RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 12021417 \ AZ VERZ 25-140
Beschikking van 30 juli 2026
in de zaak van
[werknemer] ,
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [werknemer] ,
procederend in persoon,
tegen
[werkgever] ,
te [plaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [werkgever] ,
niet verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- de mondelinge behandeling van 23 april 2026,
- de mondelinge behandeling van 16 juli 2026.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. De beoordeling
[werknemer] verzoekt om [werkgever] te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding, vermeerderd met rente en wettelijke verhoging.
[werknemer] heeft aan dit verzoek ten grondslag gelegd dat hij op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst is geweest bij [werkgever] en de arbeidsovereenkomst is geëindigd op 15 oktober 2025. [werknemer] heeft recht op een transitievergoeding conform artikel 7:673 BW.
De kantonrechter zal het verzoek afwijzen en legt dit als volgt uit.
Deze zaak is eerder op zitting geweest op 23 april 2026. [werknemer] is verschenen bijgestaan door een tolk. Namens [werkgever] is niemand verschenen.
De kantonrechter kon niet vaststellen of [werkgever] op de hoogte was van de mondelinge behandeling. De kantonrechter heeft daarom de mondelinge behandeling aangehouden en een nieuwe datum gepland. [werknemer] is verzocht om [werkgever] bij deurwaardersexploot te laten oproepen voor de nieuwe mondelinge behandeling. Tevens is [werknemer] verzocht om een kopie van het betekende deurwaardersexploot naar de rechtbank te sturen.
Tevens heeft de kantonrechter [werknemer] een aantal aanwijzingen gegeven met betrekking tot de inrichting van zijn verzoekschrift, dat overduidelijk met de hulp van AI was gefabriceerd. De kantonrechter miste iedere onderbouwing voor de vorderingen van [werknemer] . [werknemer] stelt niet op welke wijze de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Niet iedere wijze van beëindiging geeft recht op een transitievergoeding. De enkele verwijzing naar het wetsartikel van 7:673 BW is te algemeen en zegt niets over hoe het feitelijk gegaan is.
Er zijn onduidelijkheden over de ingangsdatum van de uitzendovereenkomst. Dit geldt ook voor de hoogte van zijn loon. [werknemer] is in de gelegenheid gesteld zijn verzoek aan te vullen met de ontbrekende gegevens en onderbouwing.
De volgende mondelinge behandeling is vastgesteld op 16 juli 2026. De kantonrechter stelt vast dat op deze zitting niemand, ook [werknemer] niet, is verschenen, terwijl beide partijen wel waren opgeroepen. [werknemer] heeft geen bericht van verhindering gestuurd en evenmin heeft de kantonrechter een aanvulling op het verzoekschrift ontvangen.
Hoewel [werkgever] (wederom) niet deugdelijk is opgeroepen en niet is verschenen zal de kantonrechter de verzoeken van [werknemer] behandelen, nu [werkgever] daardoor niet wordt benadeeld.
De kantonrechter stelt vast dat [werknemer] een met hulp van AI gefabriceerd verzoekschrift heeft gemaakt waarbij iedere onderbouwing voor zijn stellingen ontbreekt. De gelegenheid om zijn verzoekschrift aan te vullen heeft hij niet benut. De conclusie van het voorgaande is dan ook dat het verzoek integraal afgewezen dient te worden.
3. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de verzoeken van [werknemer] af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026.