ECLI:NL:RBLIM:2026:6585

ECLI:NL:RBLIM:2026:6585

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 08-07-2026
Datum publicatie 07-07-2026
Zaaknummer 11664939 \ CV EXPL 25-1947
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Burengeschil. Hinder door zonnepanelen. Hinder is weliswaar onrechtmatig, maar de belangen van degene die gebruik maakt van de zonnepanelen wegen zwaarder dan de belangen van degene die de hinder ondervindt. Vordering van eiser tot aanpassing of verwijdering van de PV-installatie wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 11664939 \ CV EXPL 25-1947

Vonnis van 8 juli 2026

in de zaak van

[eisende partij] ,

te [plaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eisende partij] ,

gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.,

tegen

1. [gedaagde partij 1] ,

te [plaats] ,2. [gedaagde partij 1],

te [plaats] ,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: [gedaagde partijen] ,

gemachtigde: Stichting Achmea Rechtsbijstand.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 3 september 2025;

- producties 11 en 12 van [eisende partij] ;

- de akte overleggen producties van [gedaagde partijen] met producties 5 en 6;

- de akte overleggen producties van [gedaagde partijen] met productie 7;

- het proces-verbaal van plaatsopneming en bezichtiging en van de mondelinge behandeling van 29 oktober 2025, waarbij [eisende partij] een pleitnotitie heeft voorgedragen en overgelegd;

- het bericht van [eisende partij] waarin wordt verzocht om voortzetting van de zaak;

- de akte uitlating van [gedaagde partijen] met producties 8 en 9;- de akte uitlating van [eisende partij] .

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[eisende partij] is eigenaar van de woning gelegen aan [adres 1] . [gedaagde partijen] zijn eigenaar van de woning gelegen aan de [adres 2] . De achtertuin van [eisende partij] en de achtertuin en garage van [gedaagde partijen] worden gescheiden door een gangpad waarmee de bewoners van de woning gelegen aan [adres 3] toegang hebben tot de openbare weg.

In mei 2022 hebben [gedaagde partijen] in totaal 30 zonnepanelen op het dak van de garage laten plaatsen, waarvan achttien zonnepanelen op het deel van het dak dat gericht is op de tuin en de woning van [eisende partij] .

[eisende partij] heeft in mei 2022 aan [gedaagde partijen] laten weten overlast te ervaren.

Partijen hebben met elkaar gecorrespondeerd en zij hebben deelgenomen aan een mediationtraject. Dit heeft niet geleid tot een oplossing van het geschil.

3. Het geschil

[eisende partij] vordert – samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde partijen] hoofdelijk zal veroordelen:

I. om over te gaan tot aanpassing dan wel verwijdering van de PV-installatie op het dak welke de overlast op het perceel van [eisende partij] veroorzaakt, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

II. om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eisende partij] te betalen:

a. € 2.169,53 aan kosten van het deskundigenonderzoek;

b. € 412,50 aan buitengerechtelijke incassokosten.

III. vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen;

IV. in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

[eisende partij] legt aan zijn vorderingen de stelling ten grondslag dat de zonnepanelen op het dak van de garage van [gedaagde partijen] onrechtmatige hinder veroorzaken.

[gedaagde partijen] voeren verweer. [gedaagde partijen] concluderen tot niet-ontvankelijkheid van [eisende partij] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisende partij] , met veroordeling van [eisende partij] in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De vorderingen van [eisende partij] worden afgewezen, waarna de proceskosten tussen beide partijen worden gecompenseerd. De kantonrechter licht hieronder toe waarom zij tot dit oordeel komt.

Voorop staat dat [gedaagde partijen] als eigenaar van de garage in beginsel het recht hebben om zonnepanelen te plaatsen op het dak van hun garage zoals zij dat hebben gedaan. Hierbij geldt wel dat volgens artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), een eigenaar van een erf aan eigenaars van andere erven geen hinder mag toebrengen in een mate of op een wijze die volgens artikel 6:162 BW onrechtmatig is. De beantwoording van de vraag of het toebrengen van hinder onrechtmatig is, hangt af van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waarbij onder meer rekening moet worden gehouden met het gewicht van de belangen die door de hinder toebrengende activiteit worden gediend, en de mogelijkheid - mede gelet op de daaraan verbonden kosten - en de bereidheid om maatregelen ter voorkoming van schade te treffen. Uit deze maatstaf volgt dat niet iedere vorm van hinder of ondervonden overlast onrechtmatig is in de hiervoor bedoelde zin.

[eisende partij] heeft zijn stelling dat de zonnepanelen op het garagedak van [gedaagde partijen] onrechtmatige hinder veroorzaken onderbouwd met een schitteringsrapport, een rapport metingen lichthinder en reacties van de opstellers van die rapporten op de conclusie van antwoord. Ten aanzien van het rapport metingen lichthinder stellen [gedaagde partijen] zich op het standpunt dat geen sprake is geweest van een objectief of onafhankelijk onderzoek. Indien een op verzoek van een partij of op gezamenlijk verzoek van partijen uitgebracht deskundigenrapport in het geding is gebracht, is het aan de rechter om te beoordelen welke waarde daaraan moet worden toegekend (art. 152 lid 2 Rv). Gelet hierop staat het de rechter ook vrij om bij zijn beoordeling van het geschil een dergelijk rapport tot uitgangspunt te nemen, ook als in het partijdebat bezwaren zijn geuit tegen de wijze van totstandkoming of de inhoud daarvan. Hoewel het rapport metingen lichthinder op eenzijdig verzoek van [eisende partij] en niet na een gezamenlijke opdracht of met medeweten van [gedaagde partijen] tot stand is gekomen, kan naar het oordeel van de kantonrechter wel acht worden geslagen op de inhoud daarvan voor de beantwoording van de vraag of sprake is van onrechtmatige hinder. Het rapport is inzichtelijk en is gebaseerd op objectieve gegevens. De deskundige heeft voorts gereageerd op de vragen en opmerkingen van [gedaagde partijen] in de conclusie van antwoord waardoor het beginsel van hoor en wederhoor is gewaarborgd.

Uit voornoemde rapporten blijkt dat er tijdens mooi weer in de periode april tot september tussen 11:30 uur en 14:00 uur sprake is van schittering die te zien is in de tuin en op het terras van [eisende partij] en dat er in de periode april/mei tot augustus/september op drie observatiepunten gelegen op het terras van [eisende partij] rond het middaguur gedurende ongeveer anderhalf uur schittering is te zien. Gelet hierop is de kantonrechter van oordeel dat in beginsel sprake is van onrechtmatige hinder. Het woongenot van [eisende partij] wordt namelijk substantieel aangetast, ook al zal in die periode niet elke dag de schittering zo hevig te zien zijn. Daaraan kan niet af doen dat gedurende enige tijd sprake is van indirecte schittering omdat volgens de opsteller van het schitteringsrapport beide soorten schittering vergelijkbaar intensief zijn. Hetzelfde geldt voor of het zonnescherm van [eisende partij] wel of niet is uitgeklapt, omdat de kantonrechter tijdens de descente heeft vastgesteld dat er zicht is op de zonnepanelen – en dus ook op de schittering – zittend in een stoel op het terras terwijl het zonnescherm is uitgeklapt. De vraag of de lichtsterkte van de schittering de toegestane waarden voor lichthinder te boven gaat, behoeft geen beoordeling omdat de kantonrechter in dit geval de duur van de schittering, het moment waarop de schittering zich voordoet en waar de schittering te zien is al voldoende vindt voor het oordeel dat in beginsel sprake is van onrechtmatige hinder.

De vordering van [eisende partij] om de PV-installatie aan te passen of te verwijderen wordt echter toch afgewezen gelet op de belangen die [gedaagde partijen] hebben bij het behoud van de PV-installatie zoals deze thans is. De zonnepanelen zijn de voornaamste energievoorziening van de gasloze woning van [gedaagde partijen] en zij maken het hele jaar door gebruik daarvan. Dat weegt naar het oordeel van de kantonrechter niet op tegen de hinder die door de zonnepanelen wordt veroorzaakt gedurende enkele uren per dag in de periode april tot september.

Ook weegt de kantonrechter mee dat het niet mogelijk is om alle achttien zonnepanelen te verplaatsen naar een andere plek waar zij dezelfde opbrengst genereren. Op de andere kant van het dak van de garage zijn namelijk al twaalf zonnepanelen geplaatst, waarmee de hele oppervlakte van dat deel van het garagedak is benut. Ook kunnen niet alle achttien zonnepanelen op het dak van de woning van [gedaagde partijen] worden gelegd omdat het een heel smal en een heel klein dak betreft. Bovendien bevindt het meest linkse dak – vanaf de straatzijde bezien – zich in de schaduw van het huis ernaast. Daarbij komt dat [gedaagde partijen] onweersproken hebben gesteld dat in het geval de zonnepanelen zouden worden verplaatst naar het hoofddak van de woning een extra omvormer nodig is en dat een groot deel van de dakpannen moeten worden vernieuwd.

Ook hebben partijen het alternatief verkend van een anti-schitteringscoating en om de zonnepanelen dertig graden te kantelen. Beide behoren niet tot de mogelijkheden respectievelijk omdat [gedaagde partijen] onweersproken hebben gesteld dat de producent van de zonnepanelen heeft laten weten dat de garantie direct vervalt bij het aanbrengen van een coating van een derde partij en omdat de gemeente in reactie op het conceptverzoek van [gedaagde partijen] te kennen heeft gegeven dat zij in principe hieraan geen medewerking zal verlenen. Zolang het plan van [gedaagde partijen] niet wijzigt, ligt het niet in de lijn van verwachting dat de gemeente positief reageert op de definitieve aanvraag.

Alternatieven waarmee de PV-installatie op zichzelf niet wordt aangepast, maar waarmee wel (deels) wordt voorkomen dat [eisende partij] hinder ondervindt van de schittering zijn ook verkend door partijen. Leibomen of een andere voorziening op het perceel van [eisende partij] , wil [eisende partij] niet omdat hem dat een groot deel van zijn tuin zou kosten, en plaatsing van een verticaal zonnescherm op het perceel van [gedaagde partijen] of zonwering over de zonnepanelen is niet uitvoerbaar.

Dat het esthetisch belang (uitzicht) van [eisende partij] en de woningwaarde volgens [eisende partij] nadelig worden beïnvloed, kan er niet toe leiden dat de belangenafweging in het voordeel van [eisende partij] uitvalt. Met betrekking tot het uitzicht gaat het om een subjectief oordeel van [eisende partij] zelf en heeft te gelden dat zonnepanelen in Nederland inmiddels een gebruikelijk deel zijn van de bebouwde omgeving. Ten aanzien van de woningwaarde heeft [eisende partij] zijn stelling niet onderbouwd.

[eisende partij] vordert vergoeding van de kosten van het onderzoek door MMD, het bedrijf dat het rapport metingen lichthinder heeft opgesteld. Daaraan legt hij de stelling ten grondslag dat hij deze kosten heeft moeten maken om zijn geschil inzichtelijk te maken en dat die als vermogensschade in de zin van artikel 6:96 lid 2 sub b BW kunnen worden aangemerkt. Deze vordering wordt afgewezen omdat er geen wettelijke verplichting tot schadevergoeding bestaat en artikel 6:96 BW dat wel veronderstelt bij vergoeding van de hier gevorderde kosten.

Omdat de vorderingen van [eisende partij] worden afgewezen, wordt ook de door hem gevorderde vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.

Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vorderingen van [eisende partij] af,

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Prg. 2026/249
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand