ECLI:NL:RBLIM:2026:7454

ECLI:NL:RBLIM:2026:7454

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 19-08-2026
Datum publicatie 22-07-2026
Zaaknummer 12022383 \ CV EXPL 25-5849
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Vordering tot betaling van eigen risico is niet betwist. Beroep op schending Wet kwaliteit incassodienstverlening, WED, misbruik van procesbevoegheid (3:13 BW) en processuele ongelijkheid afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 12022383 \ CV EXPL 25-5849

Vonnis van 19 augustus 2026

in de zaak van

CZ ZORGVERZEKERINGEN N.V.,

te Tilburg,

eisende partij,

hierna te noemen: CZ,

gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,

tegen

[gedaagde partij] ,

te [plaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde partij],

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het incidenteel vonnis van 27 mei 2026,- de conclusie van dupliek in de hoofdzaak.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

CZ vordert veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 227,04 en de proceskosten.

CZ legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde partij] het bedrag verschuldigd is aan verbruikt eigen risico in de periode 8 januari 2025 tot en met 26 februari 2025.

[gedaagde partij] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van CZ met veroordeling van CZ in de kosten van deze procedure.

[gedaagde partij] voert daartoe het volgende aan. De gemachtigde van CZ (hierna: GGN) handelt niet overeenkomstig de Wet kwaliteit incassodienstverlening (hierna: Wki) omdat zij weigert bewijs te leveren van de vakbekwaamheid van haar medewerkster mevrouw [persoon 1]. Ook is mevrouw [persoon 2] (naar de kantonrechter begrijpt, eveneens een medewerkster van GGN) niet bevoegd omdat haar handtekening niet gedeponeerd was in het Landelijk Register. Verder heeft GGN schuld bekend doordat zij het beslag heeft ingetrokken dat onder het UWV was gelegd. GGN heeft onrechtmatig gehandeld en probeert dit te repareren door de inschakeling van de wel bevoegde deurwaarder [persoon 3]. Daarmee maakt GGN misbruik van procesrecht ex artikel 3:13 BW. Tot slot heeft CZ anonieme processtukken ingediend omdat deze alleen ondertekend zijn met ‘gemachtigde’ en niet voorzien zijn van een naam van een natuurlijk persoon. Doordat aan [gedaagde partij] deze eisen wel zijn gesteld, is sprake van processuele ongelijkheid.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3. De beoordeling

Tegen de vordering van CZ tot betaling van € 227,04 heeft [gedaagde partij] geen verweer gevoerd, zodat deze in beginsel voor toewijzing gereed ligt.

[gedaagde partij] voert echter een aantal redenen aan waarom CZ in haar vordering niet-ontvankelijk is.

Schending Wki en WED

[gedaagde partij] stelt dat GGN de wettelijke regels voor incassodienstverlening aan zijn laars lapt doordat haar medewerkster [persoon 2] niet voldeed aan de deponering van haar handtekening en omdat van medewerkster [persoon 1] geen bewijs van vakbekwaamheid is ontvangen. Dat [persoon 2] werkzaam is geweest op dit dossier is gesteld noch gebleken, zodat daaraan voorbij zal worden gegaan. Wat betreft de vakbekwaamheid van [persoon 1] vloeit uit artikel 13.1 Wki dat “personen die zijn belast met het verrichten of aanbieden van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden (…) voldoende vakbekwaam zijn en hun vakbekwaamheid onderhouden”. Deze vakbekwaamheidseis geldt voor alle medewerkers van een incassobureau wanneer zij buitengerechtelijke incassowerkzaamheden uitvoeren. Deze eis geldt dan ook medewerkers van een deurwaarderskantoor en dus ook voor [persoon 1].

De Wki en het Besluit kwaliteit incassodienstverlening (hierna: Bki) bieden echter geen toetsingsbevoegdheid voor consumenten. De controle op de naleving van deze wetgeving is voorbehouden aan de toezichthouder. Bij incassodienstverlening door een deurwaarderskantoor is de toezichthouder het Bureau Financieel Toezicht (hierna: BFT). Bij een controle door de BFT kunnen zij vragen naar het bewijs dat [persoon 1] voldoet aan de vakbekwaamheidseisen en bij overtreding handhavend optreden. Aan een eventuele schending van de Wki of Bki is echter geen consequentie verbonden voor [gedaagde partij]. Of sprake is van een schending is niet aan de kantonrechter om te beoordelen.

[gedaagde partij] doet ook een beroep op overtreding van artikel 1 onder 4 van de Wet op de economische delicten (hierna: WED). Daarin staat dat een overtreding van de Wki onder de WED valt. Een overtreding van de WED kan leiden tot onder meer boetes voor de overtreder. Het toezicht op de WED wordt uitgevoerd door de Inspectie van Justitie en Veiligheid. Het is echter niet mogelijk om als consument zelf rechtstreeks een beroep te doen op de WED.

Op grond van het bovenstaande is de kantonrechter niet bevoegd om te oordelen of de WED is overtreden en zo ja, om hieraan gevolgen te verbinden.

Schuldbekentenis

[gedaagde partij] voert aan dat GGN (en daarmee CZ) schuld heeft bekend omdat zij het beslag op de uitkering van [gedaagde partij] had beëindigd. [gedaagde partij] beroept zich hiertoe op een bericht van het UWV van 24 juni 2025. In deze brief staat dat GGN de beslaglegging bij het UWV heeft beëindigd, maar uit deze brief is niet op te maken om welke beslaglegging het gaat en of het gaat om de vordering van deze procedure. Wat [gedaagde partij] hiermee wenst aan te voeren, is de kantonrechter niet duidelijk. Uit het beëindigen van een beslaglegging kan niet zonder meer de conclusie worden getrokken dat CZ daarmee erkent dat een beslaglegging en de daaraan ten grondslag liggende vordering onterecht zijn. Wanneer [gedaagde partij] met de intrekking bedoelt te zeggen dat er sprake is van rechtsverwerking en de vordering van CZ op die grond afgewezen dient te worden, oordeelt de kantonrechter dat hiervan geen sprake is.

Van rechtsverwerking is slechts sprake als de schuldeiser zich heeft gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het geldend maken van zijn aanspraken. Het enkele tijdsverloop of enkel stilzitten levert geen toereikende grond op voor het aannemen van rechtsverwerking. Daarvoor is de aanwezigheid vereist van bijzondere omstandigheden als gevolg waarvan hetzij bij de schuldenaar ([gedaagde partij]) het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat de schuldeiser (CZ) haar aanspraak niet (meer) geldend zal maken, hetzij de positie van de schuldenaar onredelijk zou worden benadeeld of verzwaard ingeval de schuldeiser haar aanspraak alsnog geldend zou maken.

[gedaagde partij] heeft niet gesteld dat het beslag te maken had met onderhavige vordering. Enkel dat een beslag van GGN was beëindigd. Daarmee is niet bij [gedaagde partij] het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat CZ haar vordering niet meer geldend zou maken. Het beroep op rechtsverwerking wordt daarom afgewezen.

Misbruik van procesrecht

Volgens [gedaagde partij] is sprake van misbruik van procesrecht (artikel 3:13 BW) omdat met de inschakeling van een alsnog bevoegde deurwaarder voor de betekening van de dagvaarding geprobeerd is om een defect dossier te repareren. [gedaagde partij] doelt met een defect dossier op het in strijd handelen met de Wki en het ingetrokken beslag.

Het staat iedere partij vrij om een rechtszaak tegen een ander te beginnen, ook al vindt die ander dat er weinig of geen aanleiding voor is. Misbruik van (proces)bevoegdheid is er niet snel en de kantonrechter mag dat ook niet zomaar aannemen.

Zoals hierboven al is geoordeeld, is niet vast komen te staan dat er sprake is van een ‘defect dossier’. Ook heeft CZ belang bij haar vordering en heeft [gedaagde partij] de vordering inhoudelijk niet betwist.

Kortom, CZ heeft geen misbruik gemaakt van haar bevoegdheid om een procedure te starten in de zin van artikel 3:13 BW.

Processuele ongelijkheid

Tot slot voert [gedaagde partij] aan dat sprake is van processuele ongelijkheid omdat hem gevraagd is zijn processtukken van zijn handtekening te voorzien waar de processtukken van CZ hiervan niet voorzien zouden zijn. [gedaagde partij] doelt daarbij op de buitengerechtelijke brieven die GGN naar hem heeft gestuurd. Onderaan deze brieven staat niet de naam van de behandelaar, maar enkel GGN. Ook zijn de brieven voorzien van een ingescande handtekening.

Dat processtukken voorzien moeten zijn van een natte handtekening van de partij zelf (of zijn gemachtigde) is bepaald in artikel 83 Rv. Met processtukken worden de conclusies en akten bedoeld. Dit vereiste geldt zowel voor [gedaagde partij] als voor CZ. Voor producties die bij deze processtukken zijn gevoegd, geldt deze eis niet. Bovendien heeft CZ geen beroep gedaan op de door [gedaagde partij] bedoelde brieven.

Doordat het vereiste van een natte handtekening voor beide partijen geldt, is [gedaagde partij] door de griffie gevraag zijn conclusie van antwoord van een natte handtekening te voorzien. Van een processuele ongelijkheid is dan ook geen sprake.

Conclusie

Gelet op het voorgaande is de conclusie dat de door [gedaagde partij] aangevoerde gronden voor de niet-ontvankelijkheid van CZ geen doel hebben getroffen. Omdat [gedaagde partij] de vordering van € 227,04 niet heeft betwist, zal deze worden toegewezen.

Proceskosten

[gedaagde partij] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van CZ worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

145,45

- griffierecht

139,00

- salaris gemachtigde

86,00

(2 punten × € 43,00)

- nakosten

21,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

391,95

4. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde partij] om aan CZ te betalen een bedrag van € 227,04,

veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 391,95, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand