ECLI:NL:RBLIM:2026:6531

ECLI:NL:RBLIM:2026:6531

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 29-07-2026
Datum publicatie 06-07-2026
Zaaknummer C/03/343254 / HA ZA 25-292
Rechtsgebied Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Procesrecht. Klachten tegen tussenvonnis omtrent te stellen vragen aan deskundige, zijn geen wijziging van eis. Door eiser voorgestelde vragen zijn, zonder eiswijziging, niet relevant en worden niet overgenomen.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/343254 / HA ZA 25-292

Vonnis van 29 juli 2026

in de zaak van

[persoon 1] ,

te [woonplaats 1] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [partij 1] ,

advocaat: mr. T.G.M. Scheers,

tegen

1. [persoon 2] ,

te [woonplaats 2] ,2. [persoon 3],

te [woonplaats 2] ,

gedaagde partijen in conventie,

eisende partijen in reconventie,

hierna samen te noemen: [partij 2] ,

advocaat: mr. A. Kara.

1. De procedure

Het verloop van de procedure tot en met 8 april 2026 blijkt uit het tussenvonnis van die datum. Het verdere verloop blijkt uit:- de akte van [partij 1]- de akte van [partij 2]

Vonnis is bepaald op heden.

2. De verdere beoordeling

in conventie

Het tussenvonnis en de aktewisseling

In het tussenvonnis heeft de rechtbank beslist dat zij voornemens is om een deskundige te benoemen teneinde de rechtbank te informeren over de vraag of op de datum van de overdracht van de woning, te weten: 7 augustus 2023, het gat in de hoofdrioolbuis aanwezig was. In overweging 4.18 van het vonnis heeft de rechtbank vervolgens de vragen geformuleerd die zij aan de deskundige wenst te stellen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige en de vragen die aan de deskundige moeten worden voorgelegd.

[partij 1] heeft in zijn akte betoogd dat de vragen die aan de deskundige zullen worden voorgelegd, niet alleen betrekking moeten hebben op de vraag of er op de datum van de overdracht van de woning een gat in de hoofdrioolbuis aanwezig was, maar dat aan de deskundige ook moet worden gevraagd om te onderzoeken of er in het verleden sprake is geweest van een gebrekkige cementreparatie aan de hoofdrioolbuis. [partij 1] heeft in verband hiermee verzocht om drie door hem voorgestelde vragen op te nemen. Indien geen aanvullende vragen met betrekking tot een in het verleden uitgevoerde cementreparatie worden opgenomen in de opdracht aan de deskundige, heeft de opdracht aan de deskundige volgens [partij 1] geen meerwaarde. In dat geval verzoekt [partij 1] om de benoeming achterwege te laten en om een eindvonnis te wijzen, waartegen hoger beroep zal worden ingesteld.

Geen redenen om terug te komen op de beslissing in het tussenvonnis

De redenen die [partij 1] opgeeft om de door hem voorgestelde vragen aan de deskundige voor te leggen, zijn de volgende. Volgens [partij 1] heeft de rechtbank in het tussenvonnis ten onrechte geoordeeld dat uit de stellingen van [partij 1] volgt dat de door hem gestelde non-conformiteit aan de woning uitsluitend bestaat uit een gat in de hoofdrioolbuis dat reeds tijdens de levering van de woning op 7 augustus 2023 aanwezig was. Volgens [partij 1] heeft hij in de inleidende dagvaarding tevens gesteld dat er sprake was van een eerdere gebrekkige cementreparatie en is die gebrekkige reparatie ook in de pleitnota tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht. Ook uit het proces-verbaal blijkt dat er tijdens de mondelinge behandeling over de gebrekkige reparatie is gesproken, aldus [partij 1] . Om die reden behoort volgens [partij 1] ook de door hem gestelde gebrekkige reparatie aan de hoofdrioolbuis in het onderzoek door de deskundige te worden betrokken.

Waar het echter om gaat, zo oordeelt de rechtbank, is niet of [partij 1] tijdens de procedure voorafgaand aan het tussenvonnis gesteld heeft dat er (volgens hem) in de periode dat [partij 2] de woning bewoonden een gebrekkige cementreparatie aan de hoodfrioolbuis heeft plaatsgevonden die tot een gat in die hoofdrioolbuis heeft geleid. Waar het in verband met de vraagstelling aan de deskundige om gaat, is of [partij 1] aan zijn stelling dat de woning tijdens de levering niet aan de overeenkomst beantwoordde, (subsidiair) ten grondslag heeft gelegd dat er tijdens de levering sprake was van een gebrekkige cementreparatie, die vervolgens na de levering van de woning heeft geleid tot een gat in de hoofdrioolbuis. Die vraag heeft de rechtbank in het tussenvonnis ontkennend beantwoord. De rechtbank ziet in hetgeen in de processtukken, waaronder de akte uitlating van [partij 1] , omtrent de non-conformiteit is gesteld, geen aanleiding om op dit oordeel terug te komen. Daartoe geldt het volgende.

Volgens [partij 1] zijn er in de periode dat [partij 2] in de woning woonden, herstelwerkzaamheden aan de hoofdrioolbuis uitgevoerd die eruit bestonden dat deze gresbuis met cement is gerepareerd. De gehanteerde methode van herstel met cement, was volgens [partij 1] reeds op dat moment een niet deugdelijke wijze van herstel. Dit herstel is door [partij 1] in zijn processtukken consequent aangeduid als de reparatie of cementreparatie. De lekkage vanuit de riolering op 12 september 2023 kon volgens [partij 1] plaatsvinden omdat er in ieder geval op dat moment (in de terminologie van [partij 1] ) een gat dan wel breuk in de hoofdrioolbuis aanwezig was, waardoor het rioolwater de kelder kon instromen. Het is de stelling van [partij 1] dat dat gat (mede) is ontstaan door de (door hem gestelde) gebrekkige cementreparatie. Aldus maakt [partij 1] in zijn processtukken een duidelijk onderscheid tussen de cementreparatie in het verleden enerzijds en het gat / de breuk in de rioolbuis anderzijds. De stelling van [partij 1] in de akte uitlating (nummer 12) dat de gebrekkige reparatie ook herhaaldelijk door hem wordt aangeduid als ‘de breuk’ mist feitelijke grondslag.

In de inleidende dagvaarding heeft [partij 1] op diverse plaatsen zonder voorbehoud gesteld dat het gat in de rioolbuis niet recent was ontstaan, maar al geruime tijd aanwezig moet zijn geweest op het moment dat de woning aan hem werd geleverd (zie inleidende dagvaarding onder 8, 9 en 10 alsmede conclusie van antwoord in reconventie onder 6). Door [partij 1] is niet (subsidiair) gesteld dat de (volgens hem) gebrekkige cementreparatie ertoe heeft geleid dat er eerst op 12 september 2023, dan wel enig ander moment tussen de levering van de woning en 12 september 2023, een gat in de gresbuis is ontstaan die heeft geleid tot de lekkage op 12 september 2023. De feitelijke onderbouwing van de vordering door [partij 1] laat dan ook geen andere conclusie toe dan dat [partij 1] aan de stelling dat er sprake was van een non-conformiteit uitsluitend ten grondslag heeft gelegd dat er ten tijde van de levering van de woning een gat in de rioolbuis aanwezig was. Of dat gat voorafgaand aan de levering is ontstaan door de (gestelde) gebrekkige cementreparatie dan wel door een andere oorzaak, is daarmee voor de beoordeling van de op non-conformiteit gebaseerde vordering niet van belang. De rechtbank zou buiten de, aldus door [partij 1] zelf getrokken, grenzen van de rechtsstrijd zijn getreden indien zij had geoordeeld dat ook een eventueel na de levering ontstane breuk in de gresbuis ten gevolge van een cementreparatie in het verleden, een non-conformiteit kan opleveren die toewijzing van de vordering kan rechtvaardigen.

Geen vermeerdering van eis

Procespartijen hebben op grond van artikel 130 Rv. de bevoegdheid om tot aan het eindvonnis hun eis te veranderen dan wel te vermeerderen. Een wijziging van eis kan ook bestaan uit het veranderen dan wel aanvullen van de feitelijke grondslag van de vordering.

Op grond van artikel 2.7 van het Landelijk Procesreglement moet in de titel van de conclusie dan wel akte expliciet tot uitdrukking worden gebracht dat de eis wordt gewijzigd. Nu in de titel van de akte uitlating van [partij 1] niet is opgenomen dat hij zijn eis wenst te veranderen en dit evenmin expliciet uit de inhoud van de akte blijkt, constateert de rechtbank dat [partij 1] er niet voor heeft gekozen om reeds in deze procedure in eerste aanleg zijn eis te wijzigen. De enkele opmerking in de akte uitlating (onder nummer 12) dat de non-conformiteit mede is gelegen in de aanwezigheid van een ondeugdelijke reparatie die het normale functioneren van de riolering aantastte, volstaat daartoe niet. Dat betekent dat [partij 1] aan zijn stelling dat er ten tijde van de levering van de woning sprake was van een non-conformiteit uitsluitend ten grondslag heeft gelegd dat er op het moment van de levering sprake was van een gat / breuk in de hoofdrioolbuis c.q. de gresbuis.

Slotsom in conventie

Gezien het voorgaande blijft de rechtbank bij haar oordeel dat beantwoording van de vraag of er in het verleden een (gebrekkige) cementreparatie aan de rioolbuis heeft plaatsgevonden, voor de beoordeling van de vraag of er sprake is van een non-conformiteit die tot de waterschade heeft geleid, niet van belang is. De rechtbank ziet dan ook geen reden om de door [partij 1] voorgestelde vragen aan de deskundige voor te leggen. [partij 1] heeft expliciet gesteld dat hij in dat geval verzoekt om de benoeming van de deskundige achterwege te laten en om een eindvonnis te wijzen, waartegen hoger beroep zal worden ingesteld.

De rechtbank zal om die reden afzien van de benoeming van een deskundige. Dat heeft als consequentie dat tussen partijen niet is komen vast te staan dat het gat in de rioolbuis tijdens de levering van de woning reeds in de hoofdrioolbuis aanwezig was en dat er aldus sprake was van een non-conformiteit. Voor zover de vorderingen tegen [partij 2] zijn gebaseerd op de non-conformiteit, moeten ze worden afgewezen.

Nu de rechtbank in nr. 4.27 van het tussenvonnis heeft overwogen dat de vordering evenmin kan worden toegewezen op grond van dwaling, is de slotsom dat de vorderingen in conventie zullen worden afgewezen.

in reconventie

[partij 2] vorderen vergoeding van kosten die zij hebben gemaakt voor de door hen ingeschakelde deskundige en van buitengerechtelijke kosten als gevolg van de oneigenlijke beschuldigingen van de zijde van [partij 1] .

Ten aanzien van buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand geldt dat zij op de voet van art. 6:96 BW voor vergoeding in aanmerking komen, onder meer als het gaat om redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte, behoudens ingeval krachtens art. 241 Rv. de regels omtrent proceskosten van toepassing zijn.

Dit een en ander is niet alleen van toepassing op degene die voldoening van een vordering verlangt, maar moet van overeenkomstige toepassing worden geacht op degene op wie een ander pretendeert een vordering te hebben en die buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand maakt teneinde zich tegen die vordering te verweren (HR 18 feb 2005, NJ 2005, 216).

De rechtbank heeft in het tussenvonnis reeds overwogen dat de vordering tot vergoeding van de daadwerkelijk betaalde kosten aan de advocaat niet aan de orde is. Op grond van artikel 237 Rv. zal in conventie een proceskostenveroordeling naar forfaitair tarief (liquidatietarief) worden uitgesproken.

Met betrekking tot de kosten die [partij 2] hebben gemaakt voor het uitbrengen van een advies door de [deskundige] , is de rechtbank van oordeel dat deze in redelijkheid zijn gemaakt. Ter onderbouwing van zijn vordering heeft [partij 1] van zijn kant een rapport laten opstellen door [bedrijf 1] en door [bedrijf 2] . [partij 2] hebben dan ook in redelijkheid kunnen besluiten om ter weerlegging van de bevindingen van deze deskundigen ook zelf een deskundige in te schakelen. Door [partij 1] is niet betwist dat de door [deskundige] in rekening gebrachte kosten qua omvang redelijk zijn. De rechtbank zal de vordering in reconventie, voor zover deze ziet op de kosten voor het inschakelen van een deskundige, dan ook toewijzen. Deze kosten worden conform de factuur van [deskundige] begroot op € 1.327,90.

proceskosten in conventie en in reconventie

Als de in het ongelijk gestelde partij zal [partij 1] worden veroordeeld in de kosten van de procedure in conventie die aan de zijde van [partij 2] worden begroot op:

- griffierecht € 1.374,00;

- salaris advocaat € 3.225,00 (2,5 punt x € 1.290);

- nakosten € 189,00 +

totaal € 4.788,00.

De nakosten zullen worden verhoogd zoals vermeld in de beslissing.

Nu partijen in reconventie over en weer in het ongelijk zijn gesteld, zullen de kosten van de procedure in reconventie worden gecompenseerd, in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie

wijst de vorderingen van [partij 1] af;

veroordeelt [partij 1] in de proceskosten van € 4.788,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis en te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [partij 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

veroordeelt [partij 1] om aan [partij 2] te betalen het bedrag van € 1.327,90, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 oktober 2025 tot de dag der voldoening;

compenseert de kosten van de procedure in reconventie tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand