medeverdachte 2] , dan wanneer de relatief grote hoeveelheid DNA afkomstig is van een willekeurige (niet aan verdachte [medeverdachte 2] verwante) onbekende persoon.

AANP4215NL#01 (pook) en AANP4216NL#01 (portierhendel bestuurder) (pg. 668)

DNA-profielen AANP4215NL#01 en AANP4216NL#01 zijn meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer deze bemonsteringen DNA bevatten van verdachte [medeverdachte 2] , dan wanneer deze bemonsteringen DNA bevatten van een willekeurige (niet aan verdachte [medeverdachte 2] verwante) onbekende persoon.

AANP4217NL#01 (portierhendel bijrijder) (pg. 668)

DNA-mengprofiel AANP4217NL#01 is circa 1 miljoen keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [verdachte] en twee willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.

AANP4219NL#01 (portierhendel achterzitting aan bijrijderskant) (pg. 669)

DNA-mengprofiel AANP4219NL#01 is circa 23 miljoen keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [medeverdachte 1] en twee willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.

AANP4220NL#01 (bedieningsknop autoradio) (pg. 669)

DNA-profiel AANP4220NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van verdachte [medeverdachte 2] , dan wanneer het DNA afkomstig is van een willekeurige niet-verwante onbekende persoon.

AANP4221NL#01 (middenconsole, drinkopening plastic drinkflesje) (pg. 669)

DNA-mengprofiel AANP4221NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [verdachte] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van twee willekeurige onbekende personen.

DNA-mengprofiel AANP4221NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [medeverdachte 2] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van twee willekeurige onbekende personen.

Vuurwapens

AANV2636NL#01 (binnenzijde loop: AAMP8021NL) (pg. 577)

DNA-profiel AANV2636NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van [medeverdachte 1] , dan wanneer het DNA afkomstig is van een willekeurige niet-verwante persoon.

AANV2637NL#01 (ruwe delen vuurwapen: AAMP8021NL) (pg. 577)

DNA-mengprofiel AANV2637NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van [medeverdachte 1] en twee willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.

AANV2633NL#01 (ruwe delen vuurwapen: AAMP8020NL) (pg. 602)

DNA-mengprofiel AANV2633NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van [slachtoffer] en twee willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.

DNA-mengprofiel AANV2633NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [verdachte] en twee willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.

Verbalisant [naam 14] relateerde over het onderzoek naar de telefoonnummers [telefoonnummer 2] (waarmee aangever [slachtoffer] contact had) en [telefoonnummer 3] – zakelijk weergeven – onder meer als volgt:

Uit het onderzoek bleek dat de verdachte [medeverdachte 2] vermoedelijk onder andere gebruik heeft gemaakt van de telefoonnummers: [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 3] .

Dit blijkt uit het navolgende:

- beide telefoonnummers staan op naam van [naam 15] , de ex-vriendin van [medeverdachte 2] , welke aangifte heeft gedaan tegen [medeverdachte 2] terzake identiteitsfraude, waaronder het valselijk afsluiten van telefoonabonnementen op haar naam;

- het telefoonnummer [telefoonnummer 2] werd gebruikt door [medeverdachte 2] in de communicatie met aangever [slachtoffer] bij de aan/verkoop van goederen;

- het telefoonnummer [telefoonnummer 2] heeft als abonnementsadres adres [adres 3] te [woonplaats] . Op dit adres is de vader van [medeverdachte 2] woonachtig;

- uit opgevraagde historische verkeersgegevens is gebleken dat de gebruiker van

genoemde telefoonnummers vaker contact heeft met telefoonnummers van de familieleden van [medeverdachte 2] in [woonplaats] .

Uit de analyse van de opgevraagde telecomgegevens bleek verder:

- dat de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] zich op 15 juni 2020 omstreeks 21:29 uur, tijdens de registratie van enkele datasessies, bevond onder het bereik van Cell ID 6425621 van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 1] te Venlo. Genoemde Cell ID geeft dekking in een geografisch gebied ten noordoosten van de woning aan de [adres 1] te Venlo.

In het geografische gebied waar Cell ID 6425621 dekking geeft is onder andere de kruising van de [straat 2] en de [straat 3] gelegen;

- dat de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] op 15 juni 2020 omstreeks 21:47 uur, kort belde naar de gebruikers van de telefoonnummers [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 4] . Tijdens deze telefoontjes bevond de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] zich onder het bereik van Cell ID 1212 van een zendmast van Vodafone aan de Jan Vermeerstraat te Venlo. In het geografische gebied waar Cell ID 1212 dekking geeft is onder andere de woning aan de

[adres 4] te Venlo gelegen. Vanaf 21:47 uur verplaatste de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 3] zich kennelijk vanuit Venlo naar Eindhoven.

- op 15 juni 2020 omstreeks 22:28 uur belde de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 3] naar de vaste telefoonaansluiting [telefoonnummer 9] ( [naam 16] , [adres 3] te [woonplaats] ). Tijdens dit telefoontje bevond de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] zich onder het bereik van Cell ID 22152 van een zendmast van Vodafone aan het Mimosaplein te Eindhoven.

In het geografische gebied waar Cell ID 22152 dekking geeft is onder andere een gedeelte van de Floralaan West en de Clematisstraat en het Floraplein te Eindhoven gelegen, aldaar werd de bij het feit gebruikte Volkswagen Polo werd achter gelaten en aangetroffen.

Verbalisant [naam 14] relateerde over het contact tussen een aan de verdachte [medeverdachte 1] gelinkt telefoonnummer en het telefoonnummer [telefoonnummer 2] (dat aan de verdachte [medeverdachte 2] wordt gelinkt) – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:

Op vordering van de officier van justitie werden door de belastingdienst de aanwezige gegevens van de verdachte [medeverdachte 1] , geboren [geboortedatum 2] -1993, verstrekt. Een van deze gegevens betreft een mobiel telefoonnummer [telefoonnummer 5] , behorend bij een voorlopige aanslag inkomstenbelasting van [medeverdachte 1] in 2020. Vervolgens bleek mij dat dit genoemde mobiele telefoonnummer als contact voorkomt op gevorderde verkeersgegevens telecom van de verdachte [medeverdachte 2] , te weten:

Startdatum gesprek: 15 juni 2020 om 23:50:35 uur

Bron: [telefoonnummer 5]

Contact: [telefoonnummer 2]

Naam abonnee: [naam 15]

Adres abonnee: [adres 3] te [woonplaats]

Startdatum gesprek: 15 juni 2020 om 23.54.41 uur

Bron: [telefoonnummer 5]

Contact: [telefoonnummer 2]

Naam abonnee: [naam 15]

Adres abonnee: [adres 3] te [woonplaats]

Startdatum gesprek: 16 juni 2020 om 00:21:59 uur

Bron: [telefoonnummer 5]

Contact: [telefoonnummer 2]

Naam abonnee: [naam 15]

Adres abonnee: [adres 3] te [woonplaats]

De medeverdachte [medeverdachte 2] verklaarde – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik heb de grijze Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] gekocht. Ik ken [slachtoffer] . Het zou kunnen kloppen dat ik hem ongeveer 2,5 week voor 15 juni 2020 heb leren kennen via Marktplaats en dat ik voor de verkoop van spullen op een eerder moment bij [slachtoffer] thuis ben geweest.

Overwegingen van de rechtbank

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de aangevers [slachtoffer] , [naam 4] en [naam 3] op 15 juni 2020 in Venlo in de woning van [slachtoffer] , aan de [adres 1] te Venlo, met geweld en bedreiging met geweld zijn overvallen door drie personen en dat daarbij geld en andere goederen van hen zijn buitgemaakt. De overval zelf staat niet ter discussie, maar wel de betrokkenheid van [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] daarbij. In dat kader overweegt de rechtbank als volgt.

Het dossier bevat geen direct bewijs dat de [verdachte] , [medeverdachte 2] of [medeverdachte 1] op het moment van de overval in de woning van [slachtoffer] plaatst. Zo zijn er weliswaar camerabeelden beschikbaar waarop te zien is dat drie personen de woning van [slachtoffer] ingaan, maar die personen komen niet herkenbaar in beeld. De bestuurder van de Volkswagen Polo komt ook niet herkenbaar in beeld.

Anderzijds blijken uit de bewijsmiddelen diverse omstandigheden die wel degelijk op de betrokkenheid van de verdachten wijzen.

Voorafgaand aan de overval heeft [slachtoffer] contact gehad met ‘ [naam 2] ’ die gebruikmaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 6] . Dat contact ging erover dat [slachtoffer] een Macbook van deze ‘ [naam 2] ’ zou kopen. [slachtoffer] had ‘ [naam 2] ’ 2,5 week vóór 15 juni 2020 op Marktplaats ontmoet en toen een iPhone bij hem gekocht. [slachtoffer] heeft hier toen een factuur bij gekregen waarop de naam ‘ [naam 5] ’ (de ex-partner van [medeverdachte 2] ) staat. Op de zitting van 14 april 2023 heeft [medeverdachte 2] verklaard dat hij [slachtoffer] kent en dat het zou kunnen kloppen dat zij elkaar 2,5 week vóór 15 juni 2020 via Marktplaats hebben ontmoet. Gelet hierop stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 2] de ‘ [naam 2] ’ is waar [slachtoffer] bij de eerdere aankopen contact mee had.

Uit de camerabeelden volgt dat een grijze Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] om 21.28 uur aan komt rijden over de [straat 4] te Venlo en daar een zijstraat inrijdt. Vervolgens komen drie personen, nader aan te duiden als de daders, uit die zijstraat gelopen en gaan zij de woning van [slachtoffer] in. Een van de daders draagt daarbij een grote witte tas. Een aantal minuten later komt de Volkswagen Polo richting de woning gereden. Hieruit blijkt dat er nog een vierde dader in de auto zit. Vervolgens komt een van de daders met de grote witte tas en een zwarte tas de woning uit en loopt richting de auto. Deze dader loopt vervolgens weer richting de woning en klopt vermoedelijk op het raam, waarna de twee andere daders ook naar buiten komen. Daarna stappen zij alle drie in de Volkswagen Polo en rijden ze weg. Op de camerabeelden is te zien dat een van deze daders lang zwart haar heeft. Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte 1] destijds zijn haar in lange dreadlocks droeg, wat past in het signalement zoals gegeven door de aangevers. Dit signalement is dermate zeldzaam en dus onderscheidend, dat deze bevinding meer bewijskracht heeft dan de verdediging betoogt.

De Volkswagen Polo staat op naam van [naam 5] , maar is blijkens haar verklaring op haar naam gezet door [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] verklaarde dat de Volkswagen Polo bij hem in gebruik is, maar dat hij deze auto had verhuurd. De locatievoorziening van de weggenomen iPhone van [slachtoffer] gaf aan dat de iPhone zich ruim 30 minuten na de overval aan de Floralaan West in Eindhoven bevond. Aldaar heeft de politie de Volkswagen Polo (met daarin onder meer de iPhone van [slachtoffer] en drie vuurwapens) aangetroffen. In de Volkswagen Polo is verder een witte Action tas aangetroffen met goederen van de aangevers die bij de overval zijn weggenomen. De rechtbank gaat er, gelet op de camerabeelden waarop een dader met een witte tas met daarop de letter A C T zichtbaar is en de omstandigheden waaronder de Volkswagen Polo is aangetroffen, vanuit dat dit dezelfde tas is als de Action tas die is aangetroffen in de Volkswagen Polo. In de Action tas werd een blauwe handschoen en een oranje handschoen aangetroffen. Ook is er in de Volkswagen Polo op de grond een zwarte handschoen aangetroffen en in de kofferbak een witte handschoen.

Uit het onderzoek van het NFI concludeert de rechtbank dat het DNA van [medeverdachte 2] is aangetroffen aan de bestuurderszijde van de Volkswagen Polo (waaronder op het stuurwiel en de pook), het DNA van [verdachte] aan de bijrijderszijde van de Volkswagen Polo is aangetroffen en het DNA van [medeverdachte 1] rechtsachter in de Volkswagen Polo is aangetroffen. Verder is op de drinkopening van een plastic flesje het DNA van [medeverdachte 2] en [verdachte] aangetroffen. Dat flesje bevond zich in het middenconsole tussen de stoelen van de bestuurder en de bijrijder in. Dit past in het scenario dat [medeverdachte 2] diegene is die de auto heeft bestuurd en in de auto heeft gewacht, dat [verdachte] en [medeverdachte 1] twee van de drie mannen zijn geweest die de woning zijn binnengegaan en dat [verdachte] als bijrijder in de auto heeft gezeten en [medeverdachte 1] achterin heeft gezeten. In dit scenario past ook goed de verklaring van [slachtoffer] dat één van de daders tijdens de overval zei dat ‘ [naam 2] ’ belde en buiten in de auto wachtte.

Ten aanzien van de in de Volkswagen Golf aangetroffen vuurwapens en handschoenen overweegt de rechtbank als volgt. Van [verdachte] is DNA aangetroffen op onder meer de zwarte handschoen en het Zokari wapen. Op dit wapen is naast het DNA van [verdachte] ook het DNA van aangever [slachtoffer] aangetroffen. Verder is van [medeverdachte 1] onder meer DNA aangetroffen op het Bruni pistool en op de witte handschoen. Op deze witte handschoen is ook het DNA van aangever [slachtoffer] aangetroffen. Verder is op de schouderband van de schoudertas waarin het Zokari wapen en het Bruni pistool zaten ook DNA van [verdachte] aangetroffen. Tot slot is DNA aangetroffen van alle drie de verdachten op de oranje handschoen en van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op de blauwe handschoen, terwijl die handschoenen in de Action tas zaten die door de daders bij de overval mee naar binnen en weer naar buiten is genomen.

Uit het dossier blijkt verder dat [medeverdachte 2] gebruik maakte van telefoonnummer [telefoonnummer 6] . Uit onderzoek naar voornoemd telefoonnummer blijkt dat dit nummer op 15 juni 2020 om 21.29 uur gebruik heeft gemaakt van Cell-ID’s aan de [straat 1] in Venlo. Dat is in de directe omgeving van de woning van aangever [slachtoffer] . Vanaf 21.47 uur verplaatste de gebruiker zich vanuit Venlo naar Eindhoven.

Voorts blijkt dat [medeverdachte 1] gebruik maakte van telefoonnummer [telefoonnummer 7] en dat hij rond middernacht na de overval drie keer belde naar het telefoonnummer dat in gebruik was bij [medeverdachte 2] .

Uit het dossier blijkt daarnaast dat [medeverdachte 2] ook gebruikmaakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] . Uit onderzoek blijkt dat de gebruiker van dit telefoonnummer op 15 juni 2020 rond 21:47 uur in de buurt was van de woning van [slachtoffer] en toen twee keer naar het andere telefoonnummer van [medeverdachte 2] heeft gebeld. Dit past goed in het scenario dat [medeverdachte 2] terwijl hij in de auto zat te wachten naar [medeverdachte 1] heeft gebeld, die [medeverdachte 2] ’s tweede telefoon tijdens de overval in bezit had om communicatie tussen buiten en binnen mogelijk te maken. Hierna verplaatste de gebruiker van dit nummer zich naar Eindhoven. Op 15 juni 2020 rond 22:28 uur belde de gebruiker van dit nummer naar de vaste telefoonaansluiting van de vader van [medeverdachte 2] . Tijdens dit telefoontje bevond de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 8] zich in de buurt van de Floralaan West, waar de Volkswagen Polo volgens de locatiegegevens van [slachtoffer] iPhone toen enkele minuten eerder was gearriveerd.

Alternatief scenario

[verdachte] heeft bij de politie en ter terechtzitting aangevoerd dat een plausibele verklaring kan worden gegeven voor de aanwezigheid van zijn DNA op het wapen, namelijk dat hij een tijdje in wapens heeft gehandeld en dat hij het vuurwapen – dat bij de overval is gebruikt – mogelijk ooit vast heeft gehad. Over het DNA dat is aangetroffen in de Volkswagen Polo heeft [verdachte] verklaard dat hij de auto weleens van [medeverdachte 2] heeft geleend, maar er soms ook als bijrijder in heeft gezeten. Voorts heeft [verdachte] verklaard dat hij vroeger geen lieve jongen was en dat hij toen betrokken is geweest bij andere inbraken. De handschoenen waarop zijn DNA is aangetroffen heeft hij mogelijk eerder bij andere inbraken gebruikt en vervolgens in de auto achtergelaten. [verdachte] heeft verder verklaard dat hij de tas (waarin de wapens zaten) waarop zijn DNA is aangetroffen, heeft aangekocht met het wapen, heeft omgehad en heeft doorverkocht met het wapen.

De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] op geen enkele wijze iets heeft aangedragen wat het door hem globaal geschetste alternatief scenario concreet en verifieerbaar maakt. Hij verklaart bijvoorbeeld niet wanneer hij de auto van [medeverdachte 2] zou hebben geleend of daar als bijrijder in heeft gezeten, van wie hij het wapen dat in de Volkswagen Polo is aangetroffen en waarmee [slachtoffer] is geslagen, zou hebben gekocht of aan wie hij dit zou hebben verkocht en wanneer hij die tas dan zou hebben omgehad. De rechtbank acht het alternatieve scenario van [verdachte] dan ook niet aannemelijk geworden. Sterker nog, de rechtbank acht dit alternatieve scenario van [verdachte] hoogst ongeloofwaardig. Dit scenario zou namelijk betekenen dat de daders gebruik hebben gemaakt van een wapen dat [verdachte] ooit een keer heeft vastgehad, dat zij een handschoen hebben gebruikt die [verdachte] toevallig ook heeft gebruikt, dat zij al hun wapens na de overval in een tas hebben gedaan die [verdachte] ooit om had en dat zij zijn gevlucht terwijl in de middenconsole toevallig nog een flesje stond met op de drinkopening DNA van [verdachte] en van de eigenaar van de auto die om meerdere redenen ervan wordt verdacht dat hij de overval heeft voorbereid en de vluchtauto heeft bestuurd. Dat is allemaal zó toevallig, dat het volgens de rechtbank niet waar kan zijn. Het scenario van de tenlastelegging is naar het oordeel van de rechtbank de beste reconstructie van de feitelijke toedracht en de enige geloofwaardige verklaring voor de aangetroffen sporen.

Medeplegen

Naar het oordeel van de rechtbank is sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en de onbekend gebleven vierde persoon, nu zij samen uitvoering hebben gegeven aan de woningoverval en ieders bijdrage van eenzelfde gewicht was. Daarmee acht de rechtbank het ten laste gelegde medeplegen ten aanzien van feit 1 bewezen.

Conclusie

Gelet op al deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen verdachte zich op 15 juni 2020 te Venlo schuldig heeft gemaakt aan een woningoverval (feit 1) en dat hij een gaspistool voorhanden had (feit 2).

De rechtbank acht derhalve het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

De zaak met parketnummer 03.040626.22

De rechtbank acht feit 2 de zaak 03.040626.22 wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank zal, omdat de verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 april 2023;

- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [naam 17] en [naam 18] .

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

In de zaak met parketnummer 03.320919.20

feit 1

op 15 juni 2020 te Venlo tezamen en in vereniging met anderen heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

- een geldbedrag (ongeveer 2.200) en

- mobiele telefoons van het merk/type iPhone en Nokia

- een tas van het merk Hugo Boss

- huissleutels en

- identiteitskaarten en

- bankpassen en

- oordopjes van het type AirPods en

- een halsketting en

- een (sport)tas en

- een rijbewijs en

- een OV-chipkaart en

- een spaarkaart van een dierenwinkel en

- een pak shag van het merk JPS,

toebehorende aan [slachtoffer] en/of [naam 4] en/of [naam 3] terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] en/of [naam 4] en/of [naam 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededaders

- ( geladen) vuurwapens op deze [slachtoffer] en/of [naam 4] en/of [naam 3] heeft/hebben gericht en

- hierbij dreigend de woorden heeft/hebben gesproken "Dit is een overval" en "Iedereen liggen, dit is geen grap" en "Handen vooruit" en "Naar beneden kijken, één verkeerde beweging en we halen de trekker over" en

- vervolgens tape om de polsen en/of mond van deze [slachtoffer] en/of [naam 4] en/of [naam 3] heeft/hebben gebonden en

- op dreigende toon aan deze [slachtoffer] heeft/hebben gevraagd “Waar is de doekoe” terwijl verdachte en/of zijn mededaders vuurwapens op deze [slachtoffer] en/of [naam 4] en/of [naam 3] gericht hielden en

- deze [slachtoffer] met het vuurwapen tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en

- op dreigende toon die [slachtoffer] hebben toegesproken met de woorden "Hier ligt het geld toch, wat lieg je nou? Ik maak je kapot, ik wil je schieten".

feit 2

op 15 juni 2020 te Venlo en/of Eindhoven een wapen van Categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een semi-automatisch gaspistool met bijpassend patroon magazijn, van het merk Zoraki, model 914, kaliber 9 millimeter PAK voorhanden heeft gehad.

In de zaak met parketnummer 03.040626.22

feit 2

op 18 december 2020 te Breda opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander te weten de naam en de geboortedatum en het adres van [naam 1] heeft gebruikt door op vordering van hoofdagent van politie Landelijke Eenheid [naam 18] deze personalia bij een identiteitscontrole op te geven, met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen, waardoor enig nadeel kon ontstaan.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

In de zaak met parketnummer 03.320919.20

feit 1: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

In de zaak met parketnummer 03.040626.22

feit 2: opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

6. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7. De straf en/of de maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden met aftrek van voorarrest. Zij heeft bij de formulering van haar strafeis rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn en artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr)

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat, gelet op de bepleite vrijspraak en de termijnoverschrijding, in de zaak met parketnummer 03.040626.22 toepassing gegeven dient te worden aan artikel 9a Sr.

In geval van bewezenverklaring van ook de gewapende overval heeft de raadsvrouw verzocht rekening te houden met de forse overschrijding van de redelijke termijn en de gevangenisstraf die de verdachte op dit moment in Duitsland uitzit. Zij verzoekt daarom om oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. Voor wat betreft de hoogte daarvan en de daaraan te verbinden proeftijd refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank.

Ten slotte heeft de raadsvrouw verzocht om het bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich samen met de medeverdachten schuldig gemaakt aan een woningoverval. De medeverdachte [medeverdachte 2] heeft een afspraak gemaakt via Marktplaats om een lucratieve overval mogelijk te maken. De drie slachtoffers [slachtoffer] , [naam 4] en [naam 3] zijn onder bedreiging van drie vuurwapens beroofd van hun spullen. Daarbij zijn de polsen van de slachtoffers vastgebonden met duct-tape. Tegen [slachtoffer] heeft een van de overvallers fysiek geweld gebruikt door hem met het vuurwapen tegen zijn hoofd te slaan. Uit de ter terechtzitting voorgehouden slachtofferverklaring van [slachtoffer] blijkt dat dit feit een enorme impact op hem heeft gehad, die zelfs zes jaar later nog zijn sporen nalaat.

De verdachte heeft zich voorts nog schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een gaspistool. Ook heeft hij de personalia van iemand anders misbruikt om zich daarmee te identificeren bij de politie. De verdachte heeft daarmee het vertrouwen geschaad dat iedereen in het maatschappelijk verkeer in de juistheid van het gebruik van personalia moet kunnen stellen. Het moge duidelijk zijn dat het zwaartepunt bij het bepalen van de straf ligt bij de overval.

Evenals de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat er, gelet op de ernst van de feiten die de verdachte heeft gepleegd, niet kan worden volstaan met een andere straf dan een forse gevangenisstraf. Daarbij komt dat de verdachte een lang strafblad heeft. De voorlopige hechtenis is met ingang van 25 mei 2021 geschorst met daaraan onder meer de voorwaarde verbonden dat de verdachte geen nieuwe strafbare feiten mag plegen. Uit zijn strafblad van 28 april 2026 volgt dat hij gedurende deze lopende schorsing desondanks nieuwe strafbare feiten in Nederland heeft gepleegd, waarvoor hij is veroordeeld. Ook volgt uit het dossier dat de verdachte in Duitsland is veroordeeld tot een jarenlange gevangenisstraf. Het pleit niet voor de verdachte dat hij ondanks eerdere veroordelingen en de schorsingsvoorwaarden door is blijven gaan met het plegen van strafbare feiten.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport over de verdachte van 27 maart 2026. Daarin staat dat de reclassering geen advies kan geven of interventies en/of toezicht noodzakelijk is, gelet op het feit dat de verdachte nog meerdere jaren in Duitsland in detentie moet verblijven.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting acht geslagen op de door het LOVS geformuleerde oriëntatiepunten, waarbij het uitgangspunt voor een woningoverval een gevangenisstraf voor de duur van 3 tot 5 jaren is, afhankelijk van onder meer de mate van geweld die is gebruikt. Strafverzwarend voor de verdachte is dat er sprake was van medeplegen, dat er gedreigd is met een vuurwapen, dat de polsen van de drie slachtoffers werden vastgemaakt met duct-tape en dat er bij het slachtoffer [slachtoffer] ook tape op zijn mond geplakt en dat hij door een van de overvallers geslagen is met het vuurwapen waarbij hij letsel heeft opgelopen.

De rechtbank is voorts van oordeel dat door het tijdverloop in deze zaak vanaf de inverzekeringstelling op 18 december 2020 tot en met de uiteindelijke berechting van de verdachte, de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM met drie jaar en vijf maanden is overschreden. Er is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigen.

In beginsel zou de rechtbank, bij voortvarende berechting, een gevangenisstraf van 66 maanden passend hebben gevonden. Dit is zes maanden langer dan zijn medeverdachten, omdat hij voorafgaand aan deze gewapende overval al meerdere inbraken had gepleegd en daarvoor ook al diverse gevangenisstraffen had uitgezeten. Vanwege de geconstateerde schending van de redelijke termijn zal de rechtbank een stafkorting van 12 maanden toepassen.

Alles overwegende zal de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 54 maanden.

De verdachte verblijft tijdens de gevangenisstraf in een penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

Voorlopige hechtenis

De verdachte is op 18 december 2020 in verzekering gesteld. Het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte is op 25 mei 2021 door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch geschorst. Op 20 november 2025 is de schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven, omdat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit. De officier van justitie heeft toegelicht dat deze vordering tot opheffing van de schorsing alleen was ingediend om een titel te creëren voor de ‘tijdelijke overlevering’ van de verdachte. Hij is immers gedetineerd in Duitsland en zou alleen op deze manier de inhoudelijke behandeling van deze zaak in Nederland kunnen bijwonen. De voorlopige hechtenis in deze zaak zou pas weer tenuitvoergelegd worden als de Duitse gevangenisstraf eindigt op een moment dat de straf in deze zaak nog niet onherroepelijk is. De rechtbank ziet onder deze omstandigheden, mede gelet op het tijdverloop sinds de overval en de schorsing en het tijdverloop tot dat eventuele toekomstige moment, geen aanleiding het bevel nog langer te handhaven. De rechtbank zal de voorlopige hechtenis daarom met ingang van heden opheffen.

8. De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 14.712,68 euro ter zake van feit 1 in de zaak 03.320919.20. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:

a. medische kosten: € 918,19

eigen risico 2020: € 103,73

eigen risico 2021: € 385,-

eigen risico 2022: € 44,46

eigen risico 2023: € 385,-

reis- en parkeerkosten: € 130,-

kosten als gevolg van noodzakelijk verhuizing: € 3.664,49

dubbele huurlasten maart 2021: € 730,84

dubbele energielasten maart 2021: € 95,-

kleine vergoeding buren plaatsen nieuwe schutting: € 70,-

kosten verhuisbusje: € 126,51

beschadigde bank: € 900,-

Ringdeurbel: € 100,-

nieuw fornuis: € 823,95

nieuwe vloer: € 758,19

verfmateriaal: € 60,-

immateriële schade: € 10.000,-

De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering, met dien verstande dat bij post c. de benadeelde in het deel van de vordering dat ziet op de beschadigde bank en het nieuw fornuis niet-ontvankelijk verklaard dient te worden.

De officier van justitie vordert dat de verdachte hoofdelijk wordt veroordeeld tot betaling van de schade, waarbij ook de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht moeten worden opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in zijn vordering, gelet op de bepleitte vrijspraak.

Subsidiair heeft de raadsvrouw zich eveneens op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard dient te worden, omdat de beoordeling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Meer subsidiair heeft de raadsvrouw zich ten aanzien van post a. gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft het eigen risico van 2020. De benadeelde partij dient in de gevorderde kosten die zien op het eigen risico van 2021 tot en met 2023 niet-ontvankelijk verklaard te worden. Ten aanzien van de posten b. en c., heeft zij eveneens verzocht de benadeelde niet-ontvankelijk te verklaren. Voorts heeft zij zich op het standpunt gesteld dat van post d. maximaal een bedrag van € 5.500,- kan worden toegewezen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde onder feit 1 in de zaak 03.320919.20 rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank overweegt en oordeelt als volgt.

Medische kosten (post a.)

De rechtbank is van oordeel dat de vordering ten aanzien post a. voldoende is onderbouwd, voor zover het ziet op het eigen risico van 2020 vanaf de datum van het bewezenverklaarde feit. Het betreft naar het oordeel van de rechtbank rechtstreekse schade en vergoeding van deze kosten acht de rechtbank redelijk. Dat betekent dat deze schadepost zal worden toegewezen tot een bedrag van € 98,24 (eigen risico 2020 vanaf 15 juni 2020).

De benadeelde partij wordt ten aanzien van de vordering van het eigen risico van 2020 dat betrekking heeft op de periode voorafgaand aan 15 juni 2020, het eigen risico van 2021, het eigen risico van 2022 en het eigen risico van 2023 niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft weliswaar voldoende onderbouwd dat deze kosten zijn gemaakt, maar uit de door hem overgelegde overzichten blijkt niet voldoende duidelijk waar deze kosten op zien. Dit zou de benadeelde partij daarom (schriftelijk) moeten toelichten. Daarvoor is in de strafprocedure echter geen plaats, omdat dit leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in dit deel van de vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering daarom aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Reiskosten (post b.)

De rechtbank zal de gevorderde reiskosten toewijzen tot een bedrag van € 20,-. Het betreft rechtstreekse schade en de rechtbank acht deze kosten redelijk en voldoende onderbouwd. De rechtbank verklaart de benadeelde partij voor het onder post b. meer gevorderde niet-ontvankelijk, omdat dit deel van de vordering thans onvoldoende is onderbouwd. Het geven van een gelegenheid tot nadere onderbouwing zou naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Kosten noodzakelijke verhuizing (post c.)

Ten aanzien van de gevorderde kosten in verband met de verhuizing overweegt de rechtbank dat de benadeelde partij deze kosten heeft gemaakt wegens mede door de verdachte veroorzaakte gevoelens van onveiligheid en angst in de eigen (voormalige) woning. De rechtbank acht voldoende gesteld en onderbouwd dat de benadeelde partij zich genoodzaakt heeft gezien ergens anders te gaan wonen als gevolg van de woningoverval. Daarmee is er sprake van rechtstreekse schade die is veroorzaakt door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte.

De kosten die zijn gevorderd voor de dubbele huurlasten, de dubbele energielasten en het verhuisbusje wijst de rechtbank toe. Het betreft rechtstreekse schade en de rechtbank acht deze kosten redelijk en voldoende onderbouwd.

De rechtbank zal op grond van artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) de gevorderde kosten voor een nieuw fornuis, een nieuwe vloer en verfmateriaal schatten op € 500,- en voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank overweegt daartoe dat ingeval van gehele toewijzing van de gevorderde kosten voor deze nieuwe goederen de benadeelde partij zich in een betere positie zou bevinden dan vóór de woningoverval.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij in de kosten van het plaatsen van de nieuwe schutting en de Ringdeurbel niet-ontvankelijk, omdat onvoldoende is onderbouwd dat sprake is van een rechtstreeks verband tussen deze schade en het bewezenverklaarde feit. Ook in de gevorderde kosten van de beschadigde bank zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren, omdat dit deel van de vordering thans onvoldoende is onderbouwd. De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

In totaal acht de rechtbank voor wat betreft post c. een bedrag van: (€ 730,84 + € 95,- + € 126,51 + € 500,-) € 1.452,35 toewijsbaar.

Immateriële schade (post d.)

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De benadeelde partij heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat hij lichamelijk letsel heeft opgelopen en dat er sprake is van een aantasting in zijn persoon. Uit het onderzoek op de zitting en het dossier blijkt dat hij naar aanleiding van de woningoverval onder meer een hersenschudding heeft opgelopen en dat er psychische klachten, waaronder PTSS, bij de benadeelde partij zijn geconstateerd. Tot op heden ondervindt de benadeelde partij de gevolgen van de klachten die zijn ontstaan door de woningoverval, zoals ook blijkt uit de door de raadsvrouw van de benadeelde partij voorgedragen slachtofferverklaring. De benadeelde partij komt dan ook in aanmerking voor vergoeding van immateriële schade. Gelet op soortgelijke zaken en de Rotterdamse schaal is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding billijk is. De rechtbank wijst dit deel van de vordering van de benadeelde partij daarom geheel toe tot een bedrag van € 10.000,-.

Conclusie

De rechtbank komt aldus tot toewijzing van de schadevergoedingsvordering tot een bedrag € 11.570,59, bestaande uit € 1.570,59 aan materiële schade en € 10.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2020.

De verdachte is naar burgerlijk recht samen met zijn mededaders aansprakelijk voor deze schade.

De rechtbank ziet verder aanleiding om de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

9. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 47, 57, 63, 231b, 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. De beslissing

De rechtbank:

Niet-ontvankelijkheid

- verklaart het openbaar ministerie ter zake van het onder feit 1 in de zaak met parketnummer 03.040626.22 tenlastegelegde niet-ontvankelijk in de vervolging;

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

Voorlopige hechtenis

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel (feit 1 in de zaak met parketnummer 03.320919.20)

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Bastiaans, voorzitter, mr. N.P.J. van de Pasch en mr. S.S. Vijn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.H.M. Meisen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 5 juni 2026.

Buiten staat

Mr. N.P.J. van de Pasch en mr. S.S. Vijn zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

Parketnummer 03.320919.20

1. hij op of omstreeks 15 juni 2020 te Venlo tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

- enig geldbedrag (ongeveer 2.300) en/of- een of meerdere mobiele telefoons van het merk/type iPhone en/of Nokia- een tas van het merk Hugo Boss met inhoud- een of meerdere huissleutels en/of- een of meerdere identiteitskaarten en/of- een of meerdere bankpassen en/of- oordopjes van het type AirPods en/of- een halsketting en/of- een of meerdere (sport)tassen- een of meerdere rijbewijzen en/of- een of meerdere OV-chipkaarten en/of- een spaarkaart van een dierenwinkel en/of- een pak shag van het merk JPS,in elk geval enig(e) goed/goederen, die/dat geheel of ten dele aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), te weten aan [slachtoffer] en/of [naam 4] en/of [naam 3] terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen Brankert en/of [naam 4] en/of [naam 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)- een of meerdere (geladen) vuurwapens op deze [slachtoffer] en/of [naam 4] en/of [naam 3] heeft/hebben gericht en/of- hierbij dreigend de woorden heeft/hebben gesproken "Dit is een overval" en/of "Iedereen liggen, dit is geen grap" en/of "Handen vooruit" en/of "Naar beneden kijken, één verkeerde beweging en we halen de trekker over" en/of- (vervolgens) tape om de polsen en/of mond van deze [slachtoffer] en/of [naam 4] en/of [naam 3] heeft/hebben gebonden en/of- een of meerdere malen op dreigende toon aan deze [slachtoffer] hebben gevraagd “Waar is de doekoe” terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) een of meerdere vuurwapens op deze [slachtoffer] en/of [naam 4] en/of [naam 3] gericht hield/hielden en/of- (voorts) deze [slachtoffer] een of meerdere malen met het vuurwapen tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of- (vervolgens) op dreigende toon die [slachtoffer] heeft/hebben toegesproken met de woorden "Hier ligt het geld toch, wat lieg je nou? Ik maak je kapot, ik wil je schieten" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2. hij op of omstreeks 15 juni 2020 te Venlo en/of Eindhoven, althans in Nederland, een wapen van Categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een semi-automatisch gaspistool met bijpassend patroon magazijn, van het merk Zoraki, model 314, kaliber 9 millimeter PAK zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad.

Parketnummer 03.040626.22

1. hij op of omstreeks 15 juni 2020 te Venlo en/of Eindhoven, althans in Nederland een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een semi-automatisch gaspistool met bijpassend patroon magazijn, van het merk Zoraki, model 314, kaliber 9 millimeter PAK zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad;

2. hij op of omstreeks 18 december 2020 te Breda opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander te weten de naam en/of de geboortedatum en/of het adres van [naam 1] heeft gebruikt door op vordering van hoofdagent van politie Landelijke Eenheid [naam 18] deze personalia bij een identiteitscontrole op te geven, met het oogmerk om zijn/haar identiteit te verhelen en/of de identiteit van de ander te verhelen en/of te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand