ECLI:NL:RBLIM:2026:5593

ECLI:NL:RBLIM:2026:5593

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 10-06-2026
Datum publicatie 10-06-2026
Zaaknummer ROE 26.348 en ROE 26/493
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening+bodemzaak

Samenvatting

Verzoek om een voorlopige voorziening hangende beroep tegen het afwijzen van een handhavingsverzoek. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college het handhavingsverzoek van eiseres terecht heeft afgewezen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college het handhavingsverzoek ten aanzien van het gebruik van de loods als parkeergarage terecht heeft aangemerkt als een herhaalde aanvraag – omdat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden – en op die grond het handhavingsverzoek heeft mogen afwijzen. Verder geeft het betoog van eiseres geen aanleiding voor het oordeel dat de eerdere weigering van het college tot handhavend optreden evident onredelijk is. De garagepoort waarop het handhavingsverzoek ziet is inmiddels gelegaliseerd en de productiekeuken was al vergund en er is geen sprake van activiteiten die niet binnen deze vergunning passen. Het beroep is dan ook ongegrond. Omdat de voorzieningenrechter direct uitspraak doet op het beroep, wijst hij het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

[naam] , uit Maastricht, eiseres,

Als derde-partij neemt aan de zaken deel: [naam] , uit Maastricht,

Samenvatting

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummers: ROE 26/348 en ROE 26/493

uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 juni 2026 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht, het college,

(gemachtigde: mr. C. Opbroek-Erdkamp).

(gemachtigde: mr. R. Ramakers).

1. Deze uitspraak gaat over het afwijzen van een handhavingsverzoek voor de locatie [adres] in Maastricht. Eiseres is niet eens met deze afwijzing van haar verzoek. Zij heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. Zij voert in haar beroepschrift een aantal gronden aan. Aan de hand van deze gronden beoordeelt de voorzieningenrechter of het college het verzoek om handhaving heeft mogen afwijzen.

2. De voorzieningenrechter beslist direct op het beroep van eiseres en komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het handhavingsverzoek van eiseres terecht heeft afgewezen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college het handhavingsverzoek ten aanzien van het gebruik van de loods als parkeergarage terecht heeft aangemerkt als een herhaalde aanvraag – omdat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden – en op die grond het handhavingsverzoek heeft mogen afwijzen. Verder geeft het betoog van eiseres geen aanleiding voor het oordeel dat de eerdere weigering van het college tot handhavend optreden evident onredelijk is. De garagepoort waarop het handhavingsverzoek ziet is inmiddels gelegaliseerd en de productiekeuken was al vergund en er is geen sprake van activiteiten die niet binnen deze vergunning passen. Het voorgaande betekent dat het beroep van eiseres ongegrond is. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Omdat de voorzieningenrechter direct uitspraak op het beroep doet, wijst hij het verzoek om een voorlopige voorziening af; er valt immers geen voorlopige voorziening meer te treffen als al een definitieve beslissing genomen wordt.

Procesverloop

3. Met de primaire besluiten van 27 augustus 2025 en 1 september 2025 heeft het college het verzoek om handhaving van eiseres gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk afgewezen. Met het bestreden besluit van 12 februari 2026 op het bezwaar van eiseres tegen de primaire besluiten heeft het college het handhavingsverzoek geheel afgewezen onder aanvulling van de motivering. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

4. Het college heeft op het verzoek om een voorlopige voorziening en het beroep met een verweerschrift gereageerd. De derde-partij heeft ook schriftelijk gereageerd.

5. De voorzieningenrechter heeft het verzoek en het beroep op 28 mei 2026 op zitting behandeld, gelijktijdig met het hiermee samenhangende verzoek en beroep van eiseres tegen een verleende omgevingsvergunning voor het legaliseren van een nieuwe poort. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van het college, D. Körver namens het college, de derde-partij en zijn gemachtigde.

6. Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet aan de beoordeling van de zaak kan bijdragen, beslist hij ook direct op het beroep van eiseres.

Totstandkoming van het bestreden besluit

7. Eiseres woont in een bovenwoning aan de [adres] in Maastricht. Zij heeft bij brief van 3 juli 2025 het college verzocht om ten aanzien van de begane grond van het pand aan de [adres] handhavend op te treden. Het verzoek heeft betrekking op het gebruik van de daar aanwezige ruimte (loods) als parkeergarage (1), de gevelwijziging (garagepoort) en overlast door het daarbij behorende motorische systeem (2) en de uitbreiding van een productiekeuken en het gebruik van de loods als verlengstuk daarvan (3).

8. Naar aanleiding van dit verzoek om handhaving heeft een toezichthouder van de gemeente Maastricht op 20 augustus 2025 een controle ter plaatste uitgevoerd. Daarbij is geconstateerd dat zonder omgevingsvergunning een nieuwe garagepoort is aangebracht. Verder is geconstateerd dat het gebruik van de productiekeuken in overeenstemming is met de daarvoor verleende omgevingsvergunning. Dit is ook tijdens een controle op 12 september 2025 geconstateerd.

9. Bij besluit van 28 augustus 2025 heeft het college het verzoek om handhaving ten aanzien van de garagepoort toegewezen, omdat geen vergunning is verleend voor deze wijziging van het gemeentelijke monument. Voor het overige is het verzoek om handhaving afgewezen. Daarna heeft het college nogmaals een besluit op het verzoek om handhaving genomen. Dit besluit van 2 september 2025 betreft een wijziging en aanvulling van de motivering van het eerdere besluit van 28 augustus 2025. Deze wijziging en aanvulling van de motivering gaan over het onrechtmatig gebruik van de loods als parkeergarage en de garagepoort. Het besluit op het handhavingsverzoek (gedeeltelijke toe- en afwijzing) blijft onveranderd.

10. Bij de beslissing op bezwaar heeft het college de afwijzing van het handhavingsverzoek in stand gelaten onder wijziging en aanvulling van de motivering. Daarbij heeft het college de afwijzing van het verzoek ten aanzien van het gebruik van de loods als parkeergarage, anders dan in de primaire besluiten, gebaseerd op artikel 4:6, tweede lid, van de Awb (herhaalde aanvraag). Over de garagepoort heeft het college aangegeven dat inmiddels bij besluit van 10 december 2025 een omgevingsvergunning is verleend voor het vervangen van de bestaande poort en dat daarmee geen sprake meer is van een overtreding.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Omvang van het geding

11. De voorzieningenrechter overweegt dat in deze procedure enkel de beroepsgronden worden besproken die zien op het bestreden besluit. Dit betekent dat de beroepsgronden die gaan over onderwerpen ten aanzien waarvan het college volgens eiseres handhavend moet optreden en die niet eerder in het handhavingsverzoek zijn genoemd, niet in deze procedure aan de orde kunnen komen.

Volledige beoordeling van het handhavingsverzoek

12. Op zitting heeft de voorzieningenrechter aan het college de vraag gesteld of het handhavingsverzoek had moeten worden opgevat als een verzoek om te toetsen aan de geluidsnormen of zogenoemde vangnetbepalingen vanwege geluidhinder. Het college heeft daarop geantwoord dat het verzoek niet als zodanig is aangemerkt, gelet op de inhoud van het handhavingsverzoek en de omstandigheid dat eiseres haar verzoek na meerdere telefonische gesprekken onvoldoende heeft verduidelijkt.

13. De voorzieningenrechter leest in het handhavingsverzoek dat eiseres heeft aangegeven dat zij geluidhinder ervaart, onder meer van het brommende geluid van het motorische systeem van de poort en het dichtslaan tegen de gevel. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat het bestreden besluit op dat punt een motiveringsgebrek bevat. De voorzieningenrechter zal dit gebrek in de besluitvorming passeren door toepassing te geven aan artikel 6:22 van de Awb. Het college heeft namelijk op zitting aangegeven dat toezichthouders meerdere malen ter plekke zijn geweest en dat geen geluidsoverlast is waargenomen. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om deze mededeling en constateringen in twijfel te trekken en betrekt daarbij de videobeelden met geluid die door de derde-partij zijn ingebracht en op zitting door de voorzieningenrechter zijn afgespeeld. Op deze beelden is te zien en te horen dat de beide poortdeuren dichtgaan, terwijl een persoon met gedempte stem praat en eiseres heeft bevestigd dat dit het hoorbare geluid is, waarbij het binnengeluid wordt versterkt door trapopgang die een klankkast vormt. Gelet op hetgeen op zitting is besproken en voornoemde videobeelden, acht de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat geen sprake is van geluidhinder waartegen het college gehouden was om handhavend op te treden.

Mocht het college afzien van handhavend optreden?

Het onrechtmatig gebruik van de loods als parkeergarage

14. Eiseres stelt dat het college handhavend had moeten optreden tegen het onrechtmatige gebruik van de loods als parkeergarage. Het college heeft onvoldoende onderbouwd dat het overgangsrecht van toepassing is. Ook stelt eiseres dat de parkeergarage niet binnen het bestemmingsplan “Centrum” past, omdat die parkeergarage geen ondergeschikte woonfunctie heeft. Het college had moeten beoordelen of de parkeergarage bouwkundig en planologisch geschikt is voor commerciële exploitatie van de parkeerplaatsen.

De voorzieningenrechter stelt vast dat in de primaire besluiten het college het verzoek om handhaving ten aanzien van het gebruik van de loods als parkeergarage heeft afgewezen, omdat het college van mening is dat het in het bestemmingsplan opgenomen overgangsrecht van toepassing is. In het bestreden besluit stelt het college zich op het standpunt dat sprake is van een herhaald verzoek om handhaving. Het college heeft namelijk met het besluit van 8 november 2022 een eerder handhavingsverzoek van eiseres van 2 maart 2022 afgewezen, dat ook betrekking had op het gebruik als parkeergarage. Omdat dit besluit van 8 november 2022 onherroepelijk is en sindsdien het gebruik van de parkeergarage niet is gewijzigd, heeft het college het verzoek van eiseres (in bezwaar) afgewezen op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat het college een herhaalde aanvraag op grond van artikel 4:6, eerste lid, van de Awb mag afwijzen als de aanvrager geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden vermeldt. Volgens vaste rechtspraak moet onder nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden begrepen feiten of omstandigheden die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of die niet voor dat besluit konden en derhalve behoorden te worden overgelegd. Is hieraan voldaan, dan doen zich niettemin geen feiten of omstandigheden voor die een – hernieuwde – toetsing rechtvaardigen, indien op voorhand is uitgesloten dat hetgeen alsnog is aangevoerd of overgelegd aan het eerdere besluit kan afdoen.

Als naar het oordeel van de bestuursrechter het bestuursorgaan terecht meent dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn, dan kan dat de afwijzing van de aanvraag of het verzoek om terug te komen van een besluit in beginsel dragen. De bestuursrechter kan aan de hand van wat de rechtzoekende heeft aangevoerd echter tot het oordeel komen dat het besluit op de herhaalde aanvraag of het verzoek om terug te komen van een besluit evident onredelijk is.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college het handhavingsverzoek ten aanzien van het gebruik van de loods als parkeergarage terecht heeft aangemerkt als een herhaalde aanvraag en op die grond heeft het college het handhavingsverzoek dus mogen afwijzen. Uit de wettekst van artikel 4:6 volgt dat degene die na een afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag doet, gehouden is nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden en dat heeft zij niet gedaan. De voorzieningenrechter stelt daartoe vast dat het handhavingsverzoek van 2 maart 2022 op dezelfde overtreding ziet als het handhavingsverzoek van 22 februari 2026. Eiseres heeft geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden aangevoerd in haar handhavingsverzoek. Desgevraagd op zitting heeft zij enkel gesteld dat het gebruik van de loods als parkeergarage is geïntensiveerd, maar dit heeft zij niet onderbouwd. Het college en de derde-partij hebben op zitting het standpunt ingenomen dat de situatie niet is gewijzigd.

Vervolgens moet de vraag worden beantwoord of het evident onredelijk is om niet terug te komen op het besluit van 8 november 2022 (de eerdere weigering tot handhavend optreden). In dat kader moet worden nagegaan of het gebruik van de loods als parkeergarage onder het in het bestemmingsplan opgenomen overgangsrecht valt, zoals het college in de eerdere afwijzing van het handhavingsverzoek (en overigens ook in de primaire besluiten) heeft gezegd. Daar richt het beroep zich ook op. Als het gebruik op grond van dit overgangsrecht mag worden voortgezet, past dit (ook) binnen het omgevingsplan.

Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling is het aan degene die een beroep doet op het overgangsrecht van een bestemmingsplan om aannemelijk te maken dat het met het bestemmingsplan strijdige gebruik op de peildatum (het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan) plaatsvond en nadien is voortgezet en niet voor een periode langer dan een jaar is onderbroken zoals in dit geval is bepaald in artikel 34.2, onder a en c, van het bestemmingsplan. Alleen als dat aannemelijk wordt gemaakt, mag het met het bestemmingsplan strijdige gebruik op grond van het gebruiksovergangsrecht worden voortgezet.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college zich terecht op het standpunt stelt dat het gebruik van de loods als parkeergarage onder het gebruiksovergangsrecht valt. Gelet op wat in de stukken is opgenomen en wat op zitting is besproken, is - mede in het licht van onderhavige beoordeling die zich beperkt tot een evidentietoets omdat het vorige besluit tot afwijzing van het handhavingsverzoek onherroepelijk is - voldoende aannemelijk gemaakt dat het gebruik van de loods als parkeergarage bestond op het moment dat het bestemmingsplan in 2013 werd vastgesteld en sindsdien onafgebroken, althans zonder onderbreking van meer dan een jaar, is voortgezet. Het college en de derde-partij hebben op zitting toegelicht dat de loods altijd als stalling voor auto’s is ingericht en ook als zodanig is gebruikt. De inrichting als stallingsplek voor auto’s is ook niet betwist. Eiseres heeft op zitting bevestigd dat de loods in de periode dat zij daar woont (26 jaar) voor de stalling van auto’s werd gebruikt. Dat er steeds meer auto’s werden gestald en dat dit gebruik zou zijn geïntensiveerd zoals eiseres stelt, wordt betwist door het college en de derde-partij. Bovendien is een enkele intensivering door een groter aantal auto’s, voor zover daarvan al sprake zou zijn, nog geen verandering van gebruik die ertoe zou leiden dat het gebruiksovergangsrecht niet meer van toepassing zou zijn. Daarbij is ook relevant dat het aantal stallingsplekken waarvoor de garage is ingericht, niet is veranderd.

Gelet op het voorgaande geeft het betoog van eiseres geen aanleiding voor het oordeel dat – nu geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden – de eerdere weigering van het college tot handhavend optreden evident onredelijk is.

Illegale uitbreiding productiekeuken en gebruik loods als verlengstuk

15. Eiseres voert aan dat, voor zover een omgevingsvergunning voor de productiekeuken is verleend, die vergunning geen uitbreiding van de activiteiten in de loods toestaat. Het college heeft in dat verband niet vastgesteld of de laad-en losactiviteiten binnen de omgevingsvergunning vallen en of die activiteiten planologisch toelaatbaar zijn. Eiseres ervaart veel geluidsoverlast als gevolg van de laad-en losactiviteiten.

Op 25 oktober 2022 heeft deze rechtbank een uitspraak gedaan over een eerder ingediend handhavingsverzoek van eiseres dat betrekking had op bedrijfsactiviteiten die in de bedrijfskeuken met parkeergarage van onderhavig gebouw plaatsvonden. Daarin heeft de rechtbank geoordeeld dat op 16 oktober 2017 een omgevingsvergunning is verleend voor het gebruik van de benedenverdieping voor een bijeenkomst- en horecafunctie en dat de bedrijfsactiviteiten (keukenwerkzaamheden ten behoeve van een elders gelegen restaurant) binnen die omgevingsvergunning passen. De rechtbank heeft zich ook uitgelaten over de vraag of sprake is van overlast als gevolg van deze activiteiten en heeft daarbij ook het inpandig laden-en lossen in de garage betrokken. In de gestelde overlast door eiseres had het college daarom geen aanleiding hoeven te zien om handhavend op te treden. Naar aanleiding van onderhavig handhavingsverzoek zijn weer controles uitgevoerd en uit het aanvullend controlerapport van 11 februari 2026 volgt dat de activiteiten van de productiekeuken ten tijde van meerdere controles in overeenstemming waren met de omgevingsvergunning. Het door eiseres aangevoerde geeft de voorzieningenrechter geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de constateringen van de toezichthouder. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Vervangen van de bestaande poort

16. Eiseres voert aan dat zij geluidsoverlast ervaart door het openen en sluiten van de (deuren van de) garagepoort als gevolg van het vervangen van die poort.

Naar aanleiding van onderhavig handhavingsverzoek (en het voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom door het college) heeft de derde-partij een omgevingsvergunning aangevraagd voor het vervangen van de bestaande poort. Het college heeft die vergunning op 10 december 2025 verleend. Met de verlening van de omgevingsvergunning is de overtreding beëindigd en is het college niet meer bevoegd om daartegen handhavend op te treden. De voorzieningenrechter heeft in de uitspraak van vandaag op het verzoek om een voorlopige voorziening en het beroep van eiseres tegen deze omgevingsvergunning geoordeeld dat het college deze omgevingsvergunning mocht verlenen. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

17. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college het handhavingsverzoek van eiseres terecht heeft afgewezen en dat eiseres geen gelijk krijgt.

18. Omdat het beroep ongegrond is, bestaat er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.

19. Omdat het beroep ongegrond is, krijgt eiseres het griffierecht niet terug.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Snijders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Kloos, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2026.

deze uitspraak te ondertekenen.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 10 juni 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand