RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/352304 / KG ZA 26-178
Vonnis in kort geding van 4 juni 2026
in de zaak van
[persoon 1] ,
wonende te [plaats 1] ,
eiser/oppossant,
hierna te noemen: [persoon 1] ,
advocaat: mr. B. Coomans,
tegen
[persoon 2] ,
wonende te [plaats 2] ,
gedaagde/geopposseerde,
hierna te noemen: [persoon 2] ,
advocaat: mr. R.P.H.W. Haas.
1. De procedure
Het verloop van de onderhavige verzetprocedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met de producties 1 tot en met 4,
- de brief met de producties 19 tot en met 24 van [persoon 2] ,- de mondelinge behandeling van 4 juni 2026 met de spreekaantekeningen van mr. Haas.
Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag, zulks mondeling ter zitting. De schriftelijke motivering van deze uitspraak zal nader, uiterlijk op 18 juni 2026, volgen.
2. De beslissing
De voorzieningenrechter
verklaart het verzet ongegrond,
laat het gewezen verstekvonnis van 15 april 2026 onder zaaknummer C/03/350724 / KG ZA 26-103 integraal in stand,
veroordeelt [persoon 1] in de proceskosten van € 1.707,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [persoon 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Provaas, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026 om 14:18 uur