RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/354047 / KG ZA 26-275
Vonnis in kort geding van 29 juli 2026
in de zaak van
[eisende partij] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
advocaat: mr. S.H.O. Aben,
tegen
PEELLAND RECREATIE B.V.,
te Asten,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Peelland,
advocaat: mr. E.C.M. Braun.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de mondelinge behandeling van 15 juli 2026 ter gelegenheid waarvan aan de zijde van [eisende partij] en aan de zijde van Peelland spreekaantekeningen zijn overgelegd.
2. De feiten
Bij vonnis van 1 juli 2026 van deze rechtbank is [eisende partij] veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 39.103,88 (hoofdsom) te vermeerderen met wettelijke rente, incassokosten, beslagkosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Op 2 juli 2026 heeft de advocaat van Peelland het vonnis naar de advocaat van [eisende partij] gestuurd en [eisende partij] gesommeerd om binnen 14 dagen een bedrag van € 48.637,63 te betalen. De advocaat van [eisende partij] heeft de advocaat van Peelland verzocht te wachten met de executie van het vonnis in afwachting van de uitkomst van het in te stellen hoger beroep.
Op 7 juli 2026 heeft de advocaat van [eisende partij] de appeldagvaarding tevens houdende memorie van grieven op voorhand per e-mail aan de advocaat van Peelland verzonden.
De advocaat van Peelland heeft in reactie daarop laten weten dat hij de deurwaarder opdracht heeft gegeven om het vonnis te executeren.
Eveneens op 7 juli 2026 is de appeldagvaarding tevens houdende memorie van grieven betekend aan Peelland. [eisende partij] heeft in hoger beroep incidentele vorderingen ingesteld artikel 351 Rv en artikel 235 Rv tot – kort gezegd – schorsing van de tenuitvoerlegging althans zekerheidsstelling door Peelland.
Het vonnis van 1 juli 2026 is op 8 juli 2026 aan [eisende partij] betekend en daarbij is een bevel tot betaling gedaan.
3. Het geschil
In deze kort gedingprocedure vordert [eisende partij] – samengevat – schorsing van de tenuitvoerlegging totdat het hof heeft beslist op de incidentele vorderingen van [eisende partij] dan wel zekerheidsstelling door Peelland dan wel beperking van de tenuitvoerlegging tot het bedrag dat is getroffen door het conservatoire derdenbeslag onder [notariaat] BV, een en ander op straffe van een dwangsom. Verder vordert [eisende partij] veroordeling van Peelland in de proceskosten.
[eisende partij] heeft aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd dat hij er belang bij heeft dat de tenuitvoerlegging wordt geschorst, omdat Peelland reeds beslagzekerheid heeft, het hoger beroep serieus is, er sprake is van een reëel restitutierisico en Peelland iedere redelijke tussenoplossing heeft afgewezen. [eisende partij] heeft ter onderbouwing van zijn stellingen verwezen naar het conservatoir derdenbeslag dat door Peelland is gelegd onder [notariaat] BV. Het bedrag dat door het conservatoir beslag is getroffen beloopt € 50.835,04 terwijl de vordering van Peelland inclusief kosten op dit moment € 48.637,63 bedraagt. De volledige vordering van Peelland is dan ook gedekt door het beslag. Verder heeft [eisende partij] zich op het standpunt gesteld dat de financiële positie van Peelland zorgwekkend is, zodat sprake is van een reëel restitutierisico. [eisende partij] wijst naar de jaarstukken van Peelland van de afgelopen jaren en voert daarover aan dat over 2024 de vlottende activa € 267.727 bedragen tegenover € 3.891.616 aan kortlopende schulden. De current ratio bedraagt daarmee circa 0,069. De liquide middelen bedragen slechts € 28.775, zodat de cash ratio circa 0,007 bedraagt. Het netto werkkapitaal is negatief voor € 3.623.889 en het eigen vermogen is negatief voor € 799.896. Volgens [eisende partij] is de kans aanzienlijk dat Peelland niet in staat zal zijn aan een eventuele terugbetalingsverplichting te voldoen.
Peelland voert verweer. Volgens Peelland is de kans nihil dat het hof anders zal oordelen dan in een eerdere, vergelijkbare uitspraak. In het verlengde daarvan is het volgens Peelland ook niet aannemelijk dat zij een bepaald bedrag terug zou moeten betalen. Peelland voert verder aan dat zij niet in een staat verkeerd waarin zij derden onbetaald laat of dreigt onbetaald te laten. Bovendien is het bedrag aan kortlopende schulden een bedrag dat grotendeels bestaat uit regelingen met de belastingdienst en niet uit onbetaald gelaten crediteuren. Peelland stelt zich op het standpunt een financieel gezond bedrijf te zijn, hetgeen volgens Peelland ook blijkt uit de jaarstukken. Verder voert Peelland aan dat zij over ruim 2.8 miljoen euro aan vaste activa beschikt. Peelland stelt belang te hebben bij de tenuitvoerlegging van het vonnis, nu zij [eisende partij] al gedurende lange tijd aanspreekt voor het voldoen van de vordering, maar dat niet tot het gewenste resultaat heeft geleid.
Op de stellingen van partijen wordt hierna voor zover van belang nader ingegaan.
4. De beoordeling
Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening uitvoerbaar moet zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, of diens belang bij zekerheidstelling, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan of bij deze uitvoerbaarheid zonder dat daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden.
Bij de toepassing van deze maatstaf in kort geding moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen. De kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende of nog aan te wenden rechtsmiddel blijft buiten beschouwing, met dien verstande dat de voorzieningenrechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(en) berust(en) op een kennelijke misslag.
Gelet op deze maatstaf zullen de argumenten van partijen die betrekking hebben op de slagingskansen van het hoger beroep en in het verlengde daarvan de mogelijkheid dat Peelland een zeker bedrag moet terugbetalen, buiten beschouwing worden gelaten. Immers, het gaat in deze zaak om een voorlopige voorziening en deze procedure niet mag worden gebruikt als een verkapt hoger beroep.
Dat sprake zou zijn van een kennelijke misslag in het bestreden vonnis is niet door partijen gesteld en naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook niet gebleken.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de rechtbank in het bestreden vonnis geen gemotiveerde beslissing heeft gegeven over de uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Daarom moet worden aangenomen dat nog geen afweging van de belangen van partijen heeft plaatsgevonden aan de hand van de daarvoor van belang zijnde feiten en omstandigheden. De voorzieningenrechter zal de belangen van partijen dan ook dienen af te wegen.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat het restitutierisico door [eisende partij] gemotiveerd is gesteld en door Peelland onvoldoende gemotiveerd is betwist. Uit de jaarstukken blijkt dat sprake is van een hoge schuldenlast en een hoog negatief eigen vermogen. Daartegenover staan slechts zeer beperkte financiële middelen in de vorm van liquide middelen en vlotte activa. Weliswaar beschikt Peelland over vaste activa, maar die activa zijn niet geschikt om kortlopende schulden direct te betalen, omdat deze niet snel in geld zijn om te zetten. Op basis van de jaarstukken lijkt het erop dat de liquiditeit van Peelland onder druk staat, omdat de vlottende activa in geen enkele verhouding tot de schuldenlast staan. De enkele stelling van Peelland dat uit de jaarstukken blijkt dat Peelland een gezond bedrijf is, is ontoereikend. Het had op de weg van Peelland gelegen om dit standpunt nader te concretiseren. Dit heeft Peelland nagelaten. Peelland heeft slechts aangevoerd dat de kortlopende schulden hoofdzakelijk schulden bij de belastingdienst betreffen, maar het ontgaat de voorzieningenrechter in hoeverre dit ertoe zou leiden dat die schulden minder relevant zijn in het kader van de onderhavige beoordeling. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan niet worden aangenomen dat die schuldenlast daardoor minder zwaar op de bedrijfsvoering drukt. De wanverhouding tussen liquide middelen en schulden is zodanig, dat naar het oordeel van de voorzieningenrechter sprake is van een reëel restitutierisico. Daar staat tegenover dat Peelland voldoende zekerheid heeft voor (vrijwel) haar gehele vordering door het conservatoire derdenbeslag onder [notariaat] .
Onder deze omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van [eisende partij] bij schorsing van de tenuitvoerlegging totdat het hof op de incidenten van [eisende partij] heeft beslist prevaleert boven het belang van Peelland bij onmiddellijke tenuitvoerlegging van het vonnis. De primaire vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging zal dan ook worden toegewezen, met dien verstande dat Peelland ten aanzien van het sub II gevorderde een termijn van 24 uur na betekening zal worden geboden zoals hierna bepaald, nu zij heeft aangegeven dat een kortere termijn voor haar niet haalbaar is en dat door [eisende partij] niet is betwist.
Dwangsom
De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als opgenomen in de beslissing.
Proceskosten
Peelland is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
155,67
- griffierecht
€
341,00
- salaris advocaat
€
1.177,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.862,67
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
verbiedt Peelland om het vonnis van deze rechtbank van 1 juli 2026, gewezen onder zaaknummer C/03/346587 / HA ZA 25/455, verder ten uitvoer te leggen of te doen leggen, daaronder begrepen maar niet beperkt tot betekening met bevel tot betaling, het leggen van executoriaal beslag, het omzetten of uitwinnen van conservatoire beslagen, het geven van opdrachten aan een deurwaarder, notaris of derde-beslagene tot afdracht van gelden, en iedere andere executoriale maatregel, totdat het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft beslist op de incidentele vorderingen van [eisende partij] ex artikel 351 Rv en artikel 235 Rv,
gebiedt Peelland om, voor zover reeds opdracht tot betekening, executie, uitwinning of afdracht is gegeven, die opdracht binnen vierentwintig (24) uur na betekening van dit vonnis schriftelijk in te trekken dan wel op te schorten, en daarvan binnen diezelfde termijn schriftelijk bewijs aan de advocaat van [eisende partij] te verstrekken,
gebiedt Peelland om de betrokken gerechtsdeurwaarder, notaris en iedere derde-beslagene binnen twee uur na betekening van het vonnis schriftelijk te instrueren dat geen afdracht, betaling, beslaguitwinning of andere executoriale handeling mag plaatsvinden totdat het hof op het incident heeft beslist, althans totdat de voorzieningenrechter anders bepaalt,
veroordeelt Peelland om aan [eisende partij] een dwangsom te betalen van € 5.000,00 per keer zij niet aan de hoofdveroordeling voldoet en € 1.000,00 voor iedere dag dat die overtreding voortduurt, tot een maximum van € 100.000,00 is bereikt,
veroordeelt Peelland in de proceskosten van € 1.862,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Peelland niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt Peelland tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Roeffen en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.