RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer : 03.700058.18 (vordering verlenging tbs)
Datum uitspraak : 1 juni 2026
Tegenspraak
Beslissing van de meervoudige kamer op een vordering van het openbaar ministerie in het arrondissement Limburg
in het kader van de terbeschikkingstelling van:
[verdachte] ,
geboren te Teheran (Iran) op [geboortedatum] 1993,
thans verblijvende in FPC dr. Henri van der Hoeven in Utrecht,
hierna te noemen [verdachte] .
raadsvrouw is mr. A.L. Louwerse, advocaat kantoorhoudende te Haarlem.
1. De stukken
In het dossier bevinden zich onder andere:
- de vordering van de officier van justitie d.d. 7 april 2026, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 7 april 2026;
De vordering van de officier van justitie houdt in dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (hierna: tbs) zal verlengen voor de duur van twee jaren.
2. De procesgang
Bij vonnis van de rechtbank Limburg van 15 augustus 2019 is [verdachte] ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. De tbs is toegepast ter zake van poging tot zware mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel en opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eiste.
De hiervoor genoemde delicten betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De termijn van de tbs is gaan lopen op 21 mei 2020.
De tbs is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 28 mei 2024, met twee jaar verlengd.
De vordering van de officier van justitie is behandeld ter openbare zitting van deze rechtbank van 18 mei 2026. Ter zitting zijn gehoord de officier van justitie, [verdachte]
(via de telefoon), zijn raadsvrouw en als deskundige, E. Robbe van de Van der Hoeven Kliniek.
3. Het standpunt van de inrichting
Uit het verlengingsadvies van de Van der Hoeven Kliniek volgt onder meer het volgende. [verdachte] is gediagnosticeerd met een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een stoornis in alcoholgebruik (in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving). Tevens is sprake van psychopathie. Van jongs af aan is sprake van een chronisch disfunctioneren en gedragsproblemen, wat zich over de jaren ontwikkelt tot een antisociale levensstijl die gekenmerkt wordt door manipulatie, impulsiviteit, egocentrisme, zelfbepalend gedrag en het overschrijden van grenzen en regels.
De eerste behandelpoging, gestart in september 2020, binnen de Van Mesdagkliniek is niet geslaagd. [verdachte] komt alsmaar tot regelovertredend en manipulerend gedrag. Hij heeft een groepsontwrichtende invloed, valt meerdere keren terug in middelengebruik en lijkt betrokken bij handel in de kliniek. Ook zijn er contrabanden aangetroffen op zijn kamer.
In december 2025 is er een tweede behandelpoging gestart in de van der Hoeven Kliniek. [verdachte] verblijft op dit moment op een individuele gestructureerde afdeling waar sprake is van intensieve begeleiding. Hij toont zich gemotiveerd en is vriendelijk in het contact. De komende tijd zal in het kader staan van wennen aan de nieuwe behandelomgeving, het opbouwen van wederzijds vertrouwen en het formuleren van en overeenstemming krijgen over de risicofactoren en behandeldoelen. Vanuit hier zullen geïndiceerde therapieën worden opgestart. De koers en prognose hangen sterk af van de mate waarin [verdachte] bereid is zich te (blijven) committeren aan de samenwerking met het behandelingsteam en zijn inzet tot de geboden behandelinterventies. Gezien de complexe en reeds langdurig aanwezige problematiek die tot dusver moeilijk bewerkbaar is gebleken, is de verwachting dat het behandel- en resocialisatietraject nog geruime tijd in beslag zal nemen. De kliniek adviseert de tbs daarom te verlengen met twee jaren. Met het oog op de nog altijd onbewerkte problematiek wordt het risico op een terugval in gewelddadig gedrag bij directe beëindiging van de tbs ingeschat als hoog.
Deskundige Robbe heeft ter terechtzitting aanvullend naar voren gebracht, zakelijk weergegeven:
Er is sprake geweest van enkele onduidelijkheden, ongeregeldheden en ingewikkeld gedrag. Hij laat echter ook zien dat hij zich aan regels kan houden in de interactie met de groepsleiding. Er wordt eerst gekeken naar de vaardigheden van [verdachte] op de individuele afdeling. Vervolgens kan verhuizing naar een reguliere leefgroep overwogen worden. Er zijn nog geen behandelingen opgestart omdat daarvoor een wachtlijst is. Er is nog een lange weg te gaan, hetgeen nog zeker twee jaar zal duren. De komende periode zal onderzocht worden of begeleid verlof mogelijk is, maar dit is afhankelijk van het gedrag van [verdachte] .
4. Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering. Daartoe heeft zij aangevoerd dat aan de formele criteria tot verlenging van de tbs is voldaan. Er is nog niet zo lang geleden besloten tot een tweede behandelpoging in een andere kliniek. Dit biedt nieuwe kansen voor [verdachte] . Het betekent echter ook dat er opnieuw gewerkt moet worden aan een relatie en vertrouwensband met het behandelteam. Het opstarten van behandelingen heeft tijd nodig. De route die [verdachte] moet doorlopen zal langer duren dan twee jaren.
5. Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw
[verdachte] heeft aangevoerd dat hij stappen wil maken en dat in het verlengde daarvan een vinger aan de pols wordt gehouden. Hij hoopt dat er geen tijd meer verspild wordt.
De raadsvrouw heeft verzocht om de tbs te verlengen voor de duur van één jaar zodat er een vinger aan de pols kan worden gehouden en enig perspectief is voor [verdachte] . Hoewel het deels aan [verdachte] te wijten is dat er nog geen verlof is aangevraagd en er een tweede behandelpoging is opgestart, hebben er ook onnodige vertragingen plaatsgevonden die door de Van Mesdagkliniek zijn ingezet. Ook in de Van der Hoevenkliniek is de afgelopen vijf maanden nog niet veel gebeurd. Hij wil graag stappen zetten en er moet voor gewaakt worden dat het vrijheidsbenemende regime waarin hij zich nu bevindt niet te lang duurt en juist risico verhogend werkt.
6. De beoordeling
Stoornis en recidivegevaar
Uit het verlengingsadvies van de inrichting blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornis bij [verdachte] , te weten een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een stoornis in alcoholgebruik (in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving). Tevens is sprake van psychopathie. Het risico op een terugval in gewelddadig gedrag bij directe beëindiging van de tbs wordt ingeschat als hoog.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het advies te twijfelen en neemt dit over. De rechtbank is van oordeel dat daarmee wordt voldaan aan de criteria voor de verlenging van de tbs en dat dit juridische kader vooralsnog noodzakelijk blijft.
Verlenging
De rechtbank stelt vast dat de eerste behandelpoging van [verdachte] is gestaakt omdat hij ontoelaatbaar gedrag vertoonde en zich onvoldoende hield aan de regels en aanwijzingen van de Van Mesdagkliniek. [verdachte] heeft nog een kans gekregen en is in 2025 voor een tweede behandelpoging overgeplaatst naar de Van der Hoevenkliniek. Hij zit daar in de opstartende fase waarbij behandelingen nog moeten aanvangen. Hoewel hij gemotiveerd is, laat hij ook daar ingewikkeld gedrag zien.
De rechtbank heeft als uitgangspunt dat de tbs in de regel wordt verlengd met twee jaar als aannemelijk is dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan één jaar. De verdediging heeft verzocht van dit uitgangspunt af te wijken en de tbs slechts met een termijn van één jaar te verlengen om [verdachte] perspectief te bieden en een vinger aan de pols te houden. Aan dit verzoek gaat de rechtbank voorbij. Dat de behandeling van [verdachte] langer dan één jaar zal duren, is evident. Hij heeft nog vele stappen te zetten en dat heeft tijd, maar ook een lange adem, nodig.
Het motiveren van [verdachte] vormt geen bijzondere omstandigheid om af te wijken van het uitgangspunt zoals hierboven benoemd. Integendeel: een verlenging met één jaar kan juist extra onrust en spanningen meebrengen in de samenwerking tussen de kliniek en [verdachte] . Bij een eenjarige verlenging moet immers al op zeer korte termijn een volgend traject van verlengingsrapportages in gang worden gezet, wat voor [verdachte] een zware belasting kan vormen. Bovendien ontneemt een te korte termijn de kliniek de rust en continuïteit die noodzakelijk zijn om een duurzaam behandelplan te implementeren. De kliniek kan [verdachte] ook perspectief bieden door concreet toe te werken naar plaatsing in een reguliere leefgroep of begeleid verlof, zoals ook ter terechtzitting is besproken. Een dergelijke stip op de horizon biedt [verdachte] mogelijk de gewenste motivatie, waarbij hij over twee jaar aan de rechtbank kan aantonen hoe constructief hij aan zijn herstel heeft gewerkt.
Uit het verlengingsadvies en de toelichting van de deskundige ter terechtzitting blijkt dat er door de kliniek momenteel voortgang wordt gemaakt met een behandelplan, maar dat dit proces enige tijd kan nemen. De rechtbank ziet daarom op dit moment geen aanleiding om de vinger aan de pols te moeten houden.
De rechtbank zal alles afwegend de vordering van de officier van justitie toewijzen en de maatregel met twee jaren verlengen.
7. De beslissing
De rechtbank:
- verlengt de termijn gedurende welke [verdachte] ter beschikking is gesteld met verpleging van overheidswege met twee jaren.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.M.M. Menting, voorzitter, mr. C.P.W. van Well en mr. J.H. de Graas, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.K. Klompe, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting van 1 juni 2026.
Buiten staat
Mr. de Graas is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer : 03.700058.18 (vordering verlenging tbs)
Proces-verbaal van de openbare zitting van 1 juni 2026 in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te Teheran (Iran) op [geboortedatum] 1993,
thans verblijvende in FPC dr. Henri van der Hoeven in Utrecht,
hierna te noemen [verdachte] .
raadsvrouw is mr. A.L. Louwerse, advocaat, kantoorhoudende te Haarlem.
Tegenwoordig:
mr. , rechter,
mr. , officier van justitie,
, griffier.
De rechter doet de zaak uitroepen.
[verdachte] is wel/niet in de zittingzaal aanwezig. Ter terechtzitting van 1 juni 2026 heeft hij afstand gedaan van zijn recht in persoon bij de uitspraak aanwezig te zijn.
De rechter spreekt de beslissing uit en deelt [verdachte] mede dat hij binnen veertien dagen na betekening van deze beslissing beroep kan instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de rechter en de griffier.