ECLI:NL:RBLIM:2026:7510

ECLI:NL:RBLIM:2026:7510

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 29-07-2026
Datum publicatie 23-07-2026
Zaaknummer C/03/283370 / HA ZA 20-506
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Letselschadezaak na verkeersongeval. Eindvonnis na meerdere tussenvonnissen en deskundigenbenoemingen. Verklaring voor recht dat sprake is van juridisch causaal verband tussen het verkeersongeval en de gezondheidsklachten van eiseres en verklaring voor recht dat eiseres blijvend arbeidsongeschikt is ten gevolge van het verkeersongeval.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: C/03/283370 / HA ZA 20-506

Vonnis van 29 juli 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [plaats],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

advocaat: mr. B. Leemhuis,

tegen

ALLIANZ BENELUX N.V., M.H.O.D.N. ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Allianz,

advocaat: mr. H.A. Kragt.

1. De zaak in het kort

De zaak betreft een al sinds 2020 lopende letselschadezaak. [eiser] is op 16 juni 2015 een verkeersongeval overkomen. Allianz heeft aansprakelijkheid voor het verkeersongeval erkend. In een eerdere tussenvonnis is aangenomen dat er causaal verband bestaat tussen de subjectieve gezondheidsklachten van [eiser] en het ongeval. Om te beoordelen of deze gezondheidsklachten ook tot beperkingen leiden is eerst een verzekeringsgeneeskundige en vervolgens een arbeidsdeskundige benoemd. Dit vonnis betreft het eindvonnis in deze zaak.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis 5 maart 2025,

- het deskundigenrapport,

- de conclusie na deskundigenrapport van [eiser],

- de conclusie na deskundigenrapport van Allianz.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De verdere beoordeling

De rechtbank blijft bij de overwegingen en beslissingen die zijn opgenomen in haar eerdere tussenvonnissen.

Vordering onder 1

[eiser] vordert in deze procedure onder 1 dat de rechtbank voor recht verklaart dat sprake is van een (juridisch) causaal verband tussen het haar op 16 juni 2015 overkomen verkeersongeval en haar gezondheidsklachten. Het betreft de gezondheidsklachten zoals beschreven in de dagvaarding en de neurologische en neuropsychologische expertiseberichten, met uitzondering van de tijdelijke klachten die het gevolg zijn geweest van de lumbale hernia die in 2019 ontstond.

Bij tussenvonnis van 10 augustus 2022 heeft de rechtbank in r.o. 4.22 geconcludeerd dat het causaal verband (in de zin van condicio sine qua non) tussen de gezondheidsklachten en het ongeval is komen vast te staan. Ook heeft de rechtbank in diezelfde rechtsoverweging overwogen dat het door [eiser] onder 1 gevorderde voor toewijzing gereed ligt. De rechtbank zal deze vordering dan ook toewijzen.

Vordering onder 2

Onder 2 vordert [eiser], na eiswijziging, primair dat de rechtbank voor recht verklaart dat [eiser] blijvend volledig dan wel deels arbeidsongeschikt is ten gevolge van het verkeersongeval, met uitzondering van de periode waarin zij ten gevolge van de in 2019 ontstane hernia ook zonder ongeval beperkt zou zijn geweest.

In het tussenvonnis van 10 augustus 2022 heeft de rechtbank overwogen dat nu het causaal verband tussen de subjectieve gezondheidsklachten en het ongeval is vastgesteld, beoordeeld dient te worden of deze gezondheidsklachten ook tot beperkingen leiden (r.o. 4.24). Vervolgens dient beoordeeld te worden of deze beperkingen leiden tot een volledige ongeschiktheid om betaalde arbeid te verrichten, zoals [eiser] stelt en Allianz betwist (nog steeds r.o. 4.24). Ook heeft de rechtbank in voornoemd tussenvonnis overwogen (in r.o. 4.33) dat nog niet vast staat of, en zo ja in welke mate [eiser] door de ongevalgerelateerde klachten wordt beperkt en of zij gelet op die beperkingen volledig arbeidsongeschikt is, zoals [eiser] stelt, dan wel of zij met die beperkingen nog inkomsten zou kunnen realiseren. In diezelfde rechtsoverweging overwoog de rechtbank dat op [eiser] de bewijslast rust van een en ander.

In deze procedure is vervolgens eerst, bij vonnis van 28 december 2022, verzekeringsgeneeskundige [deskundige 1], verbonden aan [adviesbureau], tot deskundige benoemd. Vervolgens heeft de rechtbank, bij vonnis van 5 maart 2025, arbeidsdeskundige [deskundige 2], verbonden aan Trivium Advies (hierna: de arbeidsdeskundige) tot deskundige benoemd. De arbeidsdeskundige heeft op 5 februari 2026 aan de rechtbank gerapporteerd. De vraag die de rechtbank, gelet op de vordering onder 2, nog moet beantwoorden is of de beperkingen van [eiser] leiden tot een volledige of gedeeltelijke ongeschiktheid om betaalde arbeid te verrichten.

Conclusies deskundigenrapport van de arbeidsdeskundige

De rechtbank leidt uit het rapport van de arbeidsdeskundige de volgende conclusies af en neemt deze over:

Hypothetische situatie zonder ongeval

- Het tijdelijk dienstverband bij SOML zou (in de hypothetische situatie zonder ongeval) met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zijn beëindigd per 30 september 2016, omdat de financiering voor de functie van VSV-makelaar werd stopgezet. [eiser] zou met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid geen dienstverband voor onbepaalde tijd hebben gekregen als VSV-makelaar bij SOML;

- [eiser] zou er dan met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in zijn geslaagd een functie te vinden die vergelijkbaar is met de functie van VSV-makelaar met meest waarschijnlijk een salarisschaal 9, volgens de cao voor gemeenten (€ 3.489,- tot € 4.998,- bruto exclusief toeslagen, loonpeil per 1 oktober 2025). Daarbij is niet uit te sluiten dat [eiser] functieschaal 10 zou hebben verkregen. Hoogstwaarschijnlijk zou een dergelijke functie een arbeidsomvang hebben van 20-24 uur per week. [eiser] zou in de situatie zonder ongeval vanaf 2020 hoogst waarschijnlijk geen 32 uur gaan werken;

- Het is waarschijnlijk dat [eiser], ook zonder ongeval, met periodes door arbeidsongeschiktheid zou zijn uitgevallen gezien haar arbeidsverleden en de hoge werkdruk die in de onderwijssector wordt ervaren. De arbeidsdeskundige heeft in dat kader uitdrukkelijk meegewogen dat [eiser] in het verleden meermaals (langdurige) arbeidsongeschiktheidsperiodes heeft gehad, maar dat zij zich daarna ook heeft weten te herpakken.;

- De precieze pensioenleeftijd van [eiser] in de situatie zonder ongeval is moeilijk in te schatten omdat ambtenaren doorgaans eerder met pensioen gaan dan werknemers in andere sectoren, maar er tegelijkertijd een trend is dat ambtenaren langer doorwerken. De eindleeftijd van de door de arbeidsdeskundige genoemde functies is gelijk aan de wettelijke pensioenleeftijd;

Situatie met ongeval

- [eiser] is volledig arbeidsongeschikt voor de functie van VSV-makelaar;

- In theorie zijn er functies die als passend zijn aan te merken, maar na praktische beoordeling zijn die er niet met een vergelijkbaar salarisniveau als ten tijde van het ongeval;

- De kans dat [eiser] daadwerkelijk het werk kan verwerven is bovendien bijzonder klein, gezien haar leeftijd (55) het niet werken vanwege ziekte, de duur van het niet werken, het niet zoeken naar werk, het niet hebben van een partner die werkt en het niet beschikbaar zijn vanwege de beleving van de belemmeringen.

Het standpunt van [eiser] naar aanleiding van het deskundigenrapport

[eiser] voert aan dat uit het rapport van de arbeidsdeskundige blijkt dat [eiser] arbeidsongeschikt is als gevolg van het verkeersongeval en dat het niet reëel is te veronderstellen dat [eiser] nog passende arbeid zal kunnen verrichten. De vordering kan daarmee worden toegewezen.

Het standpunt van Allianz naar aanleiding van het deskundigenrapport

Allianz stelt zich op het standpunt dat uit het rapport van de arbeidsdeskundige volgt dat [eiser] nog functies kan verrichten die identiek zijn aan de functies die zij voor het ongeval verrichtte. [eiser] is dan ook niet arbeidsongeschikt. Volgens de arbeidsdeskundige zal ze haar arbeidsmogelijkheden niet benutten, maar dat ligt aan [eiser] zelf. De vordering moet worden afgewezen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verwerpt het verweer van Allianz dat (uit het rapport van de arbeidsdeskundige volgt dat) het niet benutten van arbeidsmogelijkheden enkel en alleen aan [eiser] zelf te wijten is. Die conclusie kan naar het oordeel van de rechtbank niet uit het rapport van de arbeidsdeskundige worden afgeleid. De arbeidsdeskundige heeft immers gerapporteerd (op pagina 39 van zijn rapport) dat de functies die in theorie voor [eiser] passend zijn, na een praktische beoordeling niet passend zijn. In het kader van die praktische beoordeling heeft de arbeidsdeskundige gewezen op de voorwaarden die de verzekeringsarts aan een functie voor [eiser] heeft verbonden en op de eisen die de verzekeringsarts heeft gesteld aan een werkomgeving voor [eiser]. Dit maakt dat de functies volgens de arbeidsdeskundige na inhoudelijke beoordeling op de passendheid toch niet passend zijn. De eisen en voorwaarden waarop de arbeidsdeskundige doelt, volgen rechtstreeks uit het verzekeringsgeneeskundig onderzoek. Dat de vacatures na een praktische beoordeling door de arbeidsdeskundige alsnog afvallen is dus niet het gevolg van de opstelling van [eiser], maar het gevolg van de eisen en voorwaarden die door de verzekeringsdeskundige op basis van de ongevalgerelateerde klachten van [eiser] zijn vastgesteld. Uit het arbeidsdeskundigenrapport volgt dus dat er geen passende functies zijn voor [eiser].

De rechtbank overweegt dat het verweer dat Allianz voor het overige voert kort gezegd betrekking heeft op het onbenut laten van de restverdiencapaciteit door [eiser]. De rechtbank legt echter het rapport van de arbeidsdeskundige zo uit dat de functies die door de arbeidsdeskundige als theoretisch passend zijn aangemerkt, voor [eiser] feitelijk niet passend zijn. Het verweer van Allianz dat [eiser] haar vermogen om inkomsten te verwerven niet heeft benut, is daarom niet relevant. De rechtbank verwerpt dit verweer dan ook.

Het verweer van Allianz dat [eiser] ook zonder ongeval - de rechtbank begrijpt: blijvend - arbeidsongeschikt zou zijn geraakt, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Allianz baseert dit verweer op het rapport van de arbeidsdeskundige. Uit het rapport van de arbeidsdeskundige volgt dat volgens de arbeidsdeskundige waarschijnlijk is dat [eiser] - in de hypothetische situatie zonder ongeval - zou zijn uitgevallen wegens arbeidsongeschiktheid. De arbeidsdeskundige merkt daarbij echter uitdrukkelijk ook op [eiser] in het verleden meermaals (langdurig) te maken heeft gehad met arbeidsongeschiktheidsperiodes, maar dat zij zich daarna ook heeft weten te herpakken. Uit het rapport van de arbeidsdeskundige kan dan ook niet de conclusie worden getrokken dat [eiser] ook zonder ongeval blijvend arbeidsongeschikt zou zijn geraakt. Het verweer van Allianz wordt dan ook verworpen.

In deze procedure is geen concreet bedrag aan verlies van verdienvermogen gevorderd, maar enkel een verklaring voor recht. De rechtbank overweegt dat het feit dat de arbeidsdeskundige heeft aangegeven dat het waarschijnlijk is dat [eiser], het ongeval weggedacht, bepaalde periodes (langdurig) arbeidsongeschikt zou zijn geweest, wel verdisconteerd zal moeten worden in de schadebegroting.

Conclusie vordering onder 2

De conclusie is dat uit het rapport van de arbeidsdeskundige volgt dat [eiser] arbeidsongeschikt is voor de functie die zij ten tijde van het ongeval bekleedde en dat er voor haar geen passende functies zijn. Daaruit volgt dat zij niet in staat is tot het verrichten van arbeid en dus volledig arbeidsongeschikt is. Dit betekent dat de onder 2 (primair) gevorderde verklaring voor recht kan worden toegewezen.

Proceskosten

Allianz is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

100,89

- griffierecht

304,00

- salaris advocaat

2.612,00

(4 punten × € 653,00)

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

3.205,89

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4. De beslissing

De rechtbank

verklaart voor recht dat sprake is van een (juridisch) causaal verband tussen het [eiser] op 16 juni 2015 overkomen verkeersongeval en de gezondheidsklachten, zoals beschreven in de dagvaarding en de neurologische en neuropsychologische expertiseberichten, met uitzondering van de tijdelijke klachten die het gevolg zijn geweest van de lumbale hernia die in 2019 ontstond,

verklaart voor recht dat [eiser] blijvend volledig arbeidsongeschikt is ten gevolge van het verkeersongeval, met uitzondering van de periode waarin zij ten gevolge van de in 2019 ontstane hernia ook zonder ongeval beperkt zou zijn geweest,

veroordeelt Allianz in de proceskosten van € 3.205,89, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Allianz niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt Allianz tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr Koster-van der Linden en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand