RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 11903254 \ AZ VERZ 25-113
Beschikking van 29 januari 2026
in de zaak van
[verzoekende partij] ,
wonende te [plaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekende partij] ,
gemachtigde: mr. I. Rebbik (ARAG SE),
tegen
ADVANCED SERVICES & MAINTENANCE EUROPE B.V.,
gevestigd te Maastricht en kantoorhoudende te Urmond,
verwerende partij,
hierna te noemen: ASM,
niet verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 30 september 2025 ter griffie ontvangen verzoekschrift.
- de mondelinge behandeling van 15 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de door mr. Rebbik overgelegde kopie van het exploot van betekening d.d. 12 december 2025.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. De feiten
[verzoekende partij] , geboren [geboortedag] 1970, is op 9 september 2013 in dienst getreden bij AIS Europe B.V. Dit bedrijf is vervolgens overgenomen door ASM. De functie van [verzoekende partij] was Customer Service Representative met een salaris van € 2.178,90 bruto per maand, exclusief vakantiegeld en overige emolumenten, op basis van een werkweek van 20 uur.
Op 28 juli 2025 heeft ASM de arbeidsovereenkomst opgezegd met ingang van
31 juli 2025.
3. Het verzoek
[verzoekende partij] verzoekt de kantonrechter - kort samengevat - om ASM te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, de transitievergoeding, een billijke vergoeding, de eindafrekening, buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [verzoekende partij] de grondslag voor de verzochte billijke vergoeding gewijzigd in die zin, dat zij deze baseert op artikel 7:681 lid 1 sub a BW in plaats van artikel 7:673 lid 9 BW.
ASM heeft geen verweer gevoerd en is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen.
Op de stellingen van [verzoekende partij] wordt hierna - voor zover relevant - nader ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt in de eerste plaats vast dat ASM behoorlijk is opgeroepen.
De gemachtigde van [verzoekende partij] heeft een kopie van het betekeningsexploot overgelegd waaruit blijkt dat op 12 december 2025 een afschrift van het verzoekschrift aan het adres van ASM is achtergelaten en ASM is opgeroepen om op de mondelinge behandeling van 15 januari 2026 te verschijnen. De omstandigheid dat ASM niet verschenen is, komt daarom voor haar risico. De kantonrechter zal tot een inhoudelijke beoordeling van het verzoek overgaan.
De kantonrechter stelt vast dat [verzoekende partij] berust in de opzegging van de arbeidsovereenkomst. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst met ingang van 31 juli 2025 geëindigd is.
Op grond van de onweersproken feitelijke stellingen van [verzoekende partij] komt de kantonrechter tot het oordeel dat het ontslag niet rechtsgeldig is: ASM heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd zonder instemming van [verzoekende partij] en zonder toestemming van het UWV. De verzoeken van [verzoekende partij] , die alle verband houden met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, en zullen daarom worden toegewezen. De kantonrechter ziet wel aanleiding om aan de verzochte dwangsom een maximum te verbinden van € 2.500,00. De verzochte wettelijke rente wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
De proceskosten komen voor rekening van ASM, omdat ASM overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van ASM. De proceskosten aan de zijde van [verzoekende partij] worden begroot op € 935,00 (€ 257,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
De verzochte wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt ASM om aan [verzoekende partij] de vergoeding wegens onregelmatige opzegging te betalen van € 7.059,63 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 augustus 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
veroordeelt ASM om aan [verzoekende partij] een transitievergoeding te betalen van € 9.331,53 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 september 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
veroordeelt ASM om aan [verzoekende partij] een billijke vergoeding te betalen van € 8.236,24 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking, tot aan de dag van de gehele betaling,
veroordeelt ASM om aan [verzoekende partij] een correcte eindafrekening te betalen, waarbij het openstaande vakantiegeld ten bedrage van € 174,31 bruto en 3 openstaande vakantie-uren worden uitbetaald, te vermeerderen met de wettelijke rente en de maximale wettelijke verhoging vanaf 1 september 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
veroordeelt ASM om aan [verzoekende partij] een schriftelijke en deugdelijke bruto/netto specificatie te verstrekken, op straffe van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat ASM hiermee na betekening van de beschikking in gebreke blijft, tot een maximum van
€ 2.500,00.
veroordeelt ASM tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 1.023,02, te vermeerderen met de wettelijke rente als deze kosten niet binnen veertien dagen na betekening van de beschikking zijn betaald, tot aan de dag van de gehele betaling,
veroordeelt ASM in de proceskosten van € 935,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als ASM niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
veroordeelt ASM tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na betekening van de beschikking zijn betaald,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026.